Interview Klimaatverandering vraagt om klimaatadaptatie. De hoosbuien moeten door de bodem worden opgenomen, de stijgende temperaturen vragen om verkoeling tegen hittestress. In een verstedelijkte en versteende omgeving spreekt dat allemaal niet voor zich. De oplossing: vergroening. Maar hoe doe je dat? Wat lukt wel en wat lukt niet? Stadsdeelbestuurder Ester Fabriek leidt het vergroeningsoffensief in Amsterdam West.
Met ruim 15.000 inwoners per vierkante kilometer is het Amsterdamse stadsdeel West een van de meest dichtbevolkte gebieden van Nederland. Dat maakt het ook tot een van de meeste verstedelijkte en versteende gebieden. Ingeklemd tussen de grachtengordel van het stadscentrum en de naoorlogse westelijke tuinsteden met veel meer het lucht, licht en ruimte, kenmerkt West zich door 19e-eeuwse en vooroorlogse volkswijken zoals de Staatsliedenbuurt en De Baarsjes. Verstening in de vorm van eindeloze woningblokken, straten en verharde pleinen maken het stadsdeel kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Ze houden namelijk de hitte en het overtollig regenwater vast, wat onder meer niet bevorderlijk is voor de gezondheid van de bewoners. Maar er gloort hoop. Sinds 2020 nam het publieke groen hier toe met bijna vijf hectare. Sinds 2023 groeide het aantal (geregistreerde) bomen van ruim 19.000 naar ruim 21.000. Parkeerplaatsen maakten plaats voor begroeiing, pleinen werden ‘ontsteend’. Het vergroeningsoffensief van bestuurder Ester Fabriek (PvdA) lijkt zijn vruchten af te werpen. Dat vraagt om een nadere uitleg.

Stadsdeelbestuurder Ester Fabriek, portefeuillehouder Groen in Amsterdam West.
‘Ester Fabriek’ (bron: gemeente Amsterdam)
Op de dag van het interview heeft Fabriek een werkbezoek aan het Wachterliedplantsoen in de wijk Bos en Lommer op de agenda staan. Het vormt een mooi voorbeeld van wat haar voor ogen staat. Vóór de transformatie: een desolaat geheel van twintig parkeerhavens. Na de transformatie: een bloeiende buurttuin. Een mooi resultaat, tot stand gebracht door het stadsdeel in samenwerking met buurtpartijen en bewoners. Maar waar begint zoiets? Hoe kom je als lokale overheid in beweging om te vergroenen? “Het startpunt is ambitie,” aldus Fabriek. “In Amsterdam West is die aanwezig binnen bestuur en organisatie. Vervolgens pakken we het aan via drie routes: we koppelen het aan regulier onderhoud, gaan aan de slag met wensen van bewoners en pakken locaties aan waarvan we vergroening zelf urgent achten.”

‘Foto parkeerplaats Wachterliedenplantsoen’ (bron: Gemeente Amsterdam)

Het Wachterliedplantsoen in Amsterdam West, voor en na de vergroening.
‘Vergroening West Wachterliedplantsoen’ door Sanne Couprie (bron: Gemeente Amsterdam)
De relatief meest eenvoudige route is via het onderhoud. Zodra er asfalt of een speeltuin toe is aan vervanging, wordt de vergroening principieel ‘meegeprogrammeerd’. Bij dergelijke trajecten zijn budget, communicatie en project- en omgevingsmanagement allemaal voorhanden. Vindt een plan voor vergroening zijn oorsprong bij bewoners – de tweede route – dan moet daarvoor budget worden aangevraagd bij de centrale stad. “Dat kan één keer per jaar, in de aanloop naar de Voorjaarsnota. Wij zorgen er al jaren voor dat vergroening daarin altijd een plaats krijgt.” De derde route is grotendeels gebaseerd op de klimaatadaptatie-risicokaarten van de gemeente. Deze inventariseren welke Amsterdamse buurten de grootste risico’s lopen als gevolg van extreem weer. Uit een eerste analyse blijkt dat twee van de veertien meest urgente buurten in West liggen.
Meedenken en -tuinieren
Een van die twee buurten is de Jan Maijenbuurt. De stenen woestenij van het gelijknamige plein, met als blikvanger het expressionistisch ontwerp van de Jeruzalemkerk (architect Ferdinand Jantzen, 1929), lag tot voor kort bij zomers weer te bakken in de zon. De oude bomen boden te weinig schaduw om de hittestress op te vangen. Met de recente vergroeningsoperatie in 2025 zijn ze vervangen door lommerrijke exemplaren die wél verkoeling bieden. Bloemenstroken en plantvakken doen de rest.

‘Nickeryplein Amsterdam’ door Sanne Couprie (bron: Gemeente Amsterdam)
Hoe reageren bewoners op deze transformatie? “In ons stadsdeel is er weinig weerstand tegen dit soort ingrepen,” weet Fabriek. “Sterker nog: als wij het niet agenderen, doen de bewoners het wel. Soms zijn er zorgen over parkeerplekken die voor het groen moeten wijken, maar mensen die in West wonen beschouwen de auto eigenlijk al niet meer als vanzelfsprekend.” Iets anders wat bewoners belangrijk vinden: speeltoestellen. “Die moet je laten staan, en dat doen we dan ook.” Het valt Fabriek op dat er tegenwoordig anders naar groen wordt gekeken. “Mensen die in een groene omgeving wonen zijn gelukkiger. Dat blijkt ook uit onderzoek. Ze zijn zich bewust van de klimaatcrisis en willen graag meedenken, meetuinieren en bijdragen aan het onderhoud.” Dat laatste gebeurt ook in het eerder genoemde Wachtliedplantsoen. Deze kersverse buurttuin is uitgegeven in medebeheer.
Van hangplek tot samenleving
Bijvangst: door stenen pleinen met voetbalkooien en bankjes te vergroenen, ontstaat er meer sociale controle. Bewoners zijn betrokken bij de aanleg en het onderhoud en het plaatsen van speeltoestellen voor de kleinste koters leidt tot de aanwezigheid van meer vaders en moeders. Daarmee is een pleintje niet langer het exclusieve domein van jongeren, maar ook van jonge ouders, tuinierende senioren en alles wat daar tussenin zit. Of, zoals Fabriek het verwoordt: “Vergroende plekken transformeren vaak tot een samenleving waar sociale controle leidt tot minder afval en minder overlast. Zo zien we klimaatadaptatie, biodiversiteit en sociale samenhang samenkomen.”
Afgelopen najaar presenteerde Fabriek aan de Stadsdeelcommissie West een memo van tien A4’tjes over het vergroeningsoffensief. De veertig daarin genoemde projecten, gedreven door klimaatadaptatie, bewonersparticipatie en slimme ruimtelijke keuzes, illustreren hoe breed de aanpak is. Het gaat om vergroende pleinen, speelplekken, parken, plantsoenen en straten. Biodiversiteit krijgt aparte aandacht, met bijvoorbeeld de inrichting van een natuurvriendelijke oever (aan de Erasmusgracht) en een pilot met waterplanten in het Westelijk Marktkanaal en het Jacob van Lennepkanaal.
Te duur
De vergroening in Amsterdam West heeft dus aardig wortel geschoten. Maar het gaat niet altijd over rozen. Het beruchte gemeentelijke geldtekort heeft onvermijdelijk ook consequenties voor wat er op dit gebied mogelijk is. “Als je een ontwerp maakt voor bijvoorbeeld het vergroenen van een plein, wordt dat gecheckt door Stadswerken. Dat is de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het onderhoud van het groen. Zij zeggen tegenwoordig eerder: sorry, dat wordt te duur. Rozenplantsoenen zoals je die voorheen wel zag, vormen nu een absolute ‘no go’. Ze zijn te intensief en daarmee te kostbaar in het onderhoud. Dus gaan wij op zoek naar de meer natuurlijke begroeiing, die je niet vier keer per week hoeft te bewateren.” Overigens strekt de vergroeningsdrang van het stadsdeel zich ook uit tot privaat eigendom. Bestemmingsplannen beperken de afmetingen van uitbouwen van woningeigenaren in de binnentuinen. Zo wordt voorkomen dat het daar aanwezige groen volledig versteend wordt.
Het advies aan andere lokale bestuurders is om eenduidig voor groen te kiezen
Fabriek heeft aan het begin van haar ambtsperiode in 2022 een radicale keuze voor groen gemaakt. Om het stadsdeel klimaatbestendig te maken, maar ook uit persoonlijke overtuiging. “Ik wil het leven in de stad houden, zodat bewoners er gelukkig kunnen zijn. Je ziet dat veel steden zijn ingericht op bereikbaarheid. Maar wat wil je zien als je ’s ochtends je voordeur uitstapt? Een stenen omgeving waar je snel in je auto kunt stappen om naar je werk te rijden, of een plek waar je kinderen veilig en gezond spelen terwijl je in de schaduw van een boom een praatje met de buren maakt?” Haar advies aan andere lokale bestuurders is dan ook om eenduidig voor groen te kiezen. Want voordat je het weet, valt het van de begrotingslijst af. “Laat daar maar eens iets anders van af vallen.”
Beschikbare wegen
Ondertussen werkt Fabriek vol overgave door aan de vergroening van haar stadsdeel. Ze ziet het niet als een project met een begin- en een einddatum. “Als we als lokale overheid heel rijk waren, wipten we waar mogelijk alle tegels en stenen eruit en kwam er groen voor in de plaats. Nu bewandelen we de wegen die wel beschikbaar zijn. We reageren op bewonerswensen en bekijken via onze onderhoudsopgaven waar we kunnen vergroenen. De meest urgente plekken op de klimaatadaptie-risicokaart werken we gewoon van boven naar beneden af. Totdat we een leefbare stad hebben.”
Cover: ‘Jan Mayenplein’ door Sanne Couprie (bron: Gemeente Amsterdam)







