platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Emoties in de woningmarkt

Emoties in de woningmarkt

Het zijn barre tijden voor gebiedsontwikkeling. Grote economische onzekerheid op mondiaal niveau. Prinsjesdag stond, naast enkele bescheiden investeringen bovenal in het teken van bezuinigingen. Bijbehorende koopkrachtplaatjes zullen de komende jaren voor vele huishoudens een vergelijkbare opgave met zich meebrengen. Ook veel steden kampten met toenemende tekorten op hun begrotingen. Reden genoeg voor somberheid op de woningmarkt. Het water staat aan de lippen en gebrek aan vertrouwen zijn daarom begrijpelijk veelgehoorde uitdrukkingen bij spelers in gebiedsontwikkeling.

In haar boek Gepaste emoties stelt Mariëtte Baanders dat onze samenleving flink is doorgeschoten in het belang dat we hechten aan emoties. Is dit wellicht ook het geval in de woningmarkt? Het (tijdelijk) afschaffen van de overdrachtsbelasting en de lage rente kunnen niet op tegen de gevoelens van onzekerheid. De markt zit nog steeds in het slop. Onzekerheid over het herstel en overheidsbeleid, maakt angstig en leidt tot voorzichtigheid. Tussen publieke en private partijen leidt het soms zelfs tot krampachtig gedrag. Het goede nieuws is, als we Baanders mogen geloven dat er sprake is een brede maatschappelijke behoefte aan een beter evenwicht tussen emotie en feiten.

Ligt hier een handreiking? Wat is na jaren van economische voorspoed en bijbehorende grote woningproductie het perspectief voor de komende jaren? Uit marktonderzoek blijkt dat er nog steeds sprake is van een kwalitatieve vraag. Hoe ontwikkelt deze vraag zich bij een stagnerende of beperkte economische groei? Als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen komen veel publieke voorzieningen onder druk te staan. Voor veel huishoudens tekent zich een daling van het besteedbare inkomen af. Dit gegeven in combinatie met de strengere eisen voor hypotheekverstrekking, aanpak van de hypotheekrenteaftrek en stijgende bouwkosten vraagt om vakmanschap, maar ook om een cultuur- en mentaliteitsverandering. Voor een deel wordt het heil op dit moment gezocht in particulier opdrachtgeverschap of vergelijkbare vormen van klantgericht bouwen. Met als argumenten ondermeerkostenbeheersing en het directer betrekken van (toekomstige) bewoners bij hun woning en woonomgeving. Tot de crisis van 2008 was de omvang van dit type bouwproductie binnen Nederland gemiddeld zo’n 10%. In vergelijking met andere landen is er zeker een groei mogelijk, maar ten aanzien van de totale vraag zal zeker in stedelijke regio’s ook naar andere vormen gezocht moeten worden om in te spelen op voorliggende opgaven. Zo kan flexibiliteit in het bestemmingsplan helpen om meer vraaggericht te kunnen werken. Ook op schaal van de woning is innovatie broodnodig. De woningbouwplattegrond zit al jaren vast in een beukmaat van 5.40 meter. En aanscherping van beleid op het gebied van CO2 vraagt naast technische innovatie, die veelal wel voorhanden is om kennisverspreiding en slimme financieringsconstructies om energiezuinige woningen daadwerkelijk te realiseren.

Naast deze inhoudelijke opgaven en het hiervoor benodigde vakmanschap zal vooral ook in de relaties tussen publiek en privaat een professionaliseringslag gemaakt moeten worden. Om effectief om te gaan met de beperkte beschikbare financiële middelen is samenwerking onontbeerlijk. Een naar binnen gekeerde blik en individuele emotionele impulsen helpen ons hierbij niet, meer inlevingsvermogen en het staan voor eenherkenbaar collectief verhaal dat bijdraagt aan (lokale)maatschappelijke samenhang wel. Participatie kan hierbij behulpzaam zijn, mits het geen schijninspraak betreft. Wellicht zijn we de afgelopen jaren te ver doorgeschoten met participatie. Het kan ook een prettige vluchtheuvel vormen. De eeuw van de overheid ligt achter ons. Het verleden biedt niet langer garantie voor de toekomst. Jaren van grootschalige kwantitatieve groei in de woningmarkt liggen achter ons. De sleutel voor de komende jaren is een bindend vergezicht in de driehoek overheid, markt en ‘civil society’. Regionaal en lokaal.Gebaseerd op gesprekken tussen mensen over wederzijdse ambities en mogelijkhedenvan een plek, belangen, dilemma’s en onderliggende waarden.

Auteur

Agnes Franzen
Agnes Franzen

Strategisch adviseur SKG/TU Delft en medeoprichter/hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (2010-2017)

Bekijk alle artikelen