platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Participatie? Wees niet blanco, maar onbevooroordeeld

Participatie? Wees niet blanco, maar onbevooroordeeld

participatie tafel pixabay

23 sep 2019 - Aan de slag met participatie in gebiedsontwikkeling? Ga er dan niet blanco in, waarschuwt Anne-Mette van Lieshouter-Andersen van AM Landskab. “Dan ben je niet eerlijk bezig en creëer je je eigen weerstand.”

Bezoek het SKG Jaarcongres

Meer weten over gebiedsontwikkeling? Kom dan op 7 november naar het Jaarcongres Gebiedsontwikkeling 2019 in Den Haag. U krijgt lezingen van prominente sprekers, praat in kennissessies mee met topexperts, en ontmoet collega’s en andere vakgenoten.

Bekijk het programma en schrijf u direct in

Regelmatig hoor ik bij organisaties waarvoor we ruimtelijke projecten uitvoeren: “We gaan er blanco in, bij een participatietraject, alles ligt nog open!” Deze insteek komt vanuit een goed hart en gaat uit van de beste bedoelingen. Organisaties willen anno nu in samenwerking met de eindgebruikers visies, plannen en ontwerpen maken voor de leefomgeving, en niet alleen met de mensen binnen de muren van de organisatie. Maar blanco de participatie ingaan kán nooit.

Onbevooroordeeld

Eerlijk is eerlijk, tijdens de eerste masterclasses die ik gaf over Samenwerking & Participatie gebruikte ook ik de eerste paar keer de term blanco, voor als je een gebiedsontwikkeling ging opstarten met uiteenlopende stakeholders, waaronder de bewoners. Dat heb ik gauw uit mijn vocabulaire gehaald. Want die interpretatie van ‘blanco’ bedoelde ik helemaal niet.

Wat ik wél bedoel (en waarvan ik overtuigd van ben dat het de sleutel tot succes in samenwerking is), is dat je onbevooroordeeld een traject in moet gaan. Dat is iets heel anders dan ‘blanco’. “We beginnen helemaal open en blanco, mensen kunnen met alle ideeën komen die ze willen”, hoorde ik juist vooruitstrevende gemeentes in participatie zeggen. Maar dan ben je niet eerlijk bezig en creëer je je eigen weerstand. Want zo werkt het niet. Niet alle ideeën kunnen overal - en al helemaal niet tegelijk.

Er zijn publieke taken te verrichten, die vaak de belangen van de buurt, wijk of zelfs gebied overstijgen. Denk aan wateropslag en bevordering van de waterkwaliteit, eisen rondom ingrepen waar er kabels en leidingen liggen, woningen die gebouwd moeten worden omdat er een tekort is, een duurzaamheidsdoelstelling die gehaald moet worden – noem maar op. Wanneer je ergens blanco ingaat en ‘alles kan’, dan moet je later terug met de boodschap dat iets tóch niet mogelijk blijkt te zijn. Dat zorgt voor het gevoel dat het meedenken ‘verspilde moeite’ of ‘mensen voor de gek houden’ is, en dán heb je je eigen weerstand gecreëerd. Want de organisatie reageerde er toch eerst enthousiast op?

Nee zeggen is ook een vak

Daarom pleit ik ervoor om momenten waarin partijen mogen participeren, zeer zorgvuldig voor te bereiden. Bedenk je heel goed waar je écht nee op moet zeggen. Dat vergt kennis en inzicht. Je zult van tevoren keuzes moeten maken, want niet alles kan overal en tegelijk.
“Óf de participatie wordt geheel blanco ingestoken, óf er wordt juist té snel nee gezegd vanwege oude denkpatronen of vooroordelen.”

Wat ik in de praktijk vaak merk, is dat het evenwicht ontbreekt in participatietrajecten voor ruimtelijke plannen. Óf de participatie wordt geheel blanco ingestoken (met alle teleurstellingen van dien), óf er wordt juist té snel nee gezegd vanwege oude denkpatronen of vooroordelen. En dat terwijl de ervaring leert dat er vaak veel meer keuzevrijheid is dan een gemeente, provincie, ontwikkelaar of woningbouwcorporatie denkt. Het is daarbij de crux om scherp te hebben wáár die keuzevrijheid ligt en vervolgens écht onbevooroordeeld de dialoog hierover aan te gaan met alle partijen en mensen.

Moeilijk?

‘Onbevooroordeeld de dialoog voeren’ klinkt alleen makkelijker dan het is. Iedereen stapt weleens in een van deze valkuilen: ‘Ze zullen waarschijnlijk zus en zo reageren, dus laat ik de discussie maar niet aangaan’, ‘Ze vinden het vast niets, dus ik ga het maar niet voorstellen’, (bij participatieprocessen) ‘Zij gaan klagen, dat doen ze altijd’ of (terwijl het om de mening van hooguit twee individuele ambtenaren gaat) ‘We vinden bij de gemeente dat’. Soms blijkt zo’n aanname terecht, maar net zo vaak is de situatie heel anders (geworden) en spelen de aangenomen ‘waarheden’ zich alleen af in je eigen hoofd.

Dat komt omdat je al van alles hebt meegemaakt. Vanwege je specifieke kennis als ambtenaar, projectontwikkelaar of medewerker van een woningbouwcorporatie, schat je in dat bepaalde ideeën praktisch wél of niet kunnen. Daaruit trek je conclusies. Dát is juist de valkuil. Want waarop baseer je dat en is dat echt de enige waarheid? Er heeft zich namelijk altijd van alles afgespeeld in het gebied, waarvan jij misschien op dat moment geen weet hebt. Dat merk je pas als je het gebied intrekt, de verhalen van alle stakeholders hoort. Dat zijn de persoonlijke verhalen, maar óók de verhalen van het proces voor visies, plannen en ideeën uit het verleden. Vaak is er al eerder meegedacht over het gebied door mensen die hier hun vrije tijd en energie instaken. Díe geschiedenis van een gebied kun je niet negeren, ook al gaat het nu heel anders, want ook dan creëer je je eigen weerstand.

Datzelfde geldt voor de ‘fysieke’ geschiedenis, dus de landschappelijke structuren, de cultuurhistorische elementen, en de ontstaansgeschiedenis van een wijk, dorp en stad. Ook dat heeft grote invloed op de identiteit van een plek of gebied en hoe de mensen het wel of niet als hún plek beschouwen. Deze bagage moet je meenemen in je participatie. Veeg het niet weg onder de noemer ‘we beginnen met een frisse start’, maar gebruik het als een verrijking voor het nieuwe en frisse zien. Sommige onderdelen bieden - met de opgaven en ambities die nu spelen - plaats voor een herinterpretatie, maar het is er, dus je moet er wat mee.

Hanging baskets

Een heel down-to-earth voorbeeld van verkeerd begrepen participatie (die ik echt overal in Nederland tegenkom) is deze. Een of meer bewoners zeggen: ‘Ik wil hanging baskets in onze straat, dat staat zo gezellig’. De organisatie reageert hier welwillend op, want ‘we doen aan participatie en de bewoners willen dat’. En – hup – er hangen 20 baskets met geraniums in de lantaarnpalen.

hanging baskets bloemen | Stephen McKay CC by SA 2.0
Hanging Baskets | Stephen McKay CC by SA 2.0

Maar wat was de impact van deze hangende bloemenbakken? Ik wil nog altijd graag een nauwkeurige berekening ontvangen van een beheerder, maar met logisch nadenken kom je er ook. De baskets moeten elk voorjaar opgehangen worden. De plantjes krijgen om de zoveel tijd (drink)water, want de verdamping is hoog in zo’n basket. Aan het eind van het seizoen moeten de baskets weer afgehaald worden. Een simpele berekening van de consequentie is deze:

20 baskets = € 10.000 / jaar + CO2-uitstoot van 12 vrachtwagens / jaar + belasting van 12 vrachtwagens / jaar + X liters drinkwater / jaar + X m2 opslagruimte voor de baskets in de winter.

Echte verlangens

Hoe ga je dan onbevooroordeeld de dialoog aan, mét de kennis die je hebt, met de huidige opgaven en ambities? Ik gebruik daarvoor het voorbeeld van de hanging baskets. Stel, je legt de bewoners de bovenstaande feiten voor, de consequenties van hun idee, en daarnaast vooral ook een alternatief. Je hebt daarbij zelf nog geen oordeel, dus je laat de keuze bij de mensen. Wat kiezen ze dan?

Ik heb dat vaak gedaan. Wat gebeurt er? Als je in dialoog gaat met deze bewoners over wat het nou precies is waarnaar ze verlangen in hun leefomgeving, dan is het dit: kleur, vrolijkheid en groen in de straat. Het ‘hoe’ is niet het belangrijkste. Wel dat het er komt.

“Bied de bewoners inspiratie voor goed beheerbare en betaalbare oplossingen voor hun verlangens (…) die ook nog de biodiversiteit bevorderen en een bijdrage leveren aan hemelwaterafkoppeling en het voorkomen van hittestress”

Bied de bewoners dus inspiratie voor goed beheerbare en betaalbare oplossingen voor hun verlangens naar kleur, vrolijkheid en groen in de straat, die ook nog de biodiversiteit bevorderen en een bijdrage leveren aan hemelwaterafkoppeling en het voorkomen van hittestress (zoals vaste plantenvakken of geveltuinen). Zonder uitzondering gaan de bewoners om. Dat willen ze veel liever dan de hanging baskets. Ze hadden er alleen niet aan gedacht! Daarbij zijn de bewoners regelmatig bereid om mee te werken aan het beheer ervan.

Niet geven wat gevraagd wordt

Het is belangrijk dat je bij elke vraag vanuit bewoners (maar ook bij elke nieuwe ontwikkeling, groot of klein) de mensen iets geeft dat anders en beters is dan wat er nu is. Want waarom zou je veranderingen aanbrengen als het er niet beter op wordt? Om te weten of iets beter is voor een buurt, wijk of gebied, moet je (naast de opgaven en ambities) de pijnpunten en verlangens van de eindgebruikers goed kennen.

Ik onderschrijf daarom van harte de uitspraak uit de jaren ’70 van Hans Warnou, ‘de vader van de moderne landschapsarchitectuur in Nederland’, over bewonersparticipatie: “Je moet mensen niet geven wat ze vragen, je moet ze hun dromen geven.”

Cover: Pixabay

Auteur

Anne-Mette van Lieshouter-Andersen
Anne-Mette van Lieshout-Andersen

Eigenaar/directeur van AM Landskab - Strategie, Participatie & Ontwerp voor leefomgevingen

Bekijk alle artikelen