platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Onderzoek

Op zoek naar de meerwaarde van ontwerpend onderzoek in gebiedsontwikkeling

Op zoek naar de meerwaarde van ontwerpend onderzoek in gebiedsontwikkeling

Team Flocks, 2018, BNA-ontwerpstudie De Stad van de Toekomst

7 mei 2019 - Ontwerpend onderzoek is hip. Maar wat hebben gebiedsontwikkelaars eraan? Staan ze ervoor open? En hoe zien andere betrokkenen dat? Twee onderzoekers van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling brengen de kansen en gevaren in kaart.

Dat Nederland een sterke ruimtelijke ontwerptraditie heeft, is alom bekend. Naast ‘Dutch Design’ bestaat er zelfs zoiets als de ‘Dutch Approach’, waarbij verschillende disciplines in het ontwerpproces worden betrokken. De vraag is echter of deze internationale reputatie ook gemeengoed is in onze eigen ruimtelijke ontwikkelingspraktijk. Natuurlijk onderschrijft de ontwerpgemeenschap in Nederland de meerwaarde van ontwerpen als instrument, maar zijn publieke en private opdrachtgevers hier ook van overtuigd?

Parallel aan de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’ in 2018 (zie kader), is ons daarom gevraagd om te verkennen wat de meerwaarde van ontwerpend onderzoek in gebiedsontwikkeling is of kan zijn. Om deze veelomvattende vraag hanteerbaar te maken, zijn we uitgegaan van de vijf gebieden ( van 1 x 1 km in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) van de ontwerpstudie zelf. Wordt de opgave waar een gebied voor staat door ontwerpend onderzoek inzichtelijker? Levert het oplossingsrichtingen op, en voor wie zijn deze bedoeld? Kortom: waarom zou je als opdrachtgever een ontwerpstudie organiseren?

We doken hiervoor in de literatuur en namen ruim twintig interviews af met experts en betrokkenen bij de ontwerpstudie. Ook participeerden we in onderdelen van ‘De stad van de toekomst’ en observeerden de discussies en uitkomsten van bijeenkomsten en ontwerpateliers.

Ontwerpend ontdekken
Ontwerpend onderzoek beperkt zich niet tot opgaven in het ruimtelijk domein. Het wordt ook in het bedrijfsleven toegepast, misschien wel vaker en met meer overgave. In bepaalde economische sectoren is design thinking bovendien een trend. Voor veel bedrijven is het mobiliseren van onderzoekende en creatieve competenties dé manier om nieuwe producten of diensten te ontdekken. Alleen zo kunnen zij inspelen op veranderende behoeften van klanten in een marktomgeving die bol staat van onzekerheden en disruptieve ontwikkelingen.

Vanuit die aanleiding is de stap naar ruimtelijke ontwikkeling – een langetermijndoelstelling te midden van maatschappelijke transities – gemakkelijk gemaakt. Gedurende de looptijd van een gebiedsontwikkeling moet ook constant worden ingespeeld op nieuwe inzichten, maatschappelijke behoeften en technologische ontwikkelingen.

Design thinking is sterk gerelateerd aan innovatie. In de ruimtelijke ordening – en ook zeker in gebiedsontwikkeling – is de noodzaak om te innoveren sterk tot de betrokkenen doorgedrongen. De verdichtingsopgave in steden vraagt (in combinatie met de roep om gezonde verstedelijking, klimaatadaptatie, de energietransitie en nieuwe mobiliteitsconcepten) immers steeds nadrukkelijker om het ontwerpen van integrale ruimtelijke en technische oplossingen. In de ruimtelijke ordening kun je de onderzoekende eigenschap van de ontwerpdiscipline inzetten om tot kennisontwikkeling en innovatie te komen. Dit gebeurt vooral in methoden van research by design, oftewel ontwerpend onderzoek.

Bij ontwerpend onderzoek staan drie doelen centraal: het verbinden van belangen, integreren van disciplinaire kennis en vaardigheden, en verkennen en verbeelden van mogelijke toekomsten voor een gebied1. Het wordt toegepast wanneer er voor een gebied nog geen concrete plannen zijn of als bestaande plan- of beleidsvorming is vastgelopen. Ontwerpend onderzoek is idealiter dus gericht op de definiëring van een (gebieds)ontwikkelingsopgave: een studie naar de complexe werkelijkheid in een stedelijk gebied, waarin mogelijke, waarschijnlijke en denkbare toekomsten worden verkend en tegen elkaar afgewogen.Masterclass Agglomeratiekracht_Beeld Roy Borghouts Fotografie.jpg
Masterclass Agglomeratiekracht (bron: Roy Borghouts Fotografie)

Plaatje maken of strategische inzet?
De ideaaltypische inzet van ontwerpen is in de praktijk van gebiedsontwikkeling lang niet vanzelfsprekend. Ontwerpend onderzoek is hierin dikwijls ondergeschikt aan politieke en financieel- economische afwegingen. Deze afwegingen hebben veelal betrekking op vastgoedgedreven oplossingsrichtingen. Typische vragen daarbij zijn: wat is het ‘laadvermogen’ in een gebied, oftewel het maximale programma dat er gebouwd kan worden? En welke voorinvesteringen zijn ermee gemoeid en wat levert het op? Ook in de vijf vierkante kilometers van ‘De stad van de toekomst’ dringen dergelijke vragen zich op. Binnen gebiedsontwikkeling wordt ontwerpen hierdoor al snel gereduceerd tot het visualiseren van wat politiek en financieel wenselijk en haalbaar is. De opgave lijkt eenduidig (woningbouw, verdichting of transformatie) en wordt vooral fysiek-ruimtelijk uitgedrukt. De ontwerper wordt gevraagd een ‘plaatje te maken’ van een reeds gekozen oplossing.

Daarentegen vraagt de opgavedefinitie voor de stad van de toekomst juist om een strategische benadering. Dé stad van de toekomst bestaat niet. Steden en gebieden verschillen en hun toekomst is dus niet eenduidig. Alle vijf locaties van de ontwerpstudie hebben gemeen dat het gaat om een verdichtingsvraagstuk in een bestaand stuk stad, maar hun eigenschappen lopen uiteen. Bovendien zitten de gebieden in verschillende fasen van (plan)ontwikkeling, een feit waar de ontwerpteams rekening mee moesten houden.

Ook het planologische en politieke discours rond het gebied doet ertoe. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de reeds opgeplakte labels op de locaties rondom het spoor in Den Haag en Eindhoven. Hier is van hogerop besloten dat dit Central Innovation Districts (CID’s) moeten worden. De realiteit in deze gebieden leert echter dat de ruimtelijke opgaven hier fysieke kenmerken en omstandigheden kennen, zoals leegstand of onveiligheid.

Site visit Amsterdam_Beeld Roy Borghouts Fotografie.jpg
Site visit Amsterdam (bron: Roy Borghouts Fotografie)

Meerwaarde
Om te reflecteren op ‘De stad van de toekomst’ hebben we onder andere vertegenwoordigers van alle deelnemende gemeenten gesproken. Wat was voor hen de reden om mee te werken aan de ontwerpstudie, en op welke uitkomsten hopen zij? Antwoorden wijzen op de complexe zoektocht die stedelijke vraagstukken vandaag de dag met zich meebrengen. Gemeenteambtenaren onderkennen dat de opgaven in de ontwerpstudie meerduidig zijn, iets wat in de literatuur ook wel een wicked problem wordt genoemd.2 Een gebied kampt bijvoorbeeld met bodemdaling en een beperkt vermogen tot waterretentie, maar tegelijkertijd met sociale achterstanden en slechte bereikbaarheid door autocongestie. Dergelijke opgaven vereisen integraliteit, omdat oplossingen op het ene domein of schaalniveau dikwijls zorgen voor problemen op het andere.

Met ontwerpend onderzoek kunnen integrale oplossingsrichtingen voor wicked problems in gebieden relatief snel verkend worden. Het tekenen van hoe oplossingen in de gebouwde omgeving ruimtelijk uitpakken, leidt vrijwel direct tot nieuwe inzichten. Dit is een unieke bijdrage van de ontwerper, vertelde bouwmeester en hoogleraar Kristiaan Borret eerder in een interview op Gebiedsontwikkeling.nu. “Een beeld creëren, naast de beleidsnota die juridisch en verbaal is, en naast de Excel-tabel of de SWOT-analyse die rationeel wil zijn, is een tool van de ontwerper en van niemand anders.”3

Uit onze gesprekken en observaties blijkt dan ook dat de deelnemende gemeenten veelal hopen dat ontwerpstudies als ‘De stad van de toekomst’ tot nieuwe inspiratie, inzichten, of zelfs oplossingsrichtingen leiden. Wanneer we dit proefondervindelijk onderzoek aanvullen met en spiegelen aan literatuur over ontwerpend onderzoek, levert dit vijf specifieke vormen van meerwaarde op die ontwerpend onderzoek voor een (collectieve) opdrachtgever in gebiedsontwikkeling kan hebben:

1: Completer zicht op de opgave
Ontwerpen voor gebiedsontwikkeling is vaak convergerend: er wordt een oplossing gedefinieerd voor de opgave van een gebied (zoals: een woningbouwopgave) en deze wordt vervolgens steeds specifieker uitgewerkt. Ontwerpend onderzoek bestaat juist uit een iteratief proces van divergeren én convergeren. Naast het analyseren van de opgave, bevragen ontwerpend onderzoekers de veronderstelde oplossing – en stellen deze waar nodig ter discussie. Zo kan in een vroeg stadium zicht ontstaan op nieuwe of verborgen vraagstukken die in een gebied bestaan, zoals een adaptatievraag of een bereikbaarheidsprobleem. Ontwerpend onderzoek bereikt hiermee een completere definitie van de gebiedsopgave, met beter zicht op te betrekken expertise en belanghebbenden.

2: Vinden van gedeeld begrip en ambitie
Voordat er aan overkoepelende oplossingen kan worden gewerkt, helpt ontwerpend onderzoek de betrokkenen om het gedeelde doel van de gebiedsontwikkeling helder te krijgen en (soms impliciete) verwachtingen met elkaar te delen. Actoren worden meegenomen in een proces waarin ruimtelijke analyses en visualisaties helpen een gemeenschappelijke taal te creëren en begrip van de opgave te krijgen. Zo kan ontwerpend onderzoek helpen om de gezamenlijke ambities voor het gebied duidelijk te maken. De tijdshorizon van de ontwerpstudie helpt daarbij: “Doordat we nadenken over de stad van de toekomst 2040-2050, kom je los te staan van ieders dagelijks belang”, concludeerde een ontwerpteam dat zich op de oostflank van Utrecht richtte.

3: Verbeelden van mogelijke toekomsten
Ontwerpers houden zich bezig met denkbare toekomsten en hebben ervaring met het verkennen van oplossingsrichtingen in complexe praktijksituaties. Ontwerpend onderzoek maakt gebruik van verbeelding en referenties om doelgroepen en opdrachtgevers te inspireren of te overtuigen. Een respondent vatte dit als volgt samen: “Bij gebiedsontwikkeling heb je ongelofelijk veel stakeholders. Daarbij communiceert een ontwerp veel gemakkelijker dan een geschreven stuk.” Resultaten van ontwerpstudies kunnen het onwaarschijnlijke mogelijk maken, en het onhaalbare werkbaar. Het ontwerpend onderzoek kan zo een middel zijn om sneller in te spelen op nieuwe behoeften en tot vernieuwing te komen.

4: Bewust worden van verborgen keuzes
Opdrachtgevers kunnen ontwerpen gebruiken om vastgelopen opgaven nieuw leven in te blazen. Hiermee verandert ontwerpen van doel (de visualisatie van een gegeven oplossing) naar middel: ontwerpen om oplossingen te verkennen. Resultaten van onderzoek zijn echter per definitie onzeker, en voor opdrachtgevers is die onzekerheid vaak spannend. “Als het maar niet de huidige planvorming op zijn kop gooit”, wordt er dan gezegd. Maar spanning duidt op verborgen keuzes die kennelijk niet ter discussie mogen worden gesteld. Ontwerpend onderzoek brengt deze aan het licht en kan hierdoor voor een doorbraak zorgen.

5: Benutten van multidisciplinariteit
Door in een ontwerpstudie te werken met multidisciplinaire teams, vergroot een opdrachtgever de kans op vernieuwende oplossingen. Er kunnen nieuwe verbanden, inzichten en ideeën ontstaan die in een monodisciplinair team onontdekt blijven. De kennisdisciplines in een team richten zich ieder bovendien als eerste op hun eigen schaalniveau. Tijdens de ontwerpateliersessie van ‘De stad van de toekomst’ werd het belang van de aanwezige multidisciplinariteit bevestigd: “Meteen met z’n allen rond de tafel is uniek: ontwerpers, experts en gemeenten”, aldus deelnemende ontwerpers.

Lokaal atelier Amsterdam. Bron BNA onderzoek_Anouk Haamans.jpg
Lokaal atelier Amsterdam (bron: BNA onderzoek Anouk Haamans)

De essentie: durf te dromen
De ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’ is een prospectief ontwerpend onderzoek. Onzekerheid over de toekomst is daarbij het uitgangspunt. Dit staat tegenover reactief ontwerpend onderzoek, waarbij onzekerheid zo veel mogelijk wordt gereduceerd, bijvoorbeeld door afbakening in tijd (faseren), ruimte (opknippen en kleiner maken) en zeggenschap (actoren uitsluiten)4. Deze vorm heeft zijn operationele nut, maar levert zelden inspirerende langetermijnvisies voor uitdagende ruimtelijke opgaven op.

Het doel van prospectief ontwerpend onderzoek is strategischer. Het is niet uitvoeringsgericht, maar kan wel leiden tot nieuwe denk- en oplossingsrichtingen die een basis vormen voor de uitwerking en uitvoering van projecten5. Dit onderscheid blijkt zowel voor opdrachtgevers als ontwerpteams essentieel6. Bij reactief ontwerpend onderzoek is het adagium vaak ‘maak het realiseerbaar’, maar bij prospectieve studies luidt de opdracht ‘durf te dromen’.

Vervolgonderzoek
Hoewel ‘De stad van de toekomst’ uitgesproken beleidsluw is opgezet (bestaand beleid mag zogezegd geen belemmering zijn voor de ontwerpteams), worden er bij het definiëren van een opgave waarden gewogen en keuzes gemaakt. Oplossingsrichtingen zijn ontegenzeglijk politiek en hebben impact op de financiële haalbaarheid van daaruit voortkomende plannen. Een ‘beleidsluwe’ ontwerpstudie is dus allerminst een ‘beleidsarme’ ontwerpstudie. Hoe ver de ontwerpteams van ‘De stad van de toekomst’ mochten afwijken van (of ingaan tegen) bestaande (beleids)plannen, was veelal onduidelijk. Een ontwerper stelde: “Waar je uiteindelijk toe wilt doordringen en bereiken, is dat sectoraal beleid op een aantal punten wordt aangepast”, dus dat het stadsbestuur hierop aanspreekbaar is. Een betrokken gemeenteambtenaar stelde daarentegen dat zij er niet op zit te wachten dat er in een ontwerpstudie een link naar de politiek wordt gelegd: “Dat is inhoudelijk ongewenst. Het is juist sterk van een ontwerpstudie als je los kunt komen van directe sturing.”

Het lijkt erop dat in een succesvol ontwerpend onderzoek de ontwerpers op de hoogte zijn van het beleid en de belangen van actoren, maar zich hiertoe strategisch en onafhankelijk dienen te verhouden. Ontwerpers moeten het beleid dus durven te bevragen om de ontwerpstudie niet aan meerwaarde te laten verliezen7. Maar hoe ver moeten zij hierin gaan? Hoe deze balans in elkaar zit en in de praktijk georganiseerd moet worden, verdient nader onderzoek.

Eind mei organiseert de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft daarom een besloten paneldiscussie met experts vanuit de private, publieke en wetenschappelijke hoek. Op Gebiedsontwikkeling.nu zal een artikel verschijnen over de discussies en conclusies van deze bijeenkomst. 

Over de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’

Begin 2018 startte de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’. Tien ontwerpteams onderzochten in de vijf grootste Nederlandse gemeenten hoe de toekomst van vijf prominente gebieden eruit kan zien. De onderliggende vraag is hoe we in tijden van de nieuwe verdichtingsgolf, bouwopgaven kunnen koppelen aan de energietransitie en innovaties voor vervoer, circulaire economie en andere systemen en netwerken. Dit zijn begrippen die in de wereld van gebiedsontwikkeling veelbesproken, maar ook nog abstract zijn.

Parallel aan deze ontwerpstudie voerde de TU Delft drie onderzoeken uit. 1: het in kaart brengen en het ontwerpend onderzoeken van opgaven en scenario’s in de Stad van de Toekomst (door de afdeling Architecture & Urban Design), 2: de koppeling van stedelijke systemen (zoals vervoer, water, energie, afval) die in de studiegebieden moet plaatsvinden (door Environmental Technology & Design) en 3: de meerwaarde van ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling (door Urban Development Management). Dit laatste onderzoek heeft als doel om aanbevelingen te formuleren voor opdrachtgevers die ontwerpend onderzoek in de initiatieffase van een gebiedsontwikkeling willen toepassen.

Op 18 april 2019 is de publicatie ‘De stad van de toekomst’ gepubliceerd. Meer informatie over de BNA ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’ is hier te lezen

NOTEN

  1. T. van den Boomen (et al). 2017. Stedelijke vraagstukken, veerkrachtige oplossingen: Ontwerpend onderzoek voor de toekomst van stedelijke regio’s. Amsterdam: Trancity Valiz.
  2. H.W. Rittel (et al). 1973. ‘Dilemmas in a general theory of planning’. Policy sciences, vol. 4, no.2. Blz. 155-169.
  3. H.J. van der Linden. 2018. ‘Kristiaan Borret, bouwmeester Brussel: “Een tekening brengt mensen samen”’, Gebiedsontwikkeling. (geraadpleegd 30-1-2018 via www.gebiedsontwikkeling.nu)
  4. Zie noot 3. Zie ook: J. de Jonge. 2016. Ontwerpen in de regio. Wing. (geraadpleegd 10-12-2018 via www.wing.nl)
  5. J. de Jonge. 2016 (zie noot 4).
  6. S. Nijhuis & D. Niederer. 2017. Landschapsarchitectuur: Tussen ontwerp & onderzoek. Dutch School of Landscape Architecture. 2017. Blz. 87, 97, 109.
  7. Vlaamse Ruimtelijke Planningsprijs. 2012. Ontwerpend onderzoek als methodiek, Kenniscentrum Vlaamse steden. (geraadpleegd 14-12-2018 via www.kenniscentrumvlaamsesteden.be)

Dit artikel is een bewerking van de publicatie die op 18 april gepubliceerd is in het boek De Stad van de Toekomst, uitgegeven door BNA Onderzoek. 

Cover: Nieuwe inzichten door verleden, heden en toekomst in één beeld samen te brengen. Bron: team Flocks, 2018, BNA-ontwerpstudie De Stad van de Toekomst.


Auteurs

Hedwig
Hedwig van der Linden

Onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft

Bekijk alle artikelen
tom daamen2
Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte