platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Redactioneel

Afkicken van groei en systeemdenken

Afkicken van groei en systeemdenken

4 okt 2014 - De Praktijkredactie van Gebiedsontwikkeling.nu liet zich inspireren door econoom Frank Kalshoven en de scenario’s voor economische groei in zijn boek Groeiland. Helma Born (algemeen directeur Procap), Hans Hugo Smit (senior projectleider Platform 31) en Jeroen Hutten (oprichter Nidoo) starten een polemiek. Helma Born pleit voor een onderbouwde langetermijnvisie op gebiedsontwikking. Dat betekent afkicken van onze verslaving aan Groeiland, repliceert Hans Hugo Smit: de kunst is om gebiedsontwikkeling vorm te geven zonder uit te gaan van groei. Jeroen Hutten pakt de handschoen op en formuleert drie nieuwe scenario’s voor de praktijk van gebiedsontwikkeling. Deel twee van de polemiek, die nadrukkelijk open staat voor reacties.

Beste Helma,

Allereerst: mag ik Groeiland van je lenen? Net als jij verlang ik naar een wat meer onderbouwde langere termijn visie op gebiedsontwikkeling en dit boek klinkt als mooie inspiratie daarvoor.

Maar dan even over je stuk Jaloers op groeiland. Jaloers op de visie en het debat, OK, maar jaloers op ‘groeiland’? Is dat niet vreemd als je openingsstelling is dat het bij gebiedsontwikkeling ‘nooit meer zo wordt als het was’? Groei was één van de belangrijkste onderleggers van ‘hoe het was’. De kunst is nu juist om gebiedsontwikkeling vorm en inhoud te geven zonder uit te gaan van groei.

Gebiedsontwikkelaars lijken verslaafd aan groei en zouden collectief moeten afkicken. Van groei in de zin van bevolkingsgroei. De tijd van enorme toename van huishoudens – die aan de basis lag van de goed geöliede publiek-private woningbouwmachine die grote delen van ons land volbouwde - ligt achter ons. Maar ook van groei in de zin van economische waardegroei van vastgoed. Aan het omzetten van landbouwgrond in woningbouwgrond verdienden ontwikkelaar, gemeentelijk grondbedrijf, bank én woningkoper een aardige boterham.

Deze beide vormen van groei waren de basis voor een steeds uitgekiender systeem van gebiedsontwikkeling dat over Nederland werd uitgerold. Kongsi’s van grote marktpartijen en gemeenten deden op grote schaal aan gebiedsontwikkeling. Blauwdrukken lagen niet alleen ten grondslag aan de stedenbouwkundige, maar net zo goed aan de financiële, juridische en planologische arrangementen van deze constructies. Landelijke nota’s en Bouwbesluiten, Europese banken en aanbestedingsregels, publiek-private samenwerkingenvormen. En als je door de bomen het bos niet meer zag, bood de Reiswijzer Gebiedsontwikkeling uitkomst. Gebiedsontwikkeling was overal in Nederland daardoor min of meer hetzelfde. Natuurlijk wel met regionale accentverschillen, maar toch allemaal deel van hetzelfde generieke systeem dat dreef op groei.

Voorbij de groei

Ik weet wel dat ‘de groei’ heus nog niet voorbij is, zeker in de woningmarkt. Het groeiend aantal huishoudens maakt dat die markt wel weer zal aantrekken. Maar waar sommigen in ons vak hopen op een terugkeer naar vroeger – zie het fraaie voorbeeld dat Hella Hendriks in haar blog noemt over een ontwikkelaar die blij verzucht dat hij eindelijk weer eens een project heeft waarin hij de koper niét hoeft te betrekken - denk ik dat het structureel anders zal zijn dan voorheen. Daarom lijkt het me goed niet uit te gaan van groei. Prof. Yvonne Rydin biedt in haar boek ‘The Future of Planning; beyond growth dependent planning’ een wenkend perspectief. Haar betoog is wat mij betreft te veel toegespitst op de Engelse context. Maar haar centrale punt is dat onze praktijk van ruimtelijke ontwikkeling gebaseerd is op groei en dat dat een heel magere basis is. Dat onderschrijf ik van harte. Lees haar suggesties voor een alternatief systeem – een community based planning - en je ziet hoe het ook zou kunnen. Ontwikkeling die veel meer vormgegeven wordt vanuit een lokale behoefte. Voor en door lokaal betrokken partijen. Dat hoeven echt niet alleen clubjes goed bedoelende particulieren te zijn. Er is zeker een rol voor grote, institutionele partijen zoals overheid en ontwikkelaar. Maar gebiedsontwikkeling wordt veel minder een doel op zich en veel meer een middel tot een doel: zorgen voor zodanige gebouwen en gebieden dat mensen er aangenaam kunnen leven (wonen, werken, winkelen etc). Minder generiek, minder top-down én minder met behulp van lawinekapitaal (iets wat ook Thomas Piketty denk ik zal waarderen, maar ook dát boek moet ik nog lezen.)

Voorbij het systeem

Vaker dan voorheen zijn die gebouwen en gebieden er al. Gebiedsontwikkeling zal dus meer draaien om beheer en om geleidelijk veranderen van wat er al staat dan om nieuwbouw per se. Maar soms blijft nieuwbouw nodig en ook dat is werk voor de gebiedsontwikkelaar. In beide gevallen blijft het lokaal maatwerk. Niet één methode, volgens één aanpak, één reiswijzer, één discours of één systeem. Laat staan met één drijfveer: groei.

Blijf op de hoogte