De zichtbare handtekening van gebiedsontwikkeling

16 december 2013

4 minuten

De ruimte om ons heen is een handtekening van een tijdperk. De stand van de economie, de heersende politieke opvattingen en maatschappelijke discussies zijn zichtbaar in de architectuur en manier waarop vorm wordt gegeven aan gebiedsontwikkeling. Hoewel de geschiedenis zich pas na verloop van de tijd laat duiden, doet de serie over ‘gebiedsontwikkeling in een tijd van pril herstel’ de komende weken een schot voor de boeg. Wat is de handtekening van deze tijd en hoe draagt gebiedsontwikkeling daaraan bij? Het gaat om de zichtbare toegenomen maatschappelijk ongelijkheid, een radicale breuk op het leven op (te) grote voet van de jaren ’00 en meer aandacht en zeggenschap van de gebruikers van gebouwen en ruimte.

De dominante handtekeningen van een tijdperk zijn overal om ons heen te zien. Markante gebouwen en kerken uit de 17e eeuw; de krotten van eind 19e eeuw, nu veelal populaire opgeknapte wijken rondom de binnenstad; of de naoorlogse bouwdrift met als piek de zee aan hoogbouwflats begin jaren ’70. Ieder tijdsperk zet zijn eigen stempel op de gebouwde omgeving. Zelf groeide ik in de jaren ’80 op in de wijk Lunetten in Utrecht. De start van de wijk lag eind jaren ’70, dus dat betekende veel woonerven met bielzen en schuttingen. Veilig, saai, maar degelijk. Na de oliecrisis begin jaren ’80 was er duidelijk minder geld beschikbaar. Het stratenpatroon werd simpeler, de architectuur soberder. De wijk werd letterlijk grijzer. Voordeel van die ouderwetse straten van asfalt, een goot en een stoep was dat je daar wel kon stoepranden.

Ongelijkheid

In de huidige periode van gebiedsontwikkeling in pril herstel zijn ook een paar duidelijke handtekeningen te zien. Ten eerste is de ongelijkheid in de samenleving meer zichtbaar dan pak weg een decennium geleden. Dat geldt zowel landelijk als lokaal. Over heel Nederland bezien wordt de scheiding tussen de Randstad en de overige landsdelen groter, zeker de krimpgebieden. In het verleden is regelmatig geprobeerd met grote economische en ruimtelijke investeringen de verschillen te overbruggen. Denk aan de Eemshavens, de Blauwe stad of de vestiging van kantoren van de Belastingdienst in Heerlen of de KPN in Groningen. Het mag niet baten: de aantrekkingskracht van de Randstad is te groot, de economische potentie van de perifere delen te gering.

Faillissement

Tekenend voor het huidige tijdsbeeld is dat veel meer dan vroeger het eigen karakter en de kracht van de perifere delen worden benoemd dan wordt geïnvesteerd in grote programma’s. Nederland is geen eenheidsworst. Het faillissement van aluminiumfabriek Andel in Groningen toonde de terughoudendheid van het rijk om kosten wat het kost regionale werkgelegenheid te behouden. De gevraagde investering was terug te rekenen op 500.000 euro per baan. Dat was te gortig, hoe spijtig dan ook voor de Groningse economie.

If mayors ruled the world

Andersom wordt steeds meer zichtbaar dat Nederland economisch drijft op de grote agglomeraties. Ruimtelijke investeringen renderen hier het meest. In zijn baanbrekende boek stelt Benjamin Barber de vraag wat er zou gebeuren ‘als burgemeesters de wereld zouden regeren?’ Zijn voorspelling is dat steden veel beter dan landelijke regeringen in staat zijn om actuele problemen op te pakken. Nederland als een van de meest verstedelijkte gebieden is een toonbeeld dat de stelling wel eens zou kunnen kloppen. De grote steden van Nederland bepalen in sterke mate de koers van Nederland. De gebiedsontwikkeling is daarvan een afspiegeling. Zie de omvang van projecten als OV-SAAL, of de A12-zone bij Utrecht.

De gedeelde stad

Op lokaal niveau is de scheiding tussen sociaal-economische groepen een terugkerend thema. De rij bij de bakker of het voetbalveld worden vaak genoemd als de laatste plekken waar bevolkingsgroepen nog vanzelf mengen. Op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het cultureel leven is de scheiding al langer zichtbaar. En steeds sterker. De actuele veranderingen in de corporatiesector geeft daar een nieuwe dimensie aan. Hun speelruimte was door de crisis al kleiner geworden, wat als gevolg van de parlementaire enquêtecommissie verder wordt doorgezet. De focus op de kernopgave heeft een verscherpt effect op de tweedeling in steden.

Corporatiebezit

Er wordt minder gebouwd, en tegelijk verkopen corporaties grote delen van hun voorraad. Het aandeel van de corporatiewoningen ten opzichte van gehele woningvoorraad neemt hierdoor snel af. Op zich is dat logisch: het corporatiebezit komt beter in verhouding met de omvang van de beoogde doelgroep. Het corporatiebezit in de populaire delen van de stad neemt af. Het eigendom concentreert zich in de buitenwijken. In steden is de sociaal-economische scheiding van groepen in de stad steeds sterker. De kans om bij de bakker een praatje te maken met iemand die je niet tegen komt in je werk of sociale leven, wordt kleiner.

Afspiegeling

Is hiermee het ideaal van de ongemengde stad verlaten? Ik denk het niet; eerder het integendeel. Na decennia van bovengemiddelde dominantie van sociaal-economisch zwakkere groepen zijn steden tegenwoordig een betere afspiegeling van de maatschappij. Welke andere voorbeelden van de toegenomen zichtbare sociaal-maatschappelijke scheiding is zichtbaar in Nederland? Welke bijdrage kan gebiedsontwikkeling spelen om die trend te versterken dan wel tegen te gaan? Ik ben benieuwd naar uw voorbeelden.



Meest recent

Haan & Laan door Esther Dijkstra (estherdijkstra.com)

Westergouwe in Gouda: wat vinden Haan & Laan er eigenlijk van?

Haan en Laan recenseren gebiedsontwikkelingen in Nederland. In deze editie schrijven zij over hun bezoek aan Westergouwe in Gouda en geven hun oordeel over deze nieuwbouwwijk in de laagste polder van ons land.

Casus

16 augustus 2022

Bryant Park in New York door Leonid Andronov (Shutterstock)

De maakbaarheid van een prettige leefomgeving

Integraal gebiedsbeheer kan helpen om de leefomgeving in bestaande en nieuwe buurten en wijken te verbeteren. Maar wat is het precies? Het Urban Land Institute maakt een ronde langs de experts en zoekt uit wat de kansen en bedreigingen zijn.

Analyse

15 augustus 2022

“Binckhorst Den Haag in tranformatie” (CC BY-SA 2.0) by nandasluijsmans

Wat participatieve placemaking bijdraagt aan gebiedsontwikkeling

Volgens TU Delft-onderzoeker Geertje Slingerland is de betrokkenheid van bewoners cruciaal bij placemaking en ontwikkelde daarvoor een aantal principes. Zij presenteerde dit tijdens het laatste jaarcongres Stedelijke Transformatie.

Verslag

15 augustus 2022