platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Aanleg infrastructuur levert Nederland economische groei op

Aanleg infrastructuur levert Nederland economische groei op

21 jan 2015 - De Nederlandse economie profiteert bovengemiddeld van infrastructurele investeringen. Elke euro die de overheid in een nieuwe weg, spoorlijn of waterweg steekt, levert na drie jaar 1,80 euro aan economische groei op. In de rest van de eurozone is dat 1,40 euro, in Duitsland 1,20 euro en België 1,10 euro.

Als Nederland 1 procent van het bruto binnenlands product in infrastructuur investeert, levert dat naast een economische groei van 1,8 procent ook 34 duizend nieuwe banen op. Zou de hele Europese Unie dat doen, dan levert dat ruim een miljoen nieuwe banen op.

De cijfers komen van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s en vallen samen met het zogenoemde plan-Juncker. De voorzitter van de Europese Commissie lanceerde aan het begin van zijn termijn het plan om 315 miljard euro in de EU te investeren in nieuwe wegen, energie- en ict-netwerken, onderwijs en onderzoek.

Alle lidstaten hebben eind vorig jaar samen tweeduizend investeringsvoorstellen ingediend ter waarde van 1.300 miljard euro. Wat Juncker hoopt is dat de inzet van 21 miljard aan ‘eigen’ EU-geld private investeerders ertoe verleidt het vijftienvoudige in te zetten.

Rotterdamse haven

Volgens de economen van Standard & Poor’s is deze ‘uitdaging niet onoverkomelijk’. Vooral als wordt gekozen voor infrastructurele projecten en de EU daarbij een voorbeeld neemt aan het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Voor beide landen geldt volgens de onderzoekers dat zulke investeringen tot een hogere vraag leiden van de Europese handelspartners. Wat Nederland daarbij helpt, is een goede uitgangspositie: dit land heeft na Hongkong, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten mondiaal de beste infrastructuur, vooral dankzij de Rotterdamse haven en Schiphol.

Bij de tweeduizend bij Juncker ingediende plannen zitten ook ruim veertig Nederlandse voorstellen. De meeste gaan uit van een investering van zowel de overheid als bedrijven. Het grootste investeringsbedrag, 12 miljard euro, staat bij het plan om in 2019 windenergie op zee op te wekken. Nederland wil daarin een grote slag slaan.

Ook hoopt de overheid met private partijen miljarden in wegen, spoor en transport over water te investeren. Daarbij gaat het om het vernieuwen van sluizen, een nieuw veiligheidssysteem voor het spoor en om met ict slimmer gebruik te maken van de weg.

Uit de modellen van Standard & Poor’s blijkt dat dergelijke investeringen voor Nederland zeer rendabel zijn. Tegelijk is er binnen de EU veel kritiek op de plannenmakerij van Juncker. Niet alleen is er twijfel over de ‘hefboom’ die Juncker in het vooruitzicht stelt - van 21 miljard maakt hij 315 miljard - ook hangt de vraag in de lucht hoe nieuw al die plannen zijn. Het Nederlandse kabinet bijvoorbeeld had zijn wind-op-zeeplannen lang voor Junckers kandidatuur.

Daar komt bij dat van de 21 miljard euro hooguit 5 miljard ‘nieuw geld’ is. De rest was in de begroting al voor investeringen geoormerkt, maar bleef op de plank liggen.

Daar staat tegenover dat de instantie die binnen de EU ter grootte van 500 miljard euro ervaring heeft met publiek-private investeringen, de Europese Investeringsbank, de hefboom van 1:15 conservatief noemt. De kans dat miljarden verdwijnen acht de EIB ‘vrijwel onbestaand’.

Niet ieder voor zich

Volgens Standard & Poor’s heeft het ontbreken van investeringen tot het trage herstel van de economie van de EU geleid. Toekomstige groei blijft magertjes als er die investeringen niet aantrekken.

Bij voorkeur worden dat infrastructurele investeringen, maar in het verleden is niet elke euro daarvan goed besteed. Publiek-private investeringen in energienetwerken en wegen zijn succesvol gebleken. Maar ‘problematisch’ wordt het als het om hogesnelheidslijnen en windmolens op zee gaat.

En wat Europese landen ook niet moeten doen is ieder voor zichzelf investeren. Juist in Europa is dan het effect op economische groei beperkt, in tegenstelling tot in andere werelddelen. Dat komt omdat de EU-landen sterk met elkaar verbonden zijn: bijna twee derde van de handel van de lidstaten blijft binnen de EU.

Blijf op de hoogte