platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Interview

‘Geef wonen de ruimte’; de visie van Isabelle Diks

‘Geef wonen de ruimte’; de visie van Isabelle Diks

isabel

25 apr 2016 - GO vraagt professionals uit de publieke en private sector naar hun reactie op de publicatie “Geef wonen de ruimte!” van Friso de Zeeuw. In onderstaand artikel de visie van Isabelle Diks, wethouder van Leeuwarden.

1.      Nu de woningmarkt aantrekt, hoe wordt de regionale planning opgepakt?

In perifere gebieden, zoals Fryslân, is er minder sprake van regionale, geschakelde stedelijke gebieden. Leeuwarden blijft nog jarenlang een groeikern in een verder voornamelijk krimpende provincie. De woonagenda’s van de stad en de regio lopen daardoor nog meer dan voorheen uit elkaar. Toch zien wij wel de voordelen van een goede afstemming van de verschillende gemeentelijke woonagenda’s.

Leeuwarden participeert in verschillende regionale samenwerkingen, afhankelijk van de opgave. Met de omliggende (plattelands)gemeenten zijn afspraken over de omvang en de kwaliteit van de toe te voegen woningen. Op basis van nieuwe inzichten en prognoses zal de opgave per regio worden bekeken. Overigens is voor een belangrijk deel van de woningmarkt de gemeente Leeuwarden als afzonderlijke regio te definiëren, omdat de instroom in belangrijke mate landelijk of internationaal is (vanwege de studenten).

Voor wat betreft bijvoorbeeld geliberaliseerde huur zoekt Leeuwarden de medewerking bij de andere stedelijke gebieden in Fryslân, juist omdat de vraag naar dit segment in de landelijke gebieden zeer beperkt is.

2.     Wat is de toegevoegde waarde van het ontwerp bij het omgaan met regionale planning en de groene contour?

De crisis heeft er zeker toe geleid, dat er steeds meer aandacht kwam van ontwikkelaars, bouwers én kopers voor kwaliteit in alle opzichten; dus architectonisch, energetisch en bijvoorbeeld levensloopbestendig. Het is daarom belangrijk om nu in een aantrekkende markt goed met elkaar te bespreken welke langjarige opgave de regio heeft. In Fryslân is de krimp begonnen en dat betekent dat er in sommige plattelandsgebieden al op korte termijn een andere opgave in woningbouw- en sloop is dan in de stad.

We willen voorkomen dat er in de roes van de gunstige marktstemming wordt teruggegrepen naar het ontwikkelmodel van voor de crisis. Concreet betekent dit dat we nieuwe uitleglocaties bij de kleinere kernen niet meer in ontwikkeling nemen, maar dat juist het afronden van bestaande of reeds in ontwikkeling gebrachte locaties prioriteit heeft.

Daarbij moet er ook zicht komen op de opgave in het bestaand bebouwd gebied van dorpen. Vrijval van locaties door sluiting van voorzieningen of sloop van verouderde complexen (en door de krimp overtollige woningen) biedt ruimte om wel gewenste woonvormen toe te voegen. Op die manier kunnen dorpsbewoners door oprichting van bijvoorbeeld wooncoöperaties veel meer invloed uitoefenen op hun eigen woon- en leefomgeving. 

Deze vrijval biedt ook de kans om de ruimtelijke kwaliteit – waaronder het groen – in bestaand bebouwd gebied te verbeteren. De groene contour in Fryslân betekent het kennen en beschermen van cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle gebieden. Dit zijn belangrijke dragers onder de woonkwaliteit en ook voor het recreatieve en toeristische potentieel van de regio. Niet zozeer de rode contour bepaalt de opgave, maar juist de beschermenswaardige natuur- en landschapswaarden.

3.      Welke relaties zien we met volkshuisvesting, anders dan alleen wonen. Bijvoorbeeld de relatie met zorg.

De opgave bij het wonen ligt meer dan voorheen in het sec toevoegen van nieuwbouw. De bevolking transformeert naar meer hoogopgeleid, meer vergrijsd en meer alleenstaand. Het ‘klassieke’ huishouden, dat van het gezin, blijft de bevolking van de suburbane delen van de provincie overheersen, hoewel ook daar eventuele groei alleen bij alleenstaanden te vinden is. Dit betekent dat scherp gekeken moet worden of de specifieke woonwensen van de nieuwe bevolking voldoende gefaciliteerd (kunnen) worden in de bestaande bebouwing, of dat er toch ook nieuwbouw voor moet plaatsvinden.

Hoogopgeleide jongeren kiezen primair voor zelfstandig wonen in of nabij de binnenstad. Hier is de dynamiek en het stedelijke karakter te vinden die aansluit bij hun werk- en belevingswereld. Steden waarbij dit segment belangrijk is – zoals bijvoorbeeld Leeuwarden – moeten zich inspannen om ervoor te zorgen dat er voldoende woonruimte bij komt. Hier liggen ook kansen om delen van de stad op te waarderen (gentrification) zonder dat hiervoor overheidssubsidies nodig zijn.

De vergrijzing zorgt ervoor dat er meer ouderen zijn die ook langer zelfstandig en langer alleen blijven wonen. Het exploiteren van bestaande woon-zorgcomplexen wordt moeilijker, omdat deze soms niet de kwaliteit bieden die huishoudens vragen. Nieuwe en innoverende marktpartijen springen hierop in. De overheid moet deze ontwikkeling stimuleren, maar tegelijkertijd voorkomen dat het een wild west wordt – het gaat vaak wel om de meer kwetsbare huishoudens.

De groei van het aantal alleenstaanden vraagt ook om een afgestemd woonprogramma. De trek van gezinnen naar de groene zones bij de stad betekent dat eengezinswoningen in de stad in toenemende mate door alleenstaanden worden bewoond. Tegelijkertijd zal een groter deel van deze groep – zeker de meer oudere en laagopgeleide alleenstaanden – een beroep blijven doen op corporatiewoningen. Dit biedt corporaties de kans om bij sloop of nieuwbouw kleinere (zorg)eenheden terug te bouwen, waarbij de woonkwaliteit er tevens voor de bewoner op vooruit gaat.

Auteur

helen jager pp
Helen Jager

Communicatie bij Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte