Onderzoek
Schiedam havens

Een hybride toekomst voor de Schiedamse havens door duurzame clusterversterking

Door Tom Daamen

12 jun 2017 - De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling bestaat 10 jaar. Dat is ook gelijk het thema van het meest recente nummer van ons tijdschrift 'Go, gebiedsontwikkeling in beweging. Wat is de waarde van gebiedsontwikkeling?’. Daarin blikken we terug en kijken we vooruit met onderwerpen als de (on)mogelijkheden van technologie, de Gezonde stad Utrecht, een kijkje over de landsgrenzen heen in termen van exportproductie naar China en meer. Een van de opgenomen artikelen hebben we er voor u uitgelicht: het onderzoek van Tom Daamen naar de ruimtelijke strategieën voor de Schiedamse haven.

Onder de rook van Rotterdam wordt op innovatieve wijze gewerkt aan de toekomst van de Schiedamse havens. Geen ontwikkelaars of architecten, maar in het gebied aanwezige offshorebedrijven hebben hiertoe het initiatief genomen. Geen transformatie tot stedelijk gebied, maar ondernemerschap en behoud en verduurzaming van het maritieme karakter vormen het uitgangspunt. Geen masterplannen en subsidies, maar een procesmatige aanpak met gerichte investeringen en activiteiten zorgt voor enthousiasme en gezamenlijke ambitie. Is hier sprake van een revolutie? Een antwoord op basis van vijf leidraden voor hybride gebiedsontwikkeling.

Wie vandaag een kijkje neemt in het havengebied van Schiedam treft op het eerste gezicht een wisselvallig gebied aan. Direct aan de snelweg A4 ligt het nette bedrijventerrein Vijfsluizen. Degelijke gebouwen, ordelijke openbare ruimte en een mooi getijdenpark geven dit deel van het gebied een prima uitstraling. Met een eigen metrohalte is het terrein ook goed aangesloten op het regionale openbaarvervoersnetwerk. Maar wie iets verder het gebied in trekt, merkt al snel dat er gebouwen en terreinen zijn met een onbeduidende functie, dat veel auto’s en vrachtwagens op oneigenlijke plekken geparkeerd staan, en dat de openbare ruimte niet overal ongeschonden, schoon en veilig is. Grote kranen en scheepsloodsen trekken de aandacht, maar de hekken en slagbomen waarachter ze opdoemen zijn niet uitnodigend. De statige villa van de historische scheepsbouwer Wilton-Fijenoord aan het water is onzichtbaar. De schepen en dokken in de Wiltonhaven blijven grotendeels  verborgen.

De Wiltonhaven, met werven en kantoren van mondiaal opererende bedrijven als Mammoet, Gusto, SBM Offshore, Huisman en Damen Shiprepair, is door haar roemrijke geschiedenis voor velen welbekend. De naastgelegen Wilhelminahaven, die in de jaren twintig van de vorige eeuw als eerste werd aangelegd, is dat veel minder. Dit deel van het havengebied, door het Volkspark gescheiden van relatief aantrekkelijke Schiedamse (villa)wijken, heeft echter wel een meer open karakter. De oksel van het havenbekken, waar de provincie Zuid-Holland een duurzame ‘zachte’ oever aanlegt, biedt zicht op de activiteiten van diverse offshore-, recycling- en overslagbedrijven aan de overkant. En wie via de Havenstraat de oostflank van de haven bereikt, wordt verrast door een modern kantorencomplex van de internationale scheepsinstallatiebedrijven Wärtsilä en Jumbo Shipping. Luxe houten terrassen geven hier een prachtig uitzicht op de Nieuwe Maas.

Onderzoek Tom Daamen

Leidraad 1 Begrijp de bestaande situatie

Nog niet zo lang geleden waren de Schiedamse havens een studiegebied van ontwikkelaars. Samen met de gemeente Schiedam werd in 2009 gewerkt aan een gebiedsvisie waarin de onderbenutting van de Wilhelminahaven als kans voor gedeeltelijke transformatie werd gezien. Naast werken moesten wonen en leisure aan dit deel van het havengebied worden toegevoegd. Dat strookte prima met het beleid van de kwakkelende gemeente, die zich vol overgave richt op het verhogen van de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad. Het creëren van een interessant stedelijk waterfront werd – net als in vele andere havensteden – gezien als een manier om midden- en hogere inkomensgroepen naar Schiedam te lokken. De crisis zorgde er echter voor dat concrete planvorming op basis van de gebiedsvisie werd uitgesteld. In 2014 ontstond in de naastgelegen Wiltonhaven vervolgens een geheel andere impuls.

De drie grootste bedrijven in de Wiltonhaven presenteerden in het voorjaar van 2014 een visie die de gemeente uitdaagde tot nadere bestudering van haar havengebied. Verouderde kades, beperkte diepgang en veranderende markten bieden volgens de ondernemers aanleiding om fors in de renovatie van de havens en omliggende infrastructuur te investeren. De gemeente, die de grond in nagenoeg het gehele havengebied in erfpacht uitgeeft, werd gevraagd hier samen met de provincie aan bij te dragen. De gebruikers van de Wiltonhaven lieten doorschemeren dat de concurrentiekracht van het hier gelegen cluster, met al zijn banen voor de regio, anders onder druk kan komen te staan.

Vergelijkend onderzoek van de gemeente leverde al snel het inzicht op dat de samenhang tussen de bedrijven in de Schiedamse havens inderdaad groot is. Het gebied biedt plek aan maritieme ingenieursdiensten en leveranciers, en aan de productie van onderdelen voor de bouw en reparatie van zo’n beetje alles wat drijft. Het netwerk van diensten, leveranciers en producenten in de offshore- en maritieme maakindustrie blijkt zich tot ver in de regio te vertakken, maar duidelijk werd dat de Schiedamse havens daarbinnen een sterke schakel vormen. Wat volgde was een proces van joint fact-finding. Gedurende een jaar werd met bedrijven, bewoners, overheden, onderwijsinstellingen en andere geïnteresseerden door middel van enquêtes, workshops, fietsexcursies, town hall meetings en avondbijeenkomsten met raadsleden gezocht naar een gemeenschappelijk toekomstbeeld voor het gebied. Resultaten werden uiteindelijk vastgelegd en visueel gemaakt in een ‘ambitie- en inspiratiekaart’. Op 29 oktober 2015 legden de partijen in een intentieverklaring vast dat ze op basis van de kaart zullen ‘streven naar een duurzame, innovatieve en economisch gezonde haven in een gezonde leefomgeving’.

Leidraad 2 Bouw vertrouwen door voortgang

Met de open, procesmatige aanpak heeft de gemeente Schiedam voor de cruciale afstemming tussen relevante partijen, bestuurlijk draagvlak én brede politieke steun gezorgd. Het bleek na het doorlopen van deze aanpak geen probleem om een breed investeringspakket voor het havengebied door de raad te laten bekrachtigen. Het pakket, dat nu in uitvoering is, richt zich op zes thema’s die uit het voorgaande proces naar voren zijn gekomen: verkeer en mobiliteit; milieu en gezonde leefomgeving; duurzaamheid en innovatie; onderwijs en kennis; openbaar gebied; en branding. Hiermee heeft de gemeente tevens naar overheden, havenbedrijf, bedrijfsleven én bewoners de daad bij het woord gevoegd. En dat wekt vertrouwen. In gesprekken met de TU Delft geven partijen aan de procesmatige aanpak te waarderen, maar dat vooral het nakomen van de afspraken en de vertaalslag naar concrete investeringen en acties de relatie met de gemeente sterk heeft verbeterd. Hoewel het nog wel eens fout gaat, doen de bedrijven aan het water nu  bijvoorbeeld meer om de geluidsoverlast voor omwonenden te beperken. Voor de parkeerproblemen in het gebied wordt bij piekbelasting in overleg naar oplossingen gezocht.

Samen met het Havenbedrijf Rotterdam praat de gemeente nu met de grootste bedrijven verder om de renovatie van kades en de uitbreiding van kadelengte en terreinen in een concrete businesscase te gieten. De eerste, cruciale stap in de ruimtelijke ontwikkeling van de Schiedamse havens is de sanering en herontwikkeling van een slibdepot. Hierdoor komt in potentie ruimte vrij om bepaalde activiteiten van de aanwezige bedrijven meer of beter plek te geven, maar ook om anderen de kans te geven het Schiedamse cluster te komen versterken.

In de huidige planvorming spreken partijen openhartig over de onzekerheden van hun business en welke overwegingen deze voor de gebiedsontwikkeling met zich meebrengen. In deze gedetailleerde gesprekken wordt onmiskenbaar gezocht naar de bekende ‘fusie van belangen’ die gebiedsontwikkeling kenmerkt. Het is duidelijk dat het opgebouwde vertrouwen tussen partijen hier een uiterst belangrijke rol in speelt. Directies die vernemen over het reeds doorlopen proces, de concrete acties én gemaakte investeringen, voelen snel aan dat ook zij open kaart moeten spelen. Om voortgang te kunnen blijven boeken, zal het bedrijfsleven samen met partijen in het gebied moeten investeren. Besluiten hiertoe zullen naar verwachting in de loop van 2017 worden gemaakt.

