platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Geen organische maar ergonomische gebiedsontwikkeling!

Geen organische maar ergonomische gebiedsontwikkeling!

neighbourhood

17 mrt 2016 - Met interesse heb ik recent op gebiedsontwikkeling.nu een tweetal artikelen gelezen die in gaan op het fenomeen ‘organische gebiedsontwikkeling’.

Frank ten Have stelt in zijn column dat organische gebiedsontwikkeling een achterhaalde crisishype is. Frans Soeterbroek is het daar niet mee eens en stelt dat organische gebiedsontwikkeling juist de brug kan slaan tussen lokaal initiatief en de grote wereld van stadsontwikkeling. Soeterbroek ziet organische gebiedsontwikkeling als het antwoord op de klassieke manier van ontwikkelen. 

Wat is eigenlijk organische stedenbouw, organische groei of organische gebiedsontwikkeling? In een publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2012 staat onder meer het volgende: ´Bij organische gebiedsontwikkeling is er ruimte voor gevarieerde initiatieven en sprake van een open-eindeproces zonder blauwdruk; het is een optelsom van relatief kleinschalige lokale (her)ontwikkelingen. Het leidt tot meer stedelijke diversiteit en biedt een grotere mate van flexibiliteit dan de projectmatige, grootschalige en integrale planningstraditie. Een keuze voor organische gebiedsontwikkeling vereist een essentieel andere houding van gemeenten: loslaten van de regierol en zich afhankelijker van initiatiefnemers durven opstellen.’ Op die definitie is best het één en ander af te dingen maar misschien moeten we niet teveel blijven hangen op de voors en tegens van organische gebiedsontwikkelingen. Dat is reactief, werkt te beperkend en leidt niet tot juiste beschouwing van de actuele situatie. 

Wat is de situatie? De tijd van de grootschalige planmatige uitleggebieden is voorbij. Het gestructureerd en berekenend volplempen van grasland met rijen en blokken van dezelfde woningen is niet meer van deze tijd. Ruimtelijke kwaliteit bestaat voor een groot deel uit menselijke beleving en zeker niet uit het vogelvluchtbeeld vanuit de helikopter. Maar voor een goede ruimtelijke ontwikkeling is iets van een plan, visie, ambitie, samenhang en een eindbeeld wel noodzakelijk. Daarbij is een volledig flexibel open-eindeproces een utopie, aangezien er toch moet worden voldaan aan allerlei wet- en regelgeving en beleid. We ontkomen er niet aan om van te voren na te denken waar ontwikkelingen mogelijk/wenselijk zijn. In die zin is organische groei in Nederland eigenlijk niet mogelijk. 

Er spelen diverse maatschappelijke ontwikkelingen die er voor zorgen dat we wel met een andere bril naar (de ontwikkeling van) gebieden moeten kijken. In grote delen van Nederland hebben we te maken met bevolkingskrimp en leegstand, het gebruik van binnensteden verandert, er is een overdaad aan kantoorruimte en we zien een grote beweging op het gebied van energietransitie met een grote impact op de beleving en het gebruik van ruimte. Meer dan ooit moet in de ontwikkeling van gebieden de afweging worden gemaakt tussen herbestemming en hergebruik, herontwikkeling, inbreiding en uitbreiding waarbij ruimte wordt geboden aan innovatieve initiatieven en oplossingen. In die afweging moeten de belangen van allerlei betrokkenen worden gewogen. Zoals die van de bewoners, gebruikers, ondernemers, overheid, financiers en ontwikkelaars. 

Er is geen eenduidige lijn te kiezen voor de ontwikkeling van een gebied. De plek, de economie, de belangen, de markt, de bewoners: deze elementen geven uiteindelijk gezamenlijk de randvoorwaarden voor een ontwikkeling. De gemeentelijke overheid is de eerste verantwoordelijke om alle denkrichtingen te vertalen in een ontwikkelingsrichting voor een stad of dorp. Op dit punt moet zij de regie nemen. Leidt dat tot gebiedsontwikkeling oude stijl en het gevreesde één-tweetje tussen overheid en ontwikkelaar? Nee, goed aangestuurd leidt dat tot een dialoog tussen de verschillende belanghebbenden om te komen tot een gezamenlijk eindbeeld op hoofdlijnen. Met de gemeente als procesverantwoordelijke. De ontwikkelingssnelheid is dan afgestemd op de vraag en behoefte en het eindbeeld kan gedurende het ontwikkelingsproces worden bijgesteld. Procesverantwoordelijk zijn betekent niet dat je op voorhand de uitkomst bepaald, wel dat je zorgt voor een breed gedragen oplossing. Dat vereist wel een open meedenkende houding van betrokken ambtenaren en bestuurders. En er moet sprake zijn van gemeentelijke beleidsplannen die niet zo dicht getimmerd zijn dat alle flexibiliteit en ruimte om te innoveren wordt weggenomen. Ik hoop oprecht dat de omgevingswet met omgevingsvisie en -plan op dit gebied meer mogelijkheden gaat geven dan het huidige instrumentarium met structuurvisies en bestemmingsplannen. Geen blauwdruk en vastgesteld eindbeeld voor ontwikkeling maar wel flexibele kaders en een richting. 

De kritiek van Frans Soeterbroek op de column van Frank ten Have vind ik grotendeels terecht. Maar het is hoog tijd om afscheid te nemen van het fenomeen ‘organische gebiedsontwikkeling’. Want die term doet geen recht aan de manier waarop we om moeten gaan met de ruimtelijke inrichting van Nederland. Wel is het van evident belang dat de gebiedsontwikkeling flexibel omgaat met de wensen en eisen die de verschillende belanghebbenden – mensen! – bij die ontwikkeling hebben, nu en in de toekomst. Dat is niet organisch, maar ergonomisch. 

Het is tijd voor ergonomische gebiedsontwikkeling en daar is inderdaad visie, kaderstelling en initiatief voor nodig om snel verder te kunnen komen.


ir. Bob Braak is werkzaam als senior projectmanager bij Procap adviseurs en projectmanagers. Hij heeft in de afgelopen jaren onder andere in opdracht van de gemeente Zuidplas gewerkt aan een aantal deelprojecten van de Zuidplaspolderontwikkeling waaronder de succesvolle woningbouwontwikkeling “De Jonge Veenen” in Moerkapelle.


Zie ook:



Auteur

bob braak
Bob Braak

Projectmanager bij Procap Adviseurs en Projectmanagers

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte