platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Breng de sport terug in de stad

Breng de sport terug in de stad

Shot van een jong stel dat loopt op een heuvel weg buiten de stad. Jonge man en vrouw joggen in de ochtend met fel zonlicht.

Sportvoorzieningen worden nog steeds grotendeels aan de randen van de steden gesitueerd. Door die geïsoleerde ligging maakt de georganiseerde sportcultuur nauwelijks deel uit van de samenleving. Daartegenover staan de eenling-sporters die de openbare ruimte in de buurten en wijken nu grotendeels voor zich alleen hebben. Feike Tibben, bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Roeibond, pleit ervoor deze werelden veel meer te verweven. Zijn motto: zien sporten, doet sporten.

Nog steeds en veel te vaak worden sportcomplexen aan de randen van de stad geclusterd. Ik mocht dat onlangs weer ervaren toen ik bij een paar sportclubs op bezoek ging: een roeivereniging en een hockeyclub. De één gelegen op een bedrijventerrein, de ander pal tegen een snelweg aan. Beide ver uit het centrum, ver van woonwijken, ver van de sporters. In beide gevallen met een groot parkeerterrein als extree, vol met auto’s en af en aan rijdende vaders en moeders als resultaat. Het is een aanblik die in Nederland zeker niet uniek is.

Ver weg gestopt

Mocht u denken dat de trend van perifeer gelegen sportlocaties gekeerd is: check de drie finalisten voor de titel van 'Sportaccommodatie van het jaar 2022', een initiatief van NOC*NSF en Kenniscentrum Sport & Bewegen. De kandidaten SDDL, Tempo en EGS’20 hebben alle stuk voor stuk prachtige accommodaties. Maar ze zijn wel gelegen tussen de weilanden, op een bedrijventerrein of van een woonwijk afgesloten door een brede 80 km/uur-stadsweg. En terwijl we nog steeds sportaccommodaties ver weg stoppen, klinkt ondertussen in allerlei gremia de oproep dat bewegen een onderdeel van ons dagelijks doen en laten hoort te zijn. Vorige week nog prof. Erik Scherder nog op dit podium.

Sportcultuur

In de strijd tegen beweegarmoede doen plannenmakers hun best om de openbare ruimte zo in te richten dat deze uitnodigt tot bewegen. Her en der verschijnen kekke street workout-stations in parken en op straat zie je soms een start- en een finishlijn op het wegdek om je maar te verleiden een sprintje te trekken. Hoe inspirerend en vrolijk ik dat nieuwe straatbeeld ook vind, ik vraag me wel af of het genoeg is.

Om bewegen onderdeel te laten zijn van ons doen en laten moeten we verder gaan dan het plaatsen van wat workout-units

Om bewegen onderdeel te laten zijn van ons doen en laten, moeten we verder gaan dan het plaatsen van wat workout-units. De trimparcoursen uit de jaren zeventig zijn ook niet verdwenen omdat ze zo’n groot succes waren. Er is daarvoor ook een beweegvriendelijke sociale sportinfrastructuur nodig, een sportcultuur zo u wilt. Als jij de enige in je omgeving bent die gebruik maakt van die spullen, hoe flashy ook, houd je het niet lang vol. Een snerende opmerking van een voorbijganger of een druilerige dag te veel kunnen je goede voornemens breken.

Kaart beweegrichtlijnen en sportbondleden in 2020

‘Kaart beweegrichtlijnen en sportbondleden in 2020’ door Sport Knowhow XL (bron: www.skxl.nl)

Als ik om me heen kijk in de openbare ruimte - dus buiten de sportcomplexen - zie ik vooral eenlingen sporten. Af en toe ook wat vrienden- of burengroepjes, incidenteel wat bootcampers, dat was het. De grote sportaanbieders (verenigingen, sportscholen) zie je er niet. Meer dan eens is aangetoond dat sporters die in hun eentje sporten dat gemiddeld maar een paar weken volhouden en sporters die lid zijn van verenigingen gemiddeld 7 à 10 jaar. Sporters in los/vast-verband en sportschoolsporters bewegen zich hiertussen: in gemiddelden variërend van enkele maanden tot 2 à 3 jaar.

Wie door de oogharen kijkt naar twee kaarten over beweegnorm en verenigingslidmaatschappen ziet dat in gebieden met veel sportbondleden (=mensen die lid zijn van een sportvereniging) vaak beter voldaan wordt aan de beweegrichtlijn. Vergelijk bijvoorbeeld Overijssel, 't Gooi/noordelijke Randstad en Zuidoost-Brabant maar eens met Noordoost-Groningen, Zuid-Limburg en Zeeland/zuidelijke Randstad: lid zijn van een vereniging zou zo maar een factor van belang kunnen zijn voor het bereiken van een beweegrijke samenleving.

Twee werelden verweven

Ik krijg steeds meer eens de indruk dat we in twee werelden bewegen: aan de ene kant de klassieke sportaanbieders (verenigingen, sportscholen): druk bezig op hun eigen complex en met vooral aandacht voor de eigen leden. Aan de andere kant de sporters die in meer los/vast-verband sporten en vooral in de openbare ruimte actief zijn. Zou het niet mooi zijn als we dat meer verweven? Als de grote sportaanbieders ook de gelegenheid nemen/krijgen zich meer te begeven in de openbare ruimte, buiten de eigen sportvoorziening? Het zou wel eens heel veel voordelen kunnen hebben. Denk aan het sociale aspect van een sportende groep: nóg meer mensen dan nu die elkaar opjutten en helpen. Het park als beweegetalage. Het zal niet de eerste keer zijn dat iemand zich aansluit met: ‘ja ik zie jullie altijd sporten, dat moet ik ook maar eens gaan doen’. Zien sporten, doet sporten.

Eruit voor een run. volledige lengte van jong stel in sport kleding lopen door de stad straat samen

‘Eruit voor een run. volledige lengte van jong stel in sport kleding lopen door de stad straat samen’ door G-Stock Studio (bron: Shutterstock)

Ik zie het helemaal voor me: de sport komt weer terug in de wijk en bewegen wordt integraal onderdeel van een wijkcultuur en -structuur. Met prachtige linten van groene, sportieve ruimtes: parken met workout-units afgewisseld met voorzieningen voor de klassieke sportaanbieders. Goed voor de sport en goed voor sportaanbieders.

Jaren geleden spraken we in de Amersfoortse Sportfederatie (de koepel van alle sportverenigingen in deze stad) al over de meest vitale sportparken - dus met de meest vitale verenigingen. Dit waren de sportparken waarin meerdere sporten werden aangeboden en waar openbare en georganiseerde sportvoorzieningen vervlochten waren.

Het motto is dus: mixen! Voetballers gebruiken voor het inlopen het parcours van de atletiekvereniging en lopen daar samen op met trimmers. Hockeyers doen workouts op het bootcampveldje en ontmoeten daar de fitboys en -girls. Wie voor een blessure moet revalideren, kan terecht op de spinningschool of het naastgelegen zwembad. De wandelaars worden uitgenodigd om een blik te werpen op de competitie, trappen de bal terug als die weer eens buiten de lijnen is en worden zo ook onderdeel van de beweegomgeving.

We moeten de sport- en beweeginfrastructuur en -cultuur, de sportcomplexen, de verenigingen, de sportscholen, open en zichtbaar terug in de stad en de wijk brengen

En toch zie ik nog maar weinig beweging die kant op. De plannen over vitale sportparken gaan vooral over sportverenigingen die meer open moeten zijn voor anderen dan de leden. Sportparken zouden meer opengesteld moeten worden voor sporters van buiten. Het gaat daarmee vooral over accommodatie en organisatie en maar bar weinig over locatie, inrichting en integratie. Als we sporten en bewegen echt onderdeel willen laten zijn van ons doen en laten, moeten we ook de sport- en beweeginfrastructuur en -cultuur, de sportcomplexen, de verenigingen, de sportscholen, open en zichtbaar terug in de stad en de wijk brengen. Dat is pas duurzaam. Dat is pas toekomstbestendig. 

Dit artikel verscheen eerder op sportknowhowxl.nl

Cover: 'Shot van een jong stel dat loopt op een heuvel weg buiten de stad. Jonge man en vrouw joggen in de ochtend met fel zonlicht.' door Jacob Lund (bron: Shutterstock)

Auteur

Feike Tibben
Feike Tibben

Pagus, management en bestuur & bestuur Koninklijke Nederlandse Roeibond

Bekijk alle artikelen