Woonwagenkamp in Groningen door Hardscarf (bron: Wikipedia commons)

Ontwikkeling woonwagenkampen blijft een heet hangijzer

12 april 2022

6 minuten

Onderzoek
De realisatie van meer en betere plekken voor woonwagenbewoners komt stap voor stap terug op de politieke agenda, maar gaat nog niet snel genoeg. Onderzoekers van Platform31 hebben de ervaringen uit tien gemeenten verzameld en delen de succesfactoren en knelpunten.

De afgelopen jaren hebben woonwagenbewoners in Nederland gestreden voor de erkenning van hun rechten. Hierdoor komt hun positie stap voor stap terug op de politieke agenda. Dit gaat volgens veel bewoners nog steeds niet snel genoeg, maar in vergelijking met een aantal jaren geleden zijn er duidelijk stappen voorwaarts zichtbaar. Het landelijke beleidskader uit 2018 helpt gemeenten stappen te zetten richting een rechtvaardig lokaal woonwagenbeleid en stimuleert hen commitment te leveren op de realisatie van nieuwe standplaatsen.

Veel gemeenten staan op het punt aan de hand van dit document een nieuw beleidskader vast te stellen of hebben dit onlangs gedaan. Toch blijkt de stap van beleid naar uitvoering in de praktijk allerminst eenvoudig. De afgelopen maanden gingen onderzoekers van Platform31 in gesprek met tien gemeenten (Amsterdam, Apeldoorn, Bodegraven-Reeuwijk, Deventer, Eindhoven, Enschede, Groningen, Overbetuwe, Rotterdam en Schiedam) om te kijken waar de succesfactoren en knelpunten zitten. Deze gemeenten zijn geselecteerd omdat zij vooroplopen met het formuleren van nieuw woonwagenbeleid.

Geen weerstand

Dat er in vergelijking met een aantal jaren geleden stappen zijn gezet, blijkt vooral uit de vele nieuwe lokale kaders rond het woonwagenbeleid. De meeste gemeenten die de onderzoekers spraken, staan op het punt een nieuw beleidskader vast te stellen of hebben dit net gedaan. In deze kaders wordt onder andere de behoefte (in aantallen) aan uitbreiding van het aantal huidige plekken beschreven en vaak ook toegezegd. Ook geven de kaders aan binnen welke periode de gemeente deze plekken wil realiseren en hoe vaak de woonbehoefte in de toekomst opnieuw wordt onderzocht.

Uit het onderzoek blijkt wel dat het realiseren van nieuwe plekken niet vanzelfsprekend is

Gemeenten hebben bewust eerst een woonbehoefte- en locatieonderzoek uitgevoerd omdat zij de beschreven beleidsbeloften ook waar willen kunnen maken. Ook geven sommige gemeenten aan dat ze veel werk hebben gestoken in de onderbouwing van het beleid vanuit onder andere het mensenrechtenkader, de identiteit en positieve effecten van het woonwagenleven. Zo willen ze voorkomen dat er later weerstand in het college en/of de gemeenteraad ontstaat. “Het is straks een kwestie van het uitvoeren van beleid”, gaven verschillende gemeenten aan.

Een gewone manier van wonen

Het verbeteren van de huidige locaties is een van de andere aandachtspunten. Achterstallig onderhoud wordt aangepakt en locaties worden brandveilig gemaakt. De relatie met huidige bewoners wordt (met vallen en opstaan) verbeterd en afspraken over verhuur en toewijzing worden verduidelijkt. Gemeenteambtenaren geven aan dat dit heel belangrijk is om een goed gesprek over eventuele nieuwe standplaatsen te kunnen voeren. Daarnaast proberen verschillende gemeenten de verhuur van standplaatsen en/of woonwagens over te dragen aan woningcorporaties.

In alle gemeenten die Platform31 sprak, maken betrokken ambtenaren zich hard voor nieuwe standplaatsen. Ze vinden het vanzelfsprekend dat zij zich daarvoor inzetten en blijven zoeken naar mogelijkheden om dit ook waar te maken. Tegelijkertijd zien ze ook dat een bredere cultuuromslag binnen gemeenten nodig is.

Wonen in familieverband

De hoge ontwikkelkosten, het ruimtegebrek en de wens om locaties veilig en overzichtelijk te houden zijn zaken waar gemeenten in de praktijk nog vaak tegenaanlopen. Gemeenten die al zicht hebben op nieuwe locaties of die deze al gerealiseerd hebben, kiezen voor de uitbreiding van woonwagenlocaties met een klein aantal standplaatsen (tot tien). Dat maakt het behouden van draagvlak binnen het gemeentelijk bestuur eenvoudiger. Ook komen daardoor meer potentiële locaties in beeld en wordt de opgave behapbaar.

Woonwagenkamp Vorstengrafdonk in 1980 door Rutger van der Maar (bron: Flickr)

‘Woonwagenkamp Vorstengrafdonk in 1980’ door Rutger van der Maar (bron: Flickr)


Gevolg is wel dat de uitbreiding naar het totaal aantal benodigde standplaatsen langzamer gaat. Ook ontstaan er kleine nieuwe locaties van slechts twee standplaatsen. Dat roept de vraag op of deze locaties wel voldoen aan de kenmerkende eigenschap van veel woonwagengemeenschappen: wonen in familieverband.

Tot slot komt ook duurzaamheid steeds vaker terug in de gesprekken over woonwagens in de gemeente. Nagenoeg alle gemeenten onderzoeken de mogelijkheden van duurzame (gasloze) woonwagens. Ook kijken ze hoe de levensduur van woonwagens verlengd kan worden. Ambtenaren geven aan dat het belangrijk is om bij de invulling van de nieuwe locaties alvast goed te onderzoeken hoe woonwagens mee kunnen in de energietransitie. Dit zijn allemaal stappen om te voorkomen dat deze doelgroep risico loopt op uitsluiting van de transitie.

Knelpunten

Uit het onderzoek blijkt wel dat het daadwerkelijk realiseren van nieuwe plekken niet vanzelfsprekend is. De meeste gemeenten richten zich op het realiseren van nieuwe standplaatsen voor sociale huurwoonwagens. In de 10 gemeenten is er een gezamenlijke behoefte van ongeveer 350 nieuwe standplaatsen. Hiervan worden er slechts 24 met zekerheid gerealiseerd (met zicht op nog 50 andere), terwijl de behoefte groeit en de wachtlijsten steeds langer worden. Dit is in lijn met het landelijk beeld dat het nieuwe beleidskader nog niet of nauwelijks tot extra woonwagenstandplaatsen heeft geleid.

De knelpunten die in het proces ontstaan zijn divers. Ambtenaren gaven aan dat het lastig is om draagvlak voor het woonwagenbeleid te behouden. Gedreven ambtenaren en wethouders die zich hardmaken voor het onderwerp blijken ontzettend belangrijk voor vooruitgang, maar in de praktijk is dit vaak niet voldoende. Soms blijkt heel gedegen onderzoek en lobbywerk nodig om beleid überhaupt vastgesteld te krijgen door het college of de gemeenteraad. En in sommige gemeenten zorgt wisselend draagvlak (bijvoorbeeld door veranderende wethouders) voor vertraging in het vaststellen van nieuw beleid.

Sommige partijen zien ook op tegen de mogelijk negatieve reacties van omwonenden

Rondom de verkiezingen wordt het voor sommige gemeenten sowieso steeds lastiger om stappen vooruit te zetten. In een van de gemeenten wil de gemeenteraad alleen nog de intentie uitspreken dat de volgende raad nieuwe locaties voor standplaatsen zal zoeken. In andere gemeenten waar het woonwagenbeleid is vastgesteld en definitieve locaties in zicht komen, zetten ze nu toch een stapje terug. Lokale politieke partijen geven aan dat ze de schaarse ruimte liever gebruiken voor andere (grotere) doelgroepen (zoals jongeren en starters) die ook dringend woonruimte zoeken of gebruiken het geld liever op een ander beleidsterrein. Tot slot zien sommige partijen ook op tegen de mogelijk negatieve reacties van omwonenden.

Ingewikkelde businesscase

Daar komt bij dat ruimte in veel (grote) steden een probleem blijft, zelfs als er politieke wil is om die ruimte te gebruiken voor nieuwe woonwagenstandplaatsen. Verschillende grote gemeenten geven aan dat er in hun stad heel weinig geschikte ruimte is voor nieuwe woonwagenlocaties of uitbreiding van bestaande locaties. De oplossing wordt nu vaak gezocht in het efficiënter indelen van huidige locaties (zoals het splitsen van vakken die vrijkomen). Sommige bewoners vinden dit echter een teleurstellende ontwikkeling, omdat hun ruimte op deze manier (opnieuw) beperkt wordt en dit ten koste kan gaan van hun woongenot.

De tien gemeenten zetten volgens de onderzoekers goede stappen. Toch geven alle gemeenten geven aan dat de businesscase voor nieuwe standplaatsen ingewikkeld is voor zowel gemeenten als woningcorporaties. De investeringen die nodig zijn om de grond en de woonwagen te bekostigen ten opzichte van de (huur)prijs die een woonwagenbewoner kan financieren, zorgen voor een hoge onrendabele top.

Daarnaast geven gemeenten aan dat het vaak om meerdere locaties met een klein aantal standplaatsen verspreid door de stad gaat. Dit zorgt voor hoge proceskosten, waarbij voor een klein aantal woningen steeds alle stappen doorlopen moeten worden. Vrijwel alle gemeenten geven aan dat het geld nog gevonden moet worden.


De afgelopen maanden sprak Platform31 met 10 gemeenten die actief aan de slag zijn met het beleidskader. De komende maanden worden de belangrijkste lessen behandeld in webinars en intervisiesessies in het vervolgprogramma ‘Op weg naar meer standplaatsen’. Lees het volledige bericht over het onderzoek op de website van Platform31.


Cover: ‘Woonwagenkamp in Groningen’ door Hardscarf (bron: Wikipedia commons)


Annemiek van Tol door Annemiek van Tol (bron: Platform31)

Door Annemiek van Tol

Platform31

Frank Dirks door Frank Dirks (bron: LinkedIn)

Door Frank Dirks

Senior projectleider Platform31


Meest recent

Weekoverzicht Cover door Ineke Lammers (bron: gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van (instrumentele) vernieuwingen

Deze week veel vernieuwingen op Gebiedsontwikkeling.nu. Een nieuw instrumentarium, een nieuwe autoriteit, een nieuwe hoogleraar en een nieuwe miljoenenstad. Allemaal (instrumentele) innovaties die ons vakgebied moeten voorbereiden op de toekomst.

Nieuws

29 september 2022

Impressie vogelvlucht ''The Line'' door NEOM (bron: NEOM)

The Line in de woestijn: kansrijke miljoenenstad of fata morgana

Een hypermoderne, duurzame stad die letterlijk op één lijn wordt gebouwd – dwars door Saudi-Arabië. Goed voor 9 miljoen inwoners zonder dat er een auto te bekennen is. Belooft het futuristische ontwerp van The Line een nieuwe vorm van stedelijkheid?

Casus

29 september 2022

Luchtfoto Achterhoek door Lars van Mulligen (bron: shutterstock.com)

Van panacee tot paradox: de interne dynamiek van regionale samenwerking in Nederlandse krimpgebieden

Regionale samenwerking in krimpregio’s: het lijkt een voor de hand liggende aanpak. Samen kom je nu eenmaal verder. Janneke Rutgers onderzocht het traject van vallen en opstaan in de Achterhoek.

Onderzoek

28 september 2022