platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

NS-station ontwikkelt zich tot groene hart van verdichte stad

NS-station ontwikkelt zich tot groene hart van verdichte stad

groen station

31 mei 2017 - Niet de zelfrijdende auto maar de leenfiets is de ‘gamechanger’ waarmee het spoorbedrijf nu al steeds meer van doen krijgt in stationsgebieden. Dat zegt manager stationsontwikkeling Hans Broekman van NS Stations. ‘Die gebieden zullen zich verder ontwikkelen tot het groene hart van verdichte, autovrije steden. NS Stations ziet zichzelf als faciliteerder van deze ontwikkeling’. Broekman was gastspreker op de bijeenkomst ‘Stationsgebieden in de stad van de toekomst’ op de openingsdag van de Provada, dinsdag 30 mei.

No go areas van de toekomst?

“We praten over een OV-systeem dat al overbelast is en dat volgens prognoses tot 2030 te maken krijgt met nog een mobiliteitsgroei van dertig procent. Worden stationsgebieden dus juist de no go areas van de toekomst, waar je niet moet zijn omdat het er altijd druk is en waar nooit een trein stopt waarin je kunt zitten?”, lokte gespreksleider directeur René Buck van Buck Consultants International de NS-gebiedsontwikkelaar uit de tent. Maar deze gaf geen krimp: “Voor het op een schone en snelle manier ontsluiten van steden is er geen beter en sneller alternatief dan de trein, en de metro.”

Openbare ruimte vrij van blik

Broekman: “We willen met z’n allen verdichten, want iedereen wil in de stad wonen en werken. We willen een groene en duurzame stad, met een openbare ruimte vrij van blik. En we willen een deeleconomie. Wat we bijvoorbeeld nog niet beseffen, maar wat prognoses wel laten zien, is dat de vraag van reizigers om een NS OV-fiets de komende jaren massaal zal toenemen. Als NS moeten we dat faciliteren. En steden zullen meer moeten investeren in fietspadennetwerken.” In ons eentje in onze eigen auto massaal de stad in gaan, is er straks volgens Broekman niet meer bij. “Voor die mobiliteit moeten we ook met elkaar tot oplossingen komen, en dat zullen we ook. Zoals slimme deelsystemen, veel meer op maat en flexibeler dan nu.” Waarbij hij aangaf dat ‘we’ staat voor het Rijk, provincies, de grote steden, spoorbeheerder Prorail en NS, en vastgoedeigenaren.

Meerwaarde voor beleggers

Mede-gastspreker Pieter Vandeginste vertegenwoordigde zo’n vastgoedeigenaar. Als fund director van ASR Dutch Mobility Office Fund, beaamde hij dat de mobiliteit in stationsgebieden zal blijven groeien en dat de druk op die locaties ‘onveranderd hoog’ blijft. Maar die snelle ontwikkeling van stationslocaties schept volgens hem juist meerwaarde voor beleggers en maakt ook een hoge graad van verduurzaming van kantoorgebouwen op die plekken mogelijk: “Die waardestijging maakt investeringen mogelijk om tot dat hogere duurzaamheidsniveau te komen.” Het kantorenfonds investeert zelf in de renovatie en verduurzaming van het NS-hoofdkantoor, een gebouw uit de jaren tachtig van de vorige eeuw aan de Laan van Puntenburg bij het station van Utrecht.

OV-gerelateerde multifunctionaliteit

In het ideale stationsgebied is er volgens Broekman sprake van een juiste balans in OV-gerelateerde multifunctionaliteit. Een mix van kantoren. onderwijsinstellingen, vergadercentrum, horeca, winkels en mogelijk zelfs een ziekenhuis. Woningen minder: “Wel wonen in de binnenstad maar in een straal van 500 meter rond het stationsgebied. Want in dat gebied zelf gaat het om de netwerkfunctie.” Dat dit ook weer geen wet van Meden en Perzen is, bleek op de bijeenkomst uit de presentatie van manager Dennis van de Ven van SDK Vastgoed, onderdeel van bouwbedrijf VolkerWessels. Hij legde uit dat in het plan voor de herontwikkeling van het 75 hectare grote stationsgebied in Tilburg 60 procent is gereserveerd voor woningen, telkens 10 procent voor cultuur, onderwijs en werken, en 5 procent voor respectievelijk winkels en horeca: “Het grote aantal woningen zorgt door de dag heen juist voor nog meer leven in het gebied.”

Tegeltjeswijsheden

Voor hoe het ideale stationsgebied eruit moet zien, hanteert NS Stations zelf acht ‘tegeltjeswijsheden’ (Buck): ‘mengt functies voor een levendig gebied’, ‘gebruikt wat er al staat: leegstand is hier minimaal’, ‘biedt oriëntatie aan de reiziger’, ‘verweeft vloeiend stedelijke programma’s ‘, ‘maakt het leven makkelijker’, ‘versterkt de concurrentiekracht van de directe omgeving’, ‘erkent rol als publiek domein van de stad’, en ‘is de trots van iedereen’. Broekman legde ook uit dat NS Stations voorstander is van een masterplan dat gaandeweg de realisering van een project kan worden aangepast aan een veranderende marktvraag: “Daar moet je continu op kunnen sturen”, aldus de NS-gebiedsontwikkelaar, met achter zich op een groot scherm foto’s van de nieuwe stationsiconen van Arnhem en Rotterdam en Utrecht.


Cover: Bart van der Schagt

Auteur

Paul Hazebroek
Paul Hazebroek

Hoofdredactie Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte