Opinie Columnist Ellen van Bueren richt de aandacht op sociale kwaliteit, een thema dat de afgelopen tijd duidelijk aan urgentie wint in de wereld van gebiedsontwikkeling. De publieke ruimte is van cruciaal belang voor het welzijn van álle mensen, stelt zij. En moet daarom breed worden aangevlogen: “Sociale kwaliteit gaat om meer dan plekken voor ontmoeting.”
Twee weken terug was het jaarlijkse congres van de Stichting Hoogbouw gewijd aan sociale kwaliteit. De aandacht ging daarbij vooral uit naar sociale kwaliteit in en om de gebouwen, met plekken voor ontmoeting voor bewoners en waar zij anderen ontmoeten en om ontmoetingsplekken voor iedereen. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor de sociale kwaliteit in gebiedsontwikkeling. De invulling daarvan is vooralsnog vrij eendimensionaal. Dat wordt ongetwijfeld gedreven vanuit een ‘plintstrategie’: wat te doen met al die vierkante meters op de begane grond van gebouwen die weinig renderende functies aantrekken?
In planvorming en ontwikkeling wordt daarentegen nog weinig aandacht besteed aan hoe de publieke ruimte in gebouwen en rondom gebouwen in een veelvoud van sociale behoeften moet voorzien. Sociale kwaliteit gaat om meer dan plekken voor ontmoeting. Het gaat ook juist om plekken voor ‘ont-moeten’, waar mensen tot zichzelf kunnen komen, waar ze rust kunnen vinden, zich kunnen terugtrekken, van afstand kunnen observeren, waar ze even niets hoeven. Afhankelijk van de stemming wil je rust, ruimte, besloten of meer open, afgezonderd of juist in het zicht, natuurlijk of meer stedelijk. Zoveel mensen, zoveel wensen. De publieke ruimte moet daarnaast in nog flink veel andere functies voorzien, zoals waterberging, biodiversiteit, energieopwekking en -opslag, vergroening, verkoeling, ruimte voor deelmobiliteit en uiteraard ook nog voorzieningen voor cultuur, werk, sport en boodschappen, om de 15 minuten stad te completeren.
Opdrachtgevers, opdrachtnemers en ontwerpers moeten zich verdiepen in de diversiteit van sociale kwaliteit
De inrichting van de publieke ruimte in en om gebouwen zou wel eens de dealbreaker kunnen worden voor het succes van gebiedsontwikkelingen op de langere termijn. De urgentie voor aandacht voor sociale kwaliteit neemt toe door de driedubbele verdichting van onze stedelijke gebieden: meer woningen in bestaand stedelijk gebied (bekijk eens het overzicht op de verdichtingskaart 2005-2020 van het College van Rijksadviseurs), meer kleinere woningen waardoor mensen afhankelijker worden van de publieke ruimte in én om gebouwen als verblijfsfunctie, en een grotere concentratie van (kleine) sociale huurwoningen. De dagelijkse uitdagingen waar mensen met een beperkt inkomen voor staan kunnen groot zijn. Voor het vinden van ontspanning zijn zij sterk afhankelijk van de directe leefomgeving.
In een tijd waarin het mentale welzijn van mensen in toenemende mate onder druk staat, kan juist de publieke ruimte een cruciale rol vervullen. Hoogste tijd dus om de sociale kwaliteit serieus te nemen. Opdrachtgevers, opdrachtnemers en ontwerpers moeten zich verdiepen in de diversiteit van sociale kwaliteit en de verschillende manieren waarop hieraan invulling kan worden gegeven. Zo zijn er al autismevriendelijke ontwerpprincipes, inventarisaties van rustplekken in een stad, zoals in Rotterdam-Zuid, en ontwerpprincipes voor prikkelarme, beweeglijkvriendelijke ruimtes. Hoogleraar psychologie Carolien Rieffe die werkt aan autisme vriendelijke schoolpleinen, is helder: “Het is het belangrijk dat aanpassingen geen ‘speciale’ voorzieningen zijn voor een kleine groep. Iedereen gedijt er beter bij.”
Cover: ‘Ellen van Bueren Column Cover’ (bron: Esther Dijkstra)





