platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Nog veel onduidelijk over invloed groen op hitte in steden

Nog veel onduidelijk over invloed groen op hitte in steden

Westersingel in Rotterdam

Groen in de stad, zo is de aanname, is onder meer goed voor vermindering van hittestress. Maar hoe dat precies werkt, daar is nog veel onduidelijk over. Stichting De Groene Stad en Wageningen University & Research starten daarom met onderzoek naar hoe het wel en niet moet. Vooral water speelt daarbij een cruciale rol.

Vergroening van steden wordt steeds vaker toegepast als maatregel tegen hitte. Maar vergroening vergroot ook de verdamping en dus de waterbehoefte in stedelijk gebied. Dit kan leiden tot verdampingsreductie tijdens droogte - en dus een minder effectieve verkoeling. Om meer inzichten hierover te verkrijgen, is stichting De Groene Stad samen met Wageningen University & Research (WUR) begonnen met het onderzoeksproject 'Duurzame water- en ecosystemen voor klimaatrobuust stedelijk groen'.

MKBA

Over de link tussen hitte en waterbehoefte van groen zijn veel vragen. Het onderzoeksproject start met een inventarisatie van bestaand en kansrijk groen voor Nederlandse steden. Met behulp van atmosfeermodellen proberen de stakeholders de relatie te leggen tussen verdamping en verkoeling. Ook voeden ze het Landelijk Hydrologisch Model, waarmee het effect van stedelijke verdamping op het grondwaterpeil geschat kan worden. Door bestaande kennis over klimaatbestendige uitgangsmaterialen te combineren met kennis van natuurlijke (bos)ecosystemen met uitkomsten van het hydrologisch model, worden er voorbeelden ontwikkeld van ruimtelijke ontwerpen voor functionele ecosystemen voor verschillende regio’s en toepassingen. 

Het onderzoek gaat ook dieper in op de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). In een MKBA worden de opties voor vergroening geëvalueerd en vergeleken. Vergroening wordt vaak als relatief duur gezien, maar omdat relevante schattingen ontbreken of onzeker zijn, zijn afwegingen tussen investeringen, kosten van groenbeheer en maatschappelijk baten vaak lastig te maken of onvolledig . Zo is het effect van vergroening op de stedelijke temperatuur slecht gekwantificeerd en wordt in Nederland vaak uitgegaan van wat oudere vuistregels voor een eerste schatting. Met een MKBA, zo is de verwachting, is een goede inschatting te maken welke maatregelen leiden tot een positieve kosten-batenratio.

In de stad richten we ons soms te veel op het planten van bomen, waarbij we vergeten dat ze beter functioneren als je eromheen een klein ecosysteem ontwikkelt
— Marjolein Sterk (Wageningen University & Research)

Het project is een initiatief van Stichting De Groene Stad, samen met Wageningen University & Research. Om de resultaten breed toepasbaar te maken, wordt het onderzoek uitgevoerd in samenwerking met meerdere gemeenten in Nederland: Arnhem, Utrecht, Rotterdam en Alphen a/d Rijn. Ook de provincies Gelderland en Utrecht, diverse waterschappen, groenbedrijven en brancheverenigingen (waaronder Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners VHG) zijn aangesloten bij het onderzoek.

Het project is gericht op gemeenten, waterschappen en provincies die in de rol van waterbeheerder bij vergroening geconfronteerd worden met vragen rond waterbeschikbaarheid en waterbeheer. Vooral gemeenten moeten vanwege klimaatadaptatie rekening houden met hitte. Zij vragen zich af welke vergroeningsstrategieën klimaatrobuust zijn en leiden tot een optimale verhouding tussen hittereductie en toegenomen watervraag. Klimaatrobuustheid hangt ook af van de gekozen soorten en soortsamenstelling in groene stadsdelen. Mogelijk zijn combinaties van inheemse en exotische soorten nodig om droogteresistentie van groenfuncties in de toekomst te kunnen behouden.  

