platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

Het stationsgebied moet een logisch onderdeel van de stad worden

Het stationsgebied moet een logisch onderdeel van de stad worden

Gocongres 2016 sessie e

Verslag Deelsessie E - Praktijkcongres 2016

11 nov 2016 - Dat lijkt de conclusie te zijn van een parallelsessie over stationsgebieden en de stad. Dit verslag geeft een inkijk in de stedenbouwkundige en technologische mogelijkheden om deze conclusie te verwezenlijken.

Onderzoeker en universitair docent aan de TU Delft Wouter-Jan Verheul zit de dag voor. “We gaan afpellen”, aldus Verheul. Eerst de regio, dan het stationsgebied, dan het station zelf. Drie vragen worden er besproken. Ten eerste, hoe zijn de stationsgebieden, deze knooppunten, opgenomen in het stedelijk weefsel? Ten tweede, in Nederland hebben we een mooie traditie van sleutelprojecten rond de grote stationsgebieden, maar hoe zit het dan met de kleinere tussenstations? Ten derde, welke mogelijkheden bieden nieuwe technologieën en hoe verhouden die zich tot placemaking?

Gocongres 2016 sessie e 2

De regio en stad
Stijn van de Walle, Coördinator Stedenbaan van Netwerk Zuidelijke Randstad, meent dat stations een logisch onderdeel van de stad moeten worden. Dit betekent functiemenging. Kantoren, retail, penthouses, woonkamers, horeca, en ja, ook vervoer. Van generiek beleid naar maatwerk per gebied. Geen tot heel weinig parkeerplaatsen. Compactere tram- en busstations, handig geplaatst aan de zijkanten. Het resultaat? Meer ruimte voor de mens te voet en te fiets, voor ruimtelijke kwaliteit en het liefst zelfs emotionele binding met het stationsgebied. Rotterdam laat zien dat dit laatste mogelijk is.
Voor de kleinere tussenstations lijkt de uitdaging te zijn ze aantrekkelijker te maken door - langzaam maar zeker - enkele kleine ingrepen. Metrostation Westpolder te Berkel wordt aangehaald als goed voorbeeld. Rondom het station werden wat appartementen en winkels gebouwd. Later kwam er een pleintje met een fontein, wat groen, een restaurantje. “Ook al hebben zulke kleine stations vooral een vervoersfunctie, zulke kleine ingrepen maken het gebied een stuk aantrekkelijker”, aldus Van de Walle.


 Gocongres 2016 sessie e 3

Het gebied
De eerste laag is gepeld, door naar een concreet stationsgebied: Utrecht. Marlies de Nijs, senior stedenbouwkundige bij Gemeente Utrecht, legt uit. Gemeente Utrecht is booming, het centrum groeit uit zijn jas. De stad moet verdicht worden en het centrum wordt over het station naar het westen getrokken: ‘Het Nieuwe Centrum’. Hoe ze dit willen bereiken? Functiemenging en dwarsverbindingen West-Oost, Noord-Zuid. Het station moet looprichtingen naar alle kanten van de stad faciliteren. Als extraatje komt er een voetgangers- en fietsbrug over het spoor. Parkeren in dit gebied piekeren ze niet over, wat tevens volledige draagvlak geniet.
Het werd ook duidelijk dat het gebiedsontwikkelingsproces op de oude vertrouwde manier is en wordt ingericht. Geen technologieën zoals gamificatie, real-time loopstroomanalyses of sociale media. Dit werd te duur en arbeidsintensief geacht. Ze weten niet zo goed wat te doen met “al die smart zaken”.


Gocongres 2016 sessie e 4 

Het station
Barend Kuenen, Directeur Retail & Services NS Stations, benadrukt dat de beleving van stations erg verbeterd is. Een wezenlijk verschil met vroeger is dat mensen nu ook naar het station gaan, alleen maar om elkaar te ontmoeten. “De transportwaarden blijven wel de kern, maar het verschil is dat het nu toch echt een onderdeel van de stad is geworden”, aldus de NS-directeur. Hij ziet dat bij stations de emotie en verbinding met de stad steeds sterker wordt. Ze willen daarom toe naar ‘gastheerschap’, ook bij de kleinere stations. Altijd bemensing, altijd een koffiezaakje open, altijd welkom.
Qua technologie benadrukt Kuenen dat NS vooral wat heeft aan zaken als zelfscankassa’s, ‘swipe-and-go’ betalen, de OV-chipkaart en loopstroomanalyses. Betreft dit laatste brengen ze op basis van bluetooth verbindingen van de reizigers en hun smartphones de loopstromen in kaart, om hiermee verkeersknelpunten te analyseren tijdens en na de verbouwing, en huurprijzen te bepalen. “In Schiphol zit er letterlijk iemand achter een scherm om de actuele loopstromen in de gaten te houden.”


Gocongres 2016 sessie e 5            

Concluderend

Al met al kunnen we zeggen dat stationsgebieden, klein en groot, een integraal onderdeel (moeten) zijn van het stedelijk weefsel. Het kan naast het functioneren een aantrekkelijk gebied zijn, met een eigen vibe en een emotionele binding met de stad en inwoners. Er zijn genoeg stedenbouwkundige en technologische mogelijkheden om het vervoersproces veiliger, efficiënter en compacter te maken. Hierdoor ontstaat er voor de gebruiker meer tijd en ruimte voor andere zaken dan enkel vervoer. Het gaat ook om elkaar ontmoeten in been fijne, mooie omgeving. De uitdaging is dan om dit bij alle stations, ook de kleine tussenstations, te verwezenlijken.   


Bekijk de presentatie van Marlies de Nijs hier (pdf).

Beeld: Jean van Lingen

Auteur

Menno Schokker
Menno Schokker

Adviseur bij adviesbureau Merosch | Promovendus circulaire gebiedsontwikkeling bij TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte