Project Groeneweerd, onderdeel van de Tuinen van Zandweerd in Deventer. door Jonah Samyn (bron: De Architect)

Landschappelijk klein wonen met elkaar, zo ontwerpt Woonpioniers dat

24 mei 2024

6 minuten

Casus In alle discussie over de grote collectieve woonconcepten in de stad komen de kleine huisjes er soms wat bekaaid af. Maar een project in Deventer laat zien dat het leven zonder ballast ook samen kan gaan met het leven in een groter sociaal verband. En bovendien fraai landschappelijk ingepast. Reinoud Schaatsbergen nam een kijkje.

Aan de uiterste westelijke rand van Deventer, in de oksel van de Rembrandtkade en met uitzicht op de IJssel, ligt de wijk Tuinen van Zandweerd. Deze proeftuin binnen het rijksprogramma Aardgasvrije Wijken is ontworpen door stedenbouwkundig bureau Urhahn. Met twee dozijn zelfbouwkavels kunnen bewoners hier op basis van de stedenbouwkundige richtlijnen zo duurzaam en natuurinclusief mogelijk bouwen. Het streven: een wijk waar mens en natuur nauw zijn verbonden.

Daniel Venneman, architect en oprichter van Woonpioniers, leidt me rond door de wijk waar Groeneweerd deel van uitmaakt. Geen woning is hier hetzelfde: van kasten van woningen volledig van hout tot slanke rijtjeshuizen, maar ook een cataloguswoning als vreemde eend in de bijt. “Opportunisten houd je”, zegt Venneman met een weemoedige blik op het huis.

Groeneweerd door Woonpioniers door Jonah Samyn (bron: De Architect)

‘Groeneweerd door Woonpioniers’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


Iets verderop ligt Groeneweerd, op de kruising van de Paul Schoemakerstraat en de Kees Verkerkerstraat. Dit is een verzameling van acht tiny houses en een gemeenschapshuis rondom een collectieve tuin. Smalle paadjes leiden naar de tuin, die door de bewoners eigen is gemaakt met een vrolijke verzameling speelgoed, plantenbakken en zelf aangeplante vegetatie.

Ik maak de keuze om met minder ballast te leven. Dat is rustgevend
Jorien Maters, bewoner Groeneweerd

“Groen, klein, samen en betaalbaar”, zo omschrijft bewoonster Jorien Maters het project. Samen met zeven andere huishoudens stapte zij vier jaar geleden in het proces. Met als voornaamste doel: een bewuster leven, met een kleinere footprint én in gezamenlijkheid. “Ik maak de keuze om met minder ballast te leven. Dat is rustgevend.”

De bewonersgroep ging in conclaaf met woningbouwvereniging Rentree. Tiny-cohousing in sociale huur was voor die organisatie een kwestie van pionieren. Maaike Wittenhorst, projectleider: “We moesten in elke fase de wensen van de bewoners, verhuurbaarheid, duurzaamheid en de technische haalbaarheid tegen elkaar afwegen om te komen tot een financieel haalbaar plan waar iedereen blij van wordt.”

Houten tiny house in Groeneweerd door Jonah Samyn (bron: De Architect)

‘Houten tiny house in Groeneweerd’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


Rentree sloeg Woonpioniers en aannemer Hunebouw in de arm op basis van een Design & Build-constructie. Zij maakten een voorstel, waarbij de huisjes voorzien waren van veranda’s met groendaken. Deze werden geschrapt toen de bouwprijzen stegen. En hoewel de ambitie om in houtskeletbouw te bouwen overeind bleef door onder andere een subsidie van de provincie Overijssel, moesten ook op gebied van duurzaamheid concessies worden gemaakt. Venneman: “Normaal bouwen wij dit soort constructies dampopen, een milieuvriendelijke manier voor een gezond binnenklimaat. Maar nu hebben we moeten kiezen voor dampdichte folie.”

In overleg met de gemeente konden we luiken als alternatief op zonwering plaatsen
Daniel Venneman, architect Woonpioniers

Tegelijkertijd hebben de beperkingen ook tot slimme oplossingen geleid. Zo schrijft de Bijna Energie Neutrale Gebouwen-eis (BENG) actieve zonwering voor, wat volgens het team niet bij de essentie van het project paste. Venneman bedacht een oplossing: “Deze regels zijn opgesteld voor appartementsgebouwen, waar je meestal niet van buitenaf bij de ramen kunt komen. Dat kan hier wel. In overleg met de gemeente konden we daarom luiken als alternatief op zonwering plaatsen.” Volgens de bewoners houden die prima de warmte tegen.

Jorien Maters in de eetkamer van haar huis. door Jonah Samyn (bron: De Architect)

‘Jorien Maters in de eetkamer van haar huis.’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


Het resulterende plan bestond uit acht huisjes in twee maten: 37 vierkante meter en 50 vierkante meter. “Voor sociale huur is het vrij luxe”, zegt Wittenhorst, doelend op de combinatie van tiny housing met een grote gemeenschappelijke tuin en een privétuin. Volgens Maters zijn deze huisjes nog maar net tiny te noemen. “Voor tiny house-die-hards is dit te groot. Ik ken een gezin van vier dat op 20 vierkante meter woont.” Extra ruimtes delen de bewoners met elkaar. In het gemeenschapshuis bevinden zich een logeerkamer, douche- en toiletruimte, een vergaderzaal met keukentje en een washok.

Veel vrijheid

Zo’n gemeenschapshuis is meestal leidend binnen een collectief woonproject, maar hier was dat de tuin. “Veel conceptbouwers (van tiny houses, red.) redeneren als volgt: we hebben een container en daar moet nog een boom naast”, zegt Venneman. “Wij draaiden het om: éérst mens en natuur en dan pas de gebouwen.” Dat is af te lezen aan de stedenbouwkundige opzet van Groeneweerd. De huisjes zijn naar de randen van de kavel geschoven en zijn zo georiënteerd dat vanaf de keuken zicht is op de straat en vanaf de woonkamer op de gemeenschappelijke tuin. De eigen tuin biedt de mogelijkheid tot privacy.

De eetkamer in de 37m2-variant. door Jonah Samyn (bron: De Architect)

‘De eetkamer in de 37m2-variant.’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


De bewoners ervaren veel vrijheid door deze opzet. Dat komt mede omdat het gemeenschapsgebouw niet de algemene ingang van Groeneweerd is. “Als je even geen zin hebt om te praten, kun je ook gewoon via je eigen voordeur”, zegt Venneman. “Die mogelijkheid tot privacy maakt de opzet ruimtelijk robuust.”

In de bedstee

Ook aan het ontwerp van de huisjes is veel tijd en aandacht besteed, al is dat van buitenaf niet direct te zien door de gevelafwerking van houten latten. Wel oogt het ensemble speels door de schakering van de huizen. De binnenruimtes zijn zo ingedeeld dat bewoners zich gemakkelijk kunnen afscheiden. Zo is de woonkamer bij binnenkomst beschut door de wand van de badkamer, die middenin het gebouw ligt en aan de installatieruimte onder de trap grenst. De keuken verbindt de woonkamer en eetkamer. Hier is vooral de verdiepingshoogte van 2,6 meter een sterke kwaliteit.

Op de eerste verdieping bevinden zich de slaapvertrekken en, waar het kan, een opslagruimte. In de 37 vierkante meter-variant is de eerste verdieping een open vide, wat resulteert in een verdiepingshoogte van 5,6 meter. Dat voorkomt dat bewoners zich weggestopt voelen onder het schuine dak. Behalve in het geval van bewoner Jarno Bremmer. Hij heeft op de vide een tussenwand geplaatst, zodat zijn zoon Tijm een slaapkamer van circa 2 vierkante meter heeft. Jarno en zijn partner slapen ernaast in een bedstee, strak onder het schuine dak op het zuiden. “Dat is wel een broeikasje”, lacht hij. “Maar daar hebben we zelf voor gekozen.”

Het tiny house-project Groeneweerd in Deventer. door Jonah Samyn (bron: De Architect)

‘Het tiny house-project Groeneweerd in Deventer.’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


Soortgelijke tiny house-projecten zijn er nog maar weinig in Nederland. Binnen de sociale huur is het concept zelfs uniek. Maters hoopt dat dit navolging krijgt. “Ik voel mij rijker door hoe ik nu leef. Al is en blijft klein wonen een persoonlijke keuze.” Wittenhorst reageert aarzelend. “We hebben vertrouwen dat tiny houses, maar ook het concept co-housing, kan groeien binnen de sociale-huursector. Maar het proces kostte veel tijd, dus voor een volgende keer kunnen we betere kaders stellen met de gemeente, architect, bouwer en bewoner. We sluiten een vervolgproject dan ook niet uit, echter moeten alle puzzelstukjes – zoals een geschikte locatie en een enthousiaste co-housinggroep, dan wel in elkaar vallen zoals dat bij Groeneweerd is gebeurd.”

Herhaalbaar concept

Venneman vult aan: “Toen het fenomeen net opkwam, kreeg ik regelmatig te horen dat het belachelijk is dat we tiny houses opperen als oplossing voor de woningnood. Maar dit is geen noodoplossing; mensen kiezen ervoor zo te wonen. Het succes heeft alles te maken met gemeenschap en een herhaalbaar concept. Daarom hebben we de huisjes inmiddels met kleine aanpassingen doorontwikkeld tot modulair stapelbaar variant. Zo zijn het bouwstenen die je kunt schakelen en stapelen, passend bij de locatie en op bewonerswensen.”


Dit artikel verscheen eerder in de Architect.


Cover: ‘Project Groeneweerd, onderdeel van de Tuinen van Zandweerd in Deventer.’ door Jonah Samyn (bron: De Architect)


Reinoud Schaatsbergen door Reinoud Schaatsbergen (bron: Linkedin)

Door Reinoud Schaatsbergen

Vakredacteur Stedenbouw bij De Architect


Meest recent

De Oosterscheldekering door CloudVisual (bron: Shutterstock)

Rli: Een klimaatbestendige ruimtelijke ordening? Dan moet er nog een hoop gebeuren

Hoe kan het nieuwe kabinet echt sturen op een klimaatbestendige ruimtelijke ordening? Die vraag beantwoordt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in een nieuw advies. “Onze bedoeling is om het debat een zet te geven.”

Uitgelicht
Onderzoek

13 juni 2024

Zicht op Rotterdam vanaf de Euromast door Alexandre.ROSA (bron: Shutterstock)

Steden vergroenen, dit is het gereedschap voor gemeenten en provincies

Steden willen (bijna) allemaal vergroenen, maar de praktijk blijkt vaak weerbarstig. Hoe stroomlijnen gemeenten en provincies hun groenbeleid zodat ze effectiever kunnen werken?

Analyse

12 juni 2024

Vogelvlucht van een straat in Oosterwold in Almere door Claire Slingerland (bron: Shutterstock)

Oosterwold in beeld, zo pakt ontwerpvrijheid uit

Over de gebiedontwikkeling Oosterwold in Almere is al veel geschreven, door aperte voor- en tegenstanders. Yolanda Sikking ging zelf kijken en sprak met gebiedsregisseur Arie-Willem Bijl.

Casus

12 juni 2024