platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

‘Technologie is prioriteit voor opvolg(st)er Friso de Zeeuw’

‘Technologie is prioriteit voor opvolg(st)er Friso de Zeeuw’

Gezinsleven toen en nu

31 jan 2018 - De indrukwekkende erfenis die Friso de Zeeuw als praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling eind 2017 achterliet, schiet op één punt tekort: de invloed van moderne technologie en data op het vak van gebiedsontwikkeling. Zijn opvolg(st)er doet er goed aan om snel een substantieel hoofdstuk hierover aan het handboek 'Zo werkt gebiedsontwikkeling' van De Zeeuw toe te voegen.

Het werd een memorabele vrijdagmiddag op 15 december 2017, daar in de aula van het Congrescentrum van de TU Delft. De uittreerede van Friso de Zeeuw als praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling hield het midden tussen een afscheidscollege en een oudejaarsconference. De gigantische aula was zodanig gevuld dat elke andere vertrekkend hoogleraar er zijn vingers bij zou aflikken. De sfeer kon het best getypeerd worden met: dit mag je niet missen, hier moet je bij zijn, dit is misschien wel het laatste openbare optreden van Friso.[i]

De aanwezigen werden niet teleurgesteld. Met een indrukwekkende kennis van het vakgebied en van de praktijk zette De Zeeuw - niet gespeend van de hem bekende humor - de hoofdlijnen voor zijn opvolg(st)er uit. “Voor hem of haar wordt de leerstoel dan slechts een invuloefening”, aldus zijn ironische stelling. Helder, overzichtelijk, zonder enig respect voor heilige huisjes. Zoals we dat van hem gewend zijn. En toch. En toch verliet ik de aula met een onbestemd gevoel. Wat wil het geval?

Omissie of marginaal?

In zijn gehele rede viel niet één keer het woord technologie of data te horen. En dat in een tempel van de technologie, de TU Delft. Was hier sprake van een goede rede op de verkeerde plaats? Of misschien zelfs wel de verkeerde rede op de juiste plaats? Maar niet getreurd, een aantal weken later viel zijn lijvige en prachtig vormgegeven handboek Zo werkt gebiedsontwikkeling op de deurmat. En warempel, paragraaf 4.10 wijdt drie pagina’s aan Invloed digitalisering en big data. Die zijn teleurstellend. Een magere paragraaf  met de nodige gemeenplaatsen (… Hackers slaan toe. Privacybezwaren krijgen een eigen dynamiek. En zo zijn er meer risico’s te bedenken) en niet of nauwelijks verdieping.

De kernvraag is dan: is hier sprake van een serieuze omissie of is de invloed van moderne technologie en data op gebiedsontwikkeling te verwaarlozen? Met andere woorden: valt die invloed in de categorie tiny houses, volgens De Zeeuw een marginaal randverschijnsel waar we vooral niet te veel aandacht aan moeten besteden?[ii] Of is moderne technologie en data een speeltje van de zogeheten kantelpriesters, lieden die in alles een omwenteling of een disruptie ontwaren? Ik houd het op een omissie.

Grofweg valt de invloed van moderne technologie en data op de gebiedsontwikkeling in twee delen uiteen. Eén: de fysieke leefomgeving verandert ingrijpend. En twee: steeds meer spelers in de waardeketen, zoals De Zeeuw hen noemt, zullen zich van data en big data gaan bedienen. Bij elkaar opgeteld kunnen deze twee invloeden wel eens gaan zorgen voor een revolutionaire verandering van het vak. Eerst maar eens die fysieke leefomgeving.

woningen toen en nu

Woningen toen en nu

Ons huis: verbonden met de rest van de wereld

De Zeeuw benadrukt dat de woonvoorkeur van consumenten door de tijd heen relatief stabiel is gebleven. Ons huis verandert maar minimaal. Vroeger zat het hele gezin gebogen over tafel om een potje ganzenbord te spelen, tegenwoordig beschikt elk lid van dat gezin over zijn eigen IPhone of IPad. Het collectieve verdwijnt dus langzaam naar de achtergrond in onze huiskamers, maar voor het overige blijft ons huis toch gewoon ons huis zoals we dat vroeger ook kenden. Dat mag allemaal best waar zijn, maar dat laat onverlet dat de positie en betekenis van dat huis in zijn omgeving ingrijpend verandert. Een mooie en beknopte beschrijving van deze, vaak onzichtbare, veranderingen is geschetst door Machielse.[iii]

“… uw huis is een groot communicatiecentrum geworden gekoppeld aan de rest van de wereld, mogelijk bent u een verzamelpunt in uw straat voor pakketjes van buren die niet thuis zijn en daarmee onderdeel van een stadsdistributiesysteem geworden. U werkt regelmatig thuis waardoor de woonkamer ook kantoor is geworden. Er is een uitgever in uw woning gehuisvest die via social media allerlei informatie verspreidt. Door het internetbankieren bent u in feite een bankfiliaal, u bent u eigen winkel via marktplaats begonnen. En als het meezit bent u al, of wordt u, een energieleverancier via de zonnecellen op uw dak. (…) uw huis wordt een eigen productiefabriek door 3d-printers die u thuis gaat gebruiken. Afval wordt direct door uzelf verwerkt voor hergebruik en uw woning wordt dus een vuilverwerkingspunt. Uw huis komt vol met sensoren te zitten en gekoppeld aan de Cloud een onderdeel van een imposant Internet of Things-netwerk en daarmee een informatieleverancier. Zelfrijdende auto’s rijden straks in uw straat en vormen een op maat gemaakte mobiliteitsservice voor u, gekoppeld aan uw agenda.”

Het huis is hier slechts een voorbeeld, een symbool. Waar het om gaat is dat ook andere objecten in de leefomgeving (voertuigen, gebouwen, lantaarnpalen, sluizen) via technologie met de rest van de wereld verbonden worden. Wat betekent dat voor het vak van gebiedsontwikkeling? In welke mate en hoe moeten gebiedsregisseurs hier rekening mee houden?

Van willen en denken naar doen

En dan die data. Vroeger kreeg je als consument nog wel eens bezoek. Marktonderzoekers kwamen op de koffie voor woonwensenonderzoek. Wat zijn uw gedachten over uw toekomstige woning? Die tijd behoort steeds meer tot het verleden. Het risico bestaat immers dat je niet de waarheid spreekt. Tegenwoordig meten bedrijven daarom wat we doen. Daarvoor bedienen zij zich van data. Nota bene de voormalig broodheer van De Zeeuw, projectontwikkelaar BPD, is één van de koplopers waar het gaat om het gebruik van big data bij de planning, het ontwerp, de aanleg en de marketing van nieuwe woonwijken.[iv] Daarvoor bedienen zij zich van drie bronnen: eigen data van bijvoorbeeld de BPD-website, openbare bronnen zoals het CBS en het Kadaster en tot slot van data van derden die ingekocht kunnen worden. Deze ontwikkeling is revolutionair. Voor het vak van gebiedsontwikkeling is de cruciale vraag: wat betekent dit voor de andere door De Zeeuw onderscheiden spelers in de gebiedsontwikkeling? Zoals gemeenten, provincies, corporaties, beleggers, bouwers en eindgebruikers. Die vraag is vooral relevant omdat data niet neutraal zijn. Hoe kan en moet een gemeente bijvoorbeeld de data van een projectontwikkelaar beoordelen?

Meer dan een invuloefening

De Zeeuw laat een indrukwekkende erfenis achter. Zijn opvolg(st)er doet er niettemin goed aan om daaraan een aantal hoofdlijnen toe te voegen. De lijnen van de impact van moderne technologie en data op het vakgebied van de gebiedsontwikkeling. De opdracht voor zijn opvolg(st)er behelst dus net iets meer dan een invuloefening.


[i] Dit bleek later overigens niet het geval. In een bedankmail aan de aanwezigen verklaarde De Zeeuw dat de uittreerede slechts “een schijnbeweging” was geweest. De beroepsgroep zou nog van hem horen!

[ii] Friso de Zeeuw Ziekelijke innovatiedrang remt de woningbouw. De Volkskrant 8 januari 2018.

[iii] Machielse, K.  Platform, welk platform!  Column uitgesproken op 26 januari 2017 tijdens de slotbijeenkomst MINT, Den Haag. Machielse is lector Transitie van de Haven van de Hogeschool Rotterdam.

[iv] Zie bijvoorbeeld: https://www.bpd.nl/media/119226/naw-58-enkele.pdf

Coverfoto: gezinsleven toen en nu. 

Auteur

Paul Strijp
Paul Strijp

Sectormanager Bestuur en Strategie van de Provincie Noord-Holland

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte