Artikel
Rotterdam

All you need is data

Door Edwin Lucas

10 mei 2017 - Als alle gebouwen, apparaten, voertuigen, diensten en mensen onderling verbonden zijn, ontstaat er een smart omgeving. Een dorp of stad waarvan we veel beter weten wat er gebeurt, en waarin we gedrag beter kunnen voorspellen. Een gebied dat we misschien wel op een slimmere manier kunnen doorontwikkelen. Drie deskundigen over de relatie tussen big data en gebiedsontwikkeling.


‘De data zijn niet de baas. Dat zijn wij zelf’

Mary-Ann Schreurs

Mary-Ann Schreurs is namens D66 wethouder van innovatie, cultuur, design en duurzaamheid in de gemeente Eindhoven. Tot aan haar benoeming als wethouder was ze co-initiator van (Europese) innovatieprojecten verbonden aan design. Ze ziet design als een belangrijke motor voor de economie en als middel voor maatschappelijke opgaven van de stad.

Eindhoven ontwikkelt zich tot een stad die optimaal gebruikmaakt van de sterke kanten van technologie en data. Sinds 2016 werkt de gemeente daarvoor samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek in het CBS Urban Data Center in Eindhoven. Wethouder Mary-Ann Schreurs laat zien hoe de stad slim gebruikmaakt van data.

‘Iedereen heeft het over big data, maar het gaat eigenlijk helemaal niet om data. Het gaat om de samenleving. Welke kwaliteit van leven willen we? En hoe kunnen we die verbeteren? Dát is de vraag. En daarbij zijn data een middel. Geen doel.’

Proeftuin

‘Een typisch Eindhovens voorbeeld is licht. Wij gebruiken onze stad nu als proeftuin voor de ontwikkeling van slimme lichttoepassingen in de openbare ruimte. Onze ambitie is om de stadsverlichting zo in te zetten dat de kwaliteit van leven beter wordt. De vraag van mensen is daarbij leidend. Waar moet het altijd licht zijn? Waar kun je met wat minder toe? We hebben dit project via een aanbesteding in de markt gezet. Daarbij hebben we geëist dat we de algoritmes kunnen zien waarmee de aanbesteders werken. Zo verzekeren we ons ervan dat er geen dingen gebeuren die we niet willen. Want niet de data zijn de baas, of de databedrijven, maar wij, het stadsbestuur, zijn namens de burgers verantwoordelijk voor het maatschappelijk belang. Het risico bestaat dat mensen straks worden voortgestuwd door data. Dat is ongewenst. Denk aan de film The Matrix (Amerikaanse science-fictionfilm waarin machines de baas zijn over mensen, red.), zoiets wil je niet.’  

Co-creatie

‘Heijmans, Philips en de TU Eindhoven hebben de aanbesteding gewonnen. Het is een open consortium waarbij nieuwe initiatieven zich kunnen aansluiten. Dat laatste vinden wij heel belangrijk. De beste oplossingen komen tegenwoordig in co-creatie tot stand, zeker als het gaat om data. Dat is veel moeilijker als de businessmodellen gebaseerd zijn op databezit. Bedrijven werken onderling samen, maar vooral ook samen met de mensen die de data leveren. In de gebiedsontwikkeling is dat ook zo. BPD is goed in het maken van woningen en woonomgevingen, maar kan daarin nóg beter worden als alle kennis en inbreng van consumenten wordt gebruikt. Precies zo is Philips sterk in lichtoplossingen. Het heeft ongelooflijk veel kennis in huis, maar pas dankzij de data die mensen afstaan, kan het die kennis perfect laten aansluiten op wat mensen willen. Een samenleving heeft dus designers nodig én de kennis van gebruikers. Uit de combinatie kan iets moois ontstaan.’

Scherper inzicht

‘Met het CBS Urban Data Center  Eindhoven proberen we dit ook te doen. Gegevens die landelijk bekend zijn, vertalen we naar Eindhoven. Zo krijgen we scherper inzicht in bijvoorbeeld kantorenleegstand in de stad, in bezoekersstromen of sport. En daardoor kunnen we betere beslissingen nemen voor burgers, bedrijven en instellingen. Een goed voorbeeld is ons onderzoek naar muziekbeleving in de stad. Welke mensen komen hierop af? Wie doet waar een subsidieaanvraag? Komt iedereen aan bod? Als je dat weet, kun je beoordelen waar je je middelen moet inzetten, uitgaande van ons doel dat we een inclusieve stad willen zijn. Het mag niet zo zijn dat altijd dezelfde groepen mensen bediend worden.’


‘Je moet vooral weten wat data betekenen’

Jeroen Slot
 
Jeroen Slot – van huis uit sociaal geograaf – is Hoofd Onderzoek van de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. Hij heeft brede ervaring op het gebied van onderzoek, op uiteenlopende terreinen als politieke participatie, integratie, wonen, veiligheid, segregatie, sociale cohesie en uitsluiting.

Al voordat de term big data werd gebruikt, verzamelde Amsterdam de meest uiteenlopende data: over de woningvoorraad, de werkgelegenheid, het onderwijs. Dankzij digitale bewerking kunnen ze nu beter en slimmer worden ontsloten en benut. Dat biedt ongekende mogelijkheden. Maar: ‘Vertrek vanuit een goede vraag, niet vanuit de data’, zegt Hoofd Onderzoek Jeroen Slot.

 ‘Als je ziet hoe Amsterdam in de jaren dertig data verzamelde, bijvoorbeeld over inkomens, dan is er echt gigantisch veel veranderd. Ook al vóór de digitale  revolutie. Dataverzameling is steeds  eenvoudiger en goedkoper geworden. En tegenwoordig komen data nog gemakkelijker bij ons binnen. We maken er ook veel gemakkelijker gebruik van. Dat is hét grote verschil met vroeger. Ik denk weleens: big data zijn eigenlijk microdata; het gaat om talloze losse gegevens waaruit je meer én sneller kennis kunt halen dan vroeger. Vooral door er op een andere manier naar te kijken. Dankzij de technologie is het nu mogelijk om in een oogwenk databronnen te combineren en soms zelfs al real time te reageren  op nieuwe gegevens. Een bedrijf als  Booking.com is daar ijzersterk in. Ze passen hun dienstverlening onmiddellijk aan op basis van de verzamelde data. Als iemand een bestemming intoetst en niets vindt, sturen de systemen automatisch een accountmanager op pad om hotels te zoeken.’

Schat aan informatie

‘Zoiets kun je niet een-op-een verplaatsen naar onze sector, de overheid. Wel kunnen we door de grote hoeveelheid data een tweede venster op de werkelijkheid openen. Voorbeeld: door sneller gebruik te maken van data van scanauto’s kunnen we sneller parkeercontroles doen dan met rondlopende parkeercontroleurs. Die controledata leveren ook een schat aan informatie op over de bereikbaarheid, in het actuele gebruik van de openbare ruimte, in de rijroutes door de stad. In Amsterdam zijn we daarmee nu concreet bezig. Bij data-analyse gaat de aandacht nog vaak uit naar mobiliteit, parkeren, openbare orde. Maar voorbeelden op het gebied van bouwen en wonen zijn er ook. Denk aan Airbnb. Wie verhuurt eigenlijk zijn woning via dat platform, en waar? Waar leidt het tot overlast, waar niet? Ook om beleid te ontwikkelen rond drukke winkelstraten of inrichting van de openbare ruimte kun je big data goed inzetten.’

Goede afspraken

‘Ik wil waarschuwen voor overdreven verwachtingen. Rond big data is veel ketelmuziek. Je moet vooral weten wat data betekenen, pas dan kun je er iets mee. En hoe meer data je verzamelt, hoe beter je moet bedenken wat je er eigenlijk mee wilt. Daar komt de privacyvraag nog bij. De nieuwe technologie zou in principe goede bescherming mogelijk kunnen maken. Daar zijn dus goede afspraken over nodig. Of data gaan helpen om maatschappelijke problemen op te lossen? Ik weet het  niet. Data kunnen helpen om orde te scheppen, maar ze leveren ook complexiteit op. Anderzijds: als je niets doet met big data, weet je zeker dat de chaos groter wordt. Kortom: geloof niet in oplossingen die alles onder controle brengen. Denk liever vanuit je vraagstukken. Laat de technologie nooit leidend worden. Data beslissen niet wat je moet doen, ze ondersteunen als het goed is juist autonome professionals.’


