Onderzoek Publieke gebouwen waar weinig mee gebeurt krijgen regelmatig een tweede leven als buurthuis, taalcafé of werkplaats. Zulke maatschappelijke initiatieven worden door bewoners zelf gedragen, maar het pand is vaak van de gemeente of andere formele organisatie. En die werkt met beleidsdoelen, programma's, cijfers en verantwoording. Dat botst met het zeer lokale karakter van initiatieven. Volgens Reinout Kleinhans ligt er in die verschillen een kans: studenten die voor hun opleiding onderzoek doen, kunnen een brug slaan tussen praktijk en beleid. Via de Scriptiewerkplaats Den Haag Zuidwest vinden studenten, bewoners en gemeenten elkaar om samen maatschappelijke impact te maken.
Een voormalig schoolgebouw dat wordt gebruikt voor taalcursussen, huiswerkbegeleiding of startende bedrijfjes, of een leegstaand winkelpand waar je met buurtgenoten aan tafel kan: maatschappelijke initiatieven spelen een belangrijke rol in het buurtleven. Maatschappelijk vastgoed geeft ze letterlijk de ruimte om te groeien, juist nu de druk op vastgoed overal toeneemt. Maar hoe gebruik je een plek zo dat die het beste aansluit bij de behoeften in een wijk? En hoe maak je die waarde zichtbaar voor gemeenten en andere partners? Terwijl initiatieven werken in de dagelijkse leefwereld van bewoners, werkt een gemeente vanuit beleidsdoelen en programma’s voor een hele wijk of stad.
Die verschillende manieren van denken en werken sluiten niet vanzelf op elkaar aan, zegt Reinout Kleinhans, universitair hoofddocent Urban Regeneration bij de Faculteit Bouwkunde en sinds het begin betrokken bij de Scriptiewerkplaats Den Haag Zuidwest: “De waarde van bewonersinitiatieven is niet te vangen in euro's of andere cijfers, terwijl ambtenaren wel vaak worden verwacht verantwoording af te leggen op budgetten, specifieke beleidsdoelen en beleidsdomeinen. Belangrijk voor een organisatie, maar het betekent tegelijkertijd dat een specifiek initiatief vaak niet helemaal in formele doelen past, en dat het lastig is om te laten zien wat het wél oplevert: sociale cohesie, minder eenzaamheid, betere kleinschalige ondersteuning en meer bedrijvigheid in de buurt.”
Museum voor de buurt
Hoe de uitdaging van formele organisatie en lokaal initiatief verbinden eruitziet valt te ontdekken in Den Haag. In een voormalig winkelpand zit het MuseumLab, een initiatief van Museon-Omniversum. De gemeente vroeg het museum om bij te dragen aan de leefbaarheid van stadsdeel Zuidwest. Over een paar jaar verhuist het lab naar een nieuwe, permanente ruimte aan de overkant, in de nieuwbouw van woningcorporatie Staedion en projectontwikkelaar Heijmans. Die verhuizing brengt nieuwe kansen en vragen met zich mee. Projectleider bij MuseumLab Maarten Okkersen: “We zijn met het MuseumLab doeners: we gaan echt aan de slag met een museum zijn voor de wijk, van jong tot oud. Dat is een constante zoektocht: werkt het wat wij doen? Of missen we nog wat? Vinden we voldoende aansluiting in een diverse wijk? We zijn altijd op zoek naar manieren om deze vragen te verkennen en om zo de missie van ons museum verder te vervullen, maar we hebben daar niet gelijk de capaciteit voor.”
Studenten zijn veel minder gebonden aan gebaande paden en haalbaarheid
Een oplossing voor die capaciteit ligt in de samenwerking van overheden, onderwijs en bewoners zelf: de Scriptiewerkplaats Den Haag Zuidwest. Deze samenwerking ontstond enkele jaren geleden vanuit een eenvoudige vraag van de gemeente: waarom werken studenten aan zelf opgespoorde casussen, terwijl er in Zuidwest genoeg prangende vraagstukken klaarliggen? Binnen dit programma van Leiden-Delft-Erasmus (LDE) koppelen studenten hun onderzoek aan opgaven uit de wijk, van theoretisch onderzoek tot praktisch toepasbaar, en van mbo tot wo. Die opgaven komen vaak voort uit brede beleidsafspraken zoals de Regiodeal, en worden door de Scriptiewerkplaats steeds specifieker vertaald naar één buurt, één initiatief of één pand. De inbreng van bouwkundestudenten is daarbij een ontwerpende manier van werken: studenten denken na over het pand of de plek zelf, de omgeving, én over de invulling van het bijbehorende programma. “Studenten zijn veel minder gebonden aan gebaande paden en haalbaarheid,” zegt Kleinhans. “Daardoor komen zij met veel vrijere, creatievere ideeën. Niet alles is haalbaar natuurlijk, maar er zitten altijd goede richtingen bij die een initiatief goed kan gebruiken bij hun doorontwikkeling.” Okkersen: “We zijn blij met zo’n frisse blik van buiten: studenten die onze doelstellingen en programma’s onderzoeken.”
Goedgevulde avonden
Voor het mastervak Social Inequality in the City, Diversity and Design van Reinout en Caroline Newton gingen studenten van de TU Delft, de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden dit voorjaar aan tafel met bewoners, tijdens gezamenlijke diners bij de Wereldkeuken in de Zichtenbuurt. Maarten: “Het was een plezier om met studenten samen te werken, ook om verschillende karakters en studierichtingen bij elkaar te hebben. Dankzij het netwerk van de Wereldkeuken hebben we goedgevulde avonden kunnen organiseren.” Wat opviel: bewoners zochten vooral een plek om elkaar te ontmoeten en samen iets te doen, liever dan een vast programma. Eén bewoner vertelde dat hij in het asielzoekerscentrum fietsen had leren repareren en daar graag verder mee wilde. Zo ontstonden voorstellen die van de stoep tot de achtertuin reiken: reparatiewerkplaatsen op de stoep, een tijdelijke leefstraat, een taalcafé, een door bewoners gemaakte buurt-magazine en een gemeenschappelijk onderhouden tuin met de polder als thema.
Het ging daarbij niet alleen om schaalmodellen maken maar ook om het proces: ontwerpvoorstellen maken, bespreken met bewoners en medewerkers, en weer aanscherpen. Studenten kregen daarmee een stoomcursus transdisciplinair werken. Maarten Okkersen: “Aan het eind van het vak kwamen studenten weer bij elkaar met bewoners, en met de woningcorporatie, ontwikkelaar en de gemeente. Het werk van studenten en inwoners geeft ons bruikbare ideeën voor onze huidig pand én de nieuwe locatie over een paar jaar. We hebben veel input voor de programmering van ons museum, gaan heel concreet aan de slag met een open ontwerp voor de nieuwe locatie, zonder auto’s voor de deur. En dat is maar een van de ideeën. De ontwerpen en posters van de studenten hangen bij ons in het museum, en zijn inspiratie voor iedereen die bij ons langskomt.” Okkersen vervolgt: “Het werk van de studenten geeft ons meer perspectieven en ideeën, en het laat ons zien waar we nog blinde vlekken hebben, waar we verder aan kunnen werken. We zijn continu op zoek naar nieuwe vormen om mensen te betrekken die verder gaan dan een informatieavond. Het werk van de studenten helpt daar echt bij, en op die manier lukt het nog beter om samen een toffe buurt te maken.”
Onderzoeksmoeheid
De LDE-samenwerking is bepaald niet de enige context waarbinnen studenten onderzoek in de wijk doen. De keerzijde van de stortvloed aan individuele studentenprojecten binnen uiteenlopende opleidingen is dat bekende kwetsbare wijken soms worden overvraagd. Vrijwilligers en wijkprofessionals geven hun tijd en kennis, vaak zonder concrete resultaten terug te zien. Een structuur als de Scriptiewerkplaats Den Haag Zuidwest gaat dit tegen door scherpe programmering vooraf de vragen vanuit lokale initiatieven en projecten centraal te stellen, het aanbod van studenten te kanaliseren (en weg te houden bij overvraagde plekken), en onderzoek altijd iets tastbaars te laten teruggeven aan de wijk.
Wat kunnen andere onderzoeksinstellingen hiervan leren? Volgens Reinout Kleinhans begint het bij een gelijkwaardiger speelveld. Een bewonersinitiatief is dan niet alleen goed voor een buurt, maar een volwaardige partner om een leefbare stad te maken. Met als centrale vraag: hoe vergroten we samen met jullie impact? Dat betekent initiatieven helpen professionaliseren zonder dat ze hun eigen identiteit verliezen. Het vraagt ook iets van gemeenten: gewoontes doorbreken, iets minder risicomijdend zijn, en soms bewust ongelijk behandelen om tot meer gelijkheid te komen. En het vraagt iets van universiteiten zelf. "Wat is onze impact? Dat is meer dan wetenschappelijke publicaties, meer dan output-gericht werk,” zegt de TU Delft-docent. “Het vraagt van ons een andere blik op de rol van de universiteit: relationeel, en in samenwerking met maatschappelijke partijen. Wij brengen niet, maar werken samen en proberen van elkaar en met elkaar te leren.”
Dit artikel verscheen eerder op de website van de TU Delft, Faculteit Bouwkunde.
Cover: ‘Samenwerkende bewoners in de moestuin’ door Rawpixel.com (bron: Shutterstock)







