Luchtfoto van kleurrijke regenbooghuizen in Houten, Nederland door hans engbers (bron: shutterstock)

Groene verstedelijking betaalbaar maken, de aanpak in de regio Utrecht

29 augustus 2025

7 minuten

Onderzoek In dit tweede artikel over het VRO-programma ‘Groen In en Om de Stad’ (GIOS) wordt de schijnwerper gericht op het gebied tussen Utrecht, Houten en Zeist. De ruim 60.000 woningen die hier gebouwd gaan worden, vergen 206 miljoen euro om het groen op een goed niveau te krijgen. Adviesbureau Rebelgroup laat na het nodige rekenwerk zien dat dit haalbare kaart is, met een methodiek die nu ook in andere gebieden wordt toegepast.

Artikelenserie over Groen In en Om de Stad (GIOS)

Op de website ruimtelijkeordening.nl publiceert het ministerie VRO series met praktijkverhalen. Een voorbeeld zijn de verhalen die schrijver Mark Hendriks en fotograaf Nadine van den Berg maken over ruimtelijke kwaliteit in projecten. De nieuwste loot aan de stam is een verkenning van het thema groen, naar aanleiding van het programma Groen In en Om de Stad (GIOS) van de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het programma, waarbinnen vorig jaar deze handreiking werd gepubliceerd, zet erop in om voldoende groen te realiseren voor een gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit het programma is de afgelopen tijd onderzoek gedaan naar de financiering en bekostiging van groen. In deze artikelenreeks komen mensen uit onderzoek en praktijk aan het woord om hun kennis en ervaringen te delen. Het eerste artikel verscheen medio juli en ging in op een ander onderzoek van Rebelgroup (uitgevoerd samen met Arcadis), naar de opbrengsten en kosten van groen bij meerdere ambitieniveaus – uitgerekend voor heel Nederland.

Met het doorplaatsen van de artikelen sluit Gebiedsontwikkeling.nu aan op eerdere artikelen op ons platform over het groen in de stad en de financiering daarvan. Zo hebben WUR-onderzoekers Wenny Ho en Joyce Zwartkruis onderzocht hoe de werelden van groen beleid maken en uitvoeren van elkaar verschillen. Recensent Jaap Modder schreef recent over stedenbouwers en groen, natuurinclusieve gebiedsontwikkeling en groene wildernis in de steden. En ook over de toegevoegde waarde van bomen en parken is het nodige te vinden, onder meer op het gebied van gezondheid en het verminderen van hittestress. De Groen groeit mee-strategie van de provincie Utrecht, om groen structureel te borgen in verstedelijking, hebben we ook eerder belicht en wordt in onderstaand artikel nader toegelicht.

Het Kromme Rijn Linielandschap is een gebied van 4.000 hectare tussen Utrecht, Houten, Bunnik, Zeist, Nieuwegein en Utrechtse Heuvelrug. Het staat voor een enorme opgave: door de woningbouwplannen komen er naar schatting 140.000 inwoners bij. Tegelijkertijd staan bestaande natuurgebieden, zoals Amelisweerd, nu al onder druk.

Groen groeit niet vanzelf mee

“In het Kromme Rijn Linielandschap loop je in de zomer op sommige plekken echt over de mensen heen”, vertelt Jan Smelik (adviseur Economie & Ecologie bij Rebelgroup). “Sinds de coronapandemie is het gebruik van dit gebied flink toegenomen, vooral door mensen die hun hond uitlaten of een rondje gaan hardlopen.” Het gebied kent een rijke geschiedenis en herbergt unieke landschappelijke en cultuurhistorische waarden, waaronder delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tegelijkertijd staat de regio voor grote uitdagingen: de natuurwaarden staan onder druk, er is een forse wateropgave, het perspectief voor de landbouw is onduidelijk en er zijn veel barrières door snelwegen en spoorlijnen. “Er komen 60.000 woningen bij, dan heb je het over een gemeente zo groot als Amersfoort”, zegt Smelik. “Bij de Merwedekanaalzone bouwen ze een heel nieuw stadsdeel erbij.”

Het groeiende ruimtebeslag vraagt om een doordachte aanpak. Het initiatief hiervoor ontstond uit een samenwerking tussen de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en de Provincie Utrecht. Rebel werd betrokken vanwege de ervaring van het bureau met gebiedsfinanciering. Eerder maakte het bedrijf landelijke kosten-baten analyses op landelijke en regionale schaal (onder andere voor GIOS en de Maatlat Klimaatadaptatie) en kon deze methode nu toepassen op een gebied om bekostiging en realisatie in de praktijk te brengen.

Het idee achter de aanpak is niet alleen naar de kosten van groen te kijken, maar ook naar de maatschappelijke baten

Wat deze aanpak flink helpt, is dat abstracte beleidsvisies direct zijn vertaald naar een concreet gebied met een realistische businesscase. Geen ‘visieland’, maar een uitvoerbare kaart. Projectleider Hilco van der Wal (Toekomstmaker) ging met alle betrokken gemeenten en stakeholders in gesprek. Het bijzondere: hij liet een tekenaar meelopen die alles direct visueel maakte op de kaart. Het resultaat: een uitvoeringsprogramma met 23 infrakunstwerken (bruggen, tunnels, ecoducten), 85 kilometer wandel- en fietspaden, 570 hectare nieuwe natuur en 140 hectare recreatiegebied. Samen goed voor 1.225 hectare extra bereikbaar landschap. Niet in beton gegoten, wel een eerste stap waarmee we naar het financiële plaatje kunnen kijken. “Dat gebeurt niet vaak in dit soort gebieden”, legt Jan Smelik uit. “Door van onderop de bestaande plannen op te halen en die in schets op de kaart te zetten, konden we een berekening maken van de businesscase. Dit maakte alles enorm concreet.”

Rekenwerk voor het landschap

Het idee achter de aanpak is niet alleen naar de kosten van groen te kijken, maar ook naar de maatschappelijke baten. Jan: “In de jaren hebben we goede modellen ontwikkeld om de baten van groen in te berekenen. Daar kwamen allemaal ideeën uit voor alternatieve vormen van bekostiging. Maar uiteindelijk moet je het in de praktijk zien te regelen en voor elkaar krijgen. Dan pas leer je of het echt werkt, en waarom. Die proef hebben we nu op de som genomen.” De cijfers zijn indrukwekkend: eenmalig 206 miljoen euro plus jaarlijks 9 miljoen aan beheerkosten. Per nieuwe woning komt dat neer op 3.400 euro. Dat is circa 1 procent van de gemiddelde bouwkosten per woning van 250.000 euro. Per woning komt er dan ongeveer 200 m² bereikbaar groen bij.

Prins Clausbrug, Utrecht door MPPhotograph (bron: shutterstock)

‘Prins Clausbrug, Utrecht’ door MPPhotograph (bron: shutterstock)


Tegenover de kosten staan aanzienlijke baten: 430 miljoen euro over een periode van 50 jaar. De grootste opbrengst zit hem in de gezondheidswinst (een plus van 154 miljoen) door minder bevolkingssterfte, betere luchtkwaliteit en meer beweging. Daarnaast levert het groen een energiebesparing op van 65 miljoen door het verkoelende effect van groen en 58 miljoen aan extra recreatie-inkomsten.

De financiële puzzel

De echte uitdaging (na het vaststellen van het positieve saldo op langere termijn) is vervolgens: wie betaalt wat en wel de komende jaren? Volgens Smelik zijn er flinke investeringen nodig: “Daar gaan best wel grote bedragen in zitten, en dat geld is er over het algemeen gewoon niet, of niet voldoende. Tegelijk valt het in het niet vergeleken met de kosten voor infrastructuur en woningbouw, terwijl het wel grote kwaliteit toevoegt.” Rebel ontwikkelde een systematische aanpak om alle mogelijke geldstromen in kaart te brengen, aan de hand van een drietrapsraket. Trede één is het nemen van de woningbouw als uitgangspunt, dit dekt 28 procent van de kosten. Smelik: “Dit is ook in lijn met het uitgangspunt van het programma Groen Groeit Mee: als het aantal woningen groeit, moet het groen meegroeien.” Na gesprekken met experts wordt geschat dat vanuit rijksmiddelen voor woningbouw en bereikbaarheid ongeveer 60 miljoen euro gedekt kan worden. Dit komt dan deels uit de Woningbouwimpuls (Wbi) en deels uit de grondexploitatie van nieuwe uitleglocaties, zoals mogelijk Houten-Oost.

Trede twee behelst een inzet op bestaande regelingen en budgetten, ter grootte van 35 à 50 procent van de kosten. Voor grote natuurgebieden zijn er via de bossenstrategie substantiële middelen beschikbaar. Verder kan de provincie Utrecht een bijdrage leveren vanuit de reguliere begroting en het programma Groen Groeit Mee. Voor de korte termijn richting 2029 (à raison van 26 miljoen euro) is de businesscase zelfs al volledig gedekt.

We wilden niet alleen dit gebied verder helpen, maar ook inzichten opleveren voor het Rijk en andere regio’s
Jan Smelik, Rebelgroup

Er blijft dan dus nog ongeveer 45 miljoen over (20 procent) over die anders op moet worden gebracht: trede drie. Hiervoor ontwikkelde het team 6 praktische ‘denklijnen’. Een eerste redelijk kansrijke oplossing kwam uit de hoek van de infrastructuur. Voor recreatieve paden is nauwelijks budget, maar voor functionele mobiliteit, zoals woon-werkverkeer, soms wél. Door routes slim te koppelen aan het Regionaal Fietsnetwerk, werd ‘fietsen voor de lol’ ineens ‘fietsen voor het werk’. En dus te bekostigen. “Het vinden van bekostiging voor fiets- en wandelpaden is maatwerk,” legt Smelik uit. “Zoek aansluiting bij het Fietsnetwerk.”

Voor de grootste kostenpost bestaan alternatieven. Voor bruggen en tunnels (68 miljoen) zijn nauwelijks standaardmiddelen beschikbaar. Jan: “Rijkswaterstaat heeft als doel doorstroming en veiligheid. Voor het opheffen van barrières voor wandelaars, fietsers en dieren is nauwelijks of geen geld. ” De oplossing: projecten vroegtijdig agenderen bij Rijkswaterstaat. De reactie? ‘Als je op tijd bent, dan kunnen we het nog weleens meenemen. Als we toch bezig zijn met het groot onderhoud, dan is een tunnel voor bijvoorbeeld egels eronderdoor graven echt niet het probleem.’

Krachten bundelen

Een derde innovatieve benadering betreft de grondkosten. In plaats van landbouwgrond volledig aan te kopen, kan die toegankelijk worden gemaakt voor recreatie, mét behoud van agrarisch gebruik. “Als landbouwgebied publiek toegankelijk wordt gemaakt en er worden landschapselementen toegevoegd, dan hoeft niet de volledige grond aangekocht te worden. Daarvoor is wel compensatie voor de grondeigenaar nodig, dat is er nu onvoldoende.”

Naast deze drie voorbeelden bracht het team nog drie aanvullende denklijnen:

- Gebiedsallianties van ondernemers. Lokale partijen zoals boeren en recreatieondernemers bundelen hun krachten om samen natuur te beheren. Dat vergroot het eigenaarschap én verlaagt de beheerkosten.

- Slimme grondruil tussen ontwikkelaars. Door grond uit te wisselen ontstaat ruimte voor natuur op de ene plek en woningbouw op de andere. Dat voorkomt versnippering en versnelt de planvorming.

- Bijdragen vanuit de zorgsector. Investeren in groen levert aantoonbare gezondheidswinst op. Op termijn zou het mooi zijn als dit leidt tot financiële bijdragen van bijvoorbeeld zorgverzekeraars of GGD’s, al zijn daar nog wel wat stappen voor te zetten.

Leidsche Rijn door Paulus van Dorsten (bron: shutterstock)

‘Leidsche Rijn’ door Paulus van Dorsten (bron: shutterstock)


Het onderzoek leverde een ‘blauwdruk’ op die andere regio’s ook kunnen gebruiken. “We wilden niet alleen dit gebied verder helpen, maar ook inzichten opleveren voor het Rijk en andere regio’s”, zegt Rebelgroup-adviseur Smelik. Die uitrol is al begonnen. Hij is nuchter over de uitvoering: “Het zal niet zo worden gerealiseerd als nu in het programma staat. Maar dat is ook niet het idee. Het idee is dat we er al een stuk verder mee komen, en ik zie dat echt wel gebeuren.” Voor het Kromme Rijn Linielandschap betekent het meer groen voor duizenden nieuwe bewoners. En voor andere regio’s biedt het een aanpak die werkt én inspireert. “Dit plan laat zien dat investeren in groen niet alleen nodig is, maar ook uitvoerbaar en betaalbaar. Juist door lokaal te denken én systematisch te rekenen, maak je van groen geen sluitpost maar een volwaardige bouwsteen van gebiedsontwikkeling. Wie vandaag investeert in groen, bouwt aan de leefbaarheid van morgen.”

Nu te beluisteren: podcastserie over het programma Groen Groeit Mee

Vanwege et driejarig bestaan is Groen Groeit Mee Pact met een heuse podcastserie begonnen. Die gaat niet alleen over Groen Groeit Mee, maar over gebiedsontwikkeling in bredere zin. Inmiddels zijn er twee afleveringen gereed: aflevering 1 met voormalig Rijksadviseur Jannemarie de Jonge en aflevering 2 met BPD Nederland-directeur Helma Born. In september wordt Vincent Luyendijk, auteur van het boek ‘De fijne stad’, in de studio ontvangen.


Dit is een licht ingekorte versie van het volledige artikel dat te lezen is op de website van het ministerie van VRO (ruimtelijkeordening.nl).


Cover: ‘Luchtfoto van kleurrijke regenbooghuizen in Houten, Nederland’ door hans engbers (bron: shutterstock)


Door Ministerie van VRO

Informatie voor professionals over het beleid van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).


Meest recent

Luchtfoto van kleurrijke regenbooghuizen in Houten, Nederland door hans engbers (bron: shutterstock)

Groene verstedelijking betaalbaar maken, de aanpak in de regio Utrecht

Tussen Utrecht, Houten en Zeist verrijzen ruim 60.000 woningen. Het vergt 206 miljoen euro om het groen goed aan te leggen. Adviesbureau Rebelgroup laat zien dat dit haalbare kaart is, met een methodiek die nu ook in andere gebieden wordt toegepast.

Onderzoek

29 augustus 2025

Weekoverzicht donderdag 28 augustus door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van de menselijke maat

Deze week stond de mens centraal: hoe deze de ruimte op ooghoogte ervaart in het Amsterdamse transformatiegebied Amstel III, hoe winkelgebieden heringericht kunnen worden en hoe samenwerking tussen mensen centraal staat bij dijkversterking en PPS.

Weekoverzicht

28 augustus 2025

utrechtsebaan, Den Haag door pmvfoto (bron: shutterstock)

Hoe nemen we verantwoordelijkheid voor de toekomst? Dilemma’s bij de grote verbouwing van Nederland

Hoe kunnen we in de gebiedsontwikkeling en ruimtelijke ordening verantwoordelijkheid voor de toekomst nemen, zonder de problemen in het heden te negeren? Peter Pelzer en Co Verdaas werken vijf dilemma’s uit die uit deze vraag voortkomen.

Uitgelicht
Analyse

28 augustus 2025