platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

Corporatie moet als opdrachtgever ‘wonder van goede stad’ mogelijk maken

Corporatie moet als opdrachtgever ‘wonder van goede stad’ mogelijk maken

Hoofdkantoor Ymere

18 jul 2017 - Het ‘ongrijpbare en kwetsbare wonder’ mogelijk maken van een stadsomgeving die bewoners een fijne plek biedt om te leven. Op zo’n manier dat die bewoners ook zien dat er sprake is van een deskundige en respectvolle aanpak. Een woningcorporatie die hieraan voldoet, is volgens filosoof Dirk van Weelden als opdrachtgever goed bezig. De deelnemers aan de slotbijeenkomst van de College Tour 2017 ‘Goed opdrachtgeverschap’ van Ymere stemden hier volledig mee in.

Meer de scherpte opzoeken

De slotbijeenkomst op 26 juni in Amsterdam vormde het sluitstuk van de drie bijeenkomsten die woningcorporatie Ymere dit voorjaar organiseerde rond het thema ‘goed opdrachtgeverschap’. “We weten nu verdraaid goed hoe het moet. Maar hoe zorgen we dat we ongemerkt toch iets anders gaan doen dan we met z’n allen bedoelen?” Zo verwoordde filosoof en schrijver Van Weelden in zijn ‘column’ op de slotbijeenkomst de opgave waar sociale woningbouwers nu voorstaan. Ymere-directievoorzitter Karin Laglas tekende daar vervolgens bij aan dat corporaties in hun streven naar excellentheid meer de ‘scherpte’ moeten opzoeken: “Corporaties zijn vaak hele aardige organisaties. Maar je moet oppassen dat je met die aardigheid de scherpte niet weggooit. Juist omdat waar wij mee bezig zijn geen exacte wetenschap is, is met elkaar het gesprek aangaan heel wezenlijk voor ons als sector. Als slijpstenen voor elkaars geest.”

Goedkoopte mag er niet vanaf spatten

Met haar pleidooi voor het als corporatie organiseren van je eigen tegenkracht, citeerde Laglas directeur Josja van der Veer van de Facilitaire Campus Organisatie van de VU. Die deed deze oproep als gastspreker op de tweede bijeenkomst, op 24 mei. Laglas memoreerde ook de sprekers van de andere twee bijeenkomsten, rijksbouwmeester Floris Alkemade (15 mei) en projectontwikkelaar Edwin Oostmeijer (18 april): “Floris benadrukte het belang van het je als corporatie echt verdiepen in wat de huurder wil. En Edwin had als stelregel dat je als corporatie bij wijze van spreken zelf zou moeten willen wonen in wat je maakt. De goedkoopte mag er niet vanaf spatten.”

Samen aan de bak

Andere sprekers op de slotbijeenkomst waren Esther Agricola, directeur Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam, en Viviane Regout, directeur portefeuillevernieuwing bij Ymere. Agricola pleitte aan het adres van de corporatiesector voor gezamenlijk opdrachtgeverschap: “Er komt een nieuwe Omgevingswet aan met een omgevingsvisie op de toekomst van stedelijke gebieden als Amsterdam-Oost en -Zuidoost. De fundamentele keuzes die zich daarvoor aandienen, kunnen we laten kapen door de politiek, maar we kunnen er als opdrachtgevers ook samen mee aan de bak gaan.”

Nieuw soort stedenbouwkundige

Agricola riep ook op tot tempo maken: “We gaan geen pakken papier schrijven, maar wat mij betreft oefenen in hoe we die samenwerking vorm kunnen geven en hoever we daarin willen gaan.” Ook stipte ze de verhouding publiek-privaat aan: “Laten we het over aan de markt, of pakken we zelf helemaal de lead, of zit daar nog iets tussenin?” Goed kunnen samenwerken vraagt volgens de Amsterdamse beleidsmaker ook om een nieuw soort stedenbouwkundige. “Nog belangrijker dan een prachtig plan kunnen tekenen, wordt goed kunnen communiceren, coachen en het gesprek durven aangaan. Voor zulke professionals heb ik opleidingsinstituten nodig, maar ook jullie als corporaties. Hoe werken jullie het liefst samen?”

Dingen horen die je niet wil horen

Regout benadrukte in haar presentatie het belang van het organiseren van feedback: “Het gevaar van lang bezig zijn met je eigen project is dat je in een tunnelvisie belandt, en dat ‘afleiders’ ongewenst zijn. Waardoor je misschien cruciale informatie mist en later in het traject vastloopt.” Ze gaf aan dat bij Ymere feedback is ingebouwd in het besluitvormingsproces, via een investeringscommissie en de directieraad. “Maar ik zou willen dat we dit nog vaker en ook eerder in het proces organiseren. Daar zijn we nu mee bezig, met challenges en werkateliers, waarbij je andere teams en experts uit de eigen organisaties of van buiten input laat leveren. Het liefst ook met huurders aan tafel. Dat je open en kwetsbaar opstellen is spannend, omdat je misschien ook dingen hoort die je niet wil horen. Maar het zorgt er wel voor dat je project beter en robuuster wordt.”

Auteur

Paul Hazebroek
Paul Hazebroek

Hoofdredactie Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte