Artikel
Den Haag Laakhaven

Inrichting van de ruimte: Den Haag nam teveel afstand

Door Marijke Bovens

8 aug 2017 - De komende 25 jaar zal Nederland weer verbouwd worden. Hans Leeflang, 45 jaar topambtenaar bij het Rijk, is van nature optimist, maar hij acht het niet vanzelfsprekend dat we over een kwart eeuw trots terug kijken.

Hij stamt nog uit de tijd dat ruimtelijke ordening als normale taak van de overheid werd beschouwd en hij kan het moment waarop de ruimtelijke ordening uit Nederland verdween precies aanwijzen: het gedoogkabinet Rutte I (2010).

‘Toen is het gebeurd. De politiek heeft zich toen niet afgewend van de ruimtelijke ordening, maar zich er juist mee bemoeid. De VVD is altijd voor deregulering: hoe minder overheid hoe beter. Het CDA is vanouds lokaal georiënteerd en verwelkomt decentralisatie, en de PVV zag ruimtelijke ordening als een linkse hobby.’

‘Ja, je kunt een parallel trekken met de bezuinigingen op het cultuurbeleid. In beide gevallen had de bezuiniging c.q. decentralisatie trekken van een afrekening.’

45 jaar overheidsdienst, van de toenmalige Rijksplanologische Dienst via de Andere Overheid, naar het ministerie van Infrastructuur en Milieu, heeft van Hans Leeflang geen cynicus gemaakt. Hij blijft een optimist, zij het een ongeduldige: ‘Er is een kanteling gaande bij de overheid, maar het gaat wel langzaam.’

‘Ik ben van de doorwaadbare plaatsen’, zegt hij ook. ‘Ik zie openingen, ook al zijn er nog altijd landelijke politici die allergisch reageren op ruimtelijke ordening. De Omgevingswet is absoluut een kans. Met een beetje geluk hebben we straks een nieuw kabinet met partijen die de nationale omgevingsvisie als niet te missen kans zien. Ook uit onverdachte hoek van ontwikkelaars en werkgevers klinkt de roep om ruimtelijke regie van het Rijk.’

Balans

En er is in het land onder vakgenoten, oud en jong,veel elan, veel kennis. Dat heeft hij ervaren in het Jaar van de Ruimte 2015. Ondanks die ‘rare oekaze van Kok’ – toenmalig minister-president verbood in 1998 ambtenaren te praten met Tweede Kamerleden – die nog doorsuddert in het contact tussen politici en ambtenarij, slaagde Leeflang erin een netwerk te vlechten tussen politiek, ambtenaren en vakmensen.

Waar het aan ontbreekt is balans, analyseert Leeflang. ‘De taakopvatting van overheid is versmald. Onder het motto ‘je gaat er over of niet’ heeft Den Haag veel te grote afstand genomen van de inrichting van de ruimte. Ambtelijk en politiek. Maar dit land is gewoon te klein, de delta te kwetsbaar en er zijn te veel steden om het allemaal decentraal maar uit te zoeken.’

Wat kan de overheid doen?

Zijn hele carrière heeft hij telkens deze vraag gesteld: Wat heeft de samenleving nu nodig en wat kan de overheid daar aan doen? Leeflang heeft een uitgesproken opvatting over de vier rollen die de Rijksoverheid te spelen heeft.

‘De overheid is in de eerste plaats natuurlijk wetgever. Wetten en regels scheppen condities om kwaliteit te realiseren. Daarmee ordent de Rijksoverheid ook anno nu de ruimte. Dat geldt voor de Omgevingswet, maar de overheid moet zich ook realiseren dat sectorwetgeving en fiscale regels de kwaliteit van de ruimte mede kunnen bepalen. “Weet u wel hoeveel invloed de Vinex op de praktijk van de Pachtwet heeft ”, vroeg een boer eens aan mij. Ik had geen idee.’

‘De overheid heeft ook een resultaatverplichting bij de grote maatschappelijke opgaven als migratie en integratie, klimaatverandering en energietransitie – om deze doelen te realiseren en als miljarden-investeerder. Als de overheid zich bijvoorbeeld bekend tot circulair inkopen is dat niet alleen een belangrijk signaal maar ook een grote feitelijke stap op weg naar een circulaire economie.’

Dubbele doelstelling

Je gaat er over of niet. Dodelijk vindt hij deze uitspraak. Al jaren spookt ie door Den Haag. Het is het geperverteerde antwoord op de vraag die voor bewindslieden altijd relevant is: wie is aan zet als er een probleem is? Maar vertaald in deze platte vorm, heeft de stelling schade aangericht. Want, zegt Hans Leeflang de samenhang in beleid heeft er onder geleden.

‘Het Rijk investeert nog steeds miljarden in de ruimtelijke inrichting van Nederland via het Infrafonds en het nieuwe Deltafonds bijvoorbeeld. Zo’n investerende overheid dient met andere partijen - mede-overheden, maatschappelijke partijen, bedrijven - om de tafel te gaan zitten om gezamenlijk, met oog voor elkaars belangen, portfolio’s te ontwikkelen.’
Daar schort het nogal eens aan, vooral in de samenwerking op rijksniveau, tussen en ook binnen de ministeries, is zijn ervaring.

‘De miljarden van het Infrafonds en het nieuwe Deltafonds moeten nu strikt besteed worden. Onder het motto ‘Eenvoudig en doelmatig’is de dubbele doelstelling – veiligheid én ruimtelijke kwaliteit – afgeschaft. De mogelijkheden om in prioriteiten te schuiven, en een tikje links en tikje rechts te geven voor een beter resultaat zijn beperkt.
‘Terwijl de dubbele doelstelling zo geweldig heeft gewerkt bij bijvoorbeeld het programma Ruimte voor de Rivier, waarin expliciet gekoerst werd op het versterken van de dijken én van de landschappelijke waarden.’

Tafelschikking

Samenwerking ziet hij vaker op lokaal niveau. ‘Ik ben een fan van de waterschappen. Deze bestuurders en ambtenaren weten dat ze om de tafel moeten zitten met andere partijen. De boulevard van Scheveningen is mooier geworden doordat de partijen met elkaar hebben overlegd, hun timing over de uit te voeren werken aan elkaar hebben aangepast, een soepel treintje hebben gevormd. Het was puzzelen, maar de extra kwaliteit heeft geen euro meer gekost.

Tafelschikking is een vak: wie zit aan, en op welke stoel? Je mag van de overheid verwachten dat zij die kunst beheerst. Een investerende overheid ontwikkelt samen met andere partijen portfolio’s.

‘Ontzorgen’

Wat deze tijd vraagt is een overheid die luistert, die nieuwsgierig is naar wat er in de maatschappij gebeurt en initiatieven steunt. Rijksambtenaren, is zijn ervaring, zijn erg bezig met zichzelf, opgesloten in de wereld van de ministeries.

‘Als ambtenaar hoef je helemaal niet zo veel te doen’, zegt Leeflang, ‘je moet wel luisteren, het land in gaan en horen hoe Haagse regels uitpakken in de praktijk, zodat je de juiste voorwaarden kunt scheppen. Toen ik met een team ambtenaren de samenvoeging van de  VROM en Verkeer & Waterstaat  voorbereidde, adopteerden wij Zoeterwoude. Telkens kwamen wij een dagdeel op bezoek om te horen wat er lokaal speelt. Dat is heel wat anders dan de roadshows die het ministerie van Infrastructuur & Milieu nu houdt. De burgers mogen opdraven in de Show van de Nationale Omgevingsvisie, maar horen nooit meer iets terug over hun input.’ Op initiatief van Leeflang trekt momenteel een team van ‘verhalenverzamelaars’ het land in om de verhalen te verzamelen van projecten die in weerwil van beperkende regels toch gerealiseerd zijn.

Stoute ambtenaren

Bij zijn afscheid houdt Leeflang een pleidooi voor de ‘stoute ambtenaar’. ‘Doe wat je kunt binnen je eigen mandaat en pak je eigen ruimte. In het Haagse denken over de publieke ruimte zijn het economische en het academisch perspectief superdominant. De balans is zoek. We zijn de mensen en de aarde vergeten. De Omgevingswet biedt een kans om die balans te herstellen.’

‘Geef de Omgevingswet een kans’, zegt hij vol vuur. ‘De wet trekt een flinke wissel op het leiderschap van wethouders en burgemeesters, en daarom is het belangrijk dat de minister voor Omgevingskwaliteit pal voor de wet blijft staan.
De wet is door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen, nu komt het aan op een goede invoering van het nieuwe stelsel. ‘Laat het niet los, Rijk, want het begint nu pas’.


Dit artikel verscheen eerder op Ruimtelijkekwaliteit.nl. 

Auteur:

Marijke Bovens

Freelance journalist

Recente artikelen