platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

Richting nodig in gebiedsontwikkeling? Gebruik ontwerpend onderzoek als kompas

Richting nodig in gebiedsontwikkeling? Gebruik ontwerpend onderzoek als kompas

ontwerpend onderzoek paneldiscussie

29 aug 2019 - Bij complexe gebiedsopgaven is het vinden van een ‘doorwaadbare plaats’ cruciaal. De eminente stedenbouwkundige Riek Bakker vroeg zich daarom tijdens de kennisbijeenkomst ‘Ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling’ hardop af: waarom zou je ontwerpend onderzoek hier in hemelsnaam níet voor inzetten?

Over de bijeenkomst ‘Ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling’

De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling organiseerde deze kennisbijeenkomst halverwege 2019 op de TU Delft om antwoorden te vinden op vragen als ‘hoe verhoudt ontwerpend onderzoek zich tot ontwerpen voor gebiedsontwikkeling?’ en ‘wat is het belang van ‘beleidsluw’ ontwerpend onderzoek voor de ‘beleidsrijke’ praktijk van gebiedsontwikkeling?’ De aanleiding voor deze kennisbijeenkomst was de studie van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling naar de meerwaarde van ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling. Vorig jaar liep dit onderzoek parallel aan de ontwerpstudie ‘De stad van de toekomst’: tien ontwerpvisies voor de vijf grote steden in 2040. De Praktijkleerstoel zocht een antwoord op de vraag wat ontwerpend onderzoek is en wat de impact ervan is op gebiedsontwikkelingsopgaven. Tijdens de bijeenkomst spiegelden onderzoekers van de leerstoel hun inzichten aan die van opdrachtgevers, opdrachtnemers en experts in ontwerpend onderzoek. 

Tom Daamen (directeur SKG) en Hedwig van der Linden (onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling) vertellen dat zij verschillende manieren zien waarop ontwerpkunde wordt gebruikt in de gebiedsontwikkelingspraktijk. Ontwerpend onderzoek is daarbij een specifieke toepassing van ontwerpende competenties, gericht op het genereren van kennis (onderzoek) door het testen van allerlei voorstelbare ruimtelijke inventies (ontwerpen).

Bij gebiedsontwikkeling gaat het alleen veel vaker om een andere toepassing, waarbij de opgave door partijen al duidelijk is gedefinieerd en geografisch min of meer is afgebakend. Binnen ontwerpen voor gebiedsontwikkeling hebben belanghebbende partijen elkaar vaak al gevonden (relaties) en weten ze ongeveer wat ze willen (inhoud). Een ontwerpteam gaat dan onderzoekend ontwerpen: er wordt aan een ruimtelijke oplossing gewerkt binnen de bekende relationele en inhoudelijke piketpalen. Ook hier kan weliswaar sprake zijn van kennisontwikkeling (onderzoek) en dus voortschrijdend inzicht in de opgave, maar bij onderzoekend ontwerpen is de zogenoemde oplossingsruimte redelijk bekend. Het ontwerpen is hier realisatiegericht: het levert een uitvoerbaar plan op of—als de piketpalen verkeerd blijken te staan—het inzicht dat de beoogde oplossing onhaalbaar is.

Dunne scheidslijn

Volgens Peter Pelzer (Urban Futures Studio, Universiteit Utrecht) zit er een fundamenteel verschil tussen wat gebruikelijk onderzoek en ontwerpend onderzoek inhoudt. Gebruikelijk onderzoek gaat over het verleden en het heden, terwijl je bij ontwerpend onderzoek juist toekomsten verkent. Het doel is dan niet om voorspellende data over de toekomst te verzamelen, maar om iets in gang te zetten om een mogelijke of wenselijke toekomst voor mensen voorstelbaar te maken. Zo ontwikkel je—met nieuwe inzichten, inspiratie en draagvlak—invloed op toekomstige gebiedsontwikkeling

Erik Pasveer (Hoofd Stedenbouw en Planologie van de gemeente Den Haag) moedigt ontwerpers aan om niet alleen te werken aan projecten ‘aan het eind van de pijplijn’. Hij bedoelt daarmee operationele planvorming, waarbij je heel efficiënt zorgt dat je je doelen haalt en de gestelde vragen beantwoordt. Zijn pleidooi: ga via ontwerpend onderzoek ook op zoek naar het begin van de pijplijn. Gebruik hiervoor je strategisch en creatief vermogen, en zoek zo naar de opgaven voor de stad. 

Hiertoe is gepaste afstand tussen ontwerper en politiek een vereiste: “Ongeveer een armlengte, zodat er voldoende vrijheid is voor de ontwerper, maar de politiek indien nodig wel kan ingrijpen.” Ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling gaat namelijk over groot geld en grote belangen. Het moet uiteindelijk wel haalbare plannen opleveren. Maar de scheidslijn tussen ‘haalbare mogelijke toekomsten’ en ‘onhaalbare mogelijke toekomsten’ is dun. Het is daarom de kunst van ontwerpend onderzoek om de randen van het haalbare op te zoeken, maar er niet overheen te vallen.


ontwerpend onderzoek 2
Paneldiscussie 1 met Riek Bakker, Erik Pasveer, Merel Putman & Peter Pelzer

Geen spreadsheet, maar een kompas

In de verhouding van ontwerpend onderzoek tot gebiedsontwikkeling, ziet stedenbouwkundige Riek Bakker de een als een vanzelfsprekendheid voor de ander. Ontwerpend onderzoek fungeert volgens haar als kompas om tot een gebiedsontwikkeling te komen. “Je moet een strategische beslisboom opzetten. Als je vindt dat ontwerpend onderzoek daar kan helpen, dan stop je dat in het proces.” Het ontwerpen van mogelijke toekomsten kan partijen richting geven en zodoende leiden tot selectie van en draagvlak voor een gezamenlijke blik op de toekomst. Hierdoor wordt de inhoudelijke koers van de gebiedsontwikkeling steeds duidelijker. De kompasfunctie moet volgens Bakker gaan over de relatie tussen sectoren en disciplines en dient op hoofdlijnen te blijven. “Het kompas werkt alleen als je het over de hele schijf hebt, dus als het alle partjes en politici bedient. Je moet consensus krijgen over ‘zo doen we het’ en ‘hier gaan we geld voor reserveren’.” 

Gebiedsontwikkelaars moeten dat kompas wel eerst ontwikkelen, want je haalt die consensus niet uit een spreadsheet. Edward van Dongen, conceptontwikkelaar bij ERA Contour, vertelt bijvoorbeeld dat hij ontwerpkunde inzet om de ambities voor een gebied helder te krijgen. Ook past hij het toe om een sfeer te creëren waarin alle betrokkenen de vastgestelde ambities ook vast kunnen houden gedurende ontwikkeling en realisatie van een gebied.

Strategisch inzetten

Yvonne van der Laan (Directie Gebieden & Projecten bij het Ministerie van Infrastructuur & Water) geeft aan dat ontwerpend onderzoek een grote rol speelt bij de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Zo is ontwerpend onderzoek aan de klimaattafels ingezet om te onderzoeken wat de ruimtelijke gevolgen zijn van de energietransitie. Hierop is beleid geformuleerd en gedeeld eigenaarschap georganiseerd. Ze waarschuwt wel dat de organisatoren van ontwerpend onderzoek de studie niet te dicht op de politiek moeten plaatsen. Doe je dat wel, dan moeten de ontwerpteams snel resultaten leveren met wezenlijke alternatieven, omdat politici er een besluit over moeten nemen.

Volgens Marina Bos-de Vos (Onderzoeker Product Innovation Management bij TU Delft) gaat ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling nog te vaak over het product: concrete resultaten zoals plannen en inspirerende visuals. Zij wil dieper inzicht krijgen in wat het proces van ontwerpend onderzoek oplevert, zoals het verkennen van de intenties en waarden die impliciet onder de belangen en doelstellingen van partijen in een gebiedsontwikkeling liggen. Met gedeelde waarden kun je, via ontwerp, tot afstemming van belangen en haalbare plannen komen. 

In zijn praktijk merkt Patrick van der Klooster (leider BPDi) dat ontwerpend onderzoek ook helpt om strategische verbanden te leggen tussen verschillende ingrepen in een gebied en de resultaten daarvan. “Ontwerpend onderzoek moet daarin meer zijn dan het samenballen van mensen, maar om strategische verbanden met elkaar in beeld te brengen en elkaar daarin te positioneren.”

paneldiscussie 2
Paneldiscussie 2 met Marina Bos-de Vos, Edward van Dongen, Yvonne van der Laan & Patrick van der Klooster

Cruciale inzichten

Vanuit de zaal klinkt de kritiek dat het gemaakte onderscheid tussen ontwerpend onderzoek en ontwerpen voor gebiedsontwikkeling in de discussie vervaagt. Directeur van de BNA Fred Schoorl verheldert dat voor gebiedsontwikkeling strategie, leiderschap, vertrouwen, belangen- en stakeholdermanagement cruciaal zijn. Voor ontwerpend onderzoek heb je juist vrije (ontwerp)ruimte nodig waarin je op basis van gedeelde waarden met elkaar toekomsten kunt bedenken, zonder daaraan gebonden te zijn—iets dat bij gebiedsontwikkeling wél het geval is. “Dat onderscheid moet je blijven maken: zie ontwerpend onderzoek als onderdeel van gebiedsontwikkeling, want ontwerpend onderzoek is niet een op een gebiedsontwikkeling.”

Daamen en Van der Linden concluderen dat ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling een strategisch instrument kan zijn om complexe projecten te helpen vertalen naar een collectief gedragen ontwikkelvisie en (uiteindelijk) naar realiseerbare plannen. Bij gebiedsontwikkeling gaat het vaak om haalbare toekomsten op de korte of middellange termijn, terwijl het collectieve vergezicht - het ‘waarom’ van de interventie - soms ontbreekt. Ontwerpend onderzoek kan helpen dit vergezicht te vinden. Zo wordt het mogelijk om, in de onzekere en complexe context van stedelijk gebieden, tot de broodnodige inzichten, inspiratie en draagvlak te komen die bij ontwerpen voor gebiedsontwikkeling zo cruciaal zijn. 

Foto’s: Ineke Lammers 

Relaties tussen ontwerp en onderzoek 

schema ontwerpend onderzoek


Dit assenkruis van De Jong & Van der Voordt (2002) is aangevuld met de resultaten uit het onderzoek naar de impact van ontwerpend onderzoek op gebiedsontwikkeling. Het maakt onderscheid tussen vier soorten activiteiten bij het maken van ruimtelijke ontwerpen. De kwadranten aan de linkerzijde van het schema laten zien dat ‘onderzoekend ontwerp’ en ‘ontwerpend onderzoek’ twee verschillende activiteiten zijn, omdat bij ontwerpend onderzoek de context (locatie, actoren, belangen) en het object (opgave, onderwerp van ontwerp) grotendeels nog onbepaald zijn. 

Bronnen: De Jong, T. M., & Van Der Voordt, D. J. M. (red.) (2002), Ways to study and research: urban, architectural, and technical design. Delft: IOS Press.


Werkconferentie Regio 2050: Werken aan een duurzame toekomst

Woensdagmiddag 11 september houdt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) de werkconferentie ‘Regio 2050: Werken aan een duurzame toekomst’. Aanleiding is de publicatie ‘De som der delen: verkenning samenvallende opgaven in de regio’. Tijdens deze bijeenkomst is er keuze uit 6 workshops die een thema uitdiepen, waaronder ‘Hoe maak je gebruik van ontwerpkracht?’. Deze wordt geleid door Joost Schrijnen, emeritus-hoogleraar stedenbouw TU Delft, en Hedwig van der Linden, onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft. Hierin delen zij resultaten en vervolgvragen van het onderzoek aan de TU Delft naar de meerwaarde van ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling. Bovendien gaat tijdens de bijeenkomst hoogleraar Gebiedsontwikkeling Co Verdaas in op de inzichten die deze publicatie oplevert.  

Klik hier voor meer informatie en aanmelding.

SAVE THE DATE:
Tijdens het SKG Jaarcongres op 7 november zal een parallelsessie gewijd worden aan ontwerpend onderzoek voor gebiedsontwikkeling. 

Auteurs

Hedwig
Hedwig van der Linden

Onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft

Bekijk alle artikelen
tom daamen2
Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte