platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Stedelijke ontwikkeling vanuit een adaptieve strategie

Stedelijke ontwikkeling vanuit een adaptieve strategie

2 jul 2015 - Terwijl het geloof in de maakbaarheid van de samenleving grotendeels is afgezworen, worstelen stedelijke partijen volop met de vraag hoe hun plannen zijn te sturen op doelbereiking. Wouter Jan Verheul en Tom Daamen ontwikkelden een sturingsfilosofie die is gebaseerd op een emergent adaptief stadsontwikkelingsproces. Op basis van casestudies in Brainport Eindhoven en Mainport Rotterdam onderzochten zij in hoeverre concrete projecten worden ‘gemaakt’ overeenkomstig de intenties van betrokken actoren en hoe deze projecten al dan niet zijn verbonden aan grotere beleidsprogramma’s voor de stad. In hun artikel wordt een handelingsperspectief ontwikkeld waarbij het niet gaat om ‘maakbaarheid’, maar om ‘haakbaarheid’. Een ‘emergente adaptieve strategie’ wordt niet gemaakt vanaf de tekentafel, maar ontstaat tijdens de praktijk van projectontwikkeling vanuit een omgevingsbewuste, verbindende en reflectieve houding.

De maakbaarheid voorbij?

Het overheidsdiscours over de ‘participatiesamenleving’ veronderstelt een opmerkelijk geloof in de realiseerbaarheid van beleidsambities. Een nieuwe retoriek heeft zijn intrede gedaan die als een terminologisch wapen wordt ingezet om de vermaledijde (on)maakbaarheid van de samenleving te rationaliseren. Opvallend is dat een overheid die niet meer in maakbaarheid gelooft, veronderstelt dat de maakbaarheid, mits in handen gelegd van de maatschappij, wel perspectief biedt. Al jaren, zo niet decennia, wordt beweerd dat de maakbare samenleving niet meer bestaat. In academische kringen zijn uiteenlopende kritieken op het geloof in maakbaarheid verschenen (denk aan Wildavsky, Scott en Van Gunsteren). Maar de theoretische consensus mag dan groot zijn, in de praktijk is de worsteling van actoren met de beperkte stuurbaarheid van de samenleving er niet minder om. Dat maakt de vraag ‘wat kunnen we nog wel maken?’ relevant, zowel voor de wetenschap als de praktijk. Want als we ‘maakbaarheid’ hebben afgezworen, betekent dit dan dat stedelijke projectresultaten geen gevolg zijn van weloverwogen plannen, maar slechts berusten op toeval? Of is nog steeds een zekere vorm van sturing mogelijk?

Meer leren over adaptieve sturing? Volg de MCD-module ‘Sturing in Stedelijke Ontwikkeling’

Deze 8-daagse module wordt eind 2015 georganiseerd vanuit de Master City Developer en gaat over governance in de netwerksamenleving. De centrale vraag van deze module is: Wat zijn de kenmerken van de netwerksamenleving en wat zijn daarvan de gevolgen voor de sturing van stedelijke ontwikkeling? Stedelijke ontwikkelingsprojecten en –programma’s zijn onderhevig aan een dynamisch en complex krachtenveld van politieke, financiële en maatschappelijke invloeden. Denk aan verschuivende grenzen tussen publiek en privaat, nieuwe vormen van publiek ondernemerschap en veranderende verhoudingen tussen gemeenten, provincies, de nationale en Europese overheid. Daarnaast wordt steeds meer gewerkt aan co-creatie, aan bottum-up ontwikkeling in plaats van top-down sturing en aan nieuwe allianties tussen publieke, private en maatschappelijke actoren. Stedelijke gebiedsontwikkeling vraagt niet alleen om goed projectmanagement, maar ook om procesmanagement; sturing moet zich kunnen aanpassen aan nieuwe actoren en aan veranderende maatschappelijke en economische omstandigheden. Governance in stedelijke ontwikkeling vraagt zodoende om ondernemerschap, netwerkmanagement en politiek-bestuurlijke sensitiviteit. De casuïstiek die in deze module wordt aangereikt gaat dwars door de schalen stadsregio, stad en binnenstedelijk gebied heen en daagt de deelnemers uit dit in de moduleopdracht ook te doen.

Kerndocenten (oa): Geert Teisman, Wim Derksen, Zef Hemel, Ernst ten Heuvelhof, Wouter Jan Verheul. Meer info over inhoud, data, kosten en aanmelding zie: www.mastercitydeveloper.nl

In ons artikel gaan we op deze vragen in aan de hand van de praktijk van stedelijke ontwikkeling. In steden worden allerlei bewuste pogingen ondernomen om beeldbepalende projecten te ontwikkelen. Al dan niet als gevolg van stedelijke beleidsambities om de stad binnen de strijd om bewoners, bedrijven en bezoekers onderscheidend te positioneren. Denk daarbij aan uiteenlopende stadsidealen, variërend van de ‘ecologische stad’ tot de ‘technologiestad’ of de ‘cultuurstad’. In ons artikel kijken we naar twee van dergelijke pogingen: de High Tech Campus in relatie tot Brainport Eindhoven en de RDM Campus in relatie tot de Stadshavens van Mainport Rotterdam. Twee beeldbepalende projecten die door betrokkenen verschillend worden gewaardeerd, maar in ieder geval anders zijn geworden dan vooraf bedacht. We laten zien dat het in de praktijk niet zozeer gaat om ‘maakbaarheid’, maar om ‘haakbaarheid’. Dit houdt in dat stedelijke strategieën worden aangehaakt op initiatieven die ontstaan vanuit de markt en het maatschappelijk middenveld.

Verhalencoalities: van maakbaarheid naar haakbaarheid

Het artikel laat zien dat ondanks de interactie en samenwerking van partijen rond de geboorte van een projectidee, het rationele beeld van actoren die een project maken overeenkomstig hun vooraf gestelde wensen steeds troebeler wordt naarmate de projectontwikkeling vordert. Beeldbepalende projecten worden gestuurd door verhalencoalities die niet alleen vooraf, maar ook tijdens en na de realisatie op basis van narratieve overtuigingskracht de inhoud en betekenis van een project vormgeven. Stedelijke ontwikeling gaat dan om het verbinden van beleidsverhalen met projecten die zich voordoen in de stedelijke context. Dit vraagt om netwerkmanagers met een verbindend vermogen en een omgevings- en tijdsbewustzijn.

Welke handelingsperspectieven zijn hiervoor te gebruiken? Hoe kunnen actoren en vertoogcoalities zich als verbindingsmanagers positioneren? Actoren met emergente verbindende ambities kunnen zich op verschillende wijzen en vanuit een variërende afstand verhouden tot datgene wat wordt ontwikkeld (zie onderstaand figuur). Een emergente adaptieve strategie kan enerzijds het vormen van nieuwe verbindingen behelzen, zoals het stadsbestuur van Eindhoven de High Tech Campus gedurende de projectontwikkeling verbond aan de Brainport-identiteit. Anderzijds kunnen bestaande verbindingen worden bestendigd, zoals zichtbaar werd toen bij de RDM Campus in Rotterdam mede door de economische omstandigheden, verwijdering dreigde van de oorspronkelijke herontwikkelingsplannen, maar betrokken actoren zich opnieuw wisten te committeren. Bovendien kunnen actoren die de stad maken proactief verbindingen tot stand brengen. Maar in een adaptieve strategie is dat vaak ook reactief; door te reageren op nieuwe gebeurtenissen die zich in de stad voordoen. Stedelijke beleid is geen vast gegeven en aan veranderende politiek-maatschappelijke opvattingen onderhevig.

Hoewel van het stadsbestuur misschien wordt verwacht dat zij als geen ander de verbinding tussen beeldbepalende publieke of private stadsprojecten weet te initiëren, gebeurt dit evengoed vanuit andere partijen, zo toonden de casus in Rotterdam en Eindhoven aan. In een emergente adaptieve strategie kan het stadsbestuur een belangrijke rol vervullen in het consolideren van gelegde verbindingen, zoals Eindhoven de private ontwikkeling van de High Tech Campus gebruikte om de ontwikkeling van de Brainport aan te jagen.

Stedelijke ontwikkeling vanuit een adaptieve strategie - Afbeelding 1
Figuur: Management van verbindingen (copyright: Verheul & Daamen, 2014)

Planning entrepreneurs met een dubbele focus nodig

Een emergente adaptieve strategie voor de ontwikkeling van beeldbepalende projecten en stedelijke identiteit kan alleen worden gehanteerd vanuit een lerende attitude tijdens het gehele ontwikkelingsproces. Als de omgeving van projecten en besluitvorming wordt gekenmerkt door toenemende complexiteit en onzekerheid, is meer openheid en adaptiviteit en minder stelligheid gewenst. Een emergente adaptieve strategie vraagt aan actoren met sturende ambities om een meervoudige focus, wat zich laat illustreren door de metafoor van de dubbele blik: één oog is gefocust op de reeds ingezette koers van een initiatief en het andere oog verkent de omgeving en kijkt dwalend naar ontwikkelingen waaraan het project onderhevig is.

In een dynamische politiek-maatschappelijke en private context vraagt dat om intermediairs en ‘planning entrepreneurs’ die koers houden, maar ook adaptief zijn en het ijzer smeden als het heet is door nieuwe kansen te benutten. Dat betekent balanceren tussen een al te gesloten vertoog enerzijds en een al te fluïde vertoog anderzijds. Dergelijke meervoudige perspectieven kunnen kansen benutten. En minstens zo belangrijk, ze kunnen behoeden dat door tunnelvisies vooraf bedachte plannen verworden tot een idée fixe.

Foto bovenaan: High Tech Campus Eindhoven

Zie ook:

Auteurs

tom daamen2
Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft

Bekijk alle artikelen
Portret - Wouter Jan Verheul
Wouter Jan Verheul

Bestuurskundig adviseur en research fellow TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte