Artikel
c

De meerwaarde van ontwerpend onderzoek

Analyse ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’ #1

Door Hedwig van der Linden en Tom Daamen

4 mei 2018 - Tien ontwerpteams, vijf steden, een onzekere toekomst: dat zijn de ingrediënten voor de ontwerpstudie 'De stad van de toekomst'. Onderzoekers van de TU Delft analyseren welke meerwaarde zulke ontwerpstudies hebben voor gebiedsontwikkelaars. “Het oude is er niet voor niets.”

Over de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’

Op 10 januari werd met een bijeenkomst op het Ministerie van I&W het startschot gegeven voor een ontwerpstudie naar ‘De stad van de toekomst’. Tien ontwerpteams onderzoeken in de vijf grootste Nederlandse gemeenten hoe de toekomst van vijf prominente gebieden eruit kan zien. Hierbij moeten zij rekening houden met trends en ‘transities’ die in de wereld van gebiedsontwikkeling veelbesproken, maar ook nog abstract zijn.

Op de TU Delft lopen drie reflectieve onderzoekstrajecten parallel aan deze ontwerpstudie. 1: een onderzoek naar het ontwerpen zelf en de mapping die daarin plaatsvindt. 2: naar de koppeling van stedelijke systemen (bijv. vervoer, water, energie, afval) die in de studiegebieden moet plaatsvinden. 3: naar de meerwaarde van de ontwerpstudie voor de gebiedsontwikkelingspraktijk. Want worden de ontwerpstudie en haar uitkomsten gedoogd of juist omarmd door lokale partijen? Welke studies blijken invloedrijk? En welke roepen juist weerstand op? Wat is de meerwaarde voor de gemeente om een ontwerpstudie te organiseren?

De komende maanden geven we met een reeks artikelen op Gebiedsontwikkeling.nu kortom antwoord op het ‘waarom’ van de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’.  

Begin dit jaar startte de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’, een gezamenlijk initiatief van BNA Onderzoek, TU Delft, Vereniging Deltametropool, de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven en Utrecht, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Tien multidisciplinaire ontwerpteams, verspreid over vijf locaties van grofweg één vierkante kilometer in ieder van de genoemde steden, onderzoeken nieuwe manieren van stad maken. Hierbij is de centrale vraag: hoe kunnen we het te transformeren gebied op integrale wijze ontwerpen en ontwikkelen tot een aantrekkelijk en toekomstbestendig stedelijk milieu? De gebieden zijn: Haven-Stad (Amsterdam), Alexanderknoop (Rotterdam), Central Innovation District (Den Haag), Fellenoord (Eindhoven) en stadsrand Oost (Utrecht). De uitkomsten van de studie verschijnen begin 2019 in een publicatie.

De TU Delft praat de ontwerpteams via masterclasses bij over inzichten én onzekerheden rond prominente thema’s als energietransitie, klimaatadaptatie, mobiliteit, circulariteit en agglomeratiekracht. Eind 2018 worden de resultaten van de ontwerpstudie aan ministeries en gemeenten aangeboden.

Wat is het nut?
De ontwerpstudie is momenteel in volle gang. Ontwerpteams, initiatiefnemers en gemeenten maken de stad van de toekomst voorstelbaar. Via ontwerpend onderzoek willen zij richting geven aan de toekomstige stedelijke gebiedsontwikkelingen. Daarbij streven de teams enerzijds naar impact op beleid en samenwerking, en anderzijds (volgens BNA Onderzoek) werken de ontwerpers en stakeholders op gelijke voet samen in een ‘beleidsluwe’ context. “De studie is geslaagd als we scenario’s, (eind)beelden en roadmaps hebben ontwikkeld die laten zien hoe we er ook daadwerkelijk kunnen komen”, meldt BNA in een presentatie. De stip op de horizon ligt in 2040, maar in de studie wordt ook gewerkt aan stappen en beelden voor de tussenliggende periode. Welke invloed heeft de voorstelbare stad van de toekomst op de actuele planvorming voor deze gebieden?

Bij veel tenders en ontwerpprijsvragen is de intentie duidelijk: de winnaar mag het plan (samen met partijen) realiseren. Maar in een ontwerpstudie is van een dergelijke intentie (nog) geen sprake. Wat is dan het nut van een traject als ‘De stad van de toekomst’? Omdat het antwoord op deze vraag veelal vaag blijft (zelfs als je het de ontwerpers zelf vraagt), duiken we hier graag wat dieper in.

Vanuit het perspectief van gebiedsontwikkeling biedt de TU Delft inzicht in de meerwaarde van ontwerpend onderzoek als ‘tool’ voor opdrachtgevers die duurzame, innovatieve projecten willen initiëren. We stellen daarbij de vraag of deze tool in ieder gebied even bruikbaar is en in hoeverre ontwerpend onderzoek in de praktijk al gebruikt wordt om een gebiedsontwikkelingsopgave te verkennen. Daarnaast kijken we of ontwerpend onderzoek behulpzaam is bij het maken van gebiedsplannen, zoals bedoeld in de aanstaande Omgevingswet.

Eindbeeld als valkuil
Als we de gebieden voor ‘De stad van de toekomst’ in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven bekijken, zien we al snel grote verschillen in bestaand eigendom en gebruik. We zijn benieuwd of en hoe de ontwerpteams deze voor gebiedsontwikkeling cruciale aspecten meenemen in hun studie. Tegelijkertijd is het moeilijk voorstelbaar hoe de wereld er in 2040 uitziet, want maatschappelijke trends en transities gaan gepaard met grote onzekerheden. Ontwerpen van ontwikkelingen die 30 jaar lopen en bijdragen aan toekomstbestendige leefomgevingen, vraagt dus om adaptiviteit. Projecten moeten gaandeweg kunnen reageren op de gevolgen van transities en andere (economische en politieke) cycli, maar moeten tegelijkertijd voortgang boeken via bijeenkomsten, bouwactiviteiten en andere investeringen. Ontwerpen van ‘De stad van de toekomst’ vraagt dus ook om sluitende business cases in het heden. Dit noemen wij ‘het vinden van de doorwaadbare plaats’.

Stad van de toekomst 2
Transitiefase tussen ‘stabiele’ situaties: ontwerpen van een toekomst met sluitende business cases in het heden (bron: TU Delft, presentatie eerste Plenaire Bijeenkomst)

Denken in termen van transities helpt om te begrijpen in wat voor tijdsgewricht steden en gebiedsopgaven zich bevinden. Zoals weergegeven in de figuur, kunnen we de transitie van de historische naar de hedendaagse stad als een golfbeweging doortrekken naar de toekomst. Na de grote veranderingen in steden in de twintigste eeuw (die uitmondden in de moderne stad, met daarin gescheiden functies en de auto als primair vervoermiddel), zitten we zo bezien opnieuw in een transitiefase. De valkuil is dan te denken in eindbeelden: een ontwerp van het gebied in ‘de stad van de toekomst’, dus nádat de transitie zich voltrokken heeft. Maar hoe ontwerp je voor gebieden die zich moeten ontwikkelen gedurende de transitie? Tijdens een plenaire bijeenkomst van ‘De stad van de toekomst’ op 25 april, bleken slechts enkele ontwerpteams met deze laatste vraag bezig.

Tabula rasa voorbij
Het uitschrijven van een ontwerpstudie kent op het eerste gezicht meerdere voordelen. Ten eerste speelt de doelstelling (of noodzaak) voor duurzame(re), innovatiegerichte gebiedsontwikkeling. Daarvoor is, ten tweede, externe expertise nodig. Soms is het immers niet eens helder welke expertise nodig is, en bij wie of waar deze expertise zich bevindt. Een ontwerpstudie kan ten derde helpen om reeds bedachte oplossingen te testen en te verrijken met nieuwe inzichten. Ook kan op deze manier externe reflectie worden verkregen op de inhoud en schaal van de door de opdrachtgever geformuleerde opgave.

Maar welke voordelen biedt ontwerpend onderzoek voor duurzame, innovatiegerichte gebiedsontwikkeling écht? Dat onderzoekt het onderzoeksteam van de TU Delft de komende maanden. We spreken daarvoor met de deelnemende gemeenten en geven duiding aan hoe de ontwerpstudie daadwerkelijk tot stand komt. Ook kijken we of en in hoeverre resultaten hun weg vinden naar gemeentelijk beleid en planvorming.

Natuurlijk spelen de kenmerken van de gebieden en de fase van (plan)ontwikkeling een rol. Blijkt de studie voor ieder gebied even relevant? Is er een categorisering aan te brengen in het type opgave? En hoe gaan de ontwerpteams om met bestaand eigendom en gebruik? “Het oude is er niet voor niets”, werd tijdens de bijeenkomst op 25 april opgemerkt. De tijd van tabula rasa (leegvegen en opnieuw beginnen) is voorbij. Ontwerpen van de stad van de toekomst is dus, veel meer dan voorheen, ontwerpen met de stad van het heden.

Nu de ontwerpstudie loopt, blijkt dat het erg belangrijk is welke vraag je als opdrachtgever stelt aan de ontwerpteams. Een ontwerpstudie naar de stad van de toekomst is een enorm grote en brede opgave. Het is aan de ontwerpteams om deze onzekere toekomst iets voorstelbaarder te maken, inclusief een goede dosis ontwerpkracht én een vleugje disruptie.


Cover: Masterclass Energietransitie, fotograaf: Roy Borghouts

Kijk voor meer informatie over de ontwerpstudie De stad van de toekomst op BNA.nl

Auteurs:

HvdL
Hedwig van der Linden

MSc student Architecture TU Delft | Student assistent Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling

Portret - Tom Daamen
Tom Daamen

Universitair docent/onderzoeker Gebiedsontwikkeling TU Delft

Recente artikelen