platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Redactioneel

Eenzijdig binnenstadsdenken belemmert metropool

Eenzijdig binnenstadsdenken belemmert metropool

Recensie ‘Terug naar de Stad’ van Jos Gadet

21 jan 2012 - In de beste traditie van Jane Jacobs beschrijft stadsgeograaf Jos Gadet de ontwikkeling van de urban fabric in Amsterdamse buurten als de Nieuwmarkt en Zuid. Het dagelijks leven staat erin centraal: hoe bewegen mensen zich door de buurt, wat zoeken ze er, wat bindt ze? Wat maakt buurten aantrekkelijk en geliefd? Het is een manier van kijken die Gadet in zijn dagelijks werk bij de Dienst Ruimtelijk Ordening gewend is, op zoek naar de potenties van plekken.

In de beste traditie van Jane Jacobs beschrijft stadsgeograaf Jos Gadet de ontwikkeling van de urban fabric in Amsterdamse buurten als de Nieuwmarkt en Zuid. Het dagelijks leven staat erin centraal: hoe bewegen mensen zich door de buurt, wat zoeken ze er, wat bindt ze? Wat maakt buurten aantrekkelijk en geliefd? Het is een manier van kijken die Gadet in zijn dagelijks werk bij de Dienst Ruimtelijk Ordening gewend is, op zoek naar de potenties van plekken.

Gadet is daarin bijzonder stellig: het boek is een lofzang op het fijnmazige binnenstadsmilieu dat diversiteit, levendigheid en identiteit faciliteert. Het is ‘die urban fabric met al z’n uitdagingen, stimuli, kansen en mogelijkheden’ die de Amsterdamse binnenstad zo aantrekkelijk maakt. Dat ‘binnenstadsmilieu’ moet dus zo ver mogelijk ‘uitgerold’ worden over de omringende buurten. Gadet beschrijft het succes van plekken zoals het hippe restaurant Dauphine, aan de rand van de binnenstad, dat iedere dag weer nokjevol zit met creatieve kenniswerkers die footloose zijn en alleen daar werken waar ze de juiste sfeer, de juiste koffie en kans op ontmoetingen treffen. Het is een mooi verhaal, op een persoonlijke manier verteld. Het verhaal van de terugkerende populariteit van de stad, waar tegenwoordig iedereen weer wil wonen en werken. Althans, dat denkt Gadet, omdat hij het er zelf zo naar zijn zin heeft. De voorkeuren van Gadet en zijn familie worden verheven tot norm. Zo beschrijft hij een scene waarin zijn dochter onpasselijk wordt als ze door haar vader naar Hoofddorp wordt gereden. Snel terug naar Amsterdam! Het boek is daarmee ook een staaltje grachtengordeldenken waarvan je je af kunt vragen wat je er mee opschiet, behalve dat het zeker leuk is om de geschiedenis van de revitalisering van de buurten te lezen. Bedenkelijker wordt het als de ‘inhumane stedenbouw’ van de Bijlmer in één adem door wordt genoemd met een gedetailleerde beschrijving van ‘een aantal spectaculaire schietpartijen’ en zelfs de rellen in de Parijse banlieus. Met het schoonvegen van de Zeedijk is het er in de binnenstad inderdaad gezelliger op geworden en is de drugsoverlast definitief verplaatst naar Zuidoost. Maar of we dat Nassuth c.s mogen aanrekenen, of het feit dat Zuidoost te ver van ‘de organische stad’ ligt?

Het boek is dan ook meer dan een onschuldige, particuliere lofzang, omdat Gadet ook in dienst is bij de DRO. Gadet beschrijft hoe hij schrikt van Maarten Hajer, directeur van het PBL, die pleit voor groen wonen langs de randen van de stad. Gadet kan zich niet voorstellen dat een mens dát zou willen! En dat is nou precies het probleem. Het metropooldenken dat Amsterdam propageert is volledig gebaseerd en bedacht vanuit Amsterdam zelf. Het is een staaltje concentrisch denken dat negeert dat er een polycentrische regio ontstaat, waarin verschillende milieus een plek moeten kunnen krijgen. Met als gevolg dat plekken en gebieden die de potentie hebben om binnen het netwerk van de metropool betekenisvol te zijn, die kans niet krijgen bij gebrek aan benodigde investeringen. Een voorbeeld is de corridor Zaanstad-Zaanoevers, of, nog dichter bij huis, de Westelijke Tuinsteden, die sinds de ‘Parkstad-deal’ uit 2007 het pakkie-an zijn van de corporaties en dus niet toevallig geheel niet in dit boek worden genoemd.

De Amsterdamse binnenstad is aantrekkelijk, haar populariteit bewijst het, maar daarmee hoeven we ons over die binnenstad ook niet zo heel veel zorgen te maken. De investeringen komen toch wel en de binnenstad dijt zo steeds verder uit. Dat betekent dus ook: verdringing van minder draagkrachtige groepen door de kapitaalkrachtigen. Gentrification leidt er toe dat er mensen zijn die hun heil in Hoofddorp zullen moeten zoeken. De aandacht van planners zou juist gericht moeten zijn op de plekken waar investeringen niet vanzelf komen, waar infrastructuur, transformatie of andere ingrepen noodzakelijk zijn. Plekken waar mensen bijvoorbeeld ook prettig zouden kunnen wonen, al was het alleen maar vanwege de voor velen onbetaalbare grondprijzen in de binnenstad. Of omdat ze gewoon op enige afstand van de binnenstedelijke buzz in het groen willen wonen. Zorg voor de stad is dus meer dan een lofzang op de binnenstad en het streven die binnenstad steeds groter te maken. Het vergt aandacht voor het geheel van de stedelijke regio, en vooral voor de ‘moeilijke’ plekken daarbinnen. Een lofzang op diversiteit zou zich niet moeten beperken tot de binnenstad alleen.

Zie ook:

Auteur

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte