Ben van der Meer door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)

Conceptueel en industrieel bouwen, zo landt dat in gebieden en gemeenten

25 februari 2026

6 minuten

Verslag Op woningniveau is er al veel aandacht voor een andere manier van woningen bouwen. Maar hoe zit dat op de schaal van de stedenbouw en de stadsontwikkeling? Tijdens een bijeenkomst in Groningen werd de aandacht gericht op hoe conceptuele en industriële woningbouw in bestaande en nieuwe gebieden een plek kan krijgen, aan de hand van een drietal cases.

Op tal van fronten is de afgelopen tijd gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe bouwwijzen voor de grote woningbouwopgave die aanstaande is. Bijna twee jaar geleden verscheen een inventariserend artikel op Gebiedsontwikkeling.nu waarin diverse lijnen samenkwamen. Zowel opdrachtgevers, bouwers als ontwerpers bleken bezig met het onderwerp, dat in de praktijk nog niet zo eenvoudig blijkt vorm te geven. Zo rapporteerde Nieuwsuur afgelopen november dat de bouwbedrijven die prefabhuizen produceren, zware tijden beleven – er gaan zelfs bedrijven failliet. In dezelfde reportage liet wethouder Hans Buijtelaar (VVD, Wijk bij Duurstede) weten dat het binnen de VNG weinig over dit thema gaat: “We zijn erg goed, met name als overheid, om allerlei eisen te stellen aan bouwprojecten. We willen net even een toefje anders. Zorg ervoor dat dit soort bedrijven meters kunnen maken. Dan moet je ook zorgen voor een zekere vorm van standaardisatie.” Ook een VNG-woordvoerder reageerde: "De vraag is hoe wij als gemeenten hierin kunnen ondersteunen of aanjagen."

Aanjagen

Die laatste oproep heeft de gemeente Groningen – bewust of onbewust – in ieder geval ter hand genomen, zo bleek tijdens de recente Werkplaats Industriële en Conceptuele Woningbouw – georganiseerd in diezelfde stad. Platform Ontwerp NL organiseert in 2025 en 2026 vier van deze bijeenkomsten, die tot doel hebben om gemeenten te helpen bij de ambitie om met deze manier van bouwen aantrekkelijke en toekomstige leefomgevingen te creëren. Bij de start van de bijeenkomst in Groningen, die volgens dagvoorzitter Mariëlle Hoefsloot (FRK) vooral ten doel had vooral om de lokale bouwcultuur te voeden rondom conceptueel in industrieel bouwen, betrad als eerste Alfred Kazemier het podium, directeur Ruimtelijk Beleid en Ontwerp bij de gemeente Groningen. Hij gaf aan dat zijn stad zich in een stevige groeispurt bevindt en om die reden graag met andere gemeenten het thema van industriële woningbouw wil oppakken. Het past in een traditie waarbij de gemeente actief bezig wil zijn met thema’s als binnenstedelijke verdichting, klimaatadaptatie en de herinrichting van de openbare ruimte.

Alfred Kazemier door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)

‘Alfred Kazemier’ door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)


Dat de noodzaak van veel en snel bouwen in Groningen inderdaad groot is, werd bevestigd door zijn Kazemiers collega Michiel de Boer, programmaleider Wonen. Met collega’s heeft hij de afgelopen afgelopen wat? gewerkt aan een nieuw Volkshuisvestingsplan (met de titel Bouwen aan Gronings woongeluk), dat inmiddels door de gemeenteraad is aangenomen. Dat plan was nodig om meerdere redenen: het kunnen beschikken over actueel woonbeleid, het versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting.

Podcast over huizen uit de fabriek

Voorafgaand aan de bijeenkomst van de Werkplaats van Platform NL organiseerde het Groningse architectuurcentrum Platform GRAS een rondetafelgesprek met onder meer architect en stadsbouwmeester Ben van der Meer (Gemeente Groningen), ontwikkelaar Joke van Delden van woningcorporatie Nijestee, architect Emiel Noordhuis (De Deur in Huis), adjunct-directeur Jille Jan Reitsma van Nijhuis Bouw en CEO Sebastiaan Hameleers van systeembouwer Respace. De discussie is hier als podcast terug te luisteren.

Door te “bouwen, bouwen en verbouwen” (een van de thema’s in het volkshuisvestingsplan) wil Groningen huisvesting kunnen bieden aan de 280.000 inwoners die de stad in 2044 rijk is (nu 244.500). Tot en met 2035 moeten er 16.000 woningen bij komen, 14.000 nieuwe en 2.000 in de bestaande voorraad. Problematisch is dat de afzet van koopwoningen momenteel onder druk staat door te hoge prijzen en ook duren de oplevering van meerdere projecten te lang. Groningen zet instrumenten in – zoals het ‘mengpaneel’ dat met de woningcorporaties is ontwikkeld in het kader van de lokale versnellingstafel – om de vaart erin te brengen en te houden. In dat kader past ook de ambitie om het industrieel bouwen als gemeente aan te jagen. Bij alle gemeentelijke aanbestedingen vanaf 50 woningen wordt daarom het uitgangspunt: “conceptueel en/of fabrieksmatig bouwen, tenzij” aangehouden, zo gaf De Boer aan.

Handen ineen

Een blik in het verleden, geworpen door directeur Peter Michiel Schaap van architectuurcentrum GRAS, maakte duidelijk dat Groningen (en het ommeland eromheen) op het gebied van industrieel bouwen een behoorlijke traditie heeft. Hij liet aan de hand van een aantal voorbeelden zien hoe architecten en bouwbedrijven na de oorlog de handen ineensloegen en samen concepten voor industriële woningbouw ontwikkelden. Systemen als die van het lokale bouwbedrijf Rottinghuis met architect Frans Klein koppelden daarbij snelheid aan architectonische kwaliteit (lees de bijdrage die Schaap hierover op LinkedIn). Het is een aanpak die parallellen vertoont met de huidige tijd, aldus Schaap. Daarbij is het naar zijn idee wel zaak dat er een gedragen ideologisch verhaal wordt gevonden, om daarop de samenwerking tussen bouwers, ontwerpers en overheden te stoelen. Daarmee krijgt conceptueel en industrieel bouwen anno nu een steviger basis (zoals deze in de wederopbouw was gekoppeld aan de ‘wijkgedacht’) dan louter de roep om woningaantallen.

Peter Michiel Schaap door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)

‘Peter Michiel Schaap’ door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)


In het vervolg van de bijeenkomst werden drie cases onder de loep genomen: de omgeving van de Antillenstraat (Oosterhamrikzone, noordzijde binnenstad) en het Vief Kwartier in Groningen (Europapark) en de gebiedsontwikkeling Rijnpark in Arnhem. Het eerste gebied is al langere tijd in beeld voor woningbouw, de gemeente Groningen is hierover in gesprek met mede-grondeigenaar woningcorporatie Nijestee. Op deze plek wordt inmiddels ook onderzoek gedaan naar de aanleg van een nieuwe verbinding over het Van Starkenborghkanaal, zowel voor fietsers en wandelaars (brug) als auto’s (tunnel). Het gesprek in het atelier over deze casus ging met name over hoe mobiliteit, stedenbouw en woningbouw het beste samen kunnen gaan. Zijn de industriële systemen van dit moment bijvoorbeeld al zo flexibel dat ze in elke gedachte stedenbouwkundige verkaveling kunnen worden ingepast? Of ligt het meer voor de hand om op bepaalde plekken (bijvoorbeeld de hoeken van bouwblokken) een mix van traditionele en industriële technieken toe te passen? Ook de oplossing voor het parkeren vormt een belangrijk vraagstuk, dat zowel invloed heeft op de bouwwijze als op de stedenbouwkundige inrichting.

Modulair met hout

Het Vief Kwartier ligt in het Europapark (bij het voetbalstadion Euroborg, genoemd naar de vijf pijpen van de Hanzecentrale die hier ooit stond) en hier heeft de gemeente Groningen een tender voor woningbouw uitgeschreven, op basis van een stedenbouwkundige visie van bureau BURA. De tender is gewonnen door ABC Vastgoed (met Vector-i, EFFEKT en Felixx Landschapsarchitecten als ontwerpers) en bij de realisatie van de ruim 300 woningen wordt ingezet op modulaire houtbouw. Doordat hier de stedenbouwkundige randvoorwaarden eerder werden bepaald dan het bouwconcept, is er het nodige overleg noodzakelijk tussen de gemeente, de ontwikkelaar en de ontwerpers om de afstemming alsnog tot stand te brengen. Omdat de modulematen bijvoorbeeld vastliggen, is het de vraag in hoeverre het stedenbouwkundig plan voldoende flexibel is om dit op te vangen.

De aanpak in het Arnhemse Rijnpark is bijzonder omdat hier met een stedenbouwkundige ‘spelregelkaart’ wordt gewerkt. De gemeente Arnhem werkt stadsbreed – en dus ook bij deze gebiedsontwikkeling – aan een structurele toepassing van conceptuele bouw, die in 2030 al moet uitmonden in een aandeel van 50 procent van deze bouwwijze in de totale stedelijke woningbouwproductie. Het leidt hier tot de centrale vraag: welke bouwsystemen zijn op welke plek in te passen, met welke spelregels?

De rode draad bij de drie projecten bleek – terugkijkend – de wisselwerking tussen de stedenbouwkundige inrichting en de ‘inpasbaarheid’ van de industriële bouwsystemen. Om onder meer te voorkomen de stedenbouwkundige kaders te knellend zijn, is het zaak dat ontwerpers, opdrachtgevers, overheden en bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling bij elkaar gaan zitten – in atelierverband. Over en weer moeten partijen elkaars taal leren spreken, weten hoe de ander(en) in de wedstrijd zit(ten) en kennis hebben van elkaars drijfveren en concepten. In de twee laatste bijeenkomsten van de Werkplaats Industriële en Conceptuele Woningbouw zal hier verder over worden doorgesproken.

Studie Platform31 naar beleving van bewoners

Goede zaak dat de professionals zich buigen over de kansen voor industriële woningbouw, maar wat vinden bewoners er eigenlijk van? Platform31 nam projecten van 10 industriële bouwers onder de loep. De conclusie uit het rapport: “Bewoners van woningen uit een fabriek noemen als pluspunten het woonoppervlak, de lage energielasten en de aantrekkelijke uitstraling. Zij hebben er meestal geen weet van dat hun woning niet op traditionele wijze gebouwd is. Enkele bewoners noemen als aandachtspunt dat de kwaliteit van het binnenklimaat beter kan. Daarnaast hebben ze soms behoefte aan meer bevestigingsmogelijkheden aan de binnenwanden om de woning eigen te maken. (..) Het meest genoemde minpunt is geluidsoverlast. Dat wordt soms ervaren van buren of vanuit de omgeving. Bewoners van woningen uit een fabriek zijn vaak jongere kleinere huishoudens: de gemiddelde leeftijd is 29 jaar en 80 procent woont alleen. De meeste bewoners zien hun woning als springplank naar een andere grotere woning op termijn. ‘Voorlopig zit ik hier meer dan goed’.”


Diverse publicaties

Wie meer wil lezen over industrieel bouwen kan onder meer terecht bij de twee ‘Buurtwaarts’-kranten die het initiatief NH Bouwstroom heeft uitgegeven (samengesteld door architect Thijs Asselbergs) en die hier te vinden zijn (krant 1en krant 2). Interessant (en fraai) zijn ook de boekjes in de serie ‘Ruimtelijke kwaliteit bij industriële woningbouw,' te vinden via de website van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit.


Cover: ‘Ben van der Meer’ door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Ben van der Meer door Douwe de Boer (bron: Platform Gras)

Conceptueel en industrieel bouwen, zo landt dat in gebieden en gemeenten

Op woningniveau is er veel aandacht voor een andere manier van woningen bouwen. Maar hoe zit dat op de schaal van de stedenbouw en de stadsontwikkeling? Tijdens een bijeenkomst in Groningen werd hier de aandacht op gericht.

Verslag

25 februari 2026

Appartementen in Stockholm, Zweden door Zakk Bezz (bron: Shutterstock)

Lessen uit Zweden: hoe sterker de democratie, hoe minder co-creatie?

Hanneke Stenfert reisde eerder al naar Chili en Japan om internationale voorbeelden van co-creatie te bestuderen en zo het co-creatieve vakgebied te versterken. Afgelopen jaar reisde de architect naar Zweden. Dit zijn haar ervaringen.

Uitgelicht
Onderzoek

24 februari 2026

Rinske Brand Column Cover door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Flore Zoe)

De vergeten mens in ‘de mens centraal’

Iedereen pleit voor ‘de mens centraal’ maar hoe geloofwaardig zijn wij als vakgebied als we onszelf permanent onder druk zetten om te blijven presteren? Columnist Rinske Brand pleit voor het indrukken van de pauzeknop.

Opinie

23 februari 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op