‘Clusters reveal the mutual dependence and collective responsibility of [companies, government, and universities] for creating the conditions for productive competition. This task will require fresh thinking on the part of leaders and the willingness to abandon the traditional categories that drive our thinking about who does what in the economy’ Michael Porter (1998, p. 90)

Leidraad 3 Deel dilemma’s en spanningen

Niet iedereen is overtuigd van de aanpak en de keuzes die in het Schiedamse havengebied gemaakt worden. Bewoners die overlast ervaren van de schepen en activiteiten in de havens, vragen zich af of de afspraak om te streven naar een duurzame, innovatieve en economisch gezonde haven wel in deze breedte wordt nageleefd. Er wordt gevreesd dat de intensivering van het cluster op termijn tot nog meer overlast zal leiden. In een buren- en wijkberaad zal met de gemeente en ondernemers over deze en andere zorgen worden gesproken. Huisman, het bedrijf dat het dichtst bij de woningen is gelegen, deelt via Facebook en een nieuwsbrief met de bewoners waar het mee bezig is. Samen met basisscholen worden programma’s gemaakt om kinderen de havens te laten ervaren en te leren wat er gedaan en gemaakt wordt.

Binnen de gemeente wordt wel eens met argusogen gekeken naar de procesmatige, incrementele gebiedsaanpak. Er wordt dan gepleit voor plannen en kaders waarin de gemeente blijk geeft van haar eigen afwegingen, niet (alleen) van datgene wat gedurende het proces in gezamenlijkheid wordt gedefinieerd. Ook blijken ambtenaren soms moeite te hebben met de prioritering van acties die de aanpak in de Schiedamse havens met zich meebrengt. Vragen en problemen uit het gebied moeten binnen de gemeente vaker en sneller het hoofd worden geboden; iets waarvan het belang niet altijd herkend wordt. De procesmanager voor de Schiedamse havens speelt in de interne discussies en prioritering een aanzienlijke rol. Zijn vermogen om collega’s mee te krijgen, leunt daarbij sterk op het bestuurlijke en politieke draagvlak dat binnen de organisatie voor zijn aanpak is ontstaan. Extern zijn de gemeentelijke twijfels over de aanpak aanleiding om ook open over de legitimiteit van besluiten en investeringen te praten. Het participatieve, informele karakter van het proces staat immers op gespannen voet met het representatieve, formele karakter van publieke besluitvorming.

Het Havenbedrijf Rotterdam kijkt op verschillende manieren naar de Schiedamse opgave. Enerzijds ziet het een haventerrein dat grotendeels in eigendom is van de gemeente. Zodra het Havenbedrijf besluit om in het terrein en de kades te investeren, is het verkrijgen van de hoofderfpacht een voorwaarde. In dat geval kan het namelijk zijn natuurlijke rol als ‘havenbeheerder’ aannemen; het onderhoud en de exploitatie van deze havens kunnen dan op orde worden gebracht. Anderzijds worden de Schiedamse havens als maritiem cluster gedefinieerd, met een deels unieke samenhang van havenactiviteiten en havengerelateerde bedrijvigheid. Zo bezien is in Schiedam een strategische rol als ‘havenpartner’ logischer. Voor klanten ligt de meerwaarde van het Havenbedrijf dan in zijn vermogen om het cluster in Schiedam te versterken. Met zijn regionale scope kan het immers bij uitstek zorgen voor  complementariteit, samenwerking en dus efficiency tussen bedrijfsactiviteiten in en om het havenindustrieel complex. Het Havenbedrijf staat in Schiedam dus voor de keuze: acteren vanuit een havenbeheerdersperspectief óf kiezen voor een meer innovatieve, maar wel meer strategische en clustergerichte koppeling van rollen.

Leidraad 4 Denk door schalen heen

De laatste jaren is op regionaal niveau door bedrijfsleven, overheden en wetenschappers stevig nagedacht over de toekomst van de Zuidelijke Randstad. Samen met het team van de Amerikaanse sociaal econoom en internet-of-things-goeroe Jeremy Rifkin is een agenda gemaakt voor de ‘next economy’ van de regio. De Schiedamse haven is, getuige haar deelname aan het investeringsprogramma van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), een plek waarvan de potentie voor innovatie en economische vernieuwing erkend wordt. Het hier gevestigde maritieme offshore-cluster opereert in een mondiaal speelveld dat – net als andere belangrijke delen van de haven – sterk gekoppeld is aan de energiemarkt. De groeiende vraag naar duurzame energiebronnen zorgt voor belangrijke veranderingen in die markt, waardoor bijvoorbeeld de aanleg van  windmolenparken op zee toeneemt ten opzichte van de bouw van olieboorplatforms. Offshorebedrijven proberen natuurlijk op deze veranderingen in te spelen, maar de concurrentie is groot, terwijl klanten voorzichtig zijn met het plaatsen van grote orders.

Betrokkenen vragen zich soms af of de ambities van de gebiedsontwikkeling Schiedamse havens niet een te grote complexiteit met zich meebrengt. Men is hier immers vrij expliciet afhankelijk van krachten die alle denkbare schalen doorkruisen en maar zeer beperkt te beïnvloeden zijn. Het punt is echter dat de gemeenschappelijke belangen van partijen juist door schalen heen gevonden worden. Dit strookt met wat wetenschappelijk bekend is over clustervorming en hedendaagse sturing in ruimtelijke ontwikkeling. Al in 1998 concludeerde Harvard-hoogleraar Michael Porter dat bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen elkaar hard nodig hebben om sterke clusters te ontwikkelen (zie citaat). De verwevenheid tussen deze gremia in de hedendaagse economie betekent dat sturen in ruimtelijke ontwikkeling afstemming en samenwerking vereist tussen partijen die eerder ongestraft langs elkaar heen konden werken (sectoren, bestuurslagen). Kortom: wie doet aan gebiedsontwikkeling doet vandaag de dag, soms tegen wil en dank, dus ook aan regionale metropoolvorming. Dat besef lijkt ook in de Schiedamse havens bij de betrokken partijen in te dalen, omdat in de planvorming voor het gebied al steeds vaker regionale overwegingen (zoals positionering en concurrentie) worden meegenomen.

‘If there is to be a new urbanism, [it] will no longer be about meticulous definition, the imposition of limits, but about expanding notions, denying boundaries; not about separating and identifying entities, but about discovering unnamable hybrids.’ Rem Koolhaas et al. (1995, p. 969)

Leidraad 5 Durf te experimenteren

De koppeling tussen economie, infrastructuur, milieu, onderwijs en wonen in de gebiedsontwikkeling Schiedamse havens is niet uniek. Er zijn in Nederland meer havengebieden en andere (post)industriële zones waar vergelijkbare ambities gelden. Vaak ontstaan deze ambities vanuit de functies, netwerken en belangen die zich (soms onopvallend) al geruime tijd in en om het gebied zelf blijken te concentreren. En even zo vaak moet daarom afscheid worden genomen van de goedbedoelde plannen of visies die lokale overheden al voor die gebieden hadden gemaakt. Of het nu gaat over de Amsterdamse NDSM-werf, de Haagse Binckhorst, het Delftse DSM-terrein of de Schiedamse havens: de immer veranderende praktijk van gebiedsontwikkeling komt in dit type opgave – soms op dramatische wijze – aan het licht.

 Waar verouderde havens voorheen alleen maar voor stedelijke transformatie in aanmerking kwamen, ontstaat in deze gebieden nu een even interessante als complexe mix van initiatieven en functies. De TU Delft volgt deze opgaven met veel interesse, omdat hier veelal moet worden geëxperimenteerd met innovatieve ontwikkelstrategieën en planvormen. Visies uit het verleden werken daarin op vele manieren door, waardoor je hier in plaats van revolutie eerder kan spreken van evolutie. Zo ook in Schiedam. De bereidheid van partijen (ondernemers, overheden én burgers) om tijd en geld in de huidige aanpak te blijven steken, bewijst echter dat hier sprake is van een initiatief waarin veel bestaande noties, grenzen en ogenschijnlijke barrières ter discussie kunnen worden gesteld. De resultaten van de zoektocht naar een ‘hybride’ toekomst voor de Schiedamse havens zou velen wel eens kunnen gaan verrassen.


R. Koolhaas, B. Mau & H. Werlemann. S, M, L, XL New York: The Monacelli Press, 1995
M. Porter. Clusters and the New Economics of Competition Harvard Business Review, 76 (1998) 6, p. 77-90


Dit is een artikel uit ‘Go, gebiedsontwikkeling in beweging #4. 

Zie ook:

Auteur:

Portret - Tom Daamen
Tom Daamen

Universitair docent/onderzoeker Gebiedsontwikkeling TU Delft

Recente artikelen