Portret_Piet Borst_548px

‘We zijn te ver gegaan met valoriseren’

7 juni 2012

9 minuten

Persoonlijk
Het topsectorenbeleid is een recept voor hoe het níet moet en met valorisatie zijn we te ver gegaan, vindt emeritus hoogleraar klinische biochemie prof.dr. Piet Borst. “Een valorisatieparagraaf in veni-, vidi- en vici-aanvragen van NWO: absurd.”

Foto: Sam Rentmeester

Driekwart van de ondervraagden vindt dat wetenschappelijk onderzoek moet worden betaald met publiek geld, blijkt uit het Eurobarometeronderzoek naar publieksopvattingen over wetenschap en technologie uit 2010.

“Ik ben het daarmee eens. Dat geldt uiteraard voor het fundamenteel onderzoek, maar ik denk dat ook veel meer toegepast onderzoek gebaat is met een financieringsbron die niet direct profijt heeft van de uitkomst. We hebben daar in de geneeskunde veel ervaring mee opgedaan: samenwerking tussen de farmaceutische industrie en academia. Daarbij is gebleken dat zich gemakkelijk verhoudingen voordoen waarbij de onderzoeker niet meer vrijuit kan onderzoeken wat hij of zij het meest belangrijk vindt. Misschien het allerbelangrijkste is het verdringingseffect.”

Wat bedoelt u met ‘verdringingseffect?

“Met verdringing bedoel ik dat maatschappelijk belangrijk onderzoek verdrongen wordt door onderzoek waar toevallig geld voor is. Denk bijvoorbeeld aan psychofarmaca versus psychotherapie. De farmaceutische industrie – en dat kun je ze niet kwalijk nemen – zal niet betalen voor een trial voor psychotherapie, want zij wil haar pil verkopen. Wie betaalt bepaalt, geldt nu eenmaal. Die betaler wil dat zijn pil zo goed mogelijk uit de bus komt. Vaak zijn alternatieven voor pillen, apparaten of nieuwe testen echter goedkoper en soms minder belastend voor de patiënt. Het is dus belangrijk dat ook in het toegepaste segment van het onderzoek ruimhartig geld is voor effectiviteitsonderzoek. Obama heeft daar indertijd een miljard voor uitgetrokken. De andere kant is dat nu eenmaal iedereen de neiging heeft om zijn geesteskind mooier te zien - zijn uil een valk te denken - dan het is. Dat is ons allemaal aangeboren. Objectief staat vast dat door de industrie gefinancierde trials een positiever resultaat opleveren voor de pillen dan wanneer dat door publieksgeld wordt gedaan. Dit is in een groot aantal onderzoeken vastgesteld. Dat betekent niet dat de industrie er echt op uit is de zaak op te lichten, maar het is een begrijpelijk soort neiging om je eigen product toch mooier te zien dan het is.”

U ageert in uw columns in NRC Handelsblad nogal tegen afgedwongen samenwerking, het topsectorenbeleid. U noemt het een ‘recept voor bureaucratie, inefficiëntie en tweederangs onderzoek.’ Kunt u dat uitleggen?

“Wij hebben nu de stap gezet van samenwerking op basis van wederzijds belang en respect voor elkaar, naar samenwerking die noodzakelijk is omdat de financiering krap is. De enige manier om geld te verwerven uit programma’s die mede gefinancierd worden door Economische Zaken is als je een industrie bereid vindt een kwart van het project te betalen. Dan moet je zelf een kwart inleggen en doet de overheid er vijftig procent bij. Moet u zich voorstellen hoe dat gaat: in de eerste plaats moet je een Nederlands bedrijf vinden dat voldoende geïnteresseerd zou kunnen zijn. Dan zeg je: ‘Wij doen ontzettend interessant werk wat voor jullie belangrijk is, zou je daar een miljoen euro in willen steken?’ Een klein bedrijf zegt soms: wij werken al met jullie samen en wij zijn bereid dat te doen. Doorgaans gaat het anders. Is het een groot bedrijf dan zeggen ze: wij zien daar wel iets in, maar de beslissing daarover valt in onze strategiecommissie. Die vergadert over zes maanden. Het hele project wordt uitgewerkt op basis van een miljoen van het bedrijf, twee miljoen van de regering en een miljoen van onszelf. Na zes maanden zeggen ze: we vinden het inderdaad een goed plan, maar het wordt 200 duizend euro en niet een miljoen. Dan ga je kijken of er misschien een ander bedrijf is dat wil meedoen. Hoeveel gepraat daaraan vooraf gaat en hoeveel papier er gevuld wordt! Allemaal niet aan onderzoek besteed. Uiteindelijk – in het geval waar ik zelf bij betrokken was – komt er een contract van 176 pagina’s, waarmee je een kind kunt doodslaan. Gigantisch. Degene die het hier in huis heeft moeten coördineren – een clinicus – was rijp voor opname in een psychiatrische inrichting.”

En vervolgens?

“Dan gaat het van start en krijg je die gezamenlijke besprekingen met mensen die niet van nature bij elkaar zitten. Die niet allemaal even goed zijn. Heel onbevredigende besprekingen. Ik zit me daar rot te ergeren en denk: hoe is het mogelijk? Dit is een heel ineffectieve manier om onderzoekstijd en onderzoeksgeld te besteden. En we weten dat. Ik heb drie jaar lang in het Innovatieplatform gezeten en daar hebben we die discussie gevoerd. Op een goed moment zijn we met het Innovatieplatform naar Singapore en Japan gegaan en hebben daar dit model voorgelegd. De mond van die mensen zakte open. Zo van: ‘zo kun je dat toch niet doen?’ Je moet zorgen dat als je sterk onderzoek hebt, je daar technology transfer bij zet (een valorisatiecentrum, red.). Dat werd door de overheid gefinancierd. Dan zoek je met fiscale faciliteiten bijbehorende industrie en bouw je iets op. Een mooi voorbeeld is het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Dat financiert enerzijds topgroepen in Vlaanderen die biotechnologisch onderzoek doen en zoekt industrie bij alle intellectueel eigendom die daaruit is af te romen. Dit is een wiel dat al lang is uitgevonden. Wij doen dit op een absurde manier, echt: er is geen ander woord voor. Economische Zaken woont in de jaren zeventig en denkt: die ellendige universitaire onderzoekers en andere academische onderzoekers die alsmaar met hun eigen klunzige hobby’s bezig zijn, die moeten wij dwingen om nuttig werk te gaan doen en dat kan alleen als we ze afhankelijk maken van industriële financiering. Dan krijgen ze leiding van onze wakkere industriëlen over wat ze moeten doen. Het is een waandenkbeeld. Het is echt een recept voor hoe het niet moet.”

U wordt er echt boos om.

“De wijze waarop NWO horig is gemaakt aan industriële belangen is gewoon totaal absurd. Heel slecht voor het Nederlandse onderzoek.”

U vindt dat je wel erg optimistisch moet zijn om te denken dat dit nieuw geld voor serieus onderzoek oplevert.

“Dat topsectorenbeleid, daar kun je ook wel iets positiefs over zeggen. De overheid zou een zekere concentratie in gebieden waarin je als land sterk bent kunnen bevorderen, maar dan niet door vervolgens het fundamentele onderzoek horig te maken aan zo’n topcluster. Je moet het fundamentele onderzoek onafhankelijk laten en goed financieren.”

U ziet meer problemen door te veel commerciële activiteiten dan door te weinig. Welke problemen ziet u zoal?

“Ik vind dat door de schaarste aan geld voor fundamenteel onderzoek veel academische afdelingen meer contractresearch doen dan goed is voor de academische status. Het is niet goed voor de ontwikkeling van het vak, want het is iets wat eigenlijk niet thuishoort in een academische instelling. Het is ook niet goed voor de opleiding van onderzoekers en studenten, want die worden betrokken bij onderzoek dat eigenlijk niet veel voorstelt. Het is onderzoek dat geen echte aansprekende belangrijke vraagstelling heeft, dat niet de allernieuwste methodieken gebruikt en dat niet conceptueel uitdagend is.”

U vroeg zich in een column ook af of ‘de geldbeluste onderzoeker’ zelf nog wel te vertrouwen is. ‘Als iemand eenmaal aandelen heeft in een start-up bedrijf, is hij dan nog in staat om zonder aarzelen resultaten te publiceren die de koers van zijn aandelen doen tuimelen?’ De vraag stellen is hem beantwoorden.

“De Amerikaanse universiteiten hebben meer met deze bijl gehakt en zeggen: je mag op geen enkele manier betrokken zijn bij onderzoek dat gerelateerd is aan de start-up company waar je in zit. Heel moeilijk in de praktijk af te dwingen. Dat laat dus ook weer zien dat het niet goed is voor de onderzoekscultuur als dit zo’n enorme vlucht neemt dat iedereen wel ergens in een start-up company zit of daar als adviseur bij betrokken is. Ik geef toe: ik ben ouderwets, ik ben in een atheïstisch gezin calvinistisch opgevoed en calvinistisch gebleven wat betreft mijn normenstelsel. Maar ik vind dat je in de publieke sector je best moet doen om je intellectueel eigendom te beschermen en te vermarkten, als met een uitvinding goede banen voor Nederlandse jongens en meisjes gecreëerd kunnen worden. Dat is je burgerlijke plicht. Een sfeer waarin nevenverdiensten te dominant worden in iemands gedachten, is echter niet goed voor onderzoek.”

Oppassen met valoriseren?

“We zijn al twee stappen te ver gegaan. Bijvoorbeeld dat nu in de veni-, vidi- en vici-aanvragen van NWO een hele valorisatieparagraaf staat. Absurd! Dat zijn jonge onderzoekers, die moeten grenzen verleggen en dan ga je beoordelen of er een valorisatiepotentieel zit in hun onderzoek. Dat is toch absurd? Als ik in zo’n commissie zou zitten, zou ik daar niet aan mee doen. Dat is immoreel. Je moet niet jonge mensen die goede onderzoekers moeten worden, gaan beoordelen op het toevallige valorisatiepotentieel van hun onderzoek. Dat onderzoek moet vernieuwend zijn, origineel zijn, belangrijke problemen aanvatten. En dan zien we later nog wel of er valorisatiemogelijkheden in zitten.”

Er was ooit ophef over de Wageningse professor Van Hooijdonk die in zijn oratie verkondigde dat melk zo gezond is. Zijn leerstoel werd betaald door de Nederlandse Zuivel Organisatie en hij was directeur van melkfabriek Campina. Hoe zouden universiteiten met nevenwerkzaamheden moeten omgaan? Tot 2008 vond u dat het verboden moest zijn.

“Ik kom uit de vorige eeuw, ik geef dat onmiddellijk toe. Ik heb mezelf een beetje overleefd. Mijn opvattingen waren indertijd heel scherp. Als Wageningse universiteit een melkfabriekdirecteur als bijzonder hoogleraar hebben: dat zou ik niet gedaan hebben. Je wilt bepaalde gespecialiseerde kennis graag aan je universiteit gedoceerd zien, maar dat moet niet zo met commercie verweven zijn dat het onderscheid moeilijk wordt. Begin met transparantie en nooit direct voordeel van wat je aan onderzoek doet. Ik vind dat een universiteit een beetje moet oppassen met wie ze bijzonder hoogleraar maakt.”

Wat vindt u van het instellen van een commissie-Belangenconflict aan de TU?

“Een zinnig initiatief. Wij hebben andere soorten belangenconflict dan een technische universiteit. Onze dokters mogen nooit consultants zijn van een farmaceutische industrie en mogen op geen enkele manier betaald worden door die industrie. Zo moet het ook blijven, vind ik.”

‘We zijn te ver gegaan met valoriseren’ - Afbeelding 1

‘We zijn te ver gegaan met valoriseren’ - Afbeelding 1


Piet Borst (Amsterdam, 1934) studeerde geneeskunde en promoveerde cum laude op kankeronderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Daar werd hij - na twee jaar onderzoek in New York University – hoogleraar biochemie en moleculaire biologie. In 1983 werd hij wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) en parttime hoogleraar klinische biochemie. Vier jaar later werd hij directievoorzitter van het NKI-AVL. Bij zijn pensionering in 1999 bleef hij staflid van het NKI-AVL, waar hij nu nog onderzoek doet naar onder meer multidrug resistentie van kankercellen. Borst ontving diverse onderscheidingen: hij is onder meer Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Honorary Commander of the British Empire. Hij is lid van de KNAW, de Britse Royal Society, de Amerikaanse National Academy of Sciences en de American Academy of Arts and Sciences.


Connie van Uffelen

Door Connie van Uffelen

Redacteur Delta


Meest recent

Benchakitti Forest Park, Bangkok door gothiclolita (Shutterstock)

“Verdichting kan zelfs leiden tot kwalitatief hoogwaardigere openbare ruimte”

Gebiedsontwikkelaars moeten zich niet blindstaren op vierkante meters, maar uitgaan van publieke waarden die ze willen realiseren en welk programma daarbij past. Dat is het advies van Ellen van Bueren, hoogleraar aan de TU Delft.

Persoonlijk

16 augustus 2022

Haan & Laan door Esther Dijkstra (estherdijkstra.com)

Westergouwe in Gouda: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

Haan en Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. In deze editie schrijven zij over hun bezoek aan Westergouwe in Gouda en geven hun oordeel over deze nieuwbouwwijk in de laagste polder van ons land.

Casus

16 augustus 2022

Bryant Park in New York door Leonid Andronov (Shutterstock)

De maakbaarheid van een prettige leefomgeving

Integraal gebiedsbeheer kan helpen om de leefomgeving in bestaande en nieuwe buurten en wijken te verbeteren. Maar wat is het precies? Het Urban Land Institute maakt een ronde langs de experts en zoekt uit wat de kansen en bedreigingen zijn.

Analyse

15 augustus 2022