Groene wildernis in New York door Why Factory (bron: Nai Publishers)

The green dip, het moet allemaal nog veel groener – en rap graag

17 juni 2024

6 minuten

Recensie Nee, green dip betekent in dit geval niet wat we in een dip zitten wat duurzaamheid betreft – hoewel de nieuwe coalitie onderweg lijkt om de vergroening in Nederland stevig af te bouwen. Het gaat bij dit nieuwe boek dat recensent Jaap Modder las om ‘onderdompelen in’ c.q. een groene saus maken. Een stappenplan voor meer groene wildernis in de steden, derhalve.

In veel Nederlandse steden is het opvallend zichtbaar, de vergroening van het publieke domein: hard wordt zacht, zacht wordt groen. Bewoners mogen tegels lichten en de plantsoenendiensten maken overuren, hashtag ‘goedbezig’. Maar als we The Why Factory mogen geloven, een onderzoeksgroep van docenten en studenten aan de TU Delft, is dit allemaal een veel te kleine druppel op een steeds heter wordende gloeiende plaat. Het moet en het kan niet anders zeggen ze; we hebben geen andere keus, het veranderende klimaat vraagt erom.

Stap voor stap

‘The Green Dip’ is een nieuwe publicatie over een trendy onderwerp met het formaat van een pocket en ruim 300 pagina’s tekst en heel veel illustraties. Het is een uitgave van nai010 en de uitgever mikt op wereldwijde distributie. Dit is niet alleen weer zo’n manifest voor een wereldwijd ‘urban forest’, het is ook een ‘kookboek’. De lezer wordt getrakteerd op een ‘digital tool’ waarmee hij/zij de eigen of een andere stad of deel ervan kan voorzien van de juiste ingrediënten en een aanpak voor een massieve groene dip (de saus).
Hoe maak je een urbane wildernis in een paar stappen? Ik doe het even voor: kies een gebied en check de locatiekenmerken, maak een keuze uit de plantencatalogus (index of flora), verken de ontwerpstrategie (hoe en waar), check de performance (vooraf), druk op Enter en op het scherm verdwijnt de stad of stadsdeel onder een groene deken.

Dit onderzoeksproject laat zien dat we veel verder kunnen en moeten komen met het vergroenen van de stad

Dit laatste verzin ik zelf, maar daar komt het wel op neer. Serieus, het is ook getest op locaties in Mumbai, Moskou, New York en Dubai. De stad als substraat, als humuslaag, als canvas om de wereldnatuur te redden; ziedaar ook de subtitel van het boek: ‘Covering the city with a forest’. Dit in boekvorm gegoten onderzoeksproject komt uit de stal van Winy Maas, architect/partner en MVRDV en docent aan de TU Delft, die zijn studenten een tijdje heeft ‘uitgewoond’ op dit onderwerp.

Veel zinnigs

Na een eerste kennismaking met dit boek, er snel doorheen bladerend vond ik het in eerste instantie eigenlijk maar niks. Slechte plaatjes, pretentieus, aanmatigend (en het stinkt ook nog, de inkt). Daar kom ik nu toch op terug. The Why Factory heeft in deze publicatie wel degelijk veel zinnigs te melden. Natuurlijk gaat dat wereldwijde stadsbos er niet komen, maar dit onderzoeksproject laat zien dat we veel verder zouden kunnen en moeten komen met het vergroenen van het stedelijk gebied. ‘The Green Dip’ is het 14e deel in de Future City Series van de The Why Factory en op stapel staan deel 15 en 16 (het wordt een trilogie), respectievelijk getiteld ‘Biodiversity’ en ‘Biotopia’. Volgens Maas zijn we in de eeuw van de biologie terechtgekomen (“everything is biology”).

Groene wildernis in Hong Kong door Why Factory (bron: Nai Publishers)

‘Groene wildernis in Hong Kong’ door Why Factory (bron: Nai Publishers)


Hoe ziet de opzet van deze publicatie eruit? Welnu, drie delen. Deel 1: what green can do, deel 2: how to green en deel 3: welcome to the green dip. Mat andere woorden: stel je voor als …, groen maken en de impact van extreme vergroening. Winy Maas schreef de inleiding en het slot. In de intro de gebruikelijke armageddon-scenario’s voorzien van coole infographics waaruit we weer eens kunnen afleiden dat architecten overal verstand van (denken te) hebben. Terzake, wat kan de urbane vergroening ons brengen? Op kleine schaal is het al even gaande, een groen gebouw in Milaan werd een wereldhit tien jaar geleden maar een halve eeuw eerder deed men het ook al in Madrid. Cool ja, letterlijk.
En inmiddels is het gemeengoed geworden: groene daken, groen in gebouwen, houten gebouwen als grote bloempotten, green gentrification (de High Line in New York), et cetera.

Strategieën voor steden

De betere projectontwikkelaars in het private domein wisten het al een tijdje, groen is een verdienmodel. Natuurlijk is er ook veel greenwashing in die kring. Maar als het goed gebeurt, dan is er ook veel winst voor maatschappij en schepping te behalen: biodiversiteit, carbonreductie en de temperatuur. De mensen schijnen in het groen ook aardiger voor elkaar te zijn (oh...). De auteurs schetsen een aantal mogelijke strategieën voor steden, met CO2-opslagmogelijkheden, biomassaproductie, reductie van urban heat en dergelijke als gevolg.
En vervolgens zien we wat voorbeelden: hoe ziet zoiets eruit in wereldsteden als Beijing, Hongkong, Kinshasa, Barcelona (niet doen!) en Sao Paulo. Favoriet wat mij betreft is een stukje centraal Beijing met een ramp van een gebouw van Rem Koolhaas dat na de groene dip nagenoeg geheel is verzwolgen door een regenwoud. Yeah! Tot zover de plaatjes maar wat vinden de experts? Nou die zijn gematigd positief. Het beeld dat zij ons geven, is dat het ondanks de hickups (bijvoorbeeld te veel gewicht op daken) een overwegend realistische optie is. Kon ook niet anders natuurlijk….

Dit boek laat een oefening zien, een denkbare aanpak – en die is best overtuigend

Maar dan, de hoe-vraag in deel 2: ‘How to green?’ We hoeven daarvoor niet naar Intratuin. Ook de onderzoeksgroep deed dat niet want alles is op het wereldwijde web te vinden en op te halen. De catalogus die hier wordt aangeboden is enorm – 50 pagina’s plantenplaatjes – maar wel voorzien van de belangrijkste kenmerken en toepassingsmogelijkheden. Daarna gaan de auteurs los op ‘architectural components’, hoe zet je een balkon in het groen en nog 150 andere voorbeelden. De volgende catalogus gaat over ‘greening strategies’: hoe hang je een gebouw vol planten, wat kunnen we met binnenplaatsen, rooftops, et cetera. Deze ingrediënten maken deel uit van de digitale tool waarmee je stapsgewijs een gekozen stedelijk gebied revolutionair kunt vergroenen. Het ziet er simpel uit maar het is zeker niet op een regenachtige vrijdagmiddag in elkaar geflanst. Opvallend is wel dat er maar één variant wordt uitgewerkt, extreme vergroening. Oh ja, het moet. Maar mag het ook een onsje minder zijn? Dat zou natuurlijk met deze gereedschapskist ook moeten kunnen.

We gaan naar het laatste deel. Daar vernemen we dat vorig jaar in Hangzhou, China, de green dip-expo was te zien, een ‘powerful display’ van wat er allemaal kan, aldus de auteurs. Hangzhou kreeg natuurlijk zelf ook een groene beurt. De beelden zijn ook hier (nog) niet overtuigend of dit moet echt de bedoeling zijn: wazige beelden, een echte wildernis. Tot slot wordt de klimaatimpact in beeld gebracht (“it may lack scientific precision”): welkom in Biotopia!

The Green Dip door Why Factory (bron: Nai Publishers)

‘The Green Dip’ door Why Factory (bron: Nai Publishers)


Dit boek laat een oefening zien, een denkbare aanpak – en die is best overtuigend. Net als in het onlangs besproken boek over de 15-minuten-stad weet iedereen dat je het geschetste eindbeeld zeker niet voor de volle 100 procent voor elkaar krijgt. De manier van denken en de aanpak, hier beter uitgewerkt dan in dat eerstgenoemde boek, wekken echter veel enthousiasme op. Zeker bij de start van een gebiedsontwikkelingsopgave lijkt me het een goede oefening: denk groot voordat je begint.

Tandje bijzetten

Intussen hebben de auteurs van dit boek (de studenten die eraan werkten) het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Zijn er geen andere wegen om de natuur te redden? Waarom is er, op z’n minst, geen gewag gemaakt van andere opties? Neem de woestijnen. In China worden al miljoenen bomen aangeplant, oostelijk van de hoofdstad. Ook om de zandstormen in Beijing te stoppen trouwens. Wij hebben een enorme zandbak in Noord-Afrika. Zeker een complexe operatie maar vast net iets handiger en praktischer dan alle wereldsteden totaal verbouwen.
Het neemt allemaal niet weg dat ‘The Green Dip’ ons laat zien dat we best wel een tandje kunnen bijzetten als het om vergroening van de stad gaat. En misschien leert Winy Maas (‘alles is biologie’) van deze publicatie dat de door zijn bureau ontworpen apenrots op de Zuidas zeker op dit moment niet zo’n goed visitekaartje is voor de grote green dip-revolutie. Of is het wachten op de bewoners die de bloemetjes nog even buiten moeten zetten? Over greenwashing gesproken.

In 2018 lanceerde Winy Maas zijn gedachten over ‘The green dip’ bij De Wereld draait door.


De publicatie ‘The green dip. Covering the city with a green forest’ is verschenen bij nai010 uitgevers.


Cover: ‘Groene wildernis in New York’ door Why Factory (bron: Nai Publishers)


Jaap Modder door Jaap Modder (bron: LinkedIn)

Door Jaap Modder

Brainville, urban and regional planning


Meest recent

Dubbele Dijk door Provincie Groningen (bron: Provincie Groningen)

Slim gebruik van slib transformeert de Groninger waddenkust

Voor de kust van Groningen zit te veel slib in het water van de Eems-Dollard. Maar waar het op de ene plek tot last is, biedt het op de andere kansen – heel dichtbij zelfs. Voor natuur, landbouw en dijkversterking.

Uitgelicht
Casus

22 juli 2024

Tentoonstelling door John Lewis Marshall (bron: John Lewis Marshall)

AI-expo Onmetelijk Belangrijk: een verkenning naar zachte ontwerpwaarden

Hoe kan artificiële intelligentie architecten en stedenbouwers helpen om te ontwerpen vanuit zachte waarden? Die vraag staat centraal in de tentoonstelling ‘Onmetelijk Belangrijk’. Redacteur Kaz Schonebeek nam een kijkje.

Verslag

19 juli 2024

Laadpalen voor elektrische auto's door Ton Hazewinkel (bron: shutterstock)

Hub hub hub, de nieuwe crux in gebiedsontwikkeling

Mobiliteitshubs kunnen met hun complete aanbod aan diensten inspelen op tal van behoeften aan stedelijke mobiliteit. En daarmee vormen ze een eigentijdse draaischijf binnen gebiedsontwikkelingen. Theo Stauttener brengt de meerwaarde in beeld.

Analyse

19 juli 2024