Onderzoek
rotterdam euromast

Stad kan gevolgen gentrificatie verzachten

Door Mariska van der Sluis en Wenda Doff

1 jun 2017 - Rotterdam doet er alles aan om hoger opgeleiden oude volksbuurten binnen te loodsen. Oorspronkelijke wijkbewoners zien hun buurten daardoor snel veranderen. Met gerichte keuzes kan de stad die pijn verzachten, stellen Wenda Doff en Mariska van der Sluis.

Rotterdam wil meer ‘sterke schouders’ aan zich binden. Vooral in de wijken rond de binnenstad (‘Kansrijke Wijken’) zoals het Oude Noorden en Middelland wil de gemeente het aandeel hoogopgeleide bewoners vergroten. Gentrificatie stimuleren dus. Een vies woord voor sommige wetenschappers, omdat gentrificatie vaak verdringing (van lage inkomensgroepen) betekent. Maar het brengt meestal ook positieve ontwikkelingen op gang.

In opdracht van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken voerden we een systematische review uit van de recente internationale literatuur over gentrificatie en gemengd wonen, met een focus op thema’s die voor het Rotterdamse beleid van belang zijn. Die thema’s zijn gekozen aan de hand van beleidsdocumenten en gesprekken met betrokken ambtenaren. Vervolgens hebben we de vraag beantwoord hoe waarschijnlijk het is dat deze positieve en negatieve effecten van gentrificatie ook in Rotterdam zullen optreden door de uitkomsten van de literatuur met de Rotterdamse context te confronteren.

Gentrifiers zorgen voor energie en regelkracht

In de beleidswereld worden vooral de argumenten voor gentrificatie – die ook in de literatuur terug te vinden zijn - benadrukt. Met de komst van middengroepen ontstaat er een goede voedingsbodem voor nieuwe winkels en voorzieningen die mogelijk bijdragen aan het versterken van de lokale economie. De komst van nieuwe voorzieningen en investeringen in woningen en woonomgeving verbeteren daarnaast het imago van de buurt.

Verder hopen Rotterdamse beleidsmakers dat sterke schouders – de gentrifiers – energie en regelkracht naar de buurt brengen en daarmee allerlei initiatieven en clubs van de grond tillen. Ook zouden hoger opgeleiden wellicht hulp en ondersteuning kunnen bieden aan minder kapitaalkrachtige bewoners en een rolmodel vervullen.

‘Kolonisatie’ van ouder buurten

Vanuit de wetenschap is er vooral kritiek op gentrificatie. De ‘kolonisatie’ van buurten door gentrifiers zorgt voor uitsluiting van minder kapitaalkrachtige bewoners. Zij kunnen door stijgende huizenprijzen niet meer terecht in de opeens populaire delen van de stad. En voor degenen die er nog wonen, verandert de buurt zo sterk dat zij zich niet meer thuis voelen. De hippe restaurants, koffiebars en biologische winkeltjes die als paddenstoelen uit de grond schieten, daar maken zij geen gebruik van. Voorzieningen en ontmoetingsplekken die voor hen belangrijk zijn, verdwijnen.

Oorspronkelijke bewoners voelen zich hierdoor in sommige situaties ‘beperkt en geobserveerd’ en soms zelfs opgejaagd. Er kunnen conflicten ontstaan over het gebruik van de openbare ruimtes, wanneer nieuwe en oude bewoners andere opvattingen hebben over het gebruik ervan. Voorbeelden zijn: discussie over het gebruik van een voetbalkooi in de late avonduren of het samenzijn op de stoepen voor het portiek voor een flat.

De nieuwkomers voelen zich niet automatisch betrokken bij de buurt en zonderen zich vaak af in hun bubbel. Hun inzet richt zich dan vooral op de eigen groep en oorspronkelijke bewoners profiteren doorgaans niet mee. Sterker nog, ze worden door de nieuwkomers in die situatie niet zelden overruled in buurtorganisaties en bij beslissingen over de inrichting van de openbare ruimtes.

Twee kanten van dezelfde medaille

Beide kampen, voorstanders en tegenstanders van gentrificatie, vinden hun gelijk in de literatuur. De positieve en negatieve gevolgen van gentrificatie zijn namelijk twee kanten van dezelfde medaille. Wat voor de stad als geheel als positief kan worden aangemerkt, heeft voor veel bewoners op wijkniveau negatieve gevolgen.

Het centrale uitgangspunt bij de discussie moet zijn dat gentrificatie een gestuurd proces is en dat een stad, in dit geval Rotterdam, dus keuzes heeft in het verzachten van negatieve gevolgen voor oorspronkelijke bewoners. Aan welke knoppen kan Rotterdam draaien om – gegeven een sterkere stijging van kapitaalkrachtigen in buurten (aan die knop draait men al, door ingrepen in de woningvoorraad en investeringen in de publieke ruimte) – mogelijke negatieve gevolgen bij te sturen?

De cijfers laten zien dat het gentrificatieproces in Rotterdam in sommige buurten rondom het centrum goed op gang is gekomen, zoals in Middelland en op Katendrecht. Daar heeft de stad de keuze om mogelijke negatieve effecten van de gentrificatie voor oorspronkelijke bewoners te verzachten.

Betrek oude bewoners

De aanbeveling voor Rotterdam is om in snel veranderende buurten te inventariseren welke voorzieningen (zoals winkels) en ontmoetingsplaatsen (buurthuizen, bibliotheken) een belangrijke functie voor de oude bewoners vervullen en ervoor te zorgen dat tenminste een aantal van deze plekken behouden blijft. Ook adviseren we om (oude) bewoners nog meer bij investeringen in de buurt te betrekken. Wat willen zij?

Specifiek zouden oorspronkelijke bewoners meer betrokken kunnen worden bij initiatieven zoals de Droomstraten, waarbij bewoners door de gemeente gefaciliteerd worden veranderingen aan te brengen in de straat. Bij botsingen tussen oude en nieuwe bewoners, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van het gebruik van een voetbalkooi, kan de gemeente een rol als mediator oppakken om zo de belangen en wensen van beide partijen te waarborgen.

Want, zo laat de literatuur zien, door verschillen in kapitaal (zoals contacten) zullen oorspronkelijke bewoners vaker het onderspit delven. Tot slot zou Rotterdam nog meer kunnen uitdragen dat ook niet-hoger opgeleiden sterke schouders zijn. Het beleid is nu gericht op het behouden en aantrekken van hoger opgeleiden (mbo+), waarbij al snel de teneur is dat alleen zij ‘goed’ zijn voor de buurt. Daarmee wordt voorbijgegaan aan al de Rotterdammers die zich nu al volop inzetten voor hun stad.


Foto Jac. Janssen, (Flickr Creative Commons)

Dit item verscheen eerder op Socialevraagstukken.nl

Auteurs:

mariska van der sluis
Mariska van der Sluis

Stadsmaker, Stadsonderzoeker

Wenda Doff
Wenda Doff

Zelfstandig onderzoeker en docent

Recente artikelen