Opinie Minder details in het begin, meer richting. Dat is het goede voornemen van columnist Aeisso Boelman. Hij hoopt dat komend jaar samenwerking in gebiedsontwikkeling geen eindstation wordt, maar een versneller. “Mits we het smeden ervan zélf als vak behandelen.”
Gebiedsontwikkeling is in de kern teamwork. Niet als soft begrip, maar als keiharde succesfactor. Zonder samenwerking tussen de overheden onderling (publiek-publiek) én tussen overheid en markt (publiek-privaat) blijft zelfs het beste plan een papieren werkelijkheid. De opgaven stapelen zich immers op: wonen, mobiliteit, energie, water, klimaatadaptatie, betaalbaarheid. Niemand kan dat nog alleen.
En toch: juist het smeden van die samenwerking is vaak het traagste onderdeel van het proces. We willen ‘samen,’ maar we komen elkaar tegen in belangen, tempo’s, politieke gevoeligheden en financiële kaders. De één spreekt in beleidsdoelen, de ander in businesscases, een derde in systeemverantwoordelijkheden en een vierde in risicodossiers. Voor je het weet gaat het niet meer over de bedoeling, maar over details. En vervolgens over uitzonderingen. En daarna over bijlagen.
Het gevolg is bekend: de trajecten om tot goede afspraken te komen duren lang. Het onderhandelen over samenwerking en het vastleggen daarvan in contracten kost vaak te veel tijd. Terwijl we juist tempo nodig hebben. Dat kan sneller – niet door de zorgvuldigheid los te laten, maar door het proces slimmer te organiseren.
Bouw vertrouwen, maak keuzes, en zorg dat het team de hoofdlijn ook doorvertaalt naar de uitwerking
Voor 2026 neem ik mij daarom voor om, bij de gebiedsontwikkelingen waar ik aan werk, consequent uit te gaan van twee basisregels. De eerste luidt: eerst de hoofdlijn vastleggen, dan pas de rest. Begin met een hoofdlijnenakkoord (‘head of terms’): wat is het gezamenlijke doel, wat zijn de kernkeuzes, wie doet wat, welke randvoorwaarden zijn echt ‘knock-out’ en welke principes gelden er voor geld, risico en fasering? Leg díe hoofdlijn vast, stel hem vast en onderteken hem. Daarmee borg je het belangrijkste tussenresultaat. Direct het geheel proberen dicht te regelen, met de hoofd- én bijzaken, vertroebelt de kern – en dat werkt vertragend.
De tweede basisregel: onderhandel met een klein team, met mandaat en nog zonder juristen aan tafel. Werk met een klein, slagvaardig onderhandelingsteam dat met mandaat van de achterban kan spreken, dus met een uitstekende afstemming met de eigen ‘boven- en onderbouw’. Bouw vertrouwen, maak keuzes en zorg dat hetzelfde team de genoemde hoofdlijn ook doorvertaalt naar de uitwerking. En doe dit vooralsnog zonder juristen. Niet omdat juristen onbelangrijk zijn, maar omdat ze te vroeg in het proces vaak (onbedoeld) de aandacht naar de details trekken.
Samenwerking is geen eindstation, maar een versneller. Mits we het smeden ervan zélf als een echt vak behandelen. In 2026 ga ik daarop sturen. Minder details in het begin, meer richting. Eerst tempo op de hoofdlijn, daarna de komma’s.
Cover: ‘Aeisso Boelman column cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Cleo Mulder)







