platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

‘Nieuwe competenties in gebiedsontwikkeling’

‘Nieuwe competenties in gebiedsontwikkeling’

Derde seminar in de MCD-reeks ‘Nieuwe strategieën voor stedelijke gebiedsontwikkeling’ Lantaren Venster, Rotterdam, 14 juni 2011

1 jul 2011 - Opnieuw bood een bijzondere locatie het decor voor het MCD-seminar: de nieuwe vestiging van het theater LantarenVenster op de Rotterdamse Kop van Zuid. In de seminarreeks met als leidraad vernieuwingen binnen het vakgebied, stonden deze avond ‘nieuwe competenties’ centraal. Vier spraakmakende Masters deelden hun meest inspirerende filmfragmenten met de aanwezigen. Vervolgens vond rondom elk fragment een discussie plaats: wat zegt dit ons over competenties die een gebiedsontwikkelaar nodig heeft? In hoeverre zijn deze aan te leren? Doordat niet alle filmfragmenten een evidente link met het vakgebied hadden, ontstond een verfrissende discussie, waarin de rol van het menselijk kapitaal in gebiedsontwikkeling centraal stond.

De Masters waren Riek Bakker, Rudy Stroink, Suzanne Oxenaar en Isis Spuijbroek. Riek Bakker, ‘de Nederlandse Urban Goddess’, aldus Van Randeraat, is medeoprichter van BVR en sinds 2004 directeur van Riek Bakker Advies. Ook was zij directeur Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam (1986 tot 1991) en directeur van de Rotterdamse dienst Stedebouw en Volkshuisvesting (1991 tot 1993). Rudy Stroink is oprichter, voormalig CEO en C.O.A.C.H. van projectontwikkelaar TCN. Suzanne Oxenaar is sociaal-cultureel ondernemer. Zij is mede-initiator en artistiek directeur van het Lloyd Hotel en de daaraan verbonden Culturele Ambassade in Rotterdam. Isis Spuijbroek is oprichter en directeur van TEDx Rotterdam en creatief strateeg voor de gemeente Rotterdam.

De complementariteit van de Masters, met elk hun eigen expertise, leidde tot inspirerende momenten. Ook dit benadrukte dat een gebiedsontwikkelaar veel vaardigheden in huis moet hebben. Enerzijds kwam het beeld naar voren van de ontwikkelaar die stevig in zijn schoenen staat: iemand die weet waar hij het over heeft, die mensen kan meenemen in zijn ideeën en die op ‘hangmomenten’ buiten zichzelf durft te treden. Maar daarbij is een basishouding nodig van zorgzaamheid voor de stad. Gebiedsontwikkeling kan immers rigoureus ingrijpen op de leefomgeving, wat een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. En om te doorgronden wat er in de stad gebeurt, moeten we “leren kijken als Jane Jacobs,” aldus Stroink.

Passie overbrengen

In één van de fragmenten zien we de expressieve Russische dirigent Gergiev op bevlogen wijze zijn vak doceren aan toekomstige dirigenten. Zijn visie: een dirigent moet de muziek door en door kennen om de emotie ervan over te brengen en contact te maken met het publiek. Volgens Riek Bakker is dit vermogen ook voor een gebiedsontwikkelaar onmisbaar. “Je moet mensen kunnen meekrijgen in je ideeën, en deze ideeën er zo nodig uit kunnen spuien”. Isis Spuijbroek beaamt dit: “Een idee moet doorleefd zijn om het over te kunnen brengen.” Naast passie wordt ook het belang van repetitie in dit fragment herkend als belangrijk gegeven. Stroink vindt dat er in de gebiedsontwikkelingspraktijk te weinig geoefend wordt, er wordt te weinig gereflecteerd. Daarmee doelt hij op het leren van ervaringen met projecten, waar immers vele miljoenen euro’s in omgaan. Wanneer de ‘shock van de crisis’ is opgetrokken, kunnen er meer lessen uit worden getrokken, verwacht Stroink.

De kunst van het kijken

Een fragment aangedragen door Isis Spuijbroek en afkomstig uit de film Il Divo, over de Italiaanse politicus Andreotti, brengt de discussie op het belang van het kunnen ‘lezen’ van mensen en situaties. Dit is essentieel om mensen mee te nemen in een ‘fata morgana’ (de wereld van de verleiding). Daarbij gaat het volgens Spuijbroek zowel om het lezen van een locatie, als om het lezen van mensen: welke taal spreken ze, wat is hun agenda en waar liggen de belangen? Deze belangen lopen uiteen in gebiedsontwikkeling: gebiedsontwikkelingsprocessen zijn daarmee processen van continue verschuivingen van posities. Voortgang betekent daarmee dat posities moeten worden ingeleverd, daar onderhandel je niet over, aldus Stroink. Hij stelt dat er bij elk zakelijk gesprek een “Turkey” aan tafel zit: er is altijd iemand die iets moet inleveren. Onder het mom: “you don’t negotiate christmas with the turkey”, verwordt het gesprek daarmee tot een proces van het begeleiden van die persoon, de turkey, in de kunst van het loslaten. Een interessante these die niet door alle andere gasten wordt onderschreven. Waar ligt het gezamenlijk belang en de synergie? Interessant is de vraag waar je mensen en situaties leert lezen. “Het lezen van situaties leer je niet in een ingenieursopleiding,” meent Stroink. Volgens Oxenaar kan inspiratie uit andere disciplines, zoals kunst en muziek, zorgen voor een meer open manier van kijken.

Dapper zijn

Spuijbroek laat een fragment zien van TEDx Rotterdam, waarin Aboutaleb vol passie een Arabisch gedicht voordraagt en verteld over zijn achtergrond. Hij spreekt niet in de rol van burgemeester van Rotterdam, maar vanuit zichzelf: hij is authentiek. Maar kan dat in de praktijk ook altijd, jezelf zijn? Wat is de rol van authenticiteit in gebiedsontwikkeling? Volgens Oxenaar kan je hier eigenlijk niet omheen, wat communiceren met mensen soms heel lastig maakt. Stroink wijst erop dat authenticiteit tegenwoordig een groot begrip is. Anderzijds constateert hij dat in de praktijk de angst om kwetsbaar te zijn regeert. Deze angst resulteert in het krampachtig vasthouden aan het “Byzantijnse” idee van totale beheersing. Stroink vindt dat er een structurele systeemshift nodig is, waarbij dit idee wordt losgelaten. Naast het krampachtig vasthouden van machtsposities, resulteert angst volgens Bakker ook in afzijdigheid: “Er zijn teveel mensen toeschouwer. Je moet dapper zijn, gebiedsontwikkeling is niet voor bange mensen.” Soms betekent dapper zijn stevig optreden op een ‘hangmoment’; alles in het werk stellen om een ander van een voorstel te overtuigen. Echt boos kunnen worden. Maar je moet ook op tijd zien wanneer een initiatief niet werkt en je er beter mee kunt stoppen, geeft Bakker aan. Dapperheid kan ook zijn het doorzetten van een project als je niet iedereen kunt meenemen. Maar, aldus Stroink, het kan ook zijn een wethouder te zeggen: bemoei je je er niet mee! Uiteindelijk zul je zien dat hij het brengt als zijn idee, maar dat is prima: het project komt er.

Zorgen voor de stad

Aan de hand van een fragment over Robert Moses, de Opper-stedebouwer van New York halverwege de twintigste eeuw, werd de impact van grote projecten besproken. Moses stelde alles ten dienste van mobiliteit, en doorsneed buurten om snelwegen door de stad aan te leggen, waardoor deze niet meer sociaal functioneerden. De strijd tussen het collectieve belang en dat van individuen/ minderheden is van alle tijden. Stroink wijst erop dat het collectieve belang lange tijd ondergewaardeerd is in Nederland, terwijl dit volgens hem de kracht van de stad is. Niet alleen de plekken in de stad bepalen het functioneren, maar zeker ook de stromen. In dat opzicht maakte Moses de stad volgens Stroink sterker door het toevoegen van ‘levensaders’. Moses ging echter geheel voorbij aan de keerzijde van ontwikkelingen, en de lokale impact daarvan op buurteconomieën en sociale structuren. In reactie roepen de gasten dan ook op tot het aannemen van een zorgzame houding ten aanzien van de stad. Bakker vindt dat een mate van nederigheid gepast is, “Je moet jezelf in de ogen kunnen kijken.” Volgens Stroink moeten we “minder ontwikkelaar en meer hotelier worden.” Hiermee duidt hij op het zorgen voor de stad. Ook Oxenaar roept op tot zorgvuldig handelen, “we moeten er immers in wonen.” Ze benadrukt dat een gebiedsontwikkeling grote impact heeft op de beleving en het functioneren van een stad. De ontwikkeling van IJburg bijvoorbeeld is op allerlei terreinen ingrijpend voor de ervaring van de locatie: water wordt land en de lucht en het stadszicht veranderen. Een gebiedsontwikkelaar moet zich bewust zijn van wat hij aanricht. Ook bestaande en alledaagse gebruikspatronen moeten serieus worden genomen. Bakker beaamt dit: ervan afblijven is ook een optie. Agnes Franzen (TU Delft praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling) reikte deze avond, voorafgaand aan de hoofdfilm, het boek Management of Urban Development Processes in the Netherlands aan de Masters uit. Het boek is een publicatie van de leerstoel Urban Area Development van de afdeling Real Estate and Housing van de faculteit Bouwkunde. Dit eerste Engelstalige boek over de Nederlandse gebiedsontwikkelingspraktijk is een goed voorbeeld in het kader van de competentie “leren van het verleden”. Om het ‘leren kijken als Jane Jacobs’ te oefenen, werd de avond afgesloten met de hoofdfilm Urban Goddess: Jane Jacobs reconsidered.

Benieuwd naar het volgende seminar uit de MCD-reeks ‘Nieuwe strategieën voor gebiedsontwikkeling’, houd dan www.mastercitydeveloper.nl in de gaten. Het thema van de volgende bijeenkomst is nieuwe planvormen. In 2012 zal de seminarreeks met een uitgebreid programma worden afgesloten. Dit valt samen met het tienjarig bestaan van de Master City Developer opleiding.