platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Doorbraken forceren

Doorbraken forceren

Over de rol van publieke- en private partij

28 okt 2010 - Een platform dat partijen verbindt en waar gerichte kennisvermeerdering plaatsvindt is volgens Chris Kuijpers en Henk Ovink belangrijk in deze zoekende tijden. Gebiedsontwikkeling staat overal in het land op losse schroeven, zeggen ze. ‘De analyse over de problematische situatie wordt inmiddels breed gedeeld onder partijen. Het gaat nu om het maken van stappen richting de toekomst. Het geven van een nieuw perspectief. De opgaven liggen er immers nog steeds. De financiering blijft een probleem. Hoe gaan we het dán doen? Wat zijn nieuwe verdienmodellen? Hoe kunnen we de wet- en regelgeving aanpassen? Wat kunnen we leren van het buitenland en van andere sectoren? Voor het Platform Gebiedsontwikkeling.nu ligt daarin een scherpe agendastellende en ontwikkelingsgerichte rol. We moeten doorbraken organiseren op de opgaven rondom gebiedsontwikkeling, in plaats van steeds dezelfde discussies voeren.’

Welke mogelijkheden heeft het nieuwe ministerie, waar ruimtelijke ordening uit de naam is verdwenen, nog voor sturing op de opgaven? In het Regeerakkoord krijgen de provincies immers de leading role en geld is er hoogstens in het kader van investeringen in de infrastructuur. Kuijpers: ‘De uitvoering van het beleid zoals dat op de oude leest was geschoeid kan overduidelijk niet meer. De situatie is in financieel-haalbare zin drastisch veranderd. Tegelijkertijd hebben we het ons met z’n allen in governance en wet- en regelgeving knap ingewikkeld gemaakt. Het Regeerakkoord biedt ruimte om strakker te bepalen waar het Rijk over gaat en wat gemeenten en provincies op moeten pakken. Een aantal zaken zijn overduidelijk des Rijks, zoals de nationale en internationale natuurgebieden, de (water)veiligheid, wegen en het spoor en de energie-infrastructuur. Dat maakt ons nieuwe ministerie ook sterk, de verbinding vanuit de inhoud, de organisatie én de politiek van ruimte, mobiliteit, transport, water en milieu.’

Doorbraken forceren - Afbeelding 1

Henk Ovink: ‘Feitelijk is het Regeerakkoord een versterking van eerder ingezet beleid. Ruimtelijke ordening is decentralisatie. Die ontwikkeling is al onder minister Dekker ingezet. In het Regeerakkoord benoemde opgaven als de mainports en de Zuidas waren al onomstreden. Als Rijk moeten wij scherp kijken naar wat wij waar onze rol en verantwoordelijkheid ligt. Scherpe keuzes maken in waar we echt voor gaan en natuurlijk de vereenvoudiging van wet- en regelgeving en de vermindering van de bestuurlijke drukte. Dat moeten wij vervolgens maximaal en innovatief op orde hebben.’

Markt moet investeren

Dat er de komende pakweg tien jaar geen geld bij het Rijk te halen valt is een gegeven waar partijen mee moeten leren leven. Verstedelijking moet dus anders, slimmer. Henk Ovink: ‘In de BV Nederland wordt geld verdiend. Het ís er wel, bijvoorbeeld bij de pensioenfondsen, corporaties, energiebedrijven. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven als IBM wel degelijk bereid zijn te investeren in de ruimtelijke omgeving. Het komt dus aan op creativiteit: nieuwe coalities en nieuwe verdienmodellen. We kunnen niet meer automatisch naar de overheid kijken. Dat is even wennen en veel partijen zijn nog niet zover. De transitie waar we midden in zitten vraagt een gerichte inzet van ons allemaal. De markt moet investeren.’

Doorbraken forceren - Afbeelding 2

Van de markt verwachten Kuijpers en Ovink dan ook een actieve rol. Dat blijkt nog behoorlijk lastig te zijn. Kuijpers: ‘De eersten die er uit stappen zijn marktpartijen. De rekening wordt bij de overheid gelegd. Marktpartijen zijn gewend om niet veel verder te kijken dan vandaag of morgen. Vijf jaar is al een enorme horizon voor veel bedrijven. Waar het nu om draait is commitment, ook voor overmorgen. We zullen afspraken moeten maken voor langjarig commitment, bijvoorbeeld voor de beheerfase.’ Veel valt er wat dat betreft niet te kiezen voor bedrijven. Ovink: ‘Het is kiezen of delen. Als je mee wilt blijven doen vraagt dat om een andere rol en een andere opstelling. Bedrijven moeten hun business veranderen en moeten kiezen voor een andere strategie en perspectief. Iedereen heeft immers een direct belang bij een kwalitatief aantrekkelijk Nederland. Daar moeten we dus ook met elkaar in investeren.’

Van uitleg naar transformatie

De mindset moet anders, zegt Kuijpers. Partijen moeten accepteren dat het speelveld nooit meer wordt zoals het was. Dat geldt niet alleen voor het wegvallen van overheidsinvesteringen, maar ook voor de opgaven zelf. De groei vlakt af, de vraag verandert. De vervangingsvraag zal aan belang toenemen: het zwaartepunt verschuift van nieuwbouw naar transformatie. Dat vraagt om minder grote uitleglocaties. Al aangewezen locaties zoals Rijnenburg bij Utrecht zullen opnieuw onder de loep worden genomen, zegt Kuijpers. ‘Aan de andere kant van de snelweg ligt Leidsche Rijn, dat ook nog niet klaar is. Concurrentie van gebieden moeten we voorkomen, daarom wordt regionale programmering weer belangrijker. Hier ligt een goede klus voor de provincies. Voor landelijke afspraken zijn de regionale verschillen in behoeften en situatie te groot.’

In het buitenland ligt ondertussen een schat aan ervaring waar we ons voordeel mee kunnen doen. In Engeland en de VS was de markt altijd al leading, met als nadeel dat in tijden van crisis investeringen terugvallen. Maar uit andere, misschien minder voor de hand liggende, landen valt nog steeds wel degelijk wat te leren, zegt Ovink. Hij wijst op een aantal interessante projecten in Sao Paulo, Brazilië. ‘op kleinere en grotere schaal commiteren marktpartijen, overheden, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven zich aan gebiedsontwikkelingen. Er is niet per se een partij die de lead heeft, maar er is een gezamenlijkheid gecreëerd waarmee ook investeringen in infrastructuur en in energie kunnen worden gedaan.’ En in Frankrijk is het al sinds jaar en dag usance om eerst het gebied op orde te hebben en dan pas de huisjes te bouwen. Ovink: ‘Een investering die door de markt wordt gedaan. Het vraagt om een voorfinanciering, maar die betaalt zich uiteindelijk uiteraard terug. Ook in tijdelijke bestemmingen waar tijdelijke functies in samenspraak met de eigenaar initiatieven ontplooien die tot waardevermeerdering leiden ziet Ovink kansen. ‘Mooi voorbeeld is het Schieblok in Rotterdam. Daar is dankzij het gedurfde en volhardende initiatief van ZUS architecten een gelegenheidscoalitie van architecten, ondernemers, belegger en gemeente gevormd met wederzijds committment en maximale flexibiliteit.’

Geen afbraak maar opbouw

Ondertussen leggen steden als Amsterdam en Den Haag gebiedsontwikkelingen stil, omdat er domweg geen investeringsruimte meer is. Ovink begrijpt deze stap. ‘Een stad als Amsterdam heeft heel terecht haar huiswerk gedaan. Inventariseren waar het slecht gaat, waar het goed gaat, waar de financiering op orde is. Dat gaat niet over afbraak, maar integendeel over opbouw van de stad. Weg van de schijn, naar realistisch omgaan met kansen en mogelijkheden. Amsterdam is in Nederland dé plek met potentie. Dan heb je als overheid een verantwoordelijkheid om het dan wel goed te doen. De lei gaat schoon vanuit het idee van ontwikkeling, eigenlijk is Amsterdam gewoon heel voortvarend aan de slag.’

Auteur

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen