platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Hoe corona het lot van de stad op de weegschaal legt

Hoe corona het lot van de stad op de weegschaal legt

Menigte mensen op straat

Twee stedelijke experts, Edward Glaeser en David Cutler, zien in hun boek ’Survival of the City’ economische kansen voor de stad van de toekomst, hoewel de coronapandemie aantoont dat de nadelen van stedelijke dichtheid groot zijn. “De impact van een pandemie is afhankelijk van de kracht van de ‘civil society’ op het moment van uitbreken.”

Het Financieele Dagblad van 21 maart laat er geen twijfel over bestaan: San Francisco is op weg het nieuwe Gotham te worden, met explosieve criminaliteit, grote leegstand, een exodus van bedrijven, winkels en welgestelde mensen, en niet terugkerende toeristen – terwijl de restricties vanwege COVID juist grotendeels zijn opgeheven. De schuldigen zijn volgens het FD de machtige Sillicon Valley techbedrijven, die hun werknemers hebben opgedragen tot minimaal 2023 thuis te blijven werken, en wellicht zelfs permanent.

Dat thuis is overwegend buiten de stad, waar welgestelden en kansrijken zich uitsorteren in veilige suburbane wijken en satellietgemeenten. Achter blijven kansarmen, die voor COVID actief waren in de persoonlijke dienstverlening zoals taxi’s, schoonmaak, catering en beveiliging voor de nu wegblijvende elite. “San Francisco is geen leuke plek om je kinderen op te voeden, nu” vat politieagent Bayard, al 45 jaar bij de local PD, de situatie samen.

Het blijkt een verdeelde stad, en geen gedeelde stad

Dit scenario werd nog als ’onwaarschijnlijk‘ bestempeld in hoofdstuk 7 (The Future of Downtown) in het vorig jaar verschenen boek van Supermannen Edward Glaeser en David Cutler, respectievelijk hoogleraar stedelijke- en gezondheidseconomie aan de universiteit van Harvard, getiteld Survival of the City. Living and Thriving in an Age of Isolation.

Het boek is door de twee experts in vijf maanden tijd geschreven tijdens de COVID pandemie, maar gaat over veel meer dan alleen de vraag hoe steden uit de lockdown en maatregelen komen. Het gaat over de nadelen van dichtheid (“de demonen van dichtheid”), de toenemende ongelijkheid van de stedelijke samenleving, de stad die goed is voor insiders maar niet openstaat voor outsiders – de tegenhanger dus van de eerdere bestseller van Edward Glaeser ´De Triomf van de Stad’ (2011). Het blijkt een verdeelde stad, en geen gedeelde stad.

Systeemfouten

Dat is meteen het grote punt dat de auteurs maken. In het verleden – en er komt heel veel geschiedenis van steden en welzijn van mensen aan bod, van het Griekse Athene in 400 voor Christus dat ondanks de pest Aristoteles en Plato voortbrengt, Ragusa (Dubrovnik) dat de pest in het Venetiaanse rijk het langst weerstaat, Venetië zelf met het quarantaine-eiland Lazzaretto, tot de uitroeiing van de Azteken door virussen meegebracht door Spaanse missionarissen en soldaten.

Oude afbeelding, rijk en arm

‘Oude afbeelding, rijk en arm’ door Marzolino (bron: shutterstock.com)

In het verleden dus, waren steden ondanks de tegenslagen en ongelijkheden die er voor velen altijd zijn, toch veel meer een bron van economische voorspoed. Nu hebben we veel meer te maken met een gedeelde stad. De COVID pandemie benadrukt dat tegenwoordig de positieve elementen van de stad toebedeeld worden aan de rijken, terwijl de minst bedeelden met de negatieve blijven zitten. Die zijn niet in staat te suburbaniseren en thuis te werken, en blijven in de steden achter.

Glaeser en Cutler bedoelen ook letterlijk dat positieve elementen van de stad beleidsmatig onrechtvaardig worden toebedeeld aan de bevolking. De uitbundige aanleg van snelwegen de stad uit en de lage brandstofbelasting bevoordeelt de autobezitter. De hypotheekrenteaftrek bevoordeelt huizenbezitters buiten de stad (in de stad zijn grotendeels huurwoningen). De regulering van scholen in de VS bevordert segregatie, met groepen leerlingen die elke dag met alleen gelijkgestemden in de klas zitten.

En nu blijkt ook een beleid voor thuiswerken dezelfde groep mensen weer te bevoordelen – de winners take all. Er worden meer systeemfouten in het Amerika van nu onderkend: in 2020 en 2021 leidt aanhoudend discriminerend politieoptreden in de binnesteden tot grote onrust onder de benadeelde groep mensen, en het gezondheidssysteem is gericht op genezing (voor wie dat kan betalen) en niet op preventie. Het leidt tot een enorme ontevredenheid (discontent) onder de stedelijke bevolking, die nog versterkt wordt door de politieke tegenstelling in het land. Het is een insider-outsider narratief dat door het hele boek heen speelt.

De bagels en beans smaken beter met collega’s op het terras dan alleen thuis

Het bestrijden van de insider-outsider problematiek is volgens Glaeser en Cutler ook wat nodig is voor toekomstige welvarende steden voor weer iedereen. De gezondheidszorg moet hervormd, met veel meer nadruk op preventie. Menig president bijt zich erop vast (en helaas ook vaak stuk). Er zijn programma’s voor de meest kwetsbaren nodig met een ‘Apollo-omvang’, leidend tot een sociaal vangnet. Een missie-gedreven moonshot dus, recent gepropageerd door Mariana Mazzucato.

Er is een programma nodig om het midden- en kleinbedrijf nieuw leven in te blazen. In 2019, voor de COVID pandemie, nam het ondernemerschap al duidelijk af in de VS, en de pandemie-maatregelen hebben dat natuurlijk sterk verder beknot. Een initiatief met een omvang van een nieuw ‘Marshall Plan’ moet het ondernemende en innovatieve vermogen weer lostrekken. In een actuele blik wordt voorgesteld dat er een ´NAVO voor gezondheid´ moet komen met een één voor allen en allen voor één mentaliteit, in plaats van een gefragmenteerd en incoherent beleid over landen, staten en steden. De wereld moet veel beter voorbereid zijn op toekomstige gezondheidsrisico’s.

Wachtende mensen in coronatijd

‘Wachtende mensen in coronatijd’ door DisobeyArt (bron: shutterstock.com)

Er moet ook een beter stedelijk justitieel systeem komen zonder ruimte voor discriminatie en racisme. Er moet ook meer binnenstedelijk worden gebouwd in goede woonmilieus, die wel betaalbaar moeten zijn voor grote groepen in de samenleving. Gentrificatie is te ver doorgeschoten en moet worden gekeerd naar kansen voor iedereen. En tenslotte is een gedeeld besef nodig dat beter lokaal beleid nodig is, met een op bescheidenheid geschoeide leest. Bring Back Cities Sronger is de slogan die de inleiding van het boek aankondigt, maar hoe dit allemaal te bewerkstelligen, wat het allemaal kost en waar dat geld vandaan zou moeten komen, blijft uiteindelijk ongewis.

Contact is redding van de stad

Gelukkig zakt de lezer de moed toch niet helemaal in de schoenen na lezing van dit boek. De laatste hoofdstukken zijn opvallend optimistisch over de economische kansen van de stad. Waarom is het Gotham-scenario voor de steden bijvoorbeeld toch onwaarschijnlijk volgens Glaeser en Cutler? Dat komt door de noodzaak van face-to-face contact.

Vooral jongere medewerkers hebben dat nodig voor hun ontwikkeling. De hypothese wordt gepost dat mensen die thuis werken alleen productiever zijn dan voorheen doordat ze eerder face-to-face hebben gewerkt. Statisteken laten zien dat werknemers die al vanaf het begin van hun contract thuiswerken aanmerkelijk minder productief zijn. Ze missen het leren door kijken en luisteren. In alle gevallen blijft coördinatie van werkzaamheden belangrijk – iets wat moeilijk online kan. Goed thuis werken vergt vervolgens ook faciliteiten en investeringen, wat niet altijd breed gedragen wordt door de werkgevers. En tenslotte wordt als belangrijkste argument opgevoerd dat eenzaamheid door thuiswerken een zware tol kan gaan heffen op werkgeluk en uiteindelijk ook productiviteit.

Het succes van de stad is grotendeels gebaseerd op de hoop en kansen die de stad jonge mensen biedt

Glaeser en Cutler stellen ook dat toegenomen mobiliteit betekent dat steden een meer intense concurrentiestrijd om talent tegemoet kunnen zien. De recente ICT-ontwikkelingen maken talent meer footloose, waarmee talent zich op meer plekken (digitaal) kan verbinden aan ondernemerschap. Maar wel met een aanzienlijke mate van niet-digitale ontmoeting dus.

Zij zien verdere digitalisering niet als bedreiging voor werkgelegenheid, maar stellen wel dat het werk verandert en dat, zoals in het verleden, nieuw werk ontstaat nu routinematige interactie door digitale technologie kan worden overgenomen. Zij zijn optimistisch en stellen dat nieuwe vormen van werk ook vraagt om nieuwe vormen van menselijke interactie, en ze zien creativiteit en persoonlijke dienstverlening als unieke menselijke kenmerken die moeilijk te automatiseren zijn. De bagels en beans smaken beter met collega’s op het terras dan alleen thuis.

Pandemie als correctiemechanisme

Maar Glaeser en Cutler stellen dus dat de impact van een pandemie afhankelijk is van de kracht van de civil society op het moment van uitbreken. Met het uitbreken van de pandemie stonden de Amerikaanse steden er zeker niet best voor, betogen zij. Dat betekent dat steden niet (meer) in staat zijn om sociale opwaartse mobiliteit te faciliteren. Dit komt door hoge vastgoedprijzen en omdat er onvoldoende bijgebouwd wordt. Daardoor stokt de instroom van buiten en lukt het steden niet gelijke kansen aan verschillende groepen te bieden.

Het succes van de stad is grotendeels gebaseerd op de hoop en kansen die de stad jonge mensen biedt. Deze kansen zijn de afgelopen decennia in rap tempo afgenomen. Een aantal trends in de stad, zoals gentrificatie, zijn volgens de auteurs niet de oorzaak, maar een symptoom van meer fundamentele problemen in de stad, zoals achterblijvende productie en strijd om de beschikbare ruimte. Beleid stelt op allerlei manieren grenzen aan de groei van steden, en daarmee aan de volgens Glaeser zo belangrijke dichtheid die samenhangt met economische voorspoed.

De pandemie heeft ons gewezen op de demonen van dichtheid: congestie, misdaad, hoge woonlasten, ongelijkheid, en de snelle verspreiding van ziekteverwekkers. De pandemie is daarom ook een correctiemechanisme: juist doordat bedrijven ophouden te bestaan komt ruimte vrij en gaan huren omlaag, en dat betekent meer mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap en betaalbare woningen voor minder bedeelden. Een vraag die opkomt is of de situatie in steden buiten de VS, zoals Europa, zoveel beter is, en of marktmechanismen hier hetzelfde effect hebben. De Amerikaanse droom leeft in ieder geval nog bij de twee Supermannen – kunnen ze Gotham nog redden?

Frank van Oort en Jeroen van Haaren doen onderzoek naar stedelijke en regionale weerbaarheid en corona in het ZonMw project “The Resilient Region; Regional-Economic Impact Mitigation of Corona-related (De)escalation Policies.

Cover: 'Menigte mensen op straat' door BABAROGA (bron: shutterstock.com)

Auteurs

Portret - Jeroen van Haaren
Jeroen van Haaren

Stedelijk en regionaal econoom bij het Erasmus Centre for Urban Port and Transport Economics

Bekijk alle artikelen
Frank van oort
Frank van Oort

Professor ruimtelijke economie aan Erasmus Universiteit Rotterdam

Bekijk alle artikelen