Artikel

People worden gepiepeld bij gebiedsontwikkeling

6 okt 2015 - Over 1 ding zijn Jos Schild (Royal HaskoningDHV, rechts op de foto) en Bas van de Griendt (BPD, links op de foto) het roerend eens: de gebruiker moet centraal staan bij duurzame gebiedsontwikkeling (DGO). En dan gaat het niet alleen om de huidige, maar ook de toekomstige gebruiker van een woonwijk of bedrijventerrein.

People worden gepiepeld bij gebiedsontwikkeling - Afbeelding 1
Jos Schild en Bas van de Griendt

Hoe zou u duurzame gebiedsontwikkeling definiëren?

Jos Schild, adviseur duurzaam ontwikkelen bij Royal HaskoningDHV:

“Een duurzame gebiedsontwikkeling maakt een gebied houdbaar: het schept alle voorwaarden dat een gebied blijft functioneren. Het is circulair. Een duurzaam ontwikkeld bedrijventerrein kan over 50 jaar nog steeds een bedrijventerrein zijn. Voorbeelden van thema’s die bij duurzame gebiedsontwikkeling komen kijken: energie, grondstoffen, mobiliteit, gezondheid, klimaat en de ruimtelijke structuur.

Bij duurzame gebiedsontwikkeling gaat het om de behoeften van de toekomst. Het begint met in de toekomst te kijken, hoe moeilijk dat ook is. Waar gaan we naar toe? Wat kan er op ons afkomen? Wat zou ik nu moeten doen om het gebied in de toekomst nog steeds goed te laten functioneren? Moeten die gebieden een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie, door bijvoorbeeld water te bergen? Op basis van zulke gegevens moet je de weg uitstippelen en belemmeringen wegnemen. Niet zomaar: ik wil een wijk bouwen met 100 woningen, maar ik wil een wijk bouwen die over zoveel jaar nog steeds waarde heeft. En als het gaat om de behoeften van de toekomst, gaat het dus vooral om de gebruiker van de toekomst, de volgende generatie.”

Bas van de Griendt, manager MVO en Duurzaam Ontwikkelen bij BPD:

“Vooraf: ik heb het liever niet over duurzaamheid. Dat gaat al gauw over prestaties die je levert. Mij gaat het echt om de ontwikkeling van gebieden en dus over het proces. Bij duurzame gebiedsontwikkeling denk ik dan vooral aan continu keuzes maken. Vandaag voor iets kiezen, waarvan je morgen geen spijt hebt en wat toekomstige keuzes niet in de weg staat. Van een duurzame ontwikkeling is sprake als je drie P’s van People, Planet en Profit kunt verbinden met het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’. En dat begrip laat zich op zijn beurt vertalen in belevingswaarde, dat gaat over de eigenheid van een gebied en de omgeving, gebruikswaarde en toekomstwaarde van een gebied.

Ik ben een milieuman pur sang. Toch vind ik dat duurzame gebiedsontwikkeling veel te veel over milieu en dan in het bijzonder over energie gaat. De sociale kant van duurzaamheid wordt vaak vergeten. Denk bijvoorbeeld aan de identiteit en aantrekkelijkheid van een gebied of aan betrokkenheid van gebruikers. Een duurzaam gebied zit hem niet in de energieprestatie. Nee, mensen moeten ergens met hun emotie in kunnen nestelen en ze moeten zich verbonden weten met een gebied. Dan zijn ze ook bereid het aan te passen aan veranderende behoeften. Een duurzaam gebied is voor mij een gebied waar mensen graag blijvend wonen, werken en/of recreëren. Wie het heeft over duurzaamheid van gebieden, vergeet vaak de behoeften en belangen van bewoners. Het gaat te veel over energie en te weinig over mensen. Dan worden de people gepiepeld bij gebiedsontwikkeling.”

Wat zijn volgens u belangrijke obstakels voor duurzame gebiedsontwikkeling?

Van de Griendt:

“Allereerst worstelen bouwers, projectontwikkelaars, woningcorporaties ermee hoe je duurzaam kunt bouwen en dat ook nog eens financieel rendabel kunt doen. Hoe vind je een balans tussen milieu, ruimte en economie? Verder signaleer ik bij gebiedsontwikkelingen nog teveel een blauwdrukdenken. En dat terwijl je projecten locatiespecifiek moet aanpakken. Er bestaat geen vast format voor duurzame gebiedsontwikkeling.

Bij duurzame gebiedsontwikkeling ontbreekt het daarnaast soms aan gezond verstand. Men moet inzien waarom je duurzaam zou ontwikkelen en wat daarbij écht belangrijk is. Daarbij moet je bovendien steeds 2 vragen stellen: doe ik de goede dingen en doe ik die dingen goed? Om echt succesvol te zijn, moet je beginnen met waarom je iets doet. Duurzame gebiedsontwikkeling moet van binnenuit komen, omdat je het zelf belangrijk vindt en niet omdat een ander het van je verlangt.

Daarbij gaat het erom steeds een balans te vinden tussen de belangen van milieu, ruimte én economie en niet te vergeten de behoeften van consumenten en eindgebruikers. Kortom, duurzaamheid staat niet op zichzelf, maar is met al die aspecten onlosmakelijk verbonden.”

Schild:

“Betrokkenen zelf vormen regelmatig het obstakel. Ambities – die er vaak zijn – moeten in de realisatiefase waar gemaakt worden. Mijn ervaring is dat degenen die een project moeten uitvoeren, er niet volledig voor gaan, doordat de intrinsieke motivatie ontbreekt en de noodzaak van een andere koers nog niet is geland. Mensen moeten meer durven. Ambitie vertelt wat je wil doen, drijfveren waarom je iets wil doen. Als de persoonlijke drijfveer sterker is, groeit de kans dat er wat gebeurt.

Een ander probleem is de zogeheten split incentive, de investerende partij profiteert uiteindelijk te weinig van een duurzaam gebied. Want dat een duurzaam gebied waardevoller is, staat vast. Maar wie plukt de vruchten van die waarde? Vaak niet de investeerder. Die onbalans maakt dat investeerders niet durven in te stappen. Als we dit obstakel kunnen oplossen, als we in staat zijn om degene die investeert ook te laten renderen, betekent dat grote winst voor duurzame gebiedsontwikkeling.”

Auteur van dit artikel Michiel Kerpel schrijft zijn masterscriptie over de mogelijke rol van labels bij duurzame gebiedsontwikkeling. In het kader van dat onderzoek is hij geïnteresseerd in de ervaringen en meningen van mensen uit de praktijk. Daarvoor heeft hij een online survey opgezet. Heeft u ervaring met gebiedsontwikkeling? Doe mee en geef uw mening! Klik hier om de enquête in te vullen. Bent u werkzaam bij een gemeente? Klik dan hier. De survey loopt nog tot 30 september 2015.

P.S. Het invullen van de survey kost u zo’n 10 minuten. Als tegenprestatie kunt u aangeven interesse te hebben in de onderzoeksresultaten. Meer informatie of wilt u contact opnemen? michiel.kerpel@rhdhv.com / 06-49405986.

Dit dubbelinterview met Jos Schild en Bas van der Griendt bestaat uit 2 delen. Het volgende deel ‘Zo’n gebiedslabel bekt natuurlijk lekker‘ is verschenen op maandag 28 september.

Zie ook:

Recente artikelen