platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Nieuwe ontwerpmethode voor de openbare ruimte: bekijk bovengrond en ondergrond in samenhang

Nieuwe ontwerpmethode voor de openbare ruimte: bekijk bovengrond en ondergrond in samenhang

Amsterdam-Zuidoost, gebied Amstel-Stad. Foto: Gemeente Amsterdam/Your Captain, 2020

27 okt 2020 - Het aantal ruimtelijke opgaven in de openbare ruimte neemt de afgelopen jaren dermate toe, dat een nieuwe methode nodig is om al die ruimteclaims een plek te geven. Dit wordt uitgewerkt in het boek ‘Integrale ontwerpmethode openbare ruimte’, ontwikkeld door de gemeente Amsterdam. Recensent Agnes Franzen: “De noodzaak van een integrale aanpak tussen bovengrond én ondergrond neemt toe.”

Gebiedsontwikkeling werkt vanuit een integrale benadering. De gemeente Amsterdam zag dat deze aanpak ook nodig was voor de openbare ruimte. Dit heeft geresulteerd in een kloek boekwerk: Integrale ontwerpmethode openbare ruimte. Aan de hand van de casus Amstel-Stad, een gebied aan de zuidoost kant van Amsterdam, wordt ingegaan op de complexe en actuele opgaven voor het inrichten van de openbare ruimte. Zowel boven als onder de grond.

Steeds meer ruimtelijke opgaven

Het gebied Amstel-Stad is een lange zone, tussen het Amstelstation in het noorden en het Amsterdam UMC in het zuiden. Het gebied wordt in het westen begrensd door de A2 en aan de oostkant ligt de Bijlmermeer. Het is een gebied met diverse initiatieven voor ontwikkeling en transformatie (pdf) en in totaal is er ruimte voor zo’n 25.000 tot 50.000 woningen.

In de komende 20 jaar gaan alle straten in Amsterdam op de schop. Dit is nodig omdat het aantal opgaven in de openbare ruimte toeneemt. Denk aan klimaatadaptatie, de energietransitie plus het perspectief van een circulaire aanpak. Om al deze opgaven te realiseren is het nodig om deze een plek te geven in de openbare ruimte, zowel boven als onder de grond. Amstel-Stad staat voor een grote inpassingsvraag in de openbare ruimte en dient daarom als casus hoe al die ruimteclaims op een goede manier te integreren. Hiervoor is een nieuwe methode ontwikkeld om te komen tot een integrale afweging van de diverse ruimtelijke opgaven. De in het boek beschreven nieuwe methode richt zich op het gebied op het ‘Tussenniveau’ tussen gebiedsontwikkeling en de Structuurvisie in. Dit omdat zich daar gebiedsoverstijgende netwerkstructuren bevinden zoals groenstructuren, wateropgaven, aanleg van leidingen en nieuwe energienetwerken. En er zo beter integraal gewerkt kan worden.

Een team van gemeentelijke openbare ruimte ontwerpers, stedenbouwkundigen, technische experts en beheerders heeft twee jaar gewerkt aan de tweedelige publicatie over een nieuwe ontwerpmethode voor de openbare ruimte. Het eerste deel gaat in op het theoretische kader, de werkmethode en toepassingen uit het Werkboek aan de hand van voorbeeldstraten en mogelijke inrichtingen in Amstel-Stad. Het tweede deel, het Werkboek, geeft een indrukwekkend overzicht van de ruimtelijke opgaven en mogelijke ontwerpoplossingen. Met als gebiedsthema’s: Leefmilieu, Water, Flora & Fauna, Energie, Bodem en ondergrond, Mobiliteit en Materialen. Voor al de zeven gebiedsthema’s wordt een overzicht van mogelijke maatregelen geschetst met bijbehorende ruimtelijke uitwerking(en). Voor het ontwikkelen van de werkmethode is inhoudelijk intensief afgestemd met gemeentelijke afdelingen, en onderzoekers van universiteiten.

“Een vraag voor toepassing van deze methode in de praktijk is hoe deze aanpak een goede plek kan krijgen in het proces van gebiedsontwikkeling”

Een integraal ontwerp van de openbare ruimte boven en onder de grond kan niet zonder aanpassing van de spelregels, van de wetgeving en van financiële en beleidskaders. Er zijn drie beleidsniveaus waar ontwerpers rekening mee moeten houden. De kaders van landelijke wet- en regelgeving, de schaal van de stad met de structuurvisie, en het gemeentelijk beleid op gebiedsniveau. Deze kaders zijn niet toereikend, daarom is gekozen voor een Tussenniveau dat vraagt om een nieuwe aanpak en nieuw beleid. De Omgevingswet, die in 2021 in werking treedt, sluit hier goed op aan. De Omgevingswet biedt de gemeente ruimte om samen met relevante stakeholders te komen tot een integrale afweging en besluitvorming. De publicatie en de ontwerpmethode lopen hierop vooruit.

Nieuwe ontwerpmethode

De nieuwe ontwerpmethode begint met het inventariseren van bestaande beleidskaders. De eerder genoemde zeven gebiedsthema’s, vertaald naar ruimtelijke opgaven, zijn hierbij leidend. Op basis van analyses van de bestaande situatie en toekomstige potenties wordt het ambitieniveau vastgesteld aan de hand van een Ambitieweb: een grafische weergave van ambities binnen diverse sociaaleconomische en duurzaamheidsthema’s. Op basis van het landelijke Ambitieweb is een Amsterdamse versie gemaakt, waarbij Ecologie onder Flora en Fauna valt, Welzijn onder Leefmilieu en Bereikbaarheid onder Mobiliteit. Daarnaast ligt het accent op fysieke en duurzaamheidsaspecten en zijn de sociale subthema’s van de ambities Sociale relevantie en Welzijn nog achterwege gelaten. Naast de zeven gebiedsthema’s, bevat het Ambitieweb de onderwerpen: investeringsagenda, het vestigingsklimaat, sociale relevantie, ruimtelijke kwaliteit en  ruimtegebruik.

De grootste uitdaging is om per locatie een match te maken tussen de strategie voor het plangebied, de gestelde ambities en duurzaamheidsthema’s plus de enorme verzameling aan mogelijke technische maatregelen op verschillende schaalniveaus in de openbare ruimte en ondergrond. Sleutel in de aanpak is om met prestatiedoelen de ruimtelijke opgaven van de zeven gebiedsthema’s te trechteren tot locatie specifieke prestaties voor een straat of plein. Dit vraagt een integrale aanpak en een iteratief proces. Welke maatregelen versterken elkaar? En waar zijn combinaties mogelijk om de ambities (meetbare doelen) te behalen? De kracht van de methode zit volgens de auteurs in een vroegtijdige samenwerking met de relevant stakeholders om te komen tot het gezamenlijk vaststellen van de ambitie en de uitvoering. 

Bij de ontwerpmethode worden zes stappen onderscheiden:

1. inventarisatie van het plangebied
2. een analyse aan de hand van de klimaateffectenatlas en ruimtelijke opgaven (en invullen Ambitieweb)
3. de strategie openbare ruimte bepalen (technische aanpak, topambities, prestatiedoelen)
4. een selectie van maatregelen en programmeren profielen
5. het vaststellen van de investeringsagenda voor gebiedsoverstijgende netwerkstructuren
6. ontwerp en uitvoering van straat, plein of plantsoen als basis voor concrete uitvraag voor marktpartijen.

Boekrecensie 'Integrale ontwerpmethode openbare ruimte' beeld

Kansen in een gebied in beeld brengen

Het Werkboek biedt diverse uitwerkingen en maatregelen. Elke maatregel heeft een of meerdere unieke uitwerkingen waaruit ontwerpers kunnen kiezen om te komen tot een duurzame en toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte, ondergrond en de aangrenzende buitenschil van de bebouwing. Per gebiedsthema en schaalniveau worden diverse mogelijke uitwerkingen geschetst. De schaalniveaus voor de maatregelen zijn: een gebied, de netwerken, maatregelen in de openbare ruimte, maatregelen op kavelniveau en maatregelen op gebouwniveau (met accent op de buitenschil). Graag licht ik het gebiedsthema Flora & Fauna eruit. Dit is op dit moment nog onderbelicht in gebiedsontwikkeling en verdient meer aandacht. In deel 1 zijn kaarten opgenomen van Amstel-Stad over Groenstructuren, Biodiversiteit en Gebruik & beleving in zowel de huidige als potentiële situatie.

Bij de kaarten Groenstructuur wordt ingegaan op mogelijke bomenlanen, een nieuw park en mogelijkheden voor groene daken op bestaande panden en nieuwe bebouwing. Interessant zijn de kaarten Biodiversiteit. Hier is gekeken welke dieren zich op dit moment al in het gebied bevinden. Naast diverse typen vogels, zijn ook dieren die zich over de grond en in het water bewegen zoals vossen, bijen en baarzen, meegenomen. In de potentiekaart zien we onder meer kansrijke locaties voor mogelijke faunatunnels en waterverbindingen. Met deze aanpak worden per gebied de kansen helder in beeld gebracht en vervolgens in het Werkboek met ontwerpvoorbeelden vertaald in mogelijke oplossingen. Zoals bijvoorbeeld een corridor voor kleine organismen en diverse oplossingen voor groene daken. De geschetste maatregelen vragen om een vroegtijdige samenwerking van actoren vanuit de invalshoeken van het Ambitieweb in het proces van een gebiedsontwikkeling.

Duurzame inrichting van de openbare ruimte

De ambitie van de gemeente Amsterdam is om de locatie Amstel-Stad als onderdeel van de economisch sterke en goed bereikbare zuidflank van de metropool te ontwikkelen, transformeren en te intensiveren. De kwaliteit van deze publicatie is dat het een koppeling maakt tussen ondergrondse opgaven en de kansen die er liggen in de bovengrondse openbare ruimte voor actuele ruimtelijke vraagstukken. Voor stedenbouwkundigen maar ook voor andere betrokken partijen inspireert het Werkboek met haar integrale aanpak op het Tussenniveau en prachtig verbeelde mogelijke oplossingen voor een duurzame inrichting van de openbare ruimte.

“Deze publicatie maakt een koppeling tussen ondergrondse opgaven en kansen in de bovengrondse openbare ruimte, voor actuele ruimtelijke vraagstukken”

Vanwege de integrale benadering, sluit de nieuwe methode voor de openbare ruimte goed aan op de NOVI-aanpak en daarnaast is de inzet van het Rijk om de publicatie mee te nemen in de City Deals. Deze richten zich op het versterken van de (economische-) groei, innovatie en leefbaarheid in steden, op kennisdeling en het maken van concrete afspraken tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke instellingen.

Wat nog wel een vraag is voor toepassing van de methode in de praktijk, is hoe en op welk moment deze aanpak een goede plek kan krijgen in het proces van gebiedsontwikkeling. Het werken op een Tussenniveau vraagt om andere beleid en het eerder betrekken van publieke en private stakeholders. Wat hierbij aandacht verdient is het kijken vanuit het perspectief van de relevante stakeholders. Een ander punt is, zoals Yvonne van der Laan, waarnemend directeur Ruimtelijke Ordening (ministerie BZK) onlangs terecht stelde, dat het boek niet ingaat op ruimtelijke besluitvorming. Wie mag wanneer en waar over spreken en komen tot besluitvorming in de eigen organisatie?

Het zou goed zijn om de uiteindelijke inrichting van de openbare ruimte van Amstel-Stad te monitoren. Zo kan een beter inzicht worden verkregen in welke publieke- en private spelers op welk moment aan tafel komen voor de besluitvorming om vervolgens te komen tot inrichting en uitvoering. Een ander aandachtspunt is wat van deze aanpak geleerd kan worden voor gebieden waar de transformatieopgave (nieuwbouw) beperkt is, zoals in onze binnensteden. Ook hier ligt de uitdaging om tot een duurzame inrichting van de openbare ruimte te komen. Dat zijn twee mooie invalshoeken voor het vervolg.

Cover: Amsterdam-Zuidoost, gebied Amstel-Stad. Credit Gemeente Amsterdam/Your Captain

Meer weten over de publicatie ‘Integrale ontwerpmethode openbare ruimte’ en de betekenis hiervan? De gemeente Amsterdam organiseert, in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gemeenten en andere stakeholders op donderdag 29 oktober van 14.30 tot 17.15 uur een onlinesymposium (hier terug te kijken). Samenwerken is deze middag een belangrijk thema en dit maken we dan ook direct concreet. Ministeries en een aantal gemeenten en steden, waaronder Amsterdam ondertekenen deze dag de City Deal openbare ruimte. Met het ondertekenen van deze deal geven partijen aan met elkaar aan de slag te willen gaan om te komen tot een nieuwe aanpak voor toekomstbestendige stedelijke gebiedsontwikkeling.

Auteur

agnes franzen pp
Agnes Franzen

Strategisch adviseur SKG/TU Delft en medeoprichter/hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (2010-2017)

Bekijk alle artikelen