‘Veel staat nog in de kinderschoenen’

Ellen van Bueren 

Ellen van Bueren is hoogleraar Urban Development Management aan de TU Delft. Van Bueren is gespecialiseerd op het gebied van stedelijke duurzaamheid. Ze is verbonden aan het Centre for BOLD Cities van de TU Delft, Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Een stad is in wezen een fenomenale datafabriek. Elke dag produceren inwoners, bedrijven en apparaten enorme hoeveelheden gegevens. Sinds februari 2016 zet het  Centre for BOLD Cities van de TU Delft, Universiteit  Leiden en Erasmus Universiteit Rotterdam dataonderzoek in om een bijdrage te leveren aan oplossingen voor stedelijke vraagstukken. Hoogleraar Ellen van Bueren laat zien hoe.

 ‘Veel initiatieven op het gebied van big data zijn nu nog technologiegedreven. De beschikbare data bepalen wat er gebeurt. Terwijl je, als je echt verder wilt komen, een vertaalslag moet maken. Wie genereert, analyseert en gebruikt de data? Wat zijn het voor gegevens? Waarvoor kun je ze gebruiken in de stedelijke ontwikkeling? Denk bijvoorbeeld aan wat je kunt doen met gegevens over verkeersstromen of luchtkwaliteit.’

Privacykwesties

‘Het zijn vragen die je niet snel beantwoordt. Veel staat nog in de kinder- schoenen en lang niet iedereen is zich er ook van bewust dat praktisch alles tegenwoordig data genereert. Om dat bewustzijn te vergroten, hebben wij in navolging van Brits onderzoek om te beginnen enkele datawandelingen georganiseerd. Met uiteenlopende mensen lopen we dan door een stad om te kijken welke elementen data genereren. Dat varieert van beveiligingscamera’s tot parkeermeters en toegangspanelen van appartementencomplexen: ze leveren allemaal gegevens op. Waarbij meteen allerlei privacykwesties opduiken. Er liggen allerlei vraagstukken op tafel waarop we het antwoord nog niet weten. Mag je in een uitgaansgebied met camera’s, sensoren en gezichtsherkenning alle mogelijke informatie verzamelen en analyseren?’

Juridische aspecten

‘De grote vraag is van wie de data zijn en waar en hoe ze worden opgeslagen. Gebeurt dat wel onherkenbaar? En als er nu niets mee gebeurt, wie garandeert dan dat dat later ook niet zo is? Ons kenniscentrum onderzoekt ook de juridische aspecten hiervan. In principe zouden alle data, mits geanonimiseerd, openbaar moeten zijn, zeker als veel partijen daarvan kunnen profiteren. Europese regelgeving bepaalt echter dat data alleen openbaar mogen worden als ze niet herleidbaar zijn tot een individu. Maar zodra je data combineert, zodat je er meer mee kunt doen, worden ze juist snel herleidbaar tot individuele personen. Dat is niet wenselijk. Hier stuiten we op een aspect dat we nog maar net hebben leren kennen.’

Toekomstmuziek

‘Binnen de gebiedsontwikkeling zijn de mogelijkheden legio. Zo gaan wij nu  met het Rotterdam Central Business  District en de gemeente verkennen welke inbreng big data zouden kunnen leveren bij de ontwikkeling van dit kantorengebied vlakbij het Rotterdamse Centraal Station. Je kunt dat gebied bijvoorbeeld 2D-3D invoeren in een computermodel en er vervolgens simulaties op loslaten op basis van gegevens over doelgroepen, dichtheden, vervoersbewegingen en energieverbruik. Dan kun je praktisch tot op kavelniveau effecten van ingrepen beoordelen en je ontwerp erop afstemmen. Een volgende stap is de toepassing van nieuwe vormen van big data, bijvoorbeeld gegevens uit sociale media. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar ook dat komt er snel aan.’


Dit artikel verscheen eerder in NAW Magazine #58 2017 

Auteur:

edwin lucas portait
Edwin Lucas

Zelfstandig tekstprofessional, redacteur, interviewer / Gebiedsontwikkeling, ruimte, wonen

Recente artikelen