Artikel
Nieuwbouwproject Meerstad

‘Bouwbedrijf moet ook grond kunnen onteigenen’

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur wil regels versoepelen om projectontwikkeling te versnellen

Door Arend Clahsen

3 jul 2017 - Private partijen als projectontwikkelaars of bouwbedrijven moeten de mogelijkheid krijgen om bij gebiedsontwikkeling namens de overheid grondeigenaren te onteigenen. Dat is nu een primaat dat louter bij de overheid of gelieerde partijen als Tennet en ProRail ligt. Verder kunnen onteigeningsprocedures verkort worden door een bezwaar direct via de Raad van State te laten lopen in plaats van dat de rechtbank ertussen zit.

Dit zijn twee van de acht aanbevelingen die de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) donderdag heeft gedaan in een advies om het grondbeleid te herzien. Andere aanbevelingen zijn dat gemeenten meer mogelijkheden moeten krijgen om gemaakte kosten voor gebiedsontwikkeling door te berekenen en dat partijen bij realisatieplannen op eigen grond ook een realisatieplicht krijgen. In dat laatste geval dwingt dat partijen om binnen een vaste termijn te bouwen in plaats van dat de grond ongebruikt blijft.

Geen Vinex-wijk is volledig volgens plan aangelegd

Als een gemeente in samenwerking met ontwikkelaars een gebiedsontwikkeling aangaat, regelt de gemeente doorgaans de onteigening. Soms is het echter zo dat die toezegging wel gegeven is, maar dat de gemeente om wat voor reden niet over de brug komt. Als stukken grond niet in handen van de ontwikkelaar komen, leidt dat vaak tot een suboptimale uitkomst. Er is geen Vinex-locatie volledig volgens plan aangelegd en de wijk Meerstad bij Groningen ligt verder van de stad dan gepland omdat de tussenliggende grond deels niet verkregen kon worden.

De Raad ziet om die reden, wanneer een gemeente dat wil, bij de onteigening een rol als uitvoerder voor private partijen. Het neemt onzekerheid weg. Het besluit om eventueel te onteigenen, als dat vanwege het publieke belang nodig is, ligt dan nog steeds bij de gemeente. Als de ontwikkelaar tot onteigening overgaat, dient volgens de Rli dezelfde rechtsbescherming en vergoeding als normaal te gelden.

Onteigening ligt gevoelig

Bij de presentatie van het onderzoek was het punt over onteigening direct het meest gevoelige. ‘Er wordt vooral gekeken hoe allerlei problemen met eigendomsposities opgelost kunnen, en niet naar de bescherming die het publieke recht beoogt te bieden’, aldus hoogleraar Edwin Buitelaar. Hij acht het geen goed idee dat de ene privaatrechtelijke persoon door de andere onteigend kan worden, welke waarborgen er ook zijn.

Ceo Ton Hillen van Heijmans ziet dat anders. Hij denkt dat een onteigening door een private partij kan helpen om een ontwikkeling eerder rond te krijgen. In zijn ogen is dat broodnodig vanwege de oplopende schaarste op de woningmarkt. Het beeld dat een eenvoudige particulier bescherming verdient, gaat volgens hem niet in alle gevallen op. ‘Denk aan een partij als Mega Vastgoed dat op veel plekken in Nederland alleen maar grondposities kocht, niets wilde en er niets mee deed, maar wel een blokkade voor verdere ontwikkeling opwierp.’

Aanpassing grondbeleid zou nodig zijn om vaart in bouwplannen te houden nu overheid meer aan markt overlaat

Omgevingswet

Volgens de Rli is de modernisering nodig om vaart in bouwplannen te houden, nu overheden na de crisis en door de aanstaande Omgevingswet de ontwikkeling van nieuwe bouwlocaties meer aan de markt zal overlaten. Met de Omgevingswet wordt een sterke vereenvoudiging van procedures en regels doorgevoerd, maar de invulling van de details moet nu nog plaatsvinden. Het gaat volgens de Rli om een breder belang. De vernieuwingsslag moet helpen om een miljoen woningen te bouwen en infrastructureel werk te kunnen doen voor de energietransitie en de bescherming tegen klimaatverandering.

Voorzitter Niels Koeman van de adviescommissie noemt de uitvoering van onteigening door een private partij niet uitzonderlijk vreemd. ‘In het Holland van de zestiende en zeventiende eeuw werd bij de gunningen voor het droogmalen van polders ook de mogelijkheid gegeven om waar nodig te onteigenen. En als iemand 95% van de aandelen van een beursgenoteerde vennootschap in handen heeft, mag er ook een uitkoopprocedure van de resterende aandeelhouders opgestart worden.’


Dit artikel verscheen eerder op fd.nl

Foto: Hollandse Hoogte / Kees van de Veen

Auteur:

arend clahsen
Arend Clahsen

Journalist bij Het Financieele Dagblad

Recente artikelen