2014.11.26_Zorgvastgoed in krimpgebieden_660

Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn?

26 november 2014

5 minuten

Nieuws Het zal de laatste tijd niemand zijn ontgaan: veel zorginstellingen moeten sluiten. Het is een trend die al enige tijd geleden is ingezet en die met de grote kostenbeheersingsoperaties verhevigd wordt voortgezet. Dit leidt in heel Nederland tot sluiting van zorginstellingen en tot het vraagstuk wat te doen met leegkomend zorgvastgoed. In de krimpgebieden is dit vraagstuk nog pregnanter en ingewikkelder dan in de rest van Nederland. Het Krimpcafé van 13 november in Groningen had leegstaand zorgvastgoed als thema. Hoe gemoedelijk het begrip Krimpcafé ook mag klinken, de kroeggangers werden voor een paar fikse hersenkrakers geplaatst.

Dilemma’s en regievraagstukken over leegstaand zorgvastgoed in de krimpregio

Een drietal trends draagt bij tot de problematiek. In de eerste plaats: de bezuinigingen in de zorg en het sluiten van zorginstellingen. Vanuit de gedachte van de participatiesamenleving is extramuralisering van de zorg doelbewust beleid. Die betreft dan vooral wonen en – minder intensieve – verzorging. Verpleging van mensen met een hogere zorgindicatie, die 24 uur zorg per dag nodig hebben, blijft intramuraal. Wanneer een zorginstelling sluit, kan de vastgoedeigenaar (veelal een zorginstelling of woningcorporatie) zoeken naar alternatieve aanwending van het vastgoed, waarbij – afhankelijk van de gekozen strategie – een aantal problemen moet worden opgelost:

  • Financiering van de ombouw tot verplegingstehuis. Deze wordt gemaximeerd door de Zorgkantoren en alleen bij goedkeuring vanuit de AWBZ gefinancierd;
  • Financiering van de ombouw tot extramuraal verzorgd wonen. Probleem is dat dit vaak leidt tot te hoge huren bij een te kleine vraag.
  • Financiering van een alternatieve functionele invulling, zoals studentenhuisvesting.

Slaagt de vastgoedeigenaar niet in de herfinancieringsopgave, dan volgt leegstand. Vaak worden de huizen met de kortste financieringscontracten als eerste afgestoten, vaak zonder al te veel oog voor spreiding en kwaliteit van zorgvoorzieningen in de regio. Het aantal verzorgingshuizen daalt van 2000 naar 1200 in het jaar 2020, zo becijferde Berenschot vorig jaar. Branche-organisatie Actiz denkt overigens dat het met die daling wel wat meevalt, en dat heeft te maken met de tweede trend.

Die betreft een toenemende vraag naar zorg. Deze stijging begint nu al en zet de komende decennia gestaag door. Enerzijds heeft het te maken met het (tijdelijke) effect van de vergrijzende babyboomgeneratie, anderzijds met de structureel toenemende levensverwachting. Over zo’n 20 jaar wordt voorzien dat de vraag naar intramurale zorg het aanbod zal overstijgen. Dit zou ervoor pleiten om leegkomende zorginstellingen niet te sluiten, maar bijvoorbeeld tijdelijk te herbestemmen om ze op termijn weer te kunnen inzetten voor intramurale zorg. Een vergelijking met de Amerikaanse luchtvaart doet zich voor: om in een toekomstige toenemende behoefte aan vliegtuigstoelen te kunnen voorzien, zijn in de VS vliegtuigen gedurende meerdere jaren geconserveerd in de woestijn, vrij van roest en slijtage. Iedereen met een beetje verstand van zorgvastgoed ziet hier een (kwalitatief) knelpunt opdoemen. Zijn de zorghuizen van vandaag geschikt voor de toekomstige generatie ouderen? Toch is het zinvol de gedachte vast te houden, dat waardevernietiging door sloop van zorgvastgoed contra-effectief kan zijn op de langere termijn.

De bovengenoemde twee trends betreffen in principe heel Nederland. Maar: er is al langere tijd een derde trend gaande, namelijk die van krimp in de perifere gebieden. Krimp gaat gepaard met leegloop, vergrijzing en uitholling van het voorzieningenapparaat. De vergrijzing gaat in de krimpgebieden nog harder en de druk op de participatiesamenleving is nog groter dan in de rest van Nederland, door een extra scheve verhouding tussen zorgbehoevenden en mantelzorgers (zie figuur 1).

Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 1

Figuur 1: voorbeeld van vergrijzing in krimpregio

‘Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 1’


De participatiesamenleving kan hier alleen maar worden vormgegeven door een combinatie van professionele zorg en mantelzorg, waarbij het verzorgingshuis zowel fysiek als organisatorisch de “draaischijf” is van de totale zorgverlening. Op dit moment is al te zien dat de latente bereidheid onder dorpsbewoners om mantelzorg aan hun naasten te leveren pas echt manifest wordt wanneer er sprake is van professionele ondersteuning. Nu in krimpgebieden geen herbestemming van leegstaande huizen dreigt te worden gevonden en de mantelzorg wegvalt, moet met grote zorg worden gekeken naar de functie van deze verzorgingshuizen.

Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 2

‘Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 2’


De schaarste in zorgvoorzieningen wordt nu al voorzien voor de ouderen van over zo’n 20 tot 25 jaar. Het conserveren van leegstaand zorgvastgoed zou een deel van de oplossing kunnen zijn, maar is een moeilijke opgave. Voor herbestemming bijvoorbeeld ten behoeve van studentenhuisvesting of tijdelijke voorzieningen ontbreekt in de krimpgebieden de marktvraag, die zich in niet-krimpend Nederland vaak wel voordoet. Wanneer de zorginstelling of corporatie geen andere optie ziet dan leegstand of sloop, ligt – in krimpgebieden nog meer dan andere gebieden in Nederland – verloedering of verpaupering op de loer. Als gevolg van de ongewenste maatschappelijke effecten worden gemeenten mede-probleemeigenaar.

Deze omstandigheden brengen een aantal dilemma’s met zich mee:

  • Leent het zorgvastgoed van vandaag zich voor de (intramurale) ouderenhuisvesting van morgen, of is de kwalitatieve mismatch te groot?
  • Als dit zo is, hoe kan het zorgvastgoed van vandaag dan worden behouden voor de toekomst? Wie overbrugt de kloof, wie is verantwoordelijk?
  • Wie moet op de financiële blaren zitten? Is de toevallige vastgoedeigenaar de klos, of is er sprake van een gedeeld maatschappelijk probleem?
  • Op welke wijze kan worden voorzien in zorg, hetzij in bestaande gebouwen, hetzij in nieuwbouw?
  • Is het reëel te veronderstellen dat iedere inwoner van een dorp aanspraak kan maken op een zorgvoorziening ter plaatse, of moet dit regionaal worden opgelost?

De sleutel ligt in samenwerking tussen partijen, waarbij het oog op de verdere toekomst gericht moet zijn. Een enkelvoudige optiek is op langere termijn de dood in de pot voor een krimpregio.

Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 3

‘Zorgvastgoed in krimpgebieden – vliegtuigen in de woestijn? - Afbeelding 3’


Tijdens het Krimpcafé van 13 november gingen vertegenwoordigers van provincies, gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen in Noord-Nederland over deze dilemma’s in debat. Interessant was te bemerken, dat het onderkennen en agenderen van de problemen bij de diverse partijen al lang is geland. Men is duidelijk een stap verder: waar het nu om gaat is het organiseren en uitvoeren van beleid. Voor een deel is het oude denken nog waarneembaar, waarbij men uitgaat van de eigen instituties en vanuit een top-down-regierol. Maar ook blijkt het besef dat een ander soort regie gewenst is: die van samenwerking en regionale afstemming, waarbij bottom-up-initiatieven en top-down-maatregelen elkaar aanvullen.

Het Krimpcafé is een initiatief van het Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland (KKNN), een samenwerking tussen de drie noordelijke provincies, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens het Krimpcafé van 13 november jl. was Coen Weusthuis van Weusthuis & Partners inleider op het onderwerp leegstand van zorgvastgoed. Onder de gespreksleiding van Marianne Besselink, gedeputeerde van de provincie Groningen, gingen vertegenwoordigers van de gemeente Coevorden, Woonzorg Nederland, Zonnehuisgroep Noord en WoonFriesland met elkaar en met de zaal over het onderwerp in debat.


Cover: ‘2014.11.26_Zorgvastgoed in krimpgebieden_660’


Portret - Coen Weusthuis

Door Coen Weusthuis

Oprichter/partner Weusthuis & partners

Portret - Marijke de Vries

Door Marijke de Vries

Grondwerk Projectmanagers BV | MCD Alumnus


Meest recent

sportcampus Zuiderpark, Den Haag door Menno van der Haven (bron: shutterstock)

Wat is goed in de ruimtelijke ordening?

De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Alle reden voor een nadere reflectie, door hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.

Uitgelicht
Analyse

24 april 2024

Centrum Haarlem door Maykova Galina (bron: shutterstock)

Lokaal kijken naar de lange termijn, de visie en ervaringen van Willem Hein Schenk

In het boekje Sturen op Stadsarrangementen deelt architect Willem Hein Schenk de inzichten die hij verkreeg met zijn podcastserie de Haarlem Sessies. In een interview vertelt hij wat zijn belangrijkste lessen zijn: “Kijk naar de lange termijn”.

Interview

24 april 2024

Hoge Vucht, Breda door XL Creations (bron: shutterstock)

Een beter perspectief voor kansarme buurten, zo doet Breda dat

Het bieden van meer perspectief aan bewoners van kansarme wijken is geen sinecure. Lokaal kan daar het nodige voor gedaan worden, maar ook hogere overheden moeten meedoen. In Breda worden ze actief bij de problematiek betrokken.

Casus

23 april 2024