platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Uitnodigingsplanologie, wat zijn de kritische succesfactoren?

Uitnodigingsplanologie, wat zijn de kritische succesfactoren?

26 okt 2014 - De afgelopen jaren wordt menig bestuurder geconfronteerd met de situatie dat ambities lastiger te realiseren zijn. Veel projecten blijken niet of niet meer tot realisatie te komen. Er is veel in verandering en er lijkt in grote delen van Nederland meer en meer een structurele verschuiving in de behoefte te ontstaan. Uitnodigingsplanologie doet daarbij zijn intrede. De burgers en ondernemers zijn aan zet. Van groot belang hierbij is het besef, dat zij moeten willen en kunnen investeren en dat ze dat alleen doen, als het voor hen (ook) een meerwaarde heeft. Hoe kunt u er als bestuurder nu voor zorgen dat uitnodigingsplanologie een succes wordt in plaats van louter een nieuw begrip? We noemen een aantal kritische succesfactoren voor de implementatie van uitnodigingsplanologie, gebaseerd op onze eigen praktijkervaringen. We maken hierbij tegelijk ook kleine uitstapjes naar het voorstel voor de Omgevingswet. Hierbij een aantal handreikingen voor de praktijk.

Maar uitnodigingsplanologie is meer dan dat

Het vraagt een open benadering. Een kijk die verder gaat dan alleen het ruimtelijk domein en waarbij geen eindbeeld vaststaat (wat dat betreft gaat de Omgevingswet eigenlijk nog niet ver genoeg, we zien (en maken) nu al structuurvisies waarin ook het sociale domein betrokken wordt). Het gaat om een structurele kanteling, een andere benadering. Geen eigen (door de overheid beoogd) ontwikkelingsprogramma, maar kwalitatieve kaders, waarbinnen het programma overwegend door privaat initiatief tot stand komt.

Stuur op de kwaliteit van het resultaat

Bij uitnodigingsplanologie dient voor de gemeente de kwaliteit voorop te staan. De realisatie van het programma ligt grotendeels bij de initiatiefnemer. Bepaal waaraan een initiatief kwalitatief minimaal moet voldoen wil het bijdragen aan de waarde en kwaliteit van het gebied. Dit is wat anders dan dichttimmeren en op slot zetten. Het is het bepalen van de kernwaarden, de essentiële elementen van de identiteit en het karakter van het gebied waarop aangesloten moet worden. Daarop moet gestuurd worden! Daarnaast gaat het om vragen als: Welke ontwikkelingen zien we op ons, het gebied afkomen? Wat hebben die voor impact, moet er geanticipeerd worden en door wie? Aan wat voor soort ontwikkelingen zou ik medewerking willen verlenen? Waaraan juist niet? Kan (mag) een nieuwe functie straks ook doorgroeien? Waar maak ik me zorgen om? Praat hierover met alle betrokkenen, zoek in goed overleg naar een gedragen koers, maak gebiedsgericht beleid en zorg voor afspraken!

Veranker dit in een goed beoordelingskader

Zorg voor een handvat voor het beoordelen van initiatieven. Als er initiatieven op je af komen moet je weten wat je er mee gaat doen en hoe je tot een oordeel komt. Er mag geen (schijn van) willekeur ontstaan. Beeldkwaliteitsplannen waren in het verleden bij uitstek geschikt om sturing te geven in het proces om van een weiland een mooie woonwijk te maken. Maar niet om een nu nog onbekende ontwikkeling, op een onbekende locatie, kwalitatief aan te sturen! In een goed beoordelingskader zijn per deelgebied functionele- en kwalitatief ruimtelijke randvoorwaarden opgenomen. Dit kan in een structuurvisie (straks omgevingsvisie, of wanneer concreter in gebiedsprogramma’s).

Concrete initiatieven

Stel eisen aan de degelijkheid van de uitwerking van initiatieven. Daardoor kan onderscheid gemaakt worden in serieuze initiatieven en proefballonnetjes. Uitnodigingsplanologie is gericht op concrete initiatieven en niet op het borgen van toekomstige ontwikkelbelangen. Het verplicht stellen van een business-case, of een bedrijfsplan is een goede methode om ‘het kaf van het koren te scheiden’ en alleen die initiatieven te begeleiden die ook werkelijk een kans op realisatie maken.

Manage effecten en risico’s

Het is meestal niet de functie zelf, maar de verwachte of gevreesde effecten die maatschappelijke weerstand ontlokken. En waarop dus van u ook regie wordt verwacht. Het gaat dan om effecten op gezondheid en veiligheid, of op waarden. Zorg voor een zo zakelijk, objectief en neutraal mogelijke toets op deze aspecten. Dat kan ook bij formele procedures van belang zijn. Daarnaast kan het opstellen van een private overeenkomst goed zijn, alvorens de publieke regeling vast te stellen.

Zet uzelf niet buitenspel, maak instrumentele sturing mogelijk Zorg voor een bestemmingsplan (omgevingsplan) dat een beoordeling van een initiatief mogelijk maakt. Enige flexibiliteit is goed en moet ook om initiatieven (sneller) van de grond te krijgen. Maar een te ruim bestemmingsplan maakt beoordeling en politieke afweging overbodig. Beter is om te werken met een meer “conserverend” plan, waardoor initiatieven van enige omvang altijd begeleid en beoordeeld moeten worden. De nieuwe Omgevingswet biedt hiervoor straks ook voldoende flexibiliteit: door de omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit. Maatwerk per gebied is nodig: welke vrijheidsgraden zijn waar gewenst? Werk vervolgens jaarlijks met een veegplan (straks partiële herziening van het omgevingsplan).

Stel u zelf in staat dit te doen

Een andere manier van sturen en handelen vraagt ook om een andere (bestuurs)cultuur. Zorg voor een goede organisatie van de back-office aan publieke zijde. Het begeleiden, beoordelen en faciliteren van initiatieven vergt achter de schermen vaak organisatorische aanpassingen. Maak duidelijk hoe initiatieven moeten worden ingediend en langs welke protocollen zij in de eigen of andere overheidsorganisaties worden begeleid. Begroot deze ambtelijke kosten in de jaarbegroting. Bij uitnodigingsplanologie hoort een cultuur van openstaan voor initiatief en samen zoeken naar mogelijkheden, kortom een positieve basishouding van de hele ambtelijke en bestuurlijke organisatie!

Tot slot

Uitnodigingsplanologie is geen panacee voor stagnatie en stilvallen van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Het is niet het zoeken naar andere financiers voor dezelfde plannen. Het is een wijze van omgaan met de veranderde werkelijkheid bij ruimtelijke (ontwikkelings)vragen. Vragen niet zozeer vanuit de overheid zelf, maar vanuit de burgers en ondernemers. Omdat zij vanuit hun gebruik en eigen belang behoefte hebben aan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

In onze projecten hebben we gemerkt dat het tijd kost om volgens het gedachtengoed van uitnodigingsplanologie te werken. Het vraagt een omschakeling van denken en handelen. Het leidt ook niet tot een concreet tastbaar plan, maar tot een blijvende inspanning om samen initiatieven tot stand te brengen, die bijdragen aan een gezamenlijk gedragen doel. Het leidt tot positieve energie en realisatie van projecten die voor u, uw burgers en ondernemers van betekenis zijn. Het leidt tot waardering voor en door alle partijen. Het is niet eenvoudig. Het kan helpen om in de vorm van een pilot, bestuurders en ambtenaren kennis te laten maken en er ervaring mee op te doen. De instrumenten van de Omgevingswet bieden voldoende handvatten voor de praktijk van uitnodigingsplanologie. Belangrijk is dat hierbij ook door gemeenten gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om een omgevingsvisie op te stellen. Dit vormt het fundament voor een goede uitnodigingsplanologie, het is eigenlijk letterlijk een uitnodiging: samen op stap gaan, om iets te gaan doen wat iedereen graag wil, benoemen waar en wanneer het plaatsvindt, wat er meegenomen moet worden en wat het beoogde resultaat is.

Auteurs

Ernest Pelders MCD

Managing consultant ruimte en water at AT Osborne

Bekijk alle artikelen
John Stohr

Procesmanager strategische projecten, BRO

Bekijk alle artikelen
Susanne de Geus

Planoloog / adviseur ruimtelijke ordening & gebiedsvisies sr. bij BRO

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte