Waarschuwingsbord hoge spanning door Frank Nagel (bron: Shutterstock)

Duurzame energie infrastructuur in de stad: zo is een duurzame inpassing haalbaar

19 september 2023

6 minuten

Onderzoek De energietransitie krijgt een enorme impact op de ruimte in Nederland. Van het nieuwe trafohuisje in ieders straat tot en met majeure installaties. Onderzoeker Mark Koelman pleit nadrukkelijk voor een integratie met stedelijke planning – om versnippering te voorkomen. Met energie in de lead.

De recente uitspraak van Minister Jetten dat het energiesysteem van de toekomst veel ruimte kost is voor steden op zichzelf een understatement. Met maatregelen voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering zoals het rainproof, natuurinclusief en hittebestendig maken van stedelijk gebied neemt de druk op de openbare ruimte in steden flink toe. Datzelfde geldt voor het opwekken, de distributie en opslag van duurzame energie. De energietransitie vraagt in toenemende mate om ruimte.

In het verleden was de beschikbaarheid van energie altijd volgend bij de vraag hoe steden, bedrijventerreinen en maatschappelijke functies werden ontwikkeld. Met de huidige netcongestie is dat juist andersom: energie is steeds vaker leidend in ruimtelijke ontwikkelingen. De inpassing van duurzame energie infrastructuur zet samen met alle andere opgaven het gebruik van de openbare ruimte van steden zoals Amsterdam meer en meer onder druk. Een oplossing ligt in het beter integreren van de energietransitie in de ruimtelijke ontwikkelingsprocessen van dichtbevolkte steden.

Groeiende rol in stadsinrichting

De energietransitie is in verdichtende stedelijke gebieden onderhevig aan conflicten. Oorzaak: onze verouderde planologische context. Daarin is duurzame energie infrastructuur onvoldoende geïntegreerd binnen de stedelijke ontwikkeling. Door dit gebrek aan integratie wordt de ontwikkeling van duurzame energie infrastructuur in dichtbevolkte stedelijke gebieden belemmerd.

Energie is nog nooit zo van invloed geweest op hoe steden worden gepland als nu. Gezien de opgave van stedelijke energietransities neemt de rol van energie in de stedenbouw naar verwachting alleen maar toe. De overgang naar een meer duurzaam energiesysteem zorgt voor een structurele verandering in zowel boven- als ondergrondse ruimtes van stedelijke gebieden. Nieuwe hernieuwbare energiebronnen en bijbehorende infrastructuur worden zichtbaarder in het stedelijke landschap. En dat terwijl de beschikbare ruimte alleen maar schaarser wordt, omdat nog veel meer opgaven om plek vragen.

Energie wordt nog te vaak als sectorale ontwikkeling gezien

De uitdaging is fors. Stedelijke gebieden worden steeds dichter, in 2050 woont ongeveer 68 procent van de wereldbevolking in steden. Zowel stedelijke energietransities als verdichting leggen meer druk op landgebruik in stedelijke gebieden die nu al overbelast zijn. Het resultaat: concurrerende claims op het gebied van ruimtegebruik. Stedelijke energietransities worden gekenmerkt door het toenemende gebruik van elektriciteit, waarvoor aanzienlijk meer lokale energie-infrastructuur nodig is zoals middenspanningsruimtes, onderstations en elektriciteitskabels. Bovendien vereisen hernieuwbare, lokale energiebronnen en technologieën meer stedelijk land.

Geen nieuwe aansluitingen

De toegenomen trek naar steden en de vraag naar grotere huizen vraagt om meer huizen, voorzieningen en dus grond. Verdichting wordt beschouwd als een onvermijdelijke oplossing voor het plannen van steden met beperkte beschikbare ruimte. We zien nu al dat beide claims om voorrang strijden. Daardoor ondervindt de uitbreiding van traditionele energiesystemen flinke problemen. Zo ervaren stedelijke gebieden congestie van elektriciteitsnetten, wat leidt tot kritieke interventies door netbeheerders. Denk daarbij aan een stopzetting van het aansluiten van nieuwe bedrijven, scholen en andere functies op het net, waardoor zowel stedelijke als sociaaleconomische ontwikkeling wordt belemmerd. De toename van het elektriciteitsgebruik voor mobiliteit, verdere elektrificatie door CO2-reductiedoelstellingen en economische ontwikkelingen dragen bij aan een verdere congestie.

Het voorbeeld Amsterdam

Op basis van recente onderzoeken ervaart de stad Amsterdam in 2050 een tekort aan elektriciteit tussen 2.500 en 4.000 MW, afhankelijk van verschillende scenario's. Een groeiende stad, de klimaatdoelstellingen en andere doelstellingen van de gemeente liggen ten grondslag aan de verwachte groei in vraag naar elektriciteit. De urgentie voor energie-interventies is dui*-delijk en wordt onderkend door zowel de gemeente Amsterdam als netbeheerder Liander. Deze urgentie heeft geleid tot twee thematische studies van beide partijen over elektriciteit in 2019 en een bijgewerkte versie in 2021. Om verdere congestie te voorkomen en te garanderen dat betrouwbare en continue elektriciteit beschikbaar blijft, moeten binnen de stadsgrenzen tussen de 10 en 20 nieuwe onderstations en 1.500 middenspanningruimtes worden ontwikkeld.

Tegelijkertijd verandert het energielandschap van de stad snel. De stad wil dat woningen en andere gebouwen in 2040 fossielvrij zijn, maar in 2030 moet alle binnenstedelijke mobiliteit dat al zijn. Zo moeten 82.000 laadpunten geïntegreerd worden in het stadsenergienet. Bovendien wil de stad 127 MW windenergie en 400 MW zonne-energie opwekken. Gezien al deze ontwikkelingen is de vraag naar elektriciteit in 2050 naar verwachting drie of vier keer zo groot als nu in Amsterdam. In de hoofdstad zien we nu al voorbeelden waarbij de afstemming tussen belanghebbenden tot weerstand leidt. Een van de bekendste is de Breughelstraat in Amsterdam Zuid waar buurtbewoners met een picknicktafel zijn gaan zitten op een bouwlocatie van een middenspanningsruimte in hun straat.

Energie-ontwikkelingen moeten zorgvuldiger worden ingebed in de ruimtelijke en strategische planningsprocessen

Stedelijke energietransitie-opgaven zoals die van Amsterdam vormen ingewikkelde processen. Ze omvatten veel fysieke veranderingen gedurende een beperkte tijdlijn, waarbij meerdere belanghebbenden moeten samenwerken. Een integrale aanpak helpt partijen elkaars belangen en doelstellingen te begrijpen en om te gaan met externe effecten. Dit staat haaks op de huidige situatie, waarin een gebrek aan integratie is terug te voeren op de beperkte beslissingsbevoegdheid van planners met betrekking tot energie-ontwikkelingen. Ook schort het aan het niveau waarop oplossingen of besluitvorming moeten plaatsvinden.

Energie wordt nog te vaak als sectorale ontwikkeling gezien in plaats van een integraal onderdeel van ruimtelijke ordening. Uit de case study van Amsterdam blijkt dat stedelijke energietransities maar beperkt integraal onderdeel zijn van de ruimtelijke ontwikkelingsplannen, zoals vastgesteld in de meeste administratieve structuren van stedelijke planning. Ten tweede vereist een oplossing een meer stadsbrede consensus tussen beleid, stedelijke afdelingen en actoren.

Begroeid trafohuis Beatrixkwartier Den Haag door Nanda Sluijsmans (bron: Wikipedia Commons)

‘Begroeid trafohuis Beatrixkwartier Den Haag’ door Nanda Sluijsmans (bron: Wikipedia Commons) onder CC BY-SA 2.0, uitsnede van origineel


Daarom moeten stedelijke energietransities worden aangepakt als integraal onderdeel van planningsproblemen en misschien zelfs als hoofdprobleem van planningsproblemen. Dus wat is er nodig om stedelijke energietransities in te passen? Ten eerste moeten energie-ontwikkelingen zorgvuldiger worden ingebed in de ruimtelijke en strategische planningsprocessen, in samenwerking met stedenbouwkundigen, ontwikkelaars en netbeheerders. Om oplossingen te vinden, moeten lokale overheden, ontwikkelaars en netbeheerders een planningsproces vinden waarin zowel energie- als ruimtelijke belangen en -doelstellingen worden geïntegreerd. Dat is een van de belangrijkste conclusies vanuit mijn onderzoek naar hoe conflicten over landgebruik ontstaan tussen actoren die actief zijn in stedelijke energietransities.

Bovendien kan een duidelijk ontwikkelkader stedenbouwkundige, planologen en projectleiders helpen bij het afwegen van externe invloeden van nieuwe technologieën, verschillende politieke coalities en een veelheid aan opties. Het kader helpt op een gekozen koers te blijven en vast te stellen wanneer flexibiliteit nodig is om externe invloeden te integreren.

Druk op openbaar gebied beperken

Een tegenstrijdige tendens om energie te scheiden van stadsplanning, verhoogt alleen maar het aantal energiestrategieën, -beleid en -acties. Zo worden de inspanningen versnipperd in plaats van geïntegreerd en verenigd, wat resulteert in meer betwist en minder efficiënt landgebruik op de lange termijn. Beter is het om de ruimteclaims direct te integreren. Zet bij het uitgeven van kavels bijvoorbeeld in op een uitvraag naar energieneutraal bouwen waardoor een ontwikkeling met kleinere aansluiting gerealiseerd kan worden. Daarnaast kunnen gemeente, netbeheerder en ontwikkelaars overeenkomen dat een middenspanningsruimte in een gebouw wordt opgenomen. Zo wordt de druk op de openbare ruimte beperkt. Het bereiken van consensus tussen alle belanghebbenden vormt het fundament voor de integratie van vraagstukken in stedelijke energietransities. Het integreren van duurzame energie infrastructuur wordt dus letterlijk en figuurlijk een kwestie van ‘squeezing in’.


Cover: ‘Waarschuwingsbord hoge spanning’ door Frank Nagel (bron: Shutterstock)

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.


Mark Koelman door Mark Koelman (bron: linkedin.com)

Door Mark Koelman

Mark Koelman is senior projectleider gebiedsontwikkeling bij Provincie Flevoland en buitenpromovendus energietransitie aan de Universiteit Utrecht


Meest recent

Zonnepanelen op het dak van een gebouw door Richie Quintyne NVEST (bron: shutterstock)

Duurzame energie in de regio, een passend ontwerp begint bij de goede vraagstelling

In de eerste ronde Regionale Energiestrategieën ging het ook over ruimtelijke kwaliteit. Hoe landen ingrepen in de energie-infrastructuur in onze omgeving? PBL en Royal HaskoningDHV plozen de plannen door en formuleren lessen & tips.

Uitgelicht
Onderzoek

25 april 2024

sportcampus Zuiderpark, Den Haag door Menno van der Haven (bron: shutterstock)

Wat is goed in de ruimtelijke ordening?

De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Alle reden voor een nadere reflectie, door hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.

Uitgelicht
Analyse

24 april 2024

Centrum Haarlem door Maykova Galina (bron: shutterstock)

Lokaal kijken naar de lange termijn, de visie en ervaringen van Willem Hein Schenk

In het boekje Sturen op Stadsarrangementen deelt architect Willem Hein Schenk de inzichten die hij verkreeg met zijn podcastserie de Haarlem Sessies. In een interview vertelt hij wat zijn belangrijkste lessen zijn: “Kijk naar de lange termijn”.

Interview

24 april 2024