Werkgelegenheid en huisvesting sleutelfactoren voor trekken en behouden van hoogopgeleiden - Afbeelding 1

Werkgelegenheid en huisvesting sleutelfactoren voor trekken en behouden van hoogopgeleiden

16 februari 2014

6 minuten

Persoonlijk
In het URD-project ‘Higher Educated Location Preferences’ proberen onderzoekers te achterhalen wat steden nu precies aantrekkelijk maakt voor hoogopgeleiden, in het licht van een duurzame economische groei van stedelijke regio’s. Doel is een model dat de woonplaatskeuze van hoogopgeleide werknemers simuleert. Bart Sleutjes (UvA) rondde onlangs een eerste belangrijke deelstudie af. Hierin vergelijkt hij de situatie in Helsinki, Kopenhagen, Amsterdam en Eindhoven. ‘Voor hoogopgeleiden is vooral een interessante baan een reden om naar een bepaalde stedelijke regio te komen.’

Bart Sleutjes deed literatuuronderzoek en bestudeerde de sterkten en zwakten van vier Europese kennisregio’s, waarbij hij lokale experts interviewde. De keuze viel op Amsterdam, Eindhoven, Kopenhagen en Helsinki, omdat hier ‘human capital’ een belangrijke motor van de lokale economie is en het klimaat geen factor van betekenis is. Sleutjes: ‘Alle vier de steden hebben in de jaren 1990 en vroege jaren 2000 een groeiperiode doorgemaakt waarbij de kennisintensieve economie een belangrijke rol speelde. Eindhoven verschilt wel van de andere drie steden. Amsterdam, Helsinki en Kopenhagen zijn de grootste steden van het land waarin ze liggen en zijn hoofdsteden. Eindhoven is de vijfde stad van Nederland en heeft geen hoofdstadfunctie en geen ‘water’ van betekenis, zoals de grote rivieren of de zee in de andere steden. Echter, de belangrijke positie van Eindhoven binnen de Nederlandse kenniseconomie rechtvaardigde voor ons de opname van deze stad in ons onderzoeksproject.’

Niet over één kam

Wat heeft het literatuuronderzoek en de stedenvergelijking aan inzichten opgeleverd? Allereerst is duidelijk geworden dat hoogopgeleiden – ook wel ‘kenniswerkers’ of ‘creatieve klasse’ genoemd – niet over één kam te scheren zijn, licht Bart Sleutjes toe. ‘Veel stedelijk beleid is gericht op een veronderstelde homogene ‘creatieve klasse’ met een voorkeur voor sociaal diverse steden met een hoog voorzieningenniveau. Sinds Richard Florida deze sociale groep op de kaart zette in 2002, hebben allerlei grotere en kleinere steden zich op het aantrekken en behouden van die groep gestort. Maar uit verschillende onderzoeken sinds die tijd blijkt dat deze groep eigenlijk uit diverse subgroepen bestaat. Deze verschillen onderling sterk, zowel in termen van inkomen als woonvoorkeuren. Creatieve werknemers hebben over het algemeen de voorkeur voor zeer stedelijke en gevarieerde wijken met een rijk aanbod aan ontmoetingsplaatsen en – vooral: culturele – voorzieningen. Maar de woonvoorkeuren van hoogopgeleide werknemers in meer analytische of technische sectoren wijken doorgaans niet veel af van de algemene bevolking. Zij kiezen net zo vaak voor suburbane gebieden.’

Werk belangrijker dan ‘zachte’ factoren als cultureel aanbod

Een tweede conclusie is dat werk en carrièremogelijkheden de belangrijkste factoren zijn die de aantrekkelijkheid van een regio voor kenniswerkers bepalen. Misschien niet zo heel verrassend, maar in veel beleid en eerder onderzoek werd ervan uitgegaan dat de zogenoemde ‘zachte’ factoren als het culturele voorzieningenaanbod en sociale diversiteit en tolerantie minstens zo belangrijk zouden zijn. Sleutjes: ‘Mensen verhuizen in de eerste plaats toch vanwege de kansen op werk en carrièreperspectieven, of omwille van persoonlijke motieven en relaties. Hoewel voorzieningen volgens sommige studies inderdaad een rol spelen in de woonvoorkeuren van kenniswerkers, zijn deze niet de voornaamste reden om voor een locatie te kiezen. Ook zijn deze aspecten niet per definitie belangrijker voor hooggeschoolde dan voor laaggeschoolde werknemers. Sterker nog, verschillen in de waardering van werkmogelijkheden blijken groter te zijn tussen hoog- en laag opgeleiden dan verschillen in de waardering van ‘zachte’ locatieaspecten. Dus de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen en vooral het huizenaanbod zijn van secundair belang en kunnen een rol spelen wanneer het banenaanbod in twee regio’s identiek is. Deze aspecten zijn noodzakelijk maar niet voldoende om kenniswerkers aan te trekken.’

Werkgelegenheid en huisvesting sleutelfactoren voor trekken en behouden van hoogopgeleiden - Afbeelding 1

De Jordaan, karakteristieke wijk in Amsterdam.

Werkgelegenheid en huisvesting sleutelfactoren voor trekken en behouden van hoogopgeleiden - Afbeelding 1


Leefstijl en soort buurt hangen samen

Een derde algemene conclusie is dat terwijl de werkgelegenheid de belangrijkste aantrekkingsfactor is op regionaal niveau, de keuze voor een bepaalde locatie binnen dit gebied vooral gestuurd door demografische aspecten en leefstijl. Sleutjes: ‘In het algemeen geven jonge werknemers en ‘bohemians' de voorkeur aan wonen in sterk stedelijke buurten, terwijl ouderen en gesettelde werknemers met gezinnen vaker een voorkeur hebben voor suburbane of zelfs landelijke woonlocaties. Een uitzondering vormt de subgroep van de creatieve werkers, die in alle vier de steden zijn geconcentreerd in centrale buurten, rond waterfront-ontwikkelingen en in en rond industrieel erfgoed.’

Huisvesting cruciaal struikelblok

Wat betekenen de onderzoeksuitkomsten voor het beleid van stedelijke regio’s die hoogopgeleiden willen aantrekken en behouden? Sleutjes: ‘Zoals ik al vertelde, is werkgelegenheid de belangrijkste voorwaarde en daarna die meer ‘zachte’ factoren. Dat betekent dat de meest succesvolle resultaten kunnen worden verwacht van een zogenoemd cross-sectoraal beleid, op regionaal niveau, waarbinnen werk, huisvesting en voorzieningen geïntegreerd zijn.’ Wat de huisvesting betreft: dit is in alle vier de steden een lastig probleem. Sleutjes: ‘Waar de woningmarkt in Amsterdam, Kopenhagen en Helsinki vooral erg duur is, heeft Eindhoven een gebrek aan een bepaald type woningen. Het gaat om betaalbare appartementen in een hoog stedelijk milieu, waar veel vraag naar is onder de vaak jonge, internationale kenniswerkers die de stad rijk is. Het is noodzakelijk om een voldoende aanbod van betaalbare woningen te creëren, aangezien een deel van de kenniswerkers -vooral werknemers in de creatieve industrie- in tegenstelling tot wat vaak wordt verondersteld, geen hoog inkomen heeft, maar wel graag centraal stedelijk wil wonen. En daar zijn de huren en huizenprijzen vaak hoger door een overspannen woningmarkt. Ik raad steden daarbij vooral aan meer aandacht te besteden aan de situatie van jonge internationale kenniswerkers met een lager inkomen, waarvoor geen huisvesting wordt geregeld door de werkgever. Voor hen is een aanzienlijk deel van de woningmarkt, waaronder de sociale huursector, niet of moeilijk bereikbaar.’

Geen vertrutting en geen restrictief immigratiebeleid

Ook moeten beleidsmakers waken voor te strikte regelgeving op het gebied van ondernemerschap, evenementen en horeca om culturele werkers te behouden en aan te trekken. Sleutjes: ‘Amsterdam lijkt in dit opzicht achterop te raken bij steden als Berlijn als creatieve hotspot, terwijl het recente, meer flexibele beleid in Helsinki juist meer bottom-up initiatieven mogelijk maakt.’ Een laatste aanbeveling heeft betrekking op internationale kenniswerkers en betreft het nationale beleidsniveau. ‘Gezien de relatief beperkte omvang van de vier steden en de landen waarin deze gevestigd zijn, lijkt een internationale focus van groot belang om de torenhoge ambities op economisch vlak te kunnen blijven verwezenlijken. Het gaat zowel om het aantrekken van internationale bedrijven als het verwelkomen van internationale kenniswerkers, waarop overheidsbeleid een sterke invloed kan hebben. Denemarken ondervindt problemen met het aantrekken van internationaal talent door de zeer strenge immigratieregels, en de opkomst van populistische anti-immigratiepartijen in Nederland en Finland zijn dan ook een mogelijke bedreiging voor de internationale concurrentiepositie van de kenniseconomie in deze landen,’ besluit Sleutjes.

De voors en tegens in de vier steden

Amsterdam
- Diverse, voor velen aantrekkelijke economie (maar misschien iets te breed en divers)
- Goede internationale bereikbaarheid door Schiphol
- Algemeen ruimtegebrek en hoge mate van congestie
- Hoge kwaliteit van leven (authentieke binnenstad, groot cultureel aanbod, tolerant imago, diverse en internationale bevolking)
- Problematische huizenmarkt
- Klachten over de vertrutting van de binnenstad door strenge regels

Eindhoven
- Sterke gespecialiseerde economie (grote high tech-bedrijven)
- Recente groei van creatieve clusters (design)
- Sterke publiek-private samenwerking
- Veel eengezinswoningen in groen gebied, maar gebrek aan grootstedelijk karakter
- Voor een kleine stad toch een groot cultureel aanbod
- Traditie van immigratie, tolerante houding
- Iets te kleine schaal in verschillende opzichten

Kopenhagen
- Sterk economisch clusterbeleid (vooral levenswetenschappen)
- Goede bereikbaarheid en weinig congestie
- Veilige stad, maar wel stijgende criminaliteit en sociale ongelijkheid
- Goed cultureel aanbod
- Veel concurrentie tussen gemeenten binnen de regio
- Restrictief immigratiebeleid conflicteert met behoeften van bedrijfsleven
- Gesloten samenleving, geen internationale ‘vibe’
- Hoge kosten voor wonen en levensonderhoud
- Uniform stedelijk beleid bedreigt diversiteit

Helsinki
- Sterke ICT-specialisatie (misschien te sterk?)
- Opkomst gaming sector en stimuleringsbeleid voor ondernemerschap om neergang Nokia te compenseren
- Strategisch gelegen (Rusland, Baltische staten)
- Hoge functionaliteit: ‘alles werkt’
- Veilige stad, grote sociale gelijkheid
- Goed cultureel aanbod, flexibel beleid rond evenementen
- Gesloten samenleving, geen internationale ‘vibe’
- Hoge kosten voor wonen en levensonderhoud
- Het klimaat (de noordelijke ligging) kan zowel een voor als een tegen zijn



Meest recent

Bryant Park in New York door Leonid Andronov (Shutterstock)

De maakbaarheid van een prettige leefomgeving

Integraal gebiedsbeheer kan helpen om de leefomgeving in bestaande en nieuwe buurten en wijken te verbeteren. Maar wat is het precies? Het Urban Land Institute maakt een ronde langs de experts en zoekt uit wat de kansen en bedreigingen zijn.

Analyse

15 augustus 2022

“Binckhorst Den Haag in tranformatie” (CC BY-SA 2.0) by nandasluijsmans

Wat participatieve placemaking bijdraagt aan gebiedsontwikkeling

Volgens TU Delft-onderzoeker Geertje Slingerland is de betrokkenheid van bewoners cruciaal bij placemaking en ontwikkelde daarvoor een aantal principes. Zij presenteerde dit tijdens het laatste jaarcongres Stedelijke Transformatie.

Verslag

15 augustus 2022

GO zomertour door CrispyPork / Ineke Lammers (Shutterstock bewerkt door GO.nu)

GO Zomertour 2022 #5: El Cabanyal in Valencia

Het pittoreske vissersdorp El Cabanyal werd jarenlang bedreigd door de sloopkogel om de toeristenindustrie in Valencia te versterken. In deze aflevering van de GO Zomertour gaan we naar wat een van de coolste wijken van Europa moet zijn.

Uitgelicht
Casus

12 augustus 2022