Zicht op Rotterdam vanaf de Euromast door Alexandre.ROSA (bron: Shutterstock)

Steden vergroenen, dit is het gereedschap voor gemeenten en provincies

12 juni 2024

4 minuten

Analyse Steden willen (bijna) allemaal vergroenen, maar de praktijk blijkt vaak weerbarstig. Met het programma ‘Groen in en om de Stad’ wil de Rijksoverheid het groenbeleid stroomlijnen. Gemeentes en provincies krijgen handvatten om effectiever aan de slag te gaan.

Het vergroenen van steden heeft talloze voordelen. Het welbevinden én de gezondheid van de bewoners gaan erop vooruit. Parken en bosjes zorgen voor aantrekkelijke plekken waar mensen elkaar ontmoeten, wat eenzaamheid tegengaat. En als het buiten goed toeven is, gaan mensen eerder wandelen of fietsen, waardoor ze de auto vaker laten staan. En een groene stad is ook een klimaatadaptieve stad. Bomen verminderen hittestress tijdens hete zomers. En als er minder tegels liggen, kan water beter worden afgevoerd bij heftige regens.

Kwetsbaar groen

Dat stedelijk groen belangrijk is, moge duidelijk zijn. Toch worstelen gemeenten met het vertalen van vergroeningsambities in strak omgevingsbeleid. Heldere doelstellingen en normen ontbreken vaak, waardoor groen het makkelijk aflegt tegen andere belangen. In een gister gepubliceerd rapport constateert de Rekenkamer Utrecht bijvoorbeeld dat het de gemeente niet lukt om het openbaar groen mee te laten groeien met het aantal woningen: budgetten zijn ontoereikend, gestelde doelen worden onvoldoende vertaald naar de uitvoering en gemeentelijke afdelingen weten niet goed wat hun rol is.

Aan lang niet alle maatschappelijk winst is een prijskaartje te hangen

Gelukkig schiet het Rijk nu te hulp. De ministers van BZK en Natuur en Stikstof stuurden vorige week een kamerbrief over de voortgang van het programma ‘Groen in en om de Stad’ (GIOS). Dat programma is in het leven geroepen om tot beter samenhangend beleid voor het vergroenen van de stedelijke omgeving te komen. Want daar ontbreekt het nu aan, constateren de ministers. Deels heeft dit te maken met grote verschillen in schaalniveau. In een buurt gaat groen over bomen planten en water opvangen, terwijl op regionaal niveau bijvoorbeeld vraagstukken spelen over de verhouding tussen recreatie en natuur. Maar ook ontbreekt het aan goede normen en richtlijnen die de volle breedte van het beleidsonderwerp bestrijken en zowel biodiversiteit, gezondheid als klimaat meenemen.

Kosten en baten

Waar gebouwd wordt, verdwijnt groen. Wat het kost én oplevert om de openbare groenvoorziening op peil te houden in onze groeiende steden, is onder elkaar gezet in opdracht van het ministerie. Voor de woningbouwopgave tot 2030 (zoals vastgelegd in de Woondeals), zijn de maatschappelijke kosten en baten met elkaar vergeleken. Hier zijn verschillende scenario’s voor gebruikt, die uiteenlopen in de mate van compensatie voor verdwijnend groen. De hoogte van de kosten loopt dan ook sterk uiteen: met de aanleg van nieuwe parken en bossen is tot 2030 een bedrag tussen de 3,6 en 7,1 miljard euro gemoeid.

Groene straat in Eindhoven door Lea Rae (bron: Shutterstock)

‘Groene straat in Eindhoven’ door Lea Rae (bron: Shutterstock)


Daar staan natuurlijk ook opbrengsten tegenover. Het verbeteren van luchtkwaliteit en het verminderen van hittestress levert gezondheidswinst op die in euro’s is uit te drukken. Ook klimaatadaptieve maatregelen zoals het bergen van water leveren directe winst op. Maar aan lang niet alle maatschappelijke winst is een prijskaartje te hangen. Zo zijn de toegenomen biodiversiteit of een betere leefomgeving zijn slecht in geld te vatten. Het onderzoek komt – met een behoorlijke slag om de arm - uit op tussen de 4,6 en 8,9 miljard euro aan monetaire baten.

Handreiking

Concrete aanbevelingen voor gemeentes en provincies om groen beter te integreren in het stedelijk gebied staan in een ‘handreiking’ die met de kamerbrief is meegestuurd. Op vrijwillige basis kunnen decentrale overheden daarmee aan de slag. De handreiking maakt inzichtelijk welke eisen gesteld kunnen worden aan groen en blauw op verschillende schaalniveaus, van één enkele straat tot een hele regio.

Voor gemeentes zijn groenstructuurplannen de aangewezen plek om algemene doelstellingen in op te tekenen. Daar kunnen onder andere belangrijke groenblauwe verbindingen en de Basiskwaliteit natuur (BKN) worden vastgelegd: welke soorten komen waar voor, hoe ziet de waterhuishouding eruit, welke ecologische functies heeft een gebied en wat vormt mogelijk een bedreiging voor de natuur? Met een groenstructuurplan in de hand kunnen gemeenten prioriteiten stellen en financiële planningen maken.

Natuur stopt niet bij de gemeentegrens

Dat begint simpel: zorg ervoor op straatniveau dat elke woning uitzicht heeft op ten minste drie bomen. En in buurten is behoefte aan openbaar groen zoals een parkje, waar mensen elkaar ontmoeten en kinderen spelen. Daar kunnen normen aan verbonden worden. Bijvoorbeeld het behoud van de hoeveelheid groen, een minimum aan schaduw op looproutes, een maximale afstand tussen elke woning en verkoelende buitenruimte, of een biodiversiteitseis. Op het kleinste schaalniveau adviseert de handreiking enige flexibiliteit: houd ruimte voor maatwerk en betrek bewoners bij plannen.

Maatwerk

Voor gehele wijken zijn harde kwantitatieve eisen het devies. Deze kunnen het best als een bandbreedte worden geformuleerd, met minimale normen en streefwaardes voor hoe wijken er groen, gezond en klimaatbestendig uitzien. Dit kan worden gevat in groenpercentages. Ook dat is maatwerk: elk type wijk zou een eigen verhouding moeten nastreven tussen bebouwing en groenvoorzieningen. Wat er in buurten en wijken gebeurt, zijn de ‘puzzelstukjes’ van het groenstructuurplan. Zo kan bermen inzaaien met kruidenrijke grassen bijdragen aan een ecologische hoofdstructuur die door de hele stad heen loopt.

Publiek park in Osdorp, Amsterdam door Arwen Matthijssen (bron: Shutterstock)

‘Publiek park in Osdorp, Amsterdam’ door Arwen Matthijssen (bron: Shutterstock)


Natuur stopt niet bij de gemeentegrens. Ecologisch en recreatief belangrijke verbindingen moeten door buurgemeentes en de provincie aan elkaar gekoppeld worden, stelt de handreiking. Een goed voorbeeld zijn de Amsterdamse ‘scheggen’: acht parklandschappen die vanuit de wijde omgeving diep de stad binnendringen. Een grootschalige gebiedsinrichting die tachtig jaar geleden werd bedacht door de beroemde stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren – maar die door de bouwopgave van vandaag onder toenemende druk staat.


Cover: ‘Zicht op Rotterdam vanaf de Euromast’ door Alexandre.ROSA (bron: Shutterstock)


Kaz Schonebeek door Kaz Schonebeek (bron: LinkedIn)

Door Kaz Schonebeek

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Dubbele Dijk door Provincie Groningen (bron: Provincie Groningen)

Slim gebruik van slib transformeert de Groninger waddenkust

Voor de kust van Groningen zit te veel slib in het water van de Eems-Dollard. Maar waar het op de ene plek tot last is, biedt het op de andere kansen – heel dichtbij zelfs. Voor natuur, landbouw en dijkversterking.

Uitgelicht
Casus

22 juli 2024

Tentoonstelling door John Lewis Marshall (bron: John Lewis Marshall)

AI-expo Onmetelijk Belangrijk: een verkenning naar zachte ontwerpwaarden

Hoe kan artificiële intelligentie architecten en stedenbouwers helpen om te ontwerpen vanuit zachte waarden? Die vraag staat centraal in de tentoonstelling ‘Onmetelijk Belangrijk’. Redacteur Kaz Schonebeek nam een kijkje.

Verslag

19 juli 2024

Laadpalen voor elektrische auto's door Ton Hazewinkel (bron: shutterstock)

Hub hub hub, de nieuwe crux in gebiedsontwikkeling

Mobiliteitshubs kunnen met hun complete aanbod aan diensten inspelen op tal van behoeften aan stedelijke mobiliteit. En daarmee vormen ze een eigentijdse draaischijf binnen gebiedsontwikkelingen. Theo Stauttener brengt de meerwaarde in beeld.

Analyse

19 juli 2024