platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Een nationale omgevingsvisie ván “de man op straat!”

Een nationale omgevingsvisie ván “de man op straat!”

25 dec 2015 - Het Jaar van de Ruimte is op 15 december 2015 met een slotbijeenkomst groots afgesloten in de Rijtuigenloods in Amersfoort. Een energieke en inspirerende slot bijeenkomst met zo’n 800 ambtenaren, adviseurs, politici en andere belangstellenden om te dromen, discussiëren en debatteren over hoe Nederland er in 2040 uit zou moeten zien. Ieder vanuit zijn eigen gezichtspunt en perspectief met respect voor elkaars standpunten.

Waarom is er een Jaar van de Ruimte?

De Vierde nota ruimtelijke ordening Extra van 1990 met als opgave de nieuwe woningbouwlocaties -de bekende Vinex-wijken- vormen een kantelpunt voor een grotere inbreng van marktpartijen in de ruimtelijke ontwikkeling. Bij de presentatie van de Vierde Nota Extra klonk dan ook ’2015, daar wordt nu aan gewerkt’. Bij het bereiken van het jaar 2015 de ‘opleverdatum’ voor de Vinex, doet zich opnieuw kantelpunt voor. De vraag voor het Jaar van de Ruimte 2015 is:

2040, hoe wordt daar nu aan gewerkt?

Wat is het Jaar van de Ruimte 2015?

Het Jaar van de Ruimte 2015 is het debat over de ruimtelijke toekomst van Nederland georganiseerd door zo’n 35 initiatiefnemers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu tot de BNSP en van het Pakhuis de Zwijger tot Staatsbosbeheer. Rond het thema “Wie Maakt Nederland” zijn media en evenementen ingezet vanaf de aftrap op 15 januari tot de slotbijeenkomst op 15 december 2015.

Wat is het resultaat van het Jaar van de Ruimte 2015?

Het is goed om te reflecteren en te kijken wat nu een jaar van dromen, discussiëren en debatteren over hoe Nederland er in 2040 uit zou moeten zien heeft opgeleverd met als oogst het Manifest 2040 met de zeven onvermijdelijke opgaven voor 2040:

  1. Versterken Stedennetwerk
  2. Ruimte voor energietransitie
  3. Water als kwaliteitsimpuls
  4. Gezonde leefomgeving
  5. Agrarische productie in balans met de omgeving
  6. Anticiperen op nieuwe technologie
  7. Bestaande bebouwing benutten

en vijf samenwerkingsprincipes voor de woon-en leefomgeving:

  1. Opgaven verbinden
  2. Particulier initiatief vertrouwen
  3. Regels zetten aan tot actie
  4. Omgevingskwaliteit beheren en creëren
  5. Lerend ontwikkelen

Groot winstpunt is ook de versterking van netwerken en verbindingen tussen mensen en organisaties met hart voor de toekomst van Nederland in 2040. Het debat voor de toekomst van Nederland in 2040 is zeker op scherp gesteld met als voorbeelden de blogs van:

  1. Friso de Zeeuw praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur Nieuwe Markten bij BPD met zijn reactie “Manifest 2040 negeert urgentie stedelijke woonopgave
  2. Jos Feijtel van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft met zijn opinie “Het jaar van de Ruimte: zonde van het belastinggeld: Wij maken Nederland? of: Wij maken er niks van?

Wat heeft “de man op straat” aan het Jaar van de Ruimte 2015?

Door Yves de Boer wordt tijdens de slotbijeenkomst ingebracht “De man op de straat is nog niet bereikt”. Dit geeft namelijk haarscherp de achilleshiel van omgevingsvisies in het algemeen en van deze voorloper van de Nationale Omgevingsvisie in het bijzonder weer:

Wat is de toegevoegde waarde van omgevingsvisies voor “de man op straat”?

Wat wordt het vervolg?

Het Manifest 2040 is een goede start als experiment voor de vast te stellen nationale omgevingsvisie. Ambtenaren, adviseurs, politici en andere belangstellenden hebben hun comfortabele veiligheid van sectoren moeten verlaten om te starten met de integrale benadering van de Omgevingswet. Participatie van “de man op straat” bij de nationale omgevingsvisie, waarbij niet alleen gehoord, maar echt geluisterd wordt, is cruciaal. De uitdaging voor de nationale omgevingsvisie wordt om uit de participatie de “rode draad van het verhaal” te distilleren met als resultaat:

Een nationale omgevingsvisie ván “de man op straat!”

Conclusie

De zeven onvermijdelijke opgaven en vijf samenwerkingsprincipes voor 2040 zijn grotendeels gericht op de Hoe- en Wat-vragen. Voor de nationale omgevingsvisie zal echter nog een verdiepingsslag naar de volgende Wie en Waarom-vragen plaats moeten vinden:

  • Voor wie wordt de nationale omgevingsvisie opgesteld?
  • Wie stelt de nationale omgevingsvisie op?
  • Waarom wordt een nationale omgevingsvisie opgesteld?

Wordt de verdiepingsslag niet gemaakt dan wordt de nationale omgevingsvisie “top-down” vóór “de man op straat!” vastgesteld. De verwachting van Friso de Zeeuw dat “het ’Jaar van de Ruimte’ zou uitmonden in een feestje voor ambtenaren en adviseurs” wordt dan bewaarheid…

Zie ook:

Auteur

Portret - Arno Kleine Staarman
Arno Kleine Staarman

Projectmanager ruimtelijke ontwikkeling Aranto| expert Duurzaamgebouwd.nl | expert-team Omgevingswet Tweede Kamerfractie CDA

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte