Onderzoek Inwoners van naoorlogse wijken hebben vaak niet de beste gezondheid. Ook niet in Den Haag Zuidwest, het grote naoorlogse stadsdeel waar de komende jaren veel gaat veranderen. Hoe verhoudt de verdichtingsopgave zich hier tot het welbevinden van bestaande inwoners? Hesse de Jonge deed er onderzoek naar en paste de lessen uit een Blue Zone op Sardinië toe op Zuidwest.
In 2021 werd met ‘Het Verbond van Zuidwest’ een grote belofte gedaan: over twintig jaar moeten bewoners van Den Haag Zuidwest dezelfde kansen hebben als de gemiddelde Hagenaar. Vijf jaar later is die belofte nog ver weg. Inwoners van Zuidwest leven gemiddeld nog steeds zes jaar korter dan inwoners van omliggende buurten. En als het gaat om leven in goede gezondheid, dus zonder ziekte of handicap, loopt het verschil zelfs op tot vijftien jaar. Om die ongelijkheid aan te pakken werd het Verbond ingeluid met een enorme financiële ambitie. Tegelijkertijd werd Zuidwest aangewezen als een van de grootste verdichtingslocaties van Den Haag, en misschien wel van Nederland: 10.000 nieuwe woningen en de renovatie van zo’n 8.000 bestaande woningen.
Daar wordt het spannend. Hoe kan een wijk met zulke grote sociale, ruimtelijke en gezondheidsproblemen tegelijk worden gezien als grootste verdichtingslocatie? Duidelijk moge inmiddels namelijk wel zijn dat we met verdichting niet alleen woningen toevoegen. Met 10.000 woningen komen er 10.000 huishoudens bij, met tienduizend nieuwe levensstijlen, tienduizend nieuwe verhalen en tienduizend nieuwe gewoontes. Dat geeft een druk geeft op bestaande netwerken, voorzieningen en sociale verbanden. Op dit moment wonen in Zuidwest al veel mensen met een kwetsbare sociaalmaatschappelijke en -economische positie. De vraag is wat de verdichting voor hen gaat betekenen.
Preventief besparen
De opgave is dan om gezondheid veel eerder en veel serieuzer mee te nemen in een ingrijpende gebieds(her)ontwikkeling als deze. Niet als sausje achteraf, maar als vertrekpunt. Als je gezondheid echt centraal stelt, gaat het niet alleen over meer woningen, maar over de dagelijkse routines, leefstijlen en sociale structuren die bepalen hoe mensen leven – zowel van de blijvers als de nieuwkomers. Daar zit volgens mij de echte verandering. Het mooie is dat we daar ook nog heel wat mee kunnen besparen. De gezondheidskosten zijn torenhoog en dreigen steeds hoger te worden als we niet meer preventief gaan handelen, ook in gebiedsontwikkeling. Maar dat vergt wel dat voorheen gescheiden domeinen bij elkaar worden gebracht.
Een Sardijns bergdorp laat zich uiteraard niet een-op-een vertalen naar Den Haag Zuidwest
Deze gedachte vormde het vertrekpunt van mijn afstudeeronderzoek aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam: To Flourish – Reclaiming Health in a Post-war District Undergoing Mega-densification. De casus in het onderzoek betrof het genoemde Den Haag Zuidwest, een gebied dat inmiddels weer volop in verandering is. De centrale vraag is hier: hoe kan de aanpak van de leefomgeving de basis leggen voor de dagelijkse patronen die goed zijn voor lichaam, hoofd en gemeenschap. Anders gezegd: kan hier een ‘gezonde stad’ ontstaan en zo ja: hoe? Een stad doe fietsen lopen logisch maakt en het buiten zijn aantrekkelijk. Die ontmoeting laagdrempelig en ontspannen maakt en zorgt voor reuring en bezinning binnen handbereik. Waarbij groen niet alleen aanwezig is, maar bruikbaar, veilig en verbonden. En de sociale infrastructuur niet bestaat uit losse voorzieningen, maar uit een netwerk van plekken waar mensen elkaar herhaaldelijk tegenkomen.
Een omweg via Sardinië
Om beter te begrijpen hoe een dergelijke gezonde leefomgeving werkt (en gecreëerd kan worden in de Nederlandse situatie), reisde ik twee maanden naar Ogliastra op Sardinië, een regio die bekendstaat als een van de zogeheten Blue Zones. Dat zijn plekken in de wereld waar opvallend veel mensen oud worden in goede gezondheid. De term wordt ook in de Nederlandse context vaak gretig gebruikt; Blue Zones zijn inmiddels ook een lifestyle geworden, inclusief kookboeken, influencers, lezingen en lijstjes met dingen die wij allemaal zouden moeten doen om honderd te worden. Eet bonen, loop een heuvel op, drink wijn met mate(n), zie je familie – dat werk. Juist daarom gebruik ik Ogliastra in mijn onderzoek niet als blauwdruk. Een Sardijns bergdorp laat zich uiteraard niet een-op-een vertalen naar Den Haag Zuidwest – en dat moeten we ook vooral niet proberen. De waarde zit in de observatie: het bestuderen van gebruiken en het zien wat er gebeurt op een plek waar gezonde routines niet als beleidsdoel zijn ontworpen, maar als onderdeel van het dagelijks leven zijn gegroeid en gecultiveerd.
In Ogliastra viel me op hoe sterk het leven verweven is met landschap, langzame beweging, cultuur, voedsel en de naasten. Dorpen liggen compact in het landschap, vaak beschut tegen wind en zon. Straten zijn smal, schaduwrijk en redelijk beloopbaar. Pleinen, drempels, trappen, voordeuren en bankjes vormen samen een fijnmazig sociaal systeem. Toch viel vooral op hoeveel indirect effect de zachte waarden hebben. De natuur ligt niet op afstand (als een recreatieve bestemming voor het weekend waar je eerst naartoe moet rijden), maar is dagelijks aanwezig in werk, vrije tijd, sport en familiebijeenkomsten. Productieve landschappen, moestuinen, dieren, bergen en seizoenen zijn onderdeel van het ritme. Zo ontstaan gezonde, maar ook sociale routines die essentieel zijn voor de veerkracht van een community.
De omgeving als vriend
Ook de verbondenheid met identiteit viel op. Wekelijks waren er dorpsfeesten om de lente in te luiden, elk met hun eigen eettradities, muziek en vrolijke Sardijnen die mij met liefde de manier hoe ze kaasmaken uitlegden. Uit het veldwerk destilleerde ik vier principes: verbinding met natuur, gezonde routines, sociale infrastructuur en gelaagde identiteit. Die principes zijn niet exclusief Sardijns. Ze zijn juist interessant omdat ze overdraagbaar zijn naar andere contexten, mits je ze opnieuw leest vanuit de plek zelf. De belangrijkste les was niet dat wij allemaal ‘Sardijnser’ moeten leven. De les was dat gezondheid daar niet afhankelijk is van beleid of intrinsieke motivatie alleen. De omgeving is een vriend die je net het zetje geeft om mee te gaan wandelen of fietsen. Ze herhaalt. Ze nodigt uit. Ze maakt bepaalde keuzes vanzelfsprekender.
De aanwezigheid van groen is niet hetzelfde als verbinding met natuur
In Ogliastra viel me op hoe sterk het leven verweven is met landschap, langzame beweging, cultuur, voedsel en de naasten. Dorpen liggen compact in het landschap, vaak beschut tegen wind en zon. Straten zijn smal, schaduwrijk en redelijk beloopbaar. Pleinen, drempels, trappen, voordeuren en bankjes vormen samen een fijnmazig sociaal systeem. Toch viel vooral op hoeveel indirect effect de zachte waarden hebben. De natuur ligt niet op afstand (als een recreatieve bestemming voor het weekend waar je eerst naartoe moet rijden), maar is dagelijks aanwezig in werk, vrije tijd, sport en familiebijeenkomsten. Productieve landschappen, moestuinen, dieren, bergen en seizoenen zijn onderdeel van het ritme. Zo ontstaan gezonde, maar ook sociale routines die essentieel zijn voor de veerkracht van een community.
De omgeving als vriend
Ook de verbondenheid met identiteit viel op. Wekelijks waren er dorpsfeesten om de lente in te luiden, elk met hun eigen eettradities, muziek en vrolijke Sardijnen die mij met liefde de manier hoe ze kaasmaken uitlegden. Uit het veldwerk destilleerde ik vier principes: verbinding met natuur, gezonde routines, sociale infrastructuur en gelaagde identiteit. Die principes zijn niet exclusief Sardijns. Ze zijn juist interessant omdat ze overdraagbaar zijn naar andere contexten, mits je ze opnieuw leest vanuit de plek zelf. De belangrijkste les was niet dat wij allemaal ‘Sardijnser’ moeten leven. De les was dat gezondheid daar niet afhankelijk is van beleid of intrinsieke motivatie alleen. De omgeving is een vriend die je net het zetje geeft om mee te gaan wandelen of fietsen. Ze herhaalt. Ze nodigt uit. Ze maakt bepaalde keuzes vanzelfsprekender.
Dat is een les die in veel verdichtingsplannen scherper zou mogen landen: sociale infrastructuur ontstaat niet alleen door een aantal lieve horecatentjes in een plint te programmeren, maar door plekken te maken waarin herhaling, verantwoordelijkheid en ontmoeting logisch worden. Voor Zuidwest betekent dit dat hoven, plinten, routes en collectieve ruimtes veel preciezer ontworpen moeten worden. Een binnentuin kan een plek zijn voor wateropvang, een speelruimte, een productieve tuin, een plek voor ouderen, een leerplek voor kinderen, een rustige kamer in de wijk. Maar alleen als die samen mét bewoners wordt ontworpen en dit structureel bijdraagt aan die gezonde routines. Met als bijkomend voordeel dat dit eigenaarschap creëert, waardoor de plek ook beheerd kan worden wat op lange termijn weer kosten bespaard.
Niet alles slopen
In kwetsbare wijken wordt vernieuwing vaak verward met vervanging. Sloop-nieuwbouw lijkt overzichtelijk: oude voorraad eruit, hogere dichtheid erin, betere energieprestatie, nieuwe doelgroep, nieuw beeld. Maar verlies van zachte waarden is niet altijd goed zichtbaar in een spreadsheet. De mensen die ik in de moestuin heb gesproken, wilden allemaal dolgraag in Zuidwest blijven, juist omdat ze hier bijna alles hebben: sociale netwerken, vertrouwde routes, informele zorg en herinneringen. Mijn ontwerpstrategie voor Zuidwest kiest daarom voor een andere houding: werken met wat er al is. Renovatie, optoppen, selectief toevoegen, maatwerk, woningen uitbreiden, hoven verbeteren, plinten activeren en mobiliteit slimmer organiseren. Geen tevergeefse poging om opnieuw voor de meest efficiënte route te gaan, een route die we in Zuidwest al vaker gezien hebben.
Gezonde verdichting vraagt dus om precisie. Waar voeg je toe? Waar laat je ruimte open? Waar moet massa juist worden weggehaald om zon, wind, veiligheid of beleving te verbeteren? Waar kan een bestaande galerij een betere overgangszone worden? Waar kan een plint iets teruggeven aan de straat? Waar kan een parkeeroplossing ruimte vrijmaken voor groen, verblijf en beweging? Mijn antwoord op deze vragen bestaat uit deze drie lessen voor gebiedsontwikkeling. De eerste les: gezondheid moet vanaf het begin meedoen in de ordening van het plan. De tweede les: een gezonde wijk ontstaat door dagelijkse gezonde patronen. De vraag is dus niet alleen of er groen, voorzieningen of ontmoetingsplekken zijn, maar of mensen er vanzelf en vaak mee in aanraking komen. Nabijheid, zichtbaarheid, comfort, veiligheid en beheer bepalen of een plek onderdeel wordt van iemands routine. De derde les: gebruik verdichting om bestaande kwaliteiten te versterken. Naoorlogse wijken zijn geen lege projectlocaties. Ze hebben prachtige landschappelijke structuren, sociale netwerken, herinneringen, informele routes en verborgen vormen van zorg. Wie die kwaliteiten niet leest, loopt het risico precies datgene te slopen wat een wijk veerkrachtig maakt.
Van meer woningen naar beter dagelijks leven
De komende jaren zullen veel naoorlogse wijken veranderen. Dat is onvermijdelijk en op veel plekken ook nodig. De vraag is welke logica die verandering stuurt. Als verdichting vooral wordt gezien als aantallen, volumes en snelheid, missen we een grote kans. Dan bouwen we misschien meer woningen, maar lossen we de problemen niet op. Als gezondheid leidend wordt, verschuift de blik. Dan gaat gebiedsontwikkeling over de route naar school, de overgang tussen woning en straat, de schaduw op een plein, de bank bij de entree, de hof waar iemand elke week terugkomt, de plek waar voedsel, zorg, beweging en ontmoeting samenkomen.
Dat klinkt ambitieus. Misschien zelfs idealistisch. Maar het alternatief is vreemd genoeg veel idealistischer: blijven geloven dat we ongezonde leefomgevingen kunnen verdichten en daarna hopen dat bewoners zich vanzelf gezonder gaan gedragen. Verdichten is bouwen aan gezonde routines, om zo over vijftien jaar de Zuidwester daadwerkelijk dezelfde kansen te bieden als de gemiddelde Hagenaar.
Het afstudeeronderzoek van Hesse de Jonge is hier te vinden. Wie wil bijdragen aan de voortzetting van zijn project in Amsterdam Nieuw-West, kan dat hier doen.
Cover: ‘Flourish14, Hesse de Jonge’ (bron: Hesse de Jonge)