Topsectorenonderzoek

Marjolein Sterk is onderzoeker aan de WUR en één van de kartrekkers van het project. “Het gaat om een topsectorenonderzoek", licht zij toe. "Dat betekent dat we samenwerken met private bedrijven, kennispartners en overheden. We werken in dit onderzoek aan de opgave van hitte in de stad. Dit doen we vanuit het idee dat we weten wat groen voor effecten heeft om hitte te reduceren. Wat we een beetje onderschat hebben, is de functie van de ondergrond. Groen kan alleen hitte reduceren als er verdamping optreedt. Daarvoor heb je water nodig, en dat is soms de limiterende factor."

"We laten ons voor het onderzoek onder meer inspireren door bestaande ecosystemen. We vragen ons hardop af of het helpt als we natuurlijke processen laten terugkomen in de stad. In de natuur gebeuren dingen niet voor niks. We zien dat bomen en struiken elkaar versterken. In de stad richten we ons soms te veel op het planten van bomen, waarbij we vergeten dat ze beter functioneren als je eromheen een klein ecosysteem ontwikkelt.” 

Vraagstukken

Rotterdam is één van de gemeenten die zich hebben aangesloten bij het project. “Het onderzoek sluit aan op de vraagstukken die we hebben in de gemeente”, zegt Tara van Iersel, adviseur hitte en droogte bij de gemeente. “Over de thema’s hitte en droogte hebben we veel vragen die nog niet beantwoord zijn. We gaan nu onderzoek doen naar de vraag of we de schade aan het openbaar groen door droogte beter in kaart kunnen brengen. Zo willen we handvatten creëren waar we ons gemeentelijk beleid mee kunnen toetsen. Daarnaast willen we de samenwerking met de waterschappen optimaliseren. We hebben een grote vergroeningsopgave om onder andere hitte in de stad te verminderen, maar dat heeft gevolgen voor het watermanagement. Daarom is het goed dat de waterschappen aangehaakt zijn voor dit onderzoek. Zo kunnen we gezamenlijk optrekken om antwoorden te vinden op onze vragen.” 

Het totaalplaatje wordt uitgedrukt in euro’s om echt concreet te maken wat het ons kost als we niks doen
— Tara van Iersel (gemeente Rotterdam)

Waterschappen werken met modellen, maar de steden zijn daarin vaak een black box, zegt Sterk. “De steden zitten wel in hun modellen, maar ze gebruiken vaak cijfers vanuit de landbouw. Dat klopt natuurlijk niet met wat er werkelijk gebeurt in de stad qua waterhuishouding. De stad heeft een belangrijke functie in de waterhuishouding van het hele land. Het mooie van steden is de multifunctionaliteit. Zodra je een boom of andere beplanting aanlegt, dan is dat goed voor het zuiveren van de lucht, het terugdringen van de hitte en de verbetering van biodiversiteit. Groen heeft veel voordelen, maar dat heeft vervolgens wel gevolgen voor de waterhuishouding.”  

Stappen

Door verschillende stappen te doorlopen, moet in Rotterdam in kaart worden gebracht wat de schade aan het stedelijk groen is als gevolg van droogte. “We gaan eerst kijken hoe het gaat met ons huidige groen”, vertelt Van Iersel. “Vervolgens nemen we de verschillende klimaatscenario’s onder de loep: wat verwachten we voor schade in de toekomst en wat betekent dat voor de functie van het groen in de openbare ruimte? Tijdens de laatste stap bepalen we wat we aan de schade kunnen doen. We maken onderscheid tussen beheer- of meer structurele maatregelen."

"Het totaalplaatje wordt uiteindelijk uitgedrukt in euro’s om echt concreet te kunnen maken wat het ons kost als we niks doen en wat de investering is om het probleem aan te pakken. Iedere zomer lees je berichten over de vele schade aan het stedelijk groen door de droogte. Maar door verschillende factoren is het lastig om dit echt goed in beeld te krijgen. Zo kan het openbaar groen zichzelf herstellen na een periode van droogte, heb je te maken met verschillende droogtejaren na elkaar, en zijn er verstorende factoren, zoals ziektes en plagen. Wat precies de schade is aan het groen na een droge periode is daardoor lastig te bepalen. We hopen dat we door het onderzoek beter inzichtelijk hebben wat die schade precies inhoudt.”

Je moet niet alleen kijken naar bomen als het gaat om de hittebestrijding in de stad, maar naar de vegetatie als geheel
— Lonneke Klein (groenvoorzieningsbedrijf Hoek)

Van Iersel hoopt dat het onderzoek voorkomt dat er onnodige maatregelen genomen worden in Rotterdam. “Wij denken na over hoe we de stad willen inrichten, maar je wil niet onnodig geld uitgeven aan maatregelen als we weinig gevolgen zien aan ons stedelijk groen. We willen uiteindelijk voor iedereen in Rotterdam duidelijk maken waarom we dingen doen en de maatregelen onderbouwen met cijfers.” Sterk voegt eraan toe: “Als je een overzicht van de kosten en baten hebt, dan weet je vervolgens wie je moet vragen om een investering te doen. Je hebt immers een goed onderbouwd verhaal en je weet wie het meest baat hebben om te investeren.” 

Ideaalplaatje

Ook groenbedrijven werken mee aan het onderzoek. Lonneke Klein is adviseur natuurontwikkeling bij hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijf Hoek: “We willen actief meedenken over welke richting het op gaat in de openbare ruimte”, verklaart ze haar deelname. “Daarnaast zijn er nog de nodige slagen te maken. Vaak worden oplossingen vanuit een bepaalde discipline bedacht, terwijl het totaalplaatje mist. Dan wordt er bijvoorbeeld gekeken naar een ideaalplaatje van een boom. Maar als er rekening wordt gehouden met biodiversiteit en waterberging, dan is een ander beeld misschien wel gewenst. Dan moet er niet alleen gekeken worden of een boom ruimte heeft om te groeien. Meer van belang zijn dan zaken als de juiste manier van snoeien en ruimte bieden aan vegetatie rondom de bomen zodat ze water kunnen vasthouden of de stad kunnen verkoelen.” 

Voor het groenbeheer in de stad is het van belang om af te stappen van het ideaalplaatje, vindt Sterk. “Wat we zien, is dat gemeenten plannen maken voor een straat of plein. Voor het gebied wordt vervolgens de beplanting aangelegd en een beheerplan opgesteld. De praktijk wijst echter uit dat door klimaatverandering het groen soms minder snel groeit en er meer uitval is door droogte. Daarmee ontwikkel je een probleem aan het einde van de keten, omdat gemeenten zien dat het beeld dat vooraf is bepaald uiteindelijk niet klopt. Je merkt dan vaak dat hoveniers het beheer willen aanpassen aan de klimaatveranderingen, maar het ontbreekt bij gemeenten vaak aan ruimte om bij te sturen.”  

Er moet meer ingezet worden op natuurlijke oplossingen en biodiversiteit, stelt Klein. Daarnaast is het van belang dat er gekeken wordt naar de toekomst. “Wat als de zomers over twintig jaar nog warmer zijn dan nu? Als je dat nu al goed geregeld hebt, zijn de bomen daar beter tegen bestand. Dat geldt ook voor het beheer van het overige groen. Als je water wilt vasthouden in de bodem, dan is het bijvoorbeeld zaak om gazons niet te kort te maaien. Een korte grasmat droogt heel snel uit en bij hoger gras is dat veel minder het geval. Op een warme zomerdag is de ondergrond waar lang gras groeit nog steeds vochtig. Je moet niet alleen kijken naar bomen als het gaat om de hittebestrijding in de stad, maar naar de vegetatie als geheel. Zo kun je uiteindelijk de temperatuurregeling en de vochthuishouding in de stad veel beter reguleren.”

Dit artikel verscheen eerder op de website van Straatbeeld

Cover: 'Westersingel in Rotterdam' door Frans Blok (bron: Shutterstock)

Auteur

Jan Willem Kerssies LinkedIn
Jan Willem Kerssies

Hoofdredacteur Straatbeeld / Redacteur MobiliteitsPlatform

Bekijk alle artikelen