platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Blog

The Match: Groot-Amsterdam versus Dutchtown

The Match: Groot-Amsterdam versus Dutchtown

Metropool

7 mei 2017 - Een bokswedstrijd tussen Zef Hemel, hoogleraar grootstedelijke vraagstukken en Rijksbouwmeester Floris Alkemade. Dat was op woensdag 12 april de opzet van de discussie over de metropolitane potentie van Nederland. Een debat in de Hoge Zaal van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam voor een internationaal gezelschap van studenten. Alkemade wint het duel bij de publieksjury ruimschoots, maar op die winst valt wel wat af te dingen. Is zijn pleidooi niet vooral meer van hetzelfde?

Inzet van het debat is de vraag hoe we met verdere verstedelijking om willen gaan in ons land. Alle ballen op wereldstad Amsterdam voor een groei naar twee miljoen inwoners of kiezen we voor Dutchtown, het Nieuw Nederlands Midden, een poly-centrische Randstad Plus die solidair is met de periferie.

Architectuurhistorica Michelle Provoost van het New Town Institute leidt in met een geschiedenis van honderd jaar sociaaldemocratie en planning vanuit het gelijkheidsbeginsel, de teloorgang in de neoliberale negentiger jaren en een oproep tot een eigen (en dus niet Anglo-Amerikaans of Aziatisch) model van verstedelijking met behoud van onze gelijkheidstraditie.

Zef Hemel houdt voor dat de natiestaat irrelevant wordt en dat de toekomst in handen ligt van de wereldsteden. Dat komt zo. De globalisering begon in 1890 (Eiffeltoren, wereldtentoonstelling Parijs) en werd vervolgens opgehouden door twee wereldoorlogen met daartussen de Grote Depressie. Na de wederopbouw kwam de globalisering weer op gang.

De zeecontainer is het icoon van de naoorlogse globalisering, maar als rechtgeaard stedebouwkundige noemt Hemel liever het World Trade Centre in New York en La Defence in Parijs. Met het opengaan van China en de val van de Muur waren de condities geschapen voor een netwerk van wereldsteden dat voortaan de dienst gaat uitmaken.

Willen we bij die winners horen? De vraag is retorisch bedoeld. Voor Hemel is er geen andere optie dan te kiezen voor groots, schitterend en duurzaam, want een verdichte grootstad is ook nog eens vele malen duurzamer dan de verspreide verstedelijking van de Randstad. Daarom zijn keuze voor een World City, te beginnen met de verdubbeling van Amsterdam. De zaal weet nog niet of ze dat wel een aantrekkelijke optie vindt.

Floris Alkemade is in deze boksmatch in het voordeel door dicht te blijven bij de traditionele belevingswereld van de planoloog, door contrasterende feiten, compassie voor de achterblijvers en vooral door humor.

Een relatie tussen hoogbouw en een sterke stedelijke identiteit gaat voor Amsterdam niet op, steekt hij van wal. Schiphol is helemaal niet zo belangrijk voor de economie en van innovatie moet de hoofdstad het al helemaal niet hebben. Volgens Alkemade betekent creativiteit in Amsterdam lui in de zon zitten op een kunstenaarsbroedplaats of met andermans geld schuiven aan de Zuidas. Creativiteit in Veldhoven en Eindhoven gaat daarentegen over succesvol chips en halfgeleiders bakken door mannen in witte pakken.

Het cultureel sterke merk Amsterdam gaat bovendien ten onder aan massatoerisme, gentrification, segregatie en verdrijving van de onder- en middenklasse. Om dit succes van de stad te vieren en de minpuntjes aan te pakken vragen de G4 nu 35 miljard van de regering. Het summum van Island Mentality, van Randstad First, meent Alkemade. Hij ziet zelfs een analogie met het America First van Donald Trump.

Zijn alternatief bestaat uit een samenvatting van zijn zojuist verschenen essay De emancipatie van de periferie. Daarin is de Randstad – met Amsterdam en zijn eerder opgesomde problemen – opgerekt tot een stedelijke netwerkband die als een gekantelde rechthoek over Nederland ligt. Van Rotterdam tot Alkmaar in het westen en van Eindhoven tot Arnhem in het oosten: het Nieuw Nederlands Midden. Daar zijn de meeste banen en wonen de mensen maximaal op een kleine drie kwartier van hun werk.

De inwoners leven er in een grote verscheidenheid aan historische stadjes. Maar ook in New Towns die we volgens Alkemade om hun authenticiteit moeten waarderen als de bijdrage aan de geschiedenis van de goeddeels gepensioneerde generatie van bestuurders en planners voor ons. De lage dichtheden, de diversiteit en de afwisseling met groene gebieden, zorgen voor de onderscheidende kwaliteit van het stedelijk netwerk.

Ten Noorden en Oosten van Arnhem – en eigenlijk langs alle randen van het land, behalve in het westen – ligt de periferie van krimp en leegstand. Een toestand die door Alkemade als een uitgelezen kans voor experiment en innovatie wordt gepresenteerd. Een kans waaraan de emanciperende periferie zelf zal werken, gesteund door het Nieuw Nederlands Midden dat solidair de verbinding zoekt. Tegenover het blad Noorderbreedte had Alkemade hierover al eens gezegd dat: ‘naïviteit soms nodig is’.

Connectivity is Key in dit alternatieve wensbeeld voor de buitengebieden. Enerzijds omdat door high tech productie van goederen en diensten de scheiding van wonen en werken niet meer nodig is. Maar ook omdat we voor scholing, werk, winkelen en zorg steeds vaker thuis kunnen blijven. Anderzijds omdat de bereikbaarheids- en milieubezwaren van een lage dichtheid door zelfrijdende, elektrische auto’s zullen verminderen, de beleefde afstanden verkleinen en collectief openbaar vervoer overbodig wordt.

Toch kent dit wenkend alternatief wel wat problemen. Waar Alkemade oppert dat het Nieuw Nederlands Midden Amsterdam kan ontlasten door een groter deel van de benodigde een miljoen extra woningen op zich te nemen, negeert hij de grond- en huizenprijzen die immers haarfijn aangeven waar de mensen willen wonen. En dat is niet waar Alkemade ze hebben wil. Inperking van keuzevrijheid kan – planologen en stedebouwers hebber er een rijke traditie in – maar de rekening daarvoor krijg je gepresenteerd met leegstand bij een ontspannende woningmarkt.

Ontlasting van de toeristische stress in de hoofdstad door spreiding naar buiten en liefst ook naar de periferie is eveneens een moeizaam verhaal. Tot op zekere hoogte gebeurde dat altijd al met excursies naar Volendam en Marken en zal het ook wel lukken met het Muiderslot en Zandvoort. Toch komen toeristen vooral naar Amsterdam voor wiet, wallen en het Rijksmuseum en misschien nog net de Albert Cuypmarkt. Een bezoek aan het museum van de Veenkoloniën in Veenhuizen of de panda’s in Emmen zit er voorlopig niet in.

Met de opsomming van de zegeningen van onze rijkgeschakeerde stedenband met een groen hart wordt niets toegevoegd aan het aloude pleidooi voor de Randstad, ook niet als we het oprekken tot een groter geheel en het Nieuw Nederlands Midden noemen. Ook daar geldt dat de huizenprijzen een ander verhaal vertellen dan we blijkbaar aan elkaar vertellen als het gaat over aantrekkelijk wonen voor nu en in de toekomst.

En dan de emancipatie van de periferie. De combinatie van nieuwe technologie en betaalbare ruimte zou ongekende kansen bieden, maar zodra dat concreet wordt, gaat het over ruimte voor duurzame energie en duurzame landbouw.

Over het eerste zegt Alkemade zelf dat de Groningers niet van oliewingewest tot windwingewest omgevormd willen worden. En dat geldt natuurlijk ook voor zonneparken, zij het dat de winst van wind en zon mogelijk iets makkelijker in de regio is te houden dan met het gas in de ondergrond het geval was.

Van de duurzame landbouw is het maar helemaal de vraag of die grondgebonden moet en gaat zijn. Wereldsteden produceren steeds meer van hun voedsel in of in de nabijheid van de stad. Met een minimum aan vervoer en uitstoot, in de gecontroleerde omstandigheden van agro-industriële bedrijven.

Door verbinding van stad, ommeland en buitengebied in digitale netwerken en dankzij zelfrijdende auto’s, zouden de kwaliteiten van de florerende niet-verdichte stad en het krimpende buitengebied kunnen worden verbonden met thuiswerk in stadjes en dorpen. The best of both worlds.

Helaas, Alkemade geeft zelf aan dat de geschiedenis laat zien dat verbeterde connectiviteit vooral ten goede komt aan de sterkste partij aan de uiteinden van de verbinding. Het is net touwtrekken. Bovendien wijst de praktijk uit dat footloose werken er juist toe leidt dat mensen elkaar opzoeken in de cultureel- en ruimtelijk aantrekkelijke omgeving van de stad en zich maar zelden terugtrekken op het platteland.

Het is goed om te zien dat de Rijksbouwmeester zich met prijsvragen voor ruimtelijk ontwerp wil inzetten voor het oplossen van concrete maatschappelijke vraagstukken als zorg, eenzaamheid, vluchtelingen en maatschappelijke tweedeling. Logisch ook dat hij de verstedelijkingsopgave voor grote samenlevingsvragen wil inzetten. Maar onder de goede bedoelingen van zijn visie op verdere verstedelijking lijkt toch niet veel meer te zitten dan we al kenden vanuit de Randstadtraditie en het streven naar rechtvaardigheid voor de periferie waarmee ooit de PTT naar Groningen werd gebracht en de Belastingdienst naar Heerlen.

Mogelijk werd Alkemade toch iets te gemakkelijk winnaar van de match in de Academie van Bouwkunst. Dat heeft te maken met het voorstellingsvermogen van het publiek, maar zeker ook met Zef Hemel die verzuimde om de urgentie van zijn visie goed voor het voetlicht te brengen.

Hij repte niet van de kritieke massa voor een stad die letterlijk alles te bieden heeft, niet van het economisch potentieel dat onbenut blijft wanneer de groei van een verdicht Amsterdam wordt geremd ten gunste van een Randstad Plus en niet van de noodzaak om concurrerend te willen zijn. Daarmee bleef het Randstadmodel een wel zo vertrouwde en aantrekkelijke optie voor het publiek. In de aanloop naar en het begin van een nieuw kabinet krijgt het ‘Amsterdam van 2 miljoen’ vast nog wel de kans revanche te nemen.


Dit artikel verscheen eerder op romagazine.nl

Auteur

Bas van Horn
Bas van Horn

Tekst en advies over de leefomgeving

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte