Onderzoek Het is één om uit te spreken dat water en bodem sturend moeten worden bij ruimtelijke plannen, maar twee is de vertaling van dat principe in ons planologisch handelen. De hogescholen Van Hall Larenstein en Leiden stelden een handreiking op waarmee de diverse overheidslagen samen kunnen werken aan complexe ruimtelijke opgaven, daarbij rekening houdend met water en ondergrond.
De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is uiteraard ook op Gebiedsontwikkeling.nu niet ongemerkt gebleven. Daarbij hebben de omgevingsvisie en het omgevingsplan al wel de nodige aandacht gekregen (een voorbeeld is dit artikel over de relatie tussen de energietransitie en het omgevingsplan), maar minder geldt dat voor die andere loot aan de nieuwe publiekrechtelijke stam: het omgevingsprogramma. Ook kortweg wel ‘programma’ genoemd. Het programma is een “een politiek-bestuurlijk document waarin de overheid keuzes maakt over de fysieke leefomgeving,” aldus het Informatiepunt Leefomgeving.
Samen aan zet
Het thema ‘water en bodem sturend’ leent zich bij uitstek voor een nadere uitwerking in een omgevingsprogramma en het maken van dergelijke politiek-bestuurlijke keuzes, bedachten ze bij de Hogeschool Van Hall Larenstein en Hogeschool Leiden. En dan is met name de interbestuurlijke samenwerking van belang: gemeenten, provincies, waterschappen en omgevingsdiensten zijn samen aan zet om dit principe handen en voeten te geven, zo stellen de onderzoekers. Om de vraag te beantwoorden hoe de overheden tot samenhangende maatregelen kunnen komen (om zo de leefomgeving te beschermen en te ontwikkelen), is de afgelopen twee jaar door de lectoraten Duurzaam Water in de Omgevingswet (Van Hall Larenstein) en Recht & Rechtvaardigheid (Leiden) praktijkgericht actieonderzoek verricht in de vorm van ateliers, interviews en literatuurstudie. Overigens kunnen ook private gebiedsontwikkelaars prima gebruik maken van de aanpak, aldus de onderzoekers bij de presentatie van de handreiking afgelopen maand.

‘4C-bloem’ (bron: Hogescholen Van Hall Larenstein en Leiden)
Uit het onderzoek komen vier kernboodschappen naar voren. Deze zijn uitgewerkt in de bovenstaande ‘4C-bloem’. In de blaadjes van de bloem staan steeds drie succesfactoren per kernboodschap, om daarmee te sturen op water en bodem in omgevingsprogramma’s.
In de eerste plaats is het aan de betrokken overheden om te zorgen voor voldoende bestuurlijk commitment en de verankering daarvan (contract). De onderzoekers bevelen aan interbestuurlijke afspraken over ambities, maatregelen, taakverdeling en monitoring vast te leggen in een interbestuurlijk omgevingsprogramma, conform de Omgevingswet.
Vervolgens wijst de tweede C van concept op de noodzaak om systeemgericht te werk te gaan. “Gebruik een water- en bodemscan in combinatie met sturende principes en modellen om water en bodem écht sturend te maken. Zo ontstaat inzicht in de kansen en beperkingen van het water- en bodemsysteem voor ruimtelijke ontwikkelingen.” Bij het concept wordt gewezen zogenaamde Gidsprincipes voor een duurzame omgang met water en bodem. Deze principes geven meer concreet richting aan ruimtelijke ontwikkelingen, zoals “Zorg dat gebiedseigen water schoon blijft en houd het vast.” Deze principes worden vervolgens uitgewerkt in acht voorbeelden van ‘Gidsmodellen’, die voor uiteenlopende soorten gebieden de omgang met water en bodem vorm kan krijgen.
Leren door te doen
De derde C, die van contact, heeft betrekking op het expliciet maken van de uiteenlopende verantwoordelijkheden van de diverse partijen. Hier is een aanpalend instrument ontwikkeld: de Actorentool Water en Bodem Sturend. Deze tool laat zien welke overheid waar verantwoordelijk voor is op het gebied van water en bodem, en welke taken daarbij horen. De onderzoekers bevelen hierbij de inzet van een ontwerpende aanpak aan, om daarmee te komen tot een gezamenlijk handelingsperspectief. Tenslotte wordt in de handreiking voor het maken van een interbestuurlijk omgevingsprogramma gewezen op het belang om voortduren te “leren door te doen” (continuïteit): “Draag door monitoring, evaluatie en het opbouwen van een collectief geheugen bij aan het leerproces over de manier waarop water en bodem sturend kunnen zijn bij de duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. Ook over de bestuursperiodes heen.”
De handreiking ‘Sturen met water en bodem in omgevingsprogramma’s. Succesfactoren, voorbeelden en praktische voorbeelden’ verscheen eind vorig jaar en is hier te vinden. Verantwoordelijk voor de inhoud zijn Peter Groenhuijzen, Loesanne van der Geest, Michiel Bakx en Paul van Eijk.
Cover: ‘Overhandiging handreiking aan stichting CAS’ (bron: Stichting CAS)







