platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Stad functioneert steeds minder als sociaaleconomische roltrap voor migranten

Stad functioneert steeds minder als sociaaleconomische roltrap voor migranten

cover maaike alles

24 jan 2020 - Vanwege gentrificatie zijn minder betaalbare huurwoningen beschikbaar, waardoor migranten niet meer in de aankomstwijken terecht kunnen. Zij zijn dan minder in staat een netwerk op te bouwen en hebben geen toegang tot werk. De stad functioneert hierdoor minder goed als sociaaleconomische roltrap en aankomstlocatie voor migranten. Dat concludeert Maaike Alles in haar prijswinnende MCD-scriptie. Zij geeft ook tips voor gebiedsontwikkelaars om hier beter rekening mee te houden, zodat migranten zich alsnog kunnen ontwikkelen en vervolgens bijdragen aan de economische groei. Alles geeft in haar scriptie ook vijf aanbevelingen voor beleidsmakers en gebiedsontwikkelaars.

Hoe beïnvloedt de woningmarkt het functioneren van de stad als sociaaleconomische roltrap voor migranten? Kunnen migranten in een stad met een oververhitte woningmarkt nog wel een plek vinden in de stad? En hoe kunnen zij zich ontwikkelen? Die vragen stelde Maaike Alles aan de orde in haar MCD-afstudeerscriptie “Aankomstlocatie en roltrapfunctie versus druk op betaalbaarheid”. 

In haar scriptie onderzocht Alles wijken waar vooral goedkopere woningen staan. Daardoor waren deze lange tijd ook voor migranten toegankelijk. Maar door de stijgende woningprijzen treedt ook daar nu gentrificatie op: de woningen worden duurder en trekken mensen met hogere inkomens aan. Dit heeft een negatief effect op het functioneren van de stad als ‘aankomstlocatie’ en sociaaleconomische roltrap. Uit haar onderzoek blijkt ook dat migranten voor deze negatieve effecten oplossingen vinden in het informele circuit. Hoe kun je hier vervolgens als beleidsmaker of gebiedsontwikkelaar rekening mee houden? De discussie over een wijkgerichte versus een mensgerichte aanpak is in deze oververhitte woningmarkt een belangrijke (beleids)keuze. De wijken gaan er door gentrificatie op vooruit, maar wat doet het met de mensen voor wie deze wijken de enige mogelijkheid zijn om tot de stad toe te treden?

Deze scriptie is geschreven vanuit de opleiding Master City Developer aan de Erasmus Universiteit Rotterdam/TU Delft. De wijken Geuzenveld-Slotermeer, Bijlmer en Poelenburg-Peldersveld in de stedelijke regio Amsterdam zijn voor dit onderzoek bestudeerd. Voor haar scriptie ontving zij de MCD Scriptieaward. De jury omschreef haar onderzoek als de ‘meest innovatieve, praktijkgerichte en vernieuwende scriptie’.

Door de druk op de betaalbaarheid blijkt de stad steeds minder goed in staat om migranten op te nemen. Het zogenaamde absorptievermogen van de stad neemt af. Dit komt voornamelijk doordat in de wijken met goedkope woningen en een diverse bevolkingssamenstelling, de goedkope woningvoorraad voor het grootste deel uit sociale huurwoningen bestaat. Door de lange wachttijden zijn die niet toegankelijk voor nieuwkomers. Omdat de formele huursector niet voldoende functioneert is een migrant tegenwoordig genoodzaakt om - in ieder geval in eerste instantie – gebruik te maken van de informele huursector. Het gaat dan onder andere om inwonen, onderhuur van corporatiewoningen en (kamergewijze) verhuur van particuliere huur- en koopwoningen.

‘Middenklasse migrant kan in stad vrijwel geen wooncarrière meer maken’

De migranten krijgen normaal gesproken toegang tot deze informele sector via zijn of haar netwerk. Het netwerk is niet alleen van belang voor het zoeken van woonruimte, maar ook voor het vinden van informeel werk en ondernemerschap. Op het moment dat zij niet langer terecht kunnen in de aankomstwijken (Geuzenveld-Slotermeer en de Bijlmer) kunnen zij niet profiteren van de diversiteit aan culturen. Zij zijn daardoor minder (of niet) in staat een netwerk op te opbouwen en hebben hiermee geen toegang tot informeel werk en ondernemerschap. Dit betekent een afname van de opwaartse sociale mobiliteit. De stad functioneert dan dus minder goed als sociaaleconomische roltrap voor migranten.

geuzenveld slotermeer maaike allesGeuzenveld-Slotermeer als aankomstwijk | Maaike Alles

Daarnaast kan de middenklasse migrant in de stad vrijwel geen wooncarrière meer maken. Hij wijkt hierdoor uit naar de regio. Dit is een gemis voor het netwerk in de aankomstwijken. Contacten leggen buiten het netwerk – ofwel het opbouwen van sociaal kapitaal - is gemakkelijker als er verschillende doelgroepen in de wijk wonen. Een te hoge concentratie van arbeidsmigranten, vluchtelingen en uitstromers uit de maatschappelijke opvang is om die reden niet effectief en het doorbreken hiervan valt – samen met gezondheid, scholing en werk - binnen een mensgerichte aanpak. 

Regionaal economisch belang

Het onderzoek van Maaike Alles laat zien dat als nieuwkomers zich kunnen ontwikkelen, zij een waardevolle bijdrage leveren aan de economische groei. Hierbij zijn dus niet alleen de migranten gebaat, maar de stedelijke regio als geheel. Dit vraagt om regionale afstemming, waarbij de (economische) meerwaarde van diversiteit meer benadrukt zou moeten worden. 

Vijf beleidsaanbevelingen

  1. Wees bij het uitzetten van acties bewust van het onderscheid tussen het netwerk en sociaal kapitaal. Een netwerk bouwen  migranten over het algemeen zelf op, voor het opbouwen van sociaal kapitaal kunnen ze hulp nodig hebben. Het stimuleren van het sociaal kapitaal zal om die reden effectiever zijn.
  2. Huisvesting voor migranten kan gecombineerd  worden met andere doelgroepen, zoals studenten. 
  3. Een mogelijkheid kan zijn dat medewerkers  van de buurtwerkkamer/buurthuizen nieuwkomers actief benaderen en een “maatje”  toewijzen. Een “maatje” moet een persoon  zijn die zelf over sociaal kapitaal beschikt en zich realiseert wat contacten in de buitenwereld voor de ontwikkeling van een migrant kunnen betekenen.
  4. Waardeer de sleutelfiguren in de wijk en geef hen een rol binnen de mensgerichte aanpak. Ze zijn de oren en ogen in de wijk waardoor zij veel waardevolle informatie kunnen leveren. 
  5. De corporaties hebben elk in de drie wijken een andere aanpak op het gebied van leefbaarheid. Men zoekt binnen de eigen organisatie uit wat de (effectieve) mogelijkheden zijn onder de nieuwe Huurwet. Uitwisseling van kennis kan hierbij een meerwaarde  hebben. Dit geldt ook voor de lokale overheden.

Regelvrije zones en flexibel bouwen

Sommige aspecten van het informele netwerk kunnen uit de illegaliteit getrokken worden waardoor ze  meer zichtbaar en daarmee bespreekbaar worden. Dit kan bijvoorbeeld door in bestaande complexen (in de vorm van pilots) regelluwe zones in te stellen of flexibel te zijn op een aantal aspecten.

Een regelvrije zone kan concreet betekenen dat er complexen zijn waar bedrijvigheid vanuit huis wordt toegestaan of woningdelen (tot bijvoorbeeld een bepaald maximum) mogelijk is, zonder dat aan de eisen van een gezamenlijke woonruimte wordt voldaan. We laten als het ware  ons volkshuisvestelijke ideaal op gerichte locaties los, om te voorkomen dat de kloof tussen de formele en de informele huursector te groot (of schrijnend) wordt. Ook het mixen van functies kan hierbij helpen. Als geborgd wordt dat het complexen betreft waar mensen tijdelijk wonen, waarom zou je dan niet (heel gericht) soepeler met bepaalde beperkingen om gaan? Te denken valt aan de beperkingen rondom Schiphol. Dit vereist samenwerking op de verschillende schaalniveaus, tussen het Rijk (LIB-normen), de provincie en de lokale overheden. 

conceptueel schema maaike alles
Conceptueel schema | Maaike Alles

Bij flexibel bouwen kun je bijvoorbeeld kunnen denken aan concepten met kleine, goedkope woningen met tijdelijke huurcontracten, zoals een “incubator”. Stel dat een complex wordt opgezet analoog met een “business incubator”: in dit complex kunnen migranten tijdelijk een ruimte huren en zijn er diverse loketten waar zij terecht kunnen voor taalles en ondernemen. Net als in een “business indicator” is er veel onderling contact en kan een combinatie van doelgroepen, bijvoorbeeld met studenten, een mogelijkheid  zijn om meer sociaal kapitaal te organiseren. Een “living incubator” kan een gezamenlijk initiatief  zijn van een corporatie en een gemeente. Maar ook de private sector kan in een dergelijk concept wellicht een rol spelen. 

Cover: Maaike Alles

Auteur

maaike alles portret
Maaike Alles

Projectleider Programma OV-Knooppunten bij Provincie Noord Holland | MCD alumni

Bekijk alle artikelen