platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Interview

Ruimtelijke adaptatie: ‘Alle beetjes helpen’

Ruimtelijke adaptatie: ‘Alle beetjes helpen’

2015.09.25_Ruimtelijke adaptatie: ‘Alle beetjes helpen’_cover

Een interview met Patrick Poelmann, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

25 sep 2015 - Onder de paraplu van het Deltaprogramma maken overheden op alle niveaus Nederland beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering die de waterhuishouding aangaan. Dit gebeurt stukje bij beetje en overwegend gebiedsgericht. Hoe werkt een waterschap aan ruimtelijke adaptatie? GO.nu vroeg het Patrick Poelmann, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en lid van het Bestuurlijk Platform Ruimtelijke Adaptatie.

Wat moet er gebeuren?
‘Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: we leven in een kwetsbaar land. Van bodemdaling tot hittestress en van dreigende zoetwatertekorten in agrarisch gebied tot acute wateroverlast in de dichtbebouwde stad… klimaatverandering werpt tal van ruimtelijke opgaven op. Een verdienste van het Deltaprogramma is de inrichting van Nederland beter te laten aansluiten op een veranderend klimaat. Het beperken van de uitstoot van broeikasgassen blijft onverminderd belangrijk, maar we vragen ons ook af hoe we ons kunnen aanpassen aan hogere rivierafvoeren en perioden van droogte. Een belangrijk principe van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, een van de vijf Deltabeslissingen, houdt in dat overheden maar bijvoorbeeld ook nutsbedrijven van tevoren maatregelen nemen, en niet pas als het kalf verdronken is. En dat doen we, de overheid, dan vooral ter plekke, decentraal, in wisselende samenwerkingsverbanden met bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers.’

Op welke termijn?
De trein rijdt al, maar in 2020 wil de overheid scherp in beeld hebben wat nodig is om in 2050 te kunnen spreken van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. De bescherming van vitale, kwetsbare functies krijgt uiteraard veel aandacht. Neem het beheersgebied van dit waterschap. Een keur van vitale functies, zoals elektriciteitsknooppunten en gasverdeelpunten, kan door een overstroming uitvallen. Hierover is in het verleden onvoldoende nagedacht. Een goed voorbeeld is onze eigen centrale computer, die in een kelder staat. Doordat de hardware toe is aan vernieuwing, doet zich nu een uitstekende gelegenheid voor om hier verandering in te brengen. In samenwerking met onze buren, Waterschap Vallei en Veluwe, zetten we een centrale voorziening op in Apeldoorn. Hoog en droog, dus geen overstromingsrisico. Dankzij een glasvezelverbinding met ons hoofdkwartier in Houten zijn we operationeel.’

Hoe werkt adaptatie door op gebiedsniveau?
‘Ons beheersgebied bestaat voor een deel uit veenweidegebied dat kampt met bodemdaling. Dit proces kun je niet stoppen, hoogstens vertragen. Intensief beheer is geboden. Daarom werken we gebiedsgericht, met watergebiedsplannen aan de hand waarvan we samen met gemeenten, inwoners van het gebied en anderen belanghebbenden tot een in waterhuishoudkundig opzicht werkbare praktijk komen. Zodat een veehouder zijn koeien op het droge kan houden en huiseigenaren geen last krijgen van ondergelopen kelders of rottende paalfunderingen. Zo’n plan is tevens een uitstekend middel om elkaars belangen te bespreken en zodoende draagvlak te verwerven voor waterbeheersmaatregelen in de context van ruimtelijke ontwikkeling. Dat lukt als er voor alle betrokkenen iets valt te halen. Wij kunnen bedenken dat in een nieuwbouwwijk overal wadi’s voor de deur moeten komen, maar als een projectontwikkelaar daar geen brood in ziet, is het goed om te bespreken of we de berging en infiltratie van regenwater misschien op een andere manier kunnen regelen.’

‘In de ontwikkeling van Leidsche Rijn, inmiddels een forse wijk, is ons waterschap vanaf het begin met twee man in de projectorganisatie vertegenwoordigd. Op onze aanwijzingen is er een zelfvoorzienend watersysteem aangelegd, waarin relatief schoon gebiedseigen water – er kan in gezwommen worden – wordt vastgehouden. Dit gebeurt vooral door regenwater niet in het riool te laten lopen. Het wordt afgekoppeld en stroomt uit in oppervlaktewater of zinkt de bodem in, via wadi’s inderdaad. Als het water met bakken uit de hemel komt, zoals dat onlangs in Nederland het geval was, blijft deze wijk wateroverlast bespaard. Dat is ruimtelijke adaptatie ten voeten uit.’

Gelden dergelijke functiecombinaties, wonen naast schoon water zonder wateroverlast, alleen voor de gebouwde omgeving?
‘Nee hoor. De Hooge Boezem achter Haastrecht is een natuurgebied in eigendom van het Zuid-Hollands Landschap. We hebben de polder heringericht om de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel te kunnen ontlasten als de rivier geen water kan afvoeren naar de zee. Door het gebied als waterberging te gebruiken, ontstaat een moerassige natuur, wat tegemoet komt aan de doelstellingen van het Zuid-Hollands Landschap. Adaptatie gaat in dit geval samen met natuurbeheer. In stedelijk gebied zijn we er vooral kien op dat met de optelling van allerlei kleinschalige maatregelen, van wadi tot daktuin, veel winst valt te boeken. Als waterschap proberen we andere partijen aan het verstand te brengen dat alle beetjes helpen.’

Hoe hebben waterbeheerders invloed op andermans ruimtelijke plannen?
‘Je moet de boer op. Ik zeg al jaren tegen medewerkers van het waterschap: zoek je collega’s bij de gemeenten op, leg contact met een projectontwikkelaar die plannen heeft. Zorg dat je weet wat een ander aan het bedenken is, zodat je samen kunt optrekken. Hoe eerder wij onze specifieke kennis van het watersysteem kunnen inbrengen, hoe eerder de ander rekening kan houden met de rol van water en er zijn voordeel mee kan doen. In de regio Utrecht hebben verschillende gemeenten, de provincie, de veiligheidsregio en wij een Intentieverklaring Ruimtelijke Adaptatie ondertekend. Als Coalitie Regio Utrecht maken we ons sinds oktober 2014 sterk voor een benadering van de gebouwde omgeving vanuit de verschillende klimaatopgaven. Dit uit zich bijvoorbeeld in beleid ten gunste van overstromingrobuust bouwen. Maar ook in het aanspreken en uitnodigen van burgers, bedrijven en lokale industrie om bewuste keuzen te maken en mee te werken aan een veilige, gezonde, prettige leefomgeving. Overigens helpt de Watertoets ons met makers van ruimtelijke plannen in gesprek te komen en mede te bepalen in hoeverre die plannen klimaatbestendig zijn. Die functie blijft gewoon gehandhaafd in de Omgevingswet, waarin de Watertoets zal opgaan.’

Wat voegt een Nationale adaptatiestrategie toe?
‘In vergelijking met waterveiligheid is ruimtelijke adaptatie best een taai onderwerp. Het spreekt minder tot de verbeelding. In de Nationale adaptatiestrategie die in 2016 het licht ziet, zetten we als gezamenlijke overheden duidelijk op een rijtje wat we tussen 2020 en 2050 voor elkaar moeten krijgen om calamiteiten te kunnen weerstaan. Het Deltaprogramma zet waterveiligheid, zoetwatervoorziening en water robuust inrichten al op de agenda en voorziet in maatregelen. De Nationale adaptatiestrategie agendeert hiernaast onder meer effecten van klimaatverandering op recreatie, natuur en gezondheid, zodat deze thema’s in de omgevingsvisies en beleidsplannen van decentrale overheden kunnen worden uitgewerkt. Door de kwetsbaarheid van Nederland in een breed, nationaal kader te plaatsen, wil je bereiken dat over de hele linie, in alle sectoren adaptieve maatregelen worden genomen. Noodzakelijk onderhoud of vernieuwing van gebouwen, installaties, infrastructuur en openbare ruimte bieden hiervoor uitgelezen kansen. Denk nu na over aanpassingen en voer ze door wanneer dat opportuun is.’

Foto bovenaan: Klimaatagenda

Zie ook:

Auteur

Portret - Eric Burgers
Eric Burgers

Zelfstandig journalist

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte