platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Interview

De opmars van de middelgrote stad

De opmars van de middelgrote stad

Zwolle

23 jan 2018 - De druk vanuit de vier grote steden op de middelgrote steden neemt toe. De vraag op de woningmarkt breidt zich als een olievlek uit richting de provincie. Bijbouwen lijkt onontkoombaar. Komt de leefbaarheid niet onder druk te staan met meer inwoners, bezoekers en het toenemende aantal verkeersbewegingen? Drie wethouders over de opgave.


Delft: Raimond de Prez, wethouder Stedelijke ontwikkeling

Hoe gaat Delft in de komende jaren groeien?

‘Delft staat onder dubbele druk. We hebben te maken met mensen die Delft een aantrekkelijke stad vinden om te wonen, maar recent neemt de druk ook toe door de krapte op de woningmarkt in naburig Den Haag. Tegelijkertijd groeit de Technische Universiteit sterk en dat betekent niet alleen meer studenten, maar ook meer kenniswerkers, medewerkers van de universiteit die in Delft willen wonen. We verwachten vooral meer vraag naar woningen in het middensegment. Woningen uit dat segment worden nu steeds vaker aan meerdere studenten verhuurd. Om de stad leefbaar te houden, zullen we de groei moeten accommoderen. In de komende tien jaar willen we in totaal vijftienduizend woningen toevoegen. Een grote opgave omdat Delft een compacte stad is en dat graag wil blijven. Binnen een kwartier ben je in het centrum of juist in het groen. We zullen dus in bestaand stedelijk gebied locaties moeten vinden. In de omgeving van vervoersknooppunt station Delft Zuid – vlak bij de campus van de universiteit – zien we mogelijkheden om te verdichten.’

Betekent groei ook een ander voorzieningenniveau?

‘Met Den Haag op steenworp afstand streven wij niet naar een grootstedelijk voorzieningenaanbod. Wel willen we graag een Delfts Blauw Museum in onze gemeente. Hiervoor zouden we kunnen samenwerken met het Gemeentemuseum Den Haag, dat een grote collectie Delfts Blauw bezit. Op het gebied van sport hebben wij juist een centrumfunctie voor omliggende gemeenten. Een aantal sportcomplexen is aan vervanging toe en dat grijpen wij aan om een aantal sportvoorzieningen te verplaatsen zodat er een betere verdeling over de stad ontstaat. Dat biedt tegelijkertijd kansen voor het bouwen van extra woningen. De bouw van nieuwe woningen én de spreiding van voorzieningen is −  in een compacte stad als Delft – een  complexe opgave.’

Hoe kan Delft goed bereikbaar blijven?

‘Bereikbaarheid is zeker een punt van aandacht. We willen graag een viersporenverbinding met Rotterdam. We hebben al een extra regionale tramlijn en willen er graag nog één bij. Die openbaarvervoerverbindingen zijn van groot belang om Delft en de regio bereikbaar te houden. Tegelijkertijd vormt het spoor – samen met de Schie – binnen Delft een barrière. We zijn met de provincie in gesprek over een fiets- en een autobrug over de Schie om de campus van de TU beter te ontsluiten. Dat is hoognodig. Bovendien biedt dat direct kansen voor stedelijke vernieuwing aan de oevers van de Schie en in het stationsgebied Delft Zuid.’


Zwolle: René de Heer, wethouder Economie en Vastgoed

Is er sprake van druk op de woningmarkt van Zwolle?

‘Woningen worden de laatste tijd snel − en boven de vraagprijs − verkocht. Dat is deels het gevolg van de oververhitte markt in Amsterdam en Utrecht. Mensen maken een afweging; in een plaats als Zwolle krijgen zij meer vierkante meters en kiezen er dan voor dagelijks naar Utrecht of  Amsterdam te rijden voor hun werk.  Die toenemende druk moeten wij  faciliteren, omdat de prijzen anders ook voor Zwollenaren verder stijgen. In de komende tien jaar voegen we dan ook zesduizend woningen toe, waarvan vijfhonderd in het sociale segment. Gedeeltelijk kan dat in Stadshagen, dat met name is gericht op gezinnen.

Tegelijkertijd zijn er ook jongeren, senioren en empty nesters die dicht bij voorzieningen in het centrum willen wonen. Bouwen in de bestaande stad is echter lastig: er is weinig ruimte en de meeste grond is niet van de gemeente, maar in particulier bezit. Bovendien wordt de druk van nieuwbouw en meer inwoners in de stad gevoeld. De groene rand om de stad wordt door Zwollenaren zeer gewaardeerd, nieuwe uitleglocaties zijn daarom eigenlijk niet aan de orde. En ook in de stad zelf vindt een deel van de bewoners het moeilijk als braakliggende stukken groen worden bebouwd. Aan ons de opgave om dat op een slimme manier te doen, bijvoorbeeld door te bouwen én groen toe te voegen.’

Wat betekent groei voor het voorzieningenaanbod in Zwolle?

‘Zwolle heeft met Museum De Fundatie − zeker na de uitbreiding − en de bijzondere boekhandel Waanders in de voormalige Broerenkerk twee culturele trekkers van nationaal niveau. Mensen uit het hele land komen daarvoor naar onze stad. Dat betekent meer bezoekers, waardoor er meer draagvlak ontstaat voor kwalitatief betere winkels en horeca. Onze terrascultuur groeit. Doordat het voorzieningenniveau omhoog gaat, wordt Zwolle aantrekkelijker als vestigingsplaats. Jongeren die hier studeren aan de hogeschool kiezen in de toekomst dan sneller voor Zwolle in plaats van de Randstad.’

Welke uitdagingen zijn er voor  Zwolle op het gebied van mobiliteit?

‘Dagelijks komen zo’n zestigduizend mensen van buiten naar Zwolle om te werken, plus veertigduizend studenten. Veel mensen komen daarnaast dagelijks uit de regio met de auto naar Zwolle om hier over te stappen op de trein. Samen met de provincie bekijken wij momenteel hoe we die regionale hub-functie op termijn kunnen verbeteren. Zelf proberen we de dagelijkse druk in de (binnen)stad te verlichten door gebruik van de fiets te stimuleren en samen met de provincie hebben we de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in een betere doorstroming op het stedelijke wegennet, vooral vanaf de snelweg de stad in. Van het Rijk hebben we wel medewerking nodig om er voor te zorgen dat de filedruk op − de voor Zwolle belangrijke − A28 niet snel toeneemt.’


Breda: Alfred Arbouw, wethouder Stedelijke ontwikkeling

Welke visie heeft u op de  toekomst van Breda?

‘Zelfs tijdens de crisis hebben wij doorgebouwd, maar we merken nu toch dat onze woningmarkt steeds meer onder druk komt te staan. De laatste tijd zien we vooral veel beweging vanuit de Randstad naar Breda. Voor veel mensen zijn wij een aantrekkelijk alternatief. Breda heeft – als negende stad van het land – veel voorzieningen en een prettig woonklimaat. Om dat zo te houden, is groei geen doel op zich. We willen sturen op kwaliteit, en per wijk en doelgroep beoordelen wat er in de komende jaren nodig is. Dat is een complex vraagstuk, want we zien de woonbehoefte veranderen. Steeds meer mensen wonen tegenwoordig alleen en met dat soort trends moeten we meebewegen.

Dat neemt niet weg dat we in het komende decennium ieder jaar zo’n 900 woningen toevoegen. Onlangs hebben we afgesproken dat er in de komende 10 jaar 1.300 sociale huurwoningen bij komen. Daarnaast hebben we vooral een tekort aan middeldure huurwoningen. We zien dat gezinnen die in een groene omgeving willen wonen, wegtrekken naar plaatsen in de omgeving − zoals Etten-Leur en Oosterhout. Bij Teteringen zijn daarvoor binnen de gemeentegrenzen van Breda nog mogelijkheden. Daarnaast biedt de omgeving rond het nieuwe HSL-station in de binnenstad kansen voor meer stedelijk wonen. De ontwikkeling van dat gebied moet eigenlijk nog beginnen, net als in enkele oude industriegebieden in de stad.’

Zijn er meer of andere  voorzieningen nodig in de stad?

‘We werken in de komende jaren aan een scherpere profilering van Breda: wat ben je en waar wil je naartoe? Het gaat daarbij niet alleen om wonen. Economische dynamiek, het toevoegen van recreatiemogelijkheden, dat zijn allemaal belangrijke factoren, net als culturele voorzieningen. Daarvoor zien wij kansen in de Spoorzone. Onze positionering stemmen wij af met de andere vier grote buurgemeenten en de provincie in het bestuurlijk netwerk BrabantStad. Veel vraagstukken over de leefomgeving overstijgen de gemeentegrenzen, vandaar dat we met onze omliggende buurgemeenten samenwerken aan een subregionale omgevingsvisie.’

Op welke manier blijft Breda bereikbaar?

‘Vanuit de gedachte dat we door bundeling van kennis op lokaal niveau meer slagkracht kunnen bereiken, trekken we ook op het vlak van bereikbaarheid samen op in BrabantStad. We proberen bijvoorbeeld door middel van snelfietspaden het autoverkeer te temperen ten faveure van de fiets. Daarnaast heeft de rondweg in Breda een impuls nodig om de doorstroming te verbeteren en met het Rijk zijn wij in overleg om de bereikbaarheid van Breda via de A58 en de A27 ook in de toekomst te garanderen. En dan is er natuurlijk het spoor. We hebben nu een heel mooi HSL-station, maar die trein moet wel eens gaan rijden.’


Dit artikel is verschenen in NAW Magazine #60 van BPD in januari 2018.

Auteur

Portret - Joost Zonneveld
Joost Zonneveld

Zelfstandig journalist en onderzoeker, onder meer voor Het Parool en Nul20

